Zondag 26/06/2022

Een gevecht tussen vers, verf en vergezicht

poezie

drieëntwintigste poëziezomer in watou blijft afsmaken

Drie seizoenen per jaar is Watou een door God en mens vergeten gat in 'de aars van het Nederlandstalige gebied'. Tot de zomer aanbreekt. Dan mag een elk jaar wisselende selectie van Nederlandstalige dichters en beeldende kunstenaars uit alle windrichtingen er zich aan een gevecht en/of vrijage met elkaar en het landschap wagen.

Watou

Eigen berichtgeving

Jeroen de Preter

Het recept mag na 22 edities dan wel bekend zijn, smaken en - belangrijker nog - afsmaken doet de Poëziezomer van Watou nog altijd. De 23ste editie van de expositie streelt en bruskeert de zinnen en het verstand als vanouds, en dat is niet in de laatste plaats de verdienste van dichter en bezieler Gwy 'Guido' Mandelinck en diens bekommernis om zijn Poëziezomer - "mijn groot Zomergedicht" - telkens weer een iets andere invulling te geven.

Contentement is er bij Mandelinck maar zelden bij. "Bij de eerste perfecte Poëziezomer stop ik ermee." Dus blijft hij jaar in jaar uit, herfst na herfst, winter na winter, lente na lente, een utopie najagen: de symbiose van vers, verf, vergezicht of, evengoed, sound- and landscape.

De meest in het oog springende innovatie van deze editie is een anachronisme. De 39 door Mandelinck geselecteerde gedichten worden in handschrift en op canvas gepresenteerd. Geen kalligrafie, goddank, wel het zwierige schoonschrift (Lanoye of, jawel, Van Bastelaere) of de onzekere hanenpoten (Campert en Komrij) van de dichters zelf. Het is een ideetje dat, zoals wel meer goede ideeën, uit geldnood groeide. Mandelinck klaagt, zeker nu verwante en naburige projecten als 2003 Beaufort en Literaal al onmiddellijk met de grote geldzak mogen zwaaien, steen en been. Was er vorig jaar nog geld genoeg om de visualisering van de gedichten uit te besteden aan scenograaf Niek Kortekaas, dan moest er dit keer - de gretigheid waarmee gastcuratoren Jan Hoet en Michel Dewilde beeldend werk naar Watou haalden, zal er wellicht niet vreemd aan zijn - een goedkoop alternatief gevonden worden.

Het klinkt cynisch, maar als toeschouwer kun je er niet echt rouwig om zijn. Uitvergroot op canvas vormen deze handgeschreven gedichten een sereen en visueel aantrekkelijk tegenwicht voor het spektakel dat zelfs de meest intimistische beeldende kunst biedt. Bovendien doet zo'n handschrift in het beste geval wat ook de voorlezende dichter in een bevlogen moment wel eens wil doen: zijn of haar gedicht een nieuwe dimensie geven, de toehoorder of de kijker nog dieper laten binnendringen in het geheim en de intimiteit van zijn of haar vers.

Helemaal mooi, zelfs bijna voyeuristisch wordt het als zo'n handgeschreven gedicht nog eens de ondersteuning krijgt van de stem van de dichter. Voor die unieke sensatie zorgt het gedicht 'Totaal witte kamer' van Gerrit Kouwenaar, opgesteld in het vorig jaar in ongebruik geraakte, spierwit geverfde postgebouw van Watou, een nieuwe locatie. "En dat wij dan bijna het volmaakte napraten", dicht Kouwenaar hier, bijna volmaakt, "alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar."

De kamer ernaast werd gereserveerd voor onwezenlijke beelden van het hooggebergte, werk van de Zwitser Balthasar Burckhard. Hogerop in dit postgebouw wordt het "over de velden van het niets" van H.H. ter Balkt en foto's van in nevelen gehulde fjorden alleen nog maar ijler, nog witter.

Rood is de dominerende kleur in het Douviehuis, het hoevecomplex aan het dorpsplein waar de bezoeker zijn parcours volgens het boekje hoort te beginnen. Voor de stedeling die naar de Poëziezomer was gekomen om er zijn jaarlijkse shot pastorale idylle te scoren, zal het er even schrikken zijn. Het rood waarvan sprake is het helrood van het bloed dat vloeit bij moord, verkrachting, amputatie, mutilatie en oorlog.

De Brit John Isaacs is hier present met een gruwelijk realistische afgehakte arm. Op de hand staat het woord 'HATE' getatoeëerd. Dichteres Anna Enquist laat hier boze wolven los die "huilen / om wat voorbij ging", de Nederlandse schilder Ronald Ophuis is hier vertegenwoordigd met een schilderij dat 'de zelfmoord van Mala Zimmerbaum voor haar executie' heet en zich na één keer bekijken voor eeuwig in je netvlies wil branden. Iets vergelijkbaars probeert een naamloze, Permeke-achtige figuur, lijdend op een brits, omkranst door de bloedrode ruimte, een verpletterende tekening van de vermaarde Zuid-Afrikaan William Kentridge.

Mag er in dit Douviehuis dan niet gelachen worden? Toch wel, al is het lachen met humor van een grimmige soort. In een van de aanpalende schuren toont een wazige video een man die in de grootstad doolt. Lusteloos maar zonder te versagen trapt hij tegen een emmertje, de gids die hem de weg naar nergens wijst. Grootstedelijke videokunst, het is een genre dat hier erg nadrukkelijk aanwezig is en allicht nergens nog zoveel indruk kan maken als in een schuur in boerendorp Watou. Maar of je daarom ook meteen van een geslaagde integratie tussen kunst en omgeving mag spreken?

Dat Watou en de grootstad twee totaal verschillende werelden zijn, je hebt er de Poëziezomer niet voor nodig om dat te beseffen. De contrastwerking is soms te veel een trucje, wat te voor de hand liggend om er echt van op te kijken. De manier waarop hofkunstenaar Dirk Braekman met de locatie speelt, is bijvoorbeeld een pak minder stereotiep. Braeckman, een van de (te) zeldzame kunstenaars die zijn werk ter plekke maakte, boorde een gat in de voorgevel van het Douviehuis en plaatste er een lens in. Een heuse camera obscura die het leven op, om en boven het archetypische dorpsplein ook letterlijk op zijn kop zet. De projectie van het plein is een bedwelmend, voortdurend wisselend spektakel van over de vloer jagende wolken en tegen het plafond wandelende gestalten, waar je uren naar kunt kijken, net zo lang tot je begrepen hebt wat Peter Verhelst ons hier in de oren fluistert.

Een aanzienlijk aantal van de door Hoet en Dewilde geselecteerde werken draagt de signatuur van kunstenaars die (nog) nauwelijks of geen faam genieten. "In Watou wordt niet voor zekerheden gekozen", lees je in de persmap. Een enkele keer blijkt dat een interessante optie. In de Grensland-stal, bijna op de grens met Frankijk, zette Angelo Vermeulen een Cloaca-achtige machine neer die verschillende tinten van groen produceert. Algen, die volgens de kunstenaar groeien dankzij de kosmische stralen die opgevangen worden door de schotelantenne die wat verderop tussen de schapen werd neergepoot. Vernuftig, geestig én poëtisch, Angelo Vermeulen slaagt hier waar nogal wat aanstormend talent faalt. Want optornen tegen de kracht van deze omgeving, het is niet iedereen gegeven.

Zelfs Oostenrijker Franz West, in de wereld van de hedendaagse kunst een naam die klinkt als een klok, blijkt er niet tegen opgewassen. Zijn reusachtige worm is, op de voorgrond van een panoramisch zicht op het heuvelland, maar een mager beestje. Voor de hoogtepunten van deze 23ste Watou zorgen dan ook de dichters en kunstenaars die, zoals Vermeulen en Braeckman, heel duidelijk over het landschap of het dorp hebben nagedacht, of zij die eenvoudigweg zo 'n goed werk maken dat je mond er in om het even welke omgeving bij openvalt.

Zo'n werk is het duo 'opgezette' paarden van Berlinde De Bruyckere in de Douviehoeve, een apocalyptische span merries dat ook qua anatomische dynamiek in de buurt komt van de oude Rubens; zo'n werk is ook de twintigdelige, overrompelende en binnenkort in bundelvorm te verschijnen gedichtencyclus van Leonard Nolens die in de oude theaterzaal van Watou wordt geprojecteerd: wij-gedichten die ook over u gaan, al is Nolens' litanie mogelijk gewijd aan een generatie die niet de uwe is. Allen daarheen.

Poëziezomer van Watou, van 6 juli tot 7 september, elke dag van 14 tot 19 uur, op zon- en feestdagen vanaf 11uur. In augustus en september treedt elke zondag een andere dichter op. Een ticket kost 9 euro, een gids 62 euro. Meer informatie op www.poeziezomerswatou.be

Hoogtepunten zijn kunstenaars die over landschap en dorp hebben nagedacht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234