Zondag 07/08/2022

Een geniaal spel met maskers

Wie was Louis Paul Boon? Een schrijver die met literaire bommen de burgermaatschappij probeerde op te blazen, of een volksmannetje dat vooral hield van grapjes, een pintje en de meisjes? In zijn biografie Gelijk een vis zwemt, moet ik schrijven gaat Kris Humbeeck op zoek naar de ware aard van Boon, om tot de ontdekking te komen dat er niet één, maar vele Bonen zijn. Een gesprek over het maskerspel van een meesterlijk acteur en auteur.

Had Louis Paul Boon ooit verwacht dat een hoogleraar een boek over zijn leven zou schrijven?

"Hij vreesde dat. Boon was een autodidact met een groot wantrouwen tegen alles wat te maken had met een wetenschappelijke benadering van literatuur. Hij heeft enkele literatuurwetenschappers gekend, zoals professor Herman Uyttersprot, de zeer erudiete kenner van Kafka en van Van Ostaijen, die Van Ostaijens grotesken eindelijk de aandacht heeft geschonken die ze verdienen. Boon vond Uyttersprot een ongelooflijk charmante, intelligente en erudiete man, met wie hij graag mocht praten. Maar hun gesprekken gingen niet over literatuur. Hij vond dat Uyttersprot veel inzicht had in politieke problemen, maar dat hij weinig te vertellen had over literatuur. Dat is de houding van de schrijver die gevormd is door de praktijk, door het milieu waaruit hij komt en heel zeker ook door enkele persoonlijke ervaringen en die per definitie vindt dat literatuur niet thuishoort op de universiteit, de 'fabriek van 't universeel verstand'.

"Wat Boon het meest vreesde, was dat men de schrijver zijn geheim probeerde te ontfutselen. Dat je als wetenschapper in staat zou zijn iemands werk te herleiden tot de context, of dat je de essentie ervan in één zin zou kunnen vatten. Dat kun je afleiden uit wat Boon geschreven heeft over Uyttersprot, maar nog meer uit wat hij schreef over Pierre H. Dubois. Dubois heeft op een gegeven moment een dun boekje over Bordewijk geschreven, een van de weinige schrijvers in ons taalgebied waar Boon een oprechte bewondering voor koesterde. Boon had de indruk dat Dubois F. Bordewijk, bij uitstek de schrijver van het vreemde en geheimzinnige, probeerde te rationaliseren. Hij wou het geheim Bordewijk als het ware oplossen. Zo vulde hij het mysterieuze initiaal F. in en dat mag je niet doen, daar heeft Boon gelijk in. Maar ik denk dat er intussen, en dat is geen oratio pro domo, veel veranderd is in de wetenschappelijke benadering van literatuur."

De literatuurwetenschap is nu geëvolueerd in een richting die Boon graag had gezien: niemand denkt nog dat als je de mens en z'n milieu kent, ook zijn werk daarmee is verklaard.

"Ja, ik denk dat je als biograaf niet de pretentie moet hebben om de ziel van een schrijver bloot te leggen en zo een soort verklaringsmodel te vinden voor zijn werk. Ik denk dat je dat vooral niet bij Boon moet doen. Het uitgangspunt van deze biografie is dat Boon een komediant was zonder voorgaande, dat alles een maskerspel was, in de literatuur en voor een groot deel ook erbuiten. Maar het was een functioneel maskerspel. Een Boon-biograaf staat voor de uitdaging om de functie van dat spel te beschrijven en niet in de val te trappen door te denken dat alles wat Boon heeft gezegd en geschreven, ook authentiek is."

Als Boon zo'n groot wantrouwen koesterde tegen de literatuurwetenschap, heeft hij dan geen brieven of dagboeken verstopt om de onderzoekers te vlug af te zijn?

"Nee, ik denk niet dat Boon doelbewust dingen heeft weggestopt, maar hij was wel een ongelofelijke sloddervos. Een aantal keren heeft hij toch dingen verbrand: brieven die achteraf gezien erg belangrijk waren, enkele oerversies van boeken en erg veel plastische werken. Uit getuigenissen kun je afleiden dat Boon dat niet deed uit vrees dat het ooit zou worden gebruikt voor een biografie - daar dacht hij in eerste instantie helemaal niet aan. Er zijn wel enkele passages in de Boontjes die in de Vooruit gepubliceerd werden, waarin hij misschien al wat knipoogjes geeft aan zijn toekomstige biograaf, maar je kunt je afvragen in hoeverre dat als grapje bedoeld was.

