Vrijdag 27/01/2023

Een gigantisch verlies

Brand aan faculteit Bouwkunde in Delft heeft mogelijk belangrijke architectuurcollectie vernietigd

De brand aan de Technische Universiteit (TU) in Delft is bedwongen, op de werkelijke omvang van de ramp is het nog weken wachten. De meubels van de faculteit Bouwkunde zijn als bij wonder gered: de brandweer droeg 200 stoelen, waaronder unieke stukken van Rietveld, Prouvé en Oud, vrijwel onbeschadigd naar buiten. Maar niemand mag voorlopig de staat van de zo mogelijk nog uniekere bibliotheek overschouwen, laat staan naar buiten dragen wat nog te redden valt. door Jeroen de Preter en Kris Jacobs

'Ik vermoed dat mijn bureau is afgebrand en dat ik mijn boeken niet meer moet komen halen", reageert bOb Van Reeth, voormalig Vlaams bouwmeester en tot vorig jaar docent architectonisch ontwerpen in Delft. Over het belang van de instelling en het archief laat de architect geen twijfel bestaan. "Een groot deel van het Nederlandse architecturale patrimonium is daar ontstaan. En Delft was ook heel belangrijk als organisator van tentoonstellingen. Het merendeel van het geëxposeerde materiaal is er ook bewaard. Als dat, in tegenstelling tot de stoelen, verloren is gegaan, betekent dat een gigantisch verlies."

Waar woensdagmorgen nog het grootste deel van de historische architectuurcollectie in het gebouw werd afgeschreven, droegen brandweerlieden die middag immers 200 unieke stoelen vrijwel onbeschadigd naar buiten. Ook tachtig maquettes van onder meer Le Corbusier, Frank Lloyd Wright en Adolf Loos zouden volgens de Volkskrant in veiligheid zijn. Maar dat is maar een klein stuk van wat in het pand opgeslagen lag. Hoogleraar-emeritus Max Risselada is er het hart van in: "In de pers ontstaat nu het beeld dat de stoelencollectie het enige was, maar wat mij betreft is vooral de boeken- en tijdschriftencollectie het belangrijkste." En volgens Ad Bercht, sinds een goed jaar verantwoordelijk voor de collectie, zijn trouwens nog niet eens alle stoelen en maquettes gered. "Ook over de diacollectie in het gebouw heb ik bijvoorbeeld nog niets gehoord."

Naast bijzondere negentiende- en twintigste-eeuwse architectuurboeken omvat de bibliotheek van de gerenommeerde faculteit Bouwkunde ook jaargangen van het beroemde tijdschrift De Stijl van Theo van Doesburg. Eén nummer daarvan kost al snel zo'n 1.600 euro. En in het verwoeste pand stond nog een gedeelte van de collectie-Sluyterman uit het Techniekmuseum in Delft, ook al vanwege een expo die normaal gisteren had moeten openen. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk gewaagde zonder meer van "de grootste ramp in de universitaire geschiedenis".

Al hoopt men aan de academische instelling dat het nog mee zal vallen. "Het is nog te vroeg om precies te kunnen aangeven wat verloren is gegaan en welke waarde dat precies had", zegt Ineke Boneschansker van de persdienst van de TU. "De onderste drie verdiepingen en de laagbouw zijn overeind gebleven, maar de hoogbouw erbovenop, waarvan delen zijn ingestort, is heel instabiel, dus er mag niemand binnen. We weten wel dat de ruimten van de bibliotheek bewaard zijn gebleven, maar we kunnen dus voorlopig niet kijken hoe het met bijvoorbeeld waterschade zit."

En dat kan nog een tijdje duren. "Vandaag wordt begonnen met de sloop", aldus Boneschansker. "De firma die dat doet, heeft al aangegeven dat het vier weken kan duren eer we weten of we nog naar binnen kunnen."

Ad Bercht is sinds een goed jaar verantwoordelijk voor de collectie. "Wellicht is er geen waterschade in de bibliotheek", zo hoopt hij. Maar daarnaast is er nog een depot, een magazijn in de kelder van het gebouw. "En het zou best kunnen dat dat deels onder water staat." Naast die twee delen is er ook onzekerheid over de brandkast en het prentenkabinet in de buurt van de eigenlijke bibliotheek. "In die brandkast, niet meer dan een fikse kast, zaten wat oudere en bijzondere boeken, onder meer traktaten over architectuur van Vitruvius, Palladio en Serlio. In het prentenkabinet zaten onder andere etsen van de achttiende-eeuwse Giovanni Piranesi. Verder waren er vitrines met exemplaren van De Stijl en het blad Wendingen van de Amsterdamse School. Er stond ook een soort telraam van Dom van der Laan, een geestelijke architect die heel erg bezig was met maatverhoudingen."

In het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) is hoofd collectie Patricia Alkhoven al even lovend als Van Reeth. "Het is zo schokkend dat dit gebeurt met een gebouw dat je zo goed kent", zegt ze. "En ik maak me toch ernstig zorgen, hoor. Wij beheren hier bij het NAi architectenarchieven, maar in Delft heb ik bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar architecturale traktaten uit de Gouden Eeuw. Nou, zij hebben gewoon al die originelen. Vaak hebben ze die oude stukken nog in verschillende edities. Dat fantastische materiaal is niet te vervangen. Onze archieven richten zich meer op de voorbije twee eeuwen, maar zij hebben een langere geschiedenis, met veel legaten en schenkingen ook. De echte schatkamer is de 'Tresor'. Dat zijn unieke stukken. Als daar ook maar enige schade is, is dat haast niet te herstellen."

Alvast op dat punt mag Alkhoven gerust zijn. "De Tresor, waar zich onder meer onze Blaeu Atlas bevond, is niet gevestigd in de faculteit maar in de hoofdbibliotheek van de universiteit", aldus Bercht. "Naast bijzondere oude boeken liggen daar ook recentere werken, met name dissertaties."

Het NAi zal zo snel mogelijk, misschien al vandaag, tekeningen op zijn site zetten van architect Jo van den Broek, die het afgebrande gebouw ontwierp. "Een soort hommage", aldus Alkhoven. "De man komt toch ook uit het bureau van Brinkman en Van der Vlugt, de man die hier in Rotterdam onder meer de Van Nellefabriek bouwde." Van Reeth heeft naar het gebouw minder heimwee. "Architectuur is zelden aangenaam, en die van schoolgebouwen al helemaal niet", meent hij. "Maar het was wel goed voor wat het moest dienen, het had een grote functionaliteit. Waar ik wel van opkijk, is dat het zo makkelijk is kunnen afbranden." En dan nog wel door een stomme kortsluiting in de koffiehoek.

Vaak gebeurt het inderdaad niet dat de brandweer moet toekijken terwijl zo'n omvangrijk pand tot as herleid wordt. Een deel van de verklaring ligt in de vorm en constructie van het gebouw. De faculteit had namelijk een centrale toren, met daarin ook de liftschachten. "En net daar is de brand ontstaan", zegt hoogleraar veiligheid en rampbestrijding Ben Ale over de ramp aan zijn eigen TU. Volgens de brandweer voldeed het gebouw aan alle veiligheidsvoorschriften, die trouwens vooral op een snelle evacuatie gericht zijn, en die ging ook gesmeerd. Herrijzen zal het betreurde gebouw van de studenten-architecten allicht niet. "Wellicht wordt het toch een nieuw gebouw", aldus Bercht.

Patricia Alkhoven, Nederlands Architectuurinstituut:

Dat fantastische materiaal is niet te vervangen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234