Woensdag 27/10/2021

Een gezonde aanpak van de ziekte die dik maakt

Minstens 150.000 Vlaamse kinderen en jongeren zijn obees. Sommigen zien in maagoperaties een oplossing, anderen zweren bij spartaanse diëten. In het Zeepreventorium mogen kinderen met morbide obesitas wel nog snoepen. Lotte Beckers

Gillian Boeren, zeventien jaar: "Met eten heb ik altijd al een probleem gehad. Er zijn momenten dat ik er echt op let, maar daarna beloon ik mezelf graag door heel veel te eten. Vroeger sportte ik vaak. Ik ging lopen, speelde basket. Maar toen ik daar mee stopte, kwam ik 50 kilo bij, op een jaar tijd."

Kim Brocatus, ook zeventien: "De dokter zei dat mijn organen het zouden opgeven als ik niet snel zou vermageren. Op foto's zal ik wel dat er een serieus verschil was met andere mensen, maar ik voelde me niet anders of ongezond."

Ruim een op de vijf jongeren in ons land is te dik. Bijna de helft daarvan lijdt aan obesitas. In Vlaanderen komt dat neer op 150.000 kinderen en jongeren. "Dat zie je ook in het straatbeeld", vindt Caroline Braet, als psychologe aan de universiteit Gent gespecialiseerd in obesitas bij kinderen. De gevolgen van die extra kilo's zijn niet min: doorgaans sterven obese mensen tien jaar eerder dan hun gezonde leeftijdsgenoten. En ondertussen riskeren ze ernstige diabetes, beenderfracturen, darmklachten en hartfalen. Vaak volgen kinderen met obesitas ook een lagere opleiding, omdat ze nogal wat zelfvertrouwen missen.

Alles wijst er bovendien op dat het aantal jongeren met obesitas alleen maar zal toenemen. "We stammen allemaal af van voorouders met sterke genen, die er in slaagden voedsel om te zetten in vetreserves. Vroeger was dat essentieel om te overleven", verklaart Braet. "Maar vandaag bewegen we minder, terwijl er zoveel meer voedsel is: we gaan vaker uit eten, kiezen voor kant-en-klare maaltijden vol verborgen vetten. Ondertussen gaan minder jongeren met de fiets naar school, terwijl ze langer voor de televisie zitten. In verhouding met onze verbranding eten we collectief ongezonder, en die overschotten zetten we om in vet."

Wanhoopspogingen

Gillian en Kim verblijven al bijna een jaar in het Zeepreventorium in De Haan. Net als de ruim 120 andere kinderen en jongeren die hier komen om te vermageren, leden ze aan extreme of morbide obesitas. Daarmee hoorden ze bij de 3 procent zwaarsten van hun leeftijd. Wie zich hier aanmeldt, heeft er per definitie een hele voorgeschiedenis van mislukte diëten en andere wanhoopspogingen, het Zeepreventorium is vaak de allerlaatste hoop. Gillian: "Diëten, poedertjes, ik denk dat ik zowat alles heb geprobeerd."

"Obesitas is een ziekte en een operatie is op dit moment de beste oplossing. Want het gewichtsverlies is duurzaam", zei de Brugse chirurg Bruno Dillemans, gespecialiseerd in gastric bypasses en voorzitter van de Belgian Section of Obesity and Metabolic Surgery, vorige week in de bijlage Zeno in deze krant." Dillemans vindt ook dat zestienjarigen in aanmerking moeten komen voor zo'n operatie.

Daar is Braet het niet mee eens: "Zestienjarigen zijn te jong om de consequenties in te schatten van een beslissing die over de rest van hun leven gaat. Zo neem je na een operatie nooit meer op dezelfde manier vitamines op. Welke impact heeft dat dan als je later zwanger bent?"

An Vandeputte van expertisecentrum Eetexpert.be is niet resoluut tegen een operatie, zolang die deel uitmaakt van een traject. "Een operatie zonder dieetadvies of psychologische begeleiding is zinloos. Het Zeepreventorium bewijst ook dat het anders kan en dat een operatie echt niet de enige oplossing is. Er zijn alternatieven die werken."

Televisie uit

Gillian is inmiddels 47 kilo afgevallen. Hij oogt slank, vlot en vrolijk, lijkt nog amper op de jongen op de foto die bij zijn opname werd gemaakt. Niet uitzonderlijk voor wie het hier volhoudt, zegt psychologe Ann Tange. "Toch gaat het uiteindelijk niet om de kilo's. Hun overgewicht is de ingangspoort, maar wat ze hier uiteindelijk leren, is gezond leven, zich goed voelen, weer vrienden maken."

In het Zeepreventorium krijgen de jongeren structuur, ondervinden ze aan de lijve wat het betekent om gezond te leven en te bewegen. Voor sommigen betekent dat leren broccoli eten, of voor het eerst soep proeven. Anderen hebben vooral nood aan beweging, of ze hebben er baat bij om samen met de psycholoog te achterhalen wat voor hen de betekenis is van eten, of waarom ze eten als ze zich slecht voelen."

Kim, inmiddels 30 kilo afgevallen: "Ontbijten, dat deed ik vroeger niet. Overdag at ik weinig, 's avonds heel veel. En als ik daarna nog honger had, dan dook ik in de ijskast. Hier heb ik geleerd om drie keer per dag een grote portie te eten, en een appel om tien uur. Vooral dat ontbijt was lastig in het begin. Ik wilde dat niet, had dat nooit gedaan."

Sara, 18 jaar en 35 kilogram lichter, vertelt dat ze hier heeft leren bewegen. "Vroeger zou ik de tram genomen hebben, nu ga ik met de fiets naar de winkel. Ik hang ook minder in de zetel, soms ga ik zelfs wandelen, zomaar, zonder bestemming. (laconiek) Sinds ik hier woon kan ik toch niets meer volgen op tv, dus kan ik evengoed iets anders gaan doen." Gillian: "Thuis ben ik heel vrij opgevoed, hier leef ik best gestructureerd. Hoe ik dat heb volgehouden? Ik zag dat het me hielp."

Wat deze jongeren hebben, zegt Tange resoluut, is een chronische ziekte. "Het heeft een tijdje geduurd voor de maatschappij dat heeft aanvaard. De perceptie leeft nog steeds dat deze kinderen geen wilskracht hebben of te veel eten. Sommigen eten nochtans echt niet meer dan anderen, maar hebben gewoon de pech dat hun motor niet zo snel verbrandt. En ja, soms zitten er fouten in hun levensstijl en vinden ze het soms normaal om elke dag fastfood te eten. Maar is dat per se hun schuld? Vroeger kocht je op zondag pistolets bij de bakker, vandaag vind je overal een heel assortiment."

Geen boot camp

Het Zeepreventorium staat er dan ook op de kinderen niet te veroordelen. "Het is net belangrijk dat we positief blijven", zegt Tange. "Dat we duidelijk maken dat we in de jongeren geloven, en dat we vertrekken van wat ze nog kunnen. Voor buitenstaanders stelt dat vaak weinig voor, maar voor sommige jongeren is het heel wat om van het ene gebouw naar het andere te wandelen."

"Volgende maand komt een meisje van zestien. Ze is 1,63 meter groot en weegt 164 kilo. Denk je dat die ver kan wandelen? Als we naar het strand gaan, dan houden we daar dus rekening mee, en plannen we rustplaatsen in, zodat ze af en toe kan gaan zitten. Het is zo belangrijk dat ze het gevoel heeft dat ze toch nog iets kan. Veel van onze jongeren zijn lang gepest, zijn sociaal geïsoleerd, gaan niet meer naar school. Wat wij proberen is hen opnieuw een gevoel van competentie te geven. Als ze hier na een jaar vertrekken en ze komen weer bij, moeten ze sterk genoeg staan om hun gewicht opnieuw aan te pakken."

Geen boot camp dus. Evenmin een streng dieet of konijnenvoer. "Het is helemaal niet de bedoeling dat de kinderen honger lijden of dat plots allerlei dingen niet meer mogen. Op de salade kan ook gerust wat vinaigrette, maar het best een lichte variant. Want, zo leren we hen, ze hebben een ziekte waardoor ze op hun eten moeten letten", legt Tange uit. "Ook snoepen is niet verboden. Pannenkoeken komen hier nog steeds op tafel, maar geen tien meer, en enkel als het past binnen het dagschema. En als de jongeren een weekendje naar huis gaan, dan spreken we af dat ze in plaats van een hele avond maar twee uur tv kijken. Je ziet wel dat zoiets werkt."

"Makkelijk was het niet, en het duurt lang om oude gewoonten aan de kant te schuiven", knikt Sara. "Maar het zou me niet gelukt zijn als ze me hadden gezegd dat ik nooit meer ongezonde dingen zou mogen eten. Nu weet ik dat ik alles mag eten, maar dat ik wel moet opletten."

Met die positieve, stap-voor-stapaanpak vervult het Zeepreventorium overigens al bijna twintig jaar lang een pioniersrol. Vroeger was obesitas exclusief terrein van artsen en diëtisten, tot de Universiteit Gent Caroline Braet als psychologe mee op de zaak zette. "Over die unieke aanpak heeft het VRT-programma Oogappel in in 1989 nog een reportage gemaakt. Van die stapsgewijze aanpak met contracten en beloningen heb ik nadien een kindvriendelijke variant gemaakt, en ik heb er meteen ook onderzoek aan gekoppeld."

Inmiddels hebben gespecialiseerde centra in Israël, de Verenigde Staten, Scandinavië, Australië deze methode overgenomen. Vorige week nog publiceerde de Nederlandse krant Het Parool een artikel over een een ziekenhuis dat nu ook voor 'de softaanpak' kiest, afgekeken van Zweden. "Maar dat doen wij dus al twintig jaar, Zweden heeft hier de mosterd gehaald", zegt Braet.

Het illustreert in elk geval dat het strenge dieet zijn hoogtepunt achter zich heeft. Braet: "Het besef groeit dat de klassieke programma's niet werken. Je eetgewoontes drastisch omgooien lukt even, maar je houdt het geen leven lang vol. Wat wij propageren, zijn minimale veranderingen, genoeg om overtollige vetophoping te vermijden. Voor sommige kinderen volstaat het al om water te drinken in plaats van frisdrank." De resultaten stemmen in ieder geval hoopvol: 80 procent van de kinderen slaagt erin dat evenwicht op korte termijn te vinden, zes op de tien houden dat acht jaar later nog steeds vol.

Toch blijft het volgens Braet soms vechten tegen de bierkaai. "De aandacht voor obesitas als probleem neemt toe. Maar het loopt nog fout bij de vroegtijdige screening en eerstelijnshulp. Een mollig kind is al te zwaar. Maar vaak zien mensen het probleem niet. Of ze denken aan die klassieke vrouwenbladdiëten, en hebben daar geen zin in. Vaak hebben ze ook al zoveel geprobeerd. Die eerste stap zetten, dat blijft moeilijk." Beleidsmatig ligt obesitas bij kinderen ook een beetje moeilijk: preventie is een Vlaamse materie, behandeling is federaal. "Vraag is onder welke noemer deze kinderen thuishoren? Voorlopig vallen ze een beetje tussen beide criteria in."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234