"Het is wel zo dat Boon erg emotioneel heeft gereageerd op bepaalde gebeurtenissen in zijn leven en dat hij in die perioden veel heeft vernietigd, bijvoorbeeld in januari 1949, toen zijn zuster Jeanneke overleed. Ook toen hij uit krijgsgevangenschap terugkeerde, zat hij fysiek en mentaal aan de grond. Op die momenten heeft hij tekeningen en schilderijen vernietigd, bij wijze van spreken daags nadat hij ze had gemaakt, omdat naar zijn zin niets goed genoeg was.

"Maar bepaalde dingen heeft hij wel vernietigd om ze te onttrekken aan mogelijke getuigen later. Zo vreesde hij dat een paar passages uit de oerversie van De Kapellekensbaan hem schade konden berokkenen. Daarin noemt hij een aantal mensen waar hij min of meer afhankelijk van was. Uit onderzoek van latere versies kun je afleiden, al blijft het natuurlijk wel een hypothese, dat die oerversie een echte afrekening moet zijn geweest met mensen van De roode vaan. Die heeft hij volgens mij doelbewust doen verdwijnen."

Hebt u, afgezien van de documenten die Boon zelf vernietigd of verborgen heeft, alle interessante bronnen teruggevonden?

"Nee, en dat is een van mijn grote frustraties. Je weet dat particulieren in het bezit zijn van een heleboel materiaal, niet zozeer voor een biografie maar voor een wetenschappelijk verantwoorde uitgave van het verzamelde werk, en je kunt vermoeden dat het nog even zal duren voor die mensen dat materiaal ter beschikking zullen stellen. Ik ben er bijna zeker van dat bepaalde mensen het materiaal hebben dat nodig is om een nieuwe editie te maken van De paradijsvogel, naar mijn mening niet een van de beste romans van Boon, maar wel de interessantste."

Het feit dat Boon correspondeerde met Elsschot kwam onlangs onder de aandacht door de dreigende verkoop van die brieven. Zijn er in het Boon-onderzoek ook commerciële kapers op de kust, speelt dat mee bij die particulieren?

"Ik weet niet of hun motieven alleen commercieel zijn, ik denk dat het allemaal heel erg complex is en dat er zoveel in meespeelt dat het nauwelijks uit te leggen valt."

Zijn ze emotioneel gehecht aan die papieren?

"Ja, maar die documenten met emotionele waarde zijn meestal wel opgedoken, en dat is voor een biograaf natuurlijk erg prettig. Zo heb ik in mijn onderzoek voor de biografie de oerversie van Mijn kleine oorlog teruggevonden en dat heeft de biografie in een andere richting gestuurd, want in de oerversie worden de echte namen van de personages gegeven en zo kom je te weten dat Boon voor zijn personages zelden één bepaald iemand als model heeft genomen.

"Je krijgt altijd een soort drager in de werkelijkheid, maar die drager is alleen maar een kapstok om er een heleboel andere dingen aan te hangen. Dat zie je bijvoorbeeld bij Albertine Spaans, een fascinerende figuur die gecompileerd is uit minstens twee reële personen. Je ziet ook hoe namen een allegorische betekenis krijgen. Zo neemt Boon een collaborateur die Vlasschaard heet als drager voor verschillende vormen van collaboratie en noemt hij hem, niet zonder allegorische bedoelingen, Valsschaard. Dan wordt het voor een biograaf echt wel spannend, omdat je iets voelbaar kunt maken van de spanning tussen literaire werkelijkheid en historisch-biografische werkelijkheid. Dat is het spel - ik zou in mijn enthousiasme durven zeggen het geniale spel - dat de schrijver Boon speelt."

Vind je dat spel ook terug in het dagboek van Boon, dat tot de laatste weken voor zijn dood loopt en waaruit onlangs fragmenten zijn gepubliceerd in Maatstaf?

"Dat is eigenlijk niet echt een dagboek. Het heet Het dagboek van meneerke Boin en dat meneerke Boin is een personage. Ik denk niet dat Boon zo naïef was te denken dat je zoiets als een authentiek dagboek kunt schrijven. In dit 'dagboek' zit meer dan alleen maar de kiemen van een fictionalisering, die in elk dagboek te vinden zijn. Die kiemen zijn hier al een plantje geworden, de aanloop naar een nieuwe bekentenisroman. Het is dan ook interessant te weten dat de schrijver dat masker van meneerke Boin al eens had gebruikt in een van zijn meest complexe en helaas ook meest onderschatte boeken, de pseudobekentenisroman Als het onkruid bloeit. Dit dagboek heeft dus onmiskenbaar een literaire pretentie."

Als een authentiek beeld van Boon moeilijk in zijn teksten te vinden is, kun je misschien betrouwbaarder informatie krijgen van een levende bron. Vandaar misschien dat u elke week bent gaan praten met zijn vrouw Jeanneke.

"Iedereen wordt in zijn herinnering gestuurd, ook Jeanneke. Zij heeft haar beeld van Louis, en dat wijkt zo sterk af van het beeld dat anderen van hem hebben, dat je moet concluderen dat er niet één Boon is, maar verschillende Bonen, die naar gelang van de omstandigheden verschillende rollen spelen. Ik denk dat dat bij elk mens het geval is, maar je hebt ook schrijvers die dat cultiveren. In onze literatuur zijn er twee die dat doen, zij het met een ander oogmerk: Boon en Claus.

"Het is misschien vreemd om die twee wat dat betreft bij elkaar te brengen, omdat Boon lange tijd, nu misschien wat minder, het imago heeft gehad van een ietwat simpel mannetje dat vanuit een primair rechtvaardigheidsgevoel bepaalde dingen afkeurde en dat dan spontaan opschreef. Zijn boeken werden, om het met de woorden van Marnix Gijsen te zeggen, aangezien als 'het werk van een temperament'. Een temperament dat dan wel eerst tien- en tientallen literatuurkritieken had geschreven om zich bewust te worden van wat hij zelf wilde, die zijn romans weloverwogen heeft gecomponeerd, maar dat kwam helemaal niet ter sprake omdat het afweek van de geldende literaire norm op dat moment. Je kunt dus zeggen dat Boon en Claus allebei maniëristen zijn, maar ieder natuurlijk op zijn eigen manier."

Heeft Boon door zijn optreden in televisiespelletjes dat imago van het simpele mannetje niet versterkt?

"Dat klopt, en Boon cultiveerde ook zelf het imago van het onbeholpen in het leven staande mannetje dat niet al te veel gelezen had en dat zich nog het liefst bezighield met een grapje, een pintje en de meisjes. Dat is de Boon die de meeste mensen van de televisie kennen. Maar dat is een masker. Net zoals je ook een Boon hebt die schrijft: 'Schop de mensen tot ze een geweten krijgen,' ongetwijfeld de meest geciteerde zin uit zijn hele oeuvre. Daar heb je niet te maken met een volksmannetje, maar met iemand die zich boven het volk verheft en vindt dat hij een boodschap te verkondigen heeft in deze aanmodderende en in nihilisme verstarrende wereld.

"Je moet je er dus goed bewust van zijn dat hij op dat moment niet vanuit zichzelf spreekt, zoals sommigen het graag zouden hebben, maar dat hij een masker opzet, een masker dat, en nu wordt het pas echt interessant, biografische gronden heeft. Want hier zet Boon het masker op van Louis Verbestel, zijn grootvader van moederskant, een man met een bijna oudtestamentisch rechtvaardigheidsgevoel, die politiek actief was in Aalst.

"Als Boon in de jaren vijftig merkt dat hij door dat masker toch wel een heel idealistisch imago heeft gekregen, wil hij ervan af. Hij zet dan het masker op van de volstrekte tegenpool van Louis Verbestel: zijn grootvader van vaderskant, Sooike Boon. Dat was een entertainer die gewoon het beste probeerde te maken van het leven, die tevreden was als hij zijn pintje had en als hij af en toe eens twee dagen kon verdwijnen om de bloemetjes buiten te zetten. Dat was het masker van Boon in de jaren vijftig en zestig: een burgermannetje dat op de barricades heeft gestaan, maar dat nu een buikje heeft gekregen en af en toe nog wel eens melancholisch terugdenkt aan de goeie ouwe revolutionaire tijden.

"Als je daar allemaal in trapt, heb je bijzonder weinig aan het latere werk van Boon, en ook aan de Boontjes, behalve dan het plezier van het moment. En dat is wat ik in deze biografie wil doen: dat rollenspel van Boon reconstrueren, uitleggen waarom hij nu eens het ene en dan weer het andere masker opzet, hoe hij daar een bepaald effect mee wil sorteren en ook wel eens gefrustreerd raakt wanneer dat niet lukt. Want het publiek had alleen maar oog voor de rol die hij speelde, en zag niet dat Boon een acteur was, die zijn rol weliswaar vanuit een diep en authentiek gevoel vertolkte. Maar het was telkens maar één van Boons vele gezichten, niet zijn enige echte gezicht."

Ondanks alle aandacht die hij kreeg voelde Boon zich miskend. In een interview met Vrij Nederland heeft Jeanneke ooit gesuggereerd dat Louis best wel eens zelfmoord zou kunnen hebben gepleegd. Wat denkt u daarover?

"Wij hebben daar ook onderzoek naar verricht en uit het medisch rapport blijkt dat Boon, die aan een maagzweer is gestorven, onmogelijk zelfmoord kan hebben gepleegd. Jeanneke gelooft dat intussen ook niet meer, en zo zie je hoe het beeld dat je van iemand hebt, kan verschuiven. Jeanneke had ook een idee van Louis' engagement in het verzet en de communistische partij dat niet strookte met de werkelijkheid. Mijn onderzoek heeft Jeanneke dus ook met het besef geconfronteerd dat Louis, hoe intiem ze hem ook kende, altijd nog aspecten had die ze niet had vermoed. En dat je iemand nooit helemaal kunt doorgronden, hoeveel je ook van hem houdt en hoe lang je ook met hem samenleeft.

"Boon heeft dus geen zelfmoord gepleegd, maar op het moment dat hij stierf was hij wel helemaal opgeleefd. Het is dus wel waar dat Louis zich tijdens zijn leven niet goed verzorgd heeft. En dat is een eufemisme: door zijn levensstijl, met al dat roken en drinken, heeft hij vroegtijdig zijn eigen dood veroorzaakt."

Toen Boon stierf was hij een gedoodverfd Nobelprijswinnaar. Was dat ook een reden waarom hij zich miskend voelde?

"Ja, ook al zal de publieke opinie daar misschien niet zo over gedacht hebben. Op de televisie zei Boon hoe opgelucht hij toch wel was dat hij de Nobelprijs niet had gekregen. En dat hij blij was voor Montale, dat Italiaans coureurke dat nu met zijn fiets helemaal naar Stockholm mocht om zijn prijs af te halen. Mij niet gezien, zei Boon. Maar hij was wel degelijk teleurgesteld. Claus heeft die pose goed doorzien, zoals je kunt lezen in een passage van Belladonna: hij beschrijft daar op een ironische manier die bewuste uitzending. In plaats van de Nobelprijs gaat het dan wel om de Michelinprijs van de stad Dendermonde. Want Boon reageert alsof het niet de hoogste vorm van internationale erkenning is die een schrijver kan krijgen, maar een provinciaal prutsprijsje.

"Maar die opluchting is ook weer niet zuiver pose, want Boon had wel degelijk zijn twijfels over de erkenning die zo'n literaire prijs meebrengt. Hij was bang een geïnstitutionaliseerd auteur te worden, een monument met een maatschappelijke boodschap, die wanneer de maatschappij hem aan de borst zou drukken, ook meteen doodgedrukt zou worden. Toch hoopte hij ook dat de Nobelprijs hem van het stigma van schrijvend volksmannetje zou afhelpen en dat hij gewaardeerd zou worden als een schrijver van wereldformaat, zoals John Dos Passos, Alfred Döblin of Andrej Platonov.

"Boons ambivalente houding tegenover de Nobelprijs vat perfect de dramatiek samen van zijn verlangen om begrepen te worden en de angst om nog maar eens verkeerd begrepen te worden. De Nobelprijs is dé metafoor voor Boons frustraties in de tweede helft van zijn carrière."

Eerder dit jaar werd het evenwicht in de subsidies voor het Boon- en het Gezellejaar hersteld: ieder kreeg zo'n vier miljoen frank. Is geldgebrek, waardoor u maar mondjesmaat onderzoek hebt kunnen doen, de reden waarom uw biografie niet meer in het Boonjaar kan verschijnen?

"Nee, dat speelde niet mee. En laten we daar niet zielig over doen: de stad Aalst heeft ook ruim haar bijdrage aan het Boonjaar geleverd. Het is vooral een kwestie van tijdgebrek, aangezien ik ook nog mijn academische plichten heb en ben moeten inspringen voor de organisatie van de Boon-tentoonstelling in Aalst. Toen ik me realiseerde dat het dit jaar niet meer kon, ben ik wel voor het eerst in mijn leven depressief geworden.

"Het is niet zozeer het geld dat het onmogelijke mogelijk heeft gemaakt, maar vooral de hartelijke medewerking van Jeanneke en de familie Boon, de hulp van een historicus als Jos Ghysens en de inzet van het team van het Booncentrum, en in het bijzonder van Bart Nuyens, Koen Haagdorens en Machteld van de Perre, die de laatste maanden weekends en nachten hebben opgeofferd om aan de tentoonstelling en de biografie te werken.

"Nu vind ik die verlate publicatie minder erg, want de tentoonstelling in Aalst volgt eigenlijk ook het stramien van de biografie, al belicht ze maar een bepaald facet van Boons werk. Die tentoonstelling kan ik gebruiken als een testcase om respons te krijgen op mijn werk en zo eventueel nog dingen te corrigeren of aan te vullen, zodat het uiteindelijke verhaal over het leven van Boon, dat volgend jaar verschijnt, veel rijker, correcter en overtuigender zal worden dan het nu is."

Het eerste hoofdstuk van uw verhaal over Boon is al verschenen als een deel van de Boonstudies. Daar legt u een verband tussen Boon en Conscience, de twee grote volksschrijvers. Zijn er niet meer verschillen dan gelijkenissen tussen die twee?

"Boon is eigenlijk een anti-Conscience. Conscience was een romantisch schrijver die de werkelijkheid op een idealiserende en moraliserende manier beschreef. Boon is antiromantisch, hij past meer in de realistische en naturalistische romantraditie van Zola in de negentiende eeuw. Boon had wel een ethisch en politiek project, maar als hij al een moralist was, dan was hij een averechtse moralist zoals Nietzsche, met een grote belangstelling voor het kwade en het donkere in de mens.

"Boon en Conscience zijn in zeker opzicht elkaars tegengestelden, maar er zijn ook belangrijke gelijkenissen. Zo groeiden ze allebei op in een burgerlijk milieu dat geen hoge dunk had van hun artistieke of literaire ambities, en beschikten ze allebei over een ongelooflijk sterk retorisch vermogen, waardoor ze een breed publiek konden bereiken. En Conscience is daarin geslaagd - helaas, zou ik zeggen.

"Boon ook hoor. Zo werd zijn debuut De voorstad groeit, een roman die niet strookte met de politieke en al helemaal niet met de literaire ideeën die de sterk genazificeerde kritiek hoog aansloeg, uitgebracht in volle bezettingstijd en nog ongelooflijk positief onthaald ook. Zelfs de meest zwartdenkende critici jubelden over Boon en zeiden: 'Deze man hebben wij nodig voor de nieuwe literaire orde.' Dat heeft alleen te maken met dat retorische vermogen, de suggestieve kracht van Boon."

Met welk soort aandacht zou Boon het meest opgezet zijn: met die van het volk voor de tentoonstellingen en theaterproducties of met die van de intellectuelen die hier in het Booncentrum zijn teksten ontleden?

"Die vraag mag je niet stellen. Boon zou erg ongelukkig zijn geweest met dat soort keuze. Hij wou allebei, net als Emile Zola, zijn grote voorbeeld. Zola's experimentele romans sloegen aan bij zowel het grote publiek als bij de literatuurkritiek, en wat ook erg belangrijk is: ze wogen op de politieke besluitvorming van die tijd. Dat was ook de utopie van Boon: een roman schrijven als bijdrage aan een maatschappelijke bewustwording die ook tot een maatschappelijke verandering zou leiden. Met dat verschil dat Boon in zijn experimentele romans geen gebruik maakt van negentiende-eeuwse realistische verteltechnieken, maar van twintigste-eeuwse modernistische trucjes."

In het eerste hoofdstuk besteedt u ook veel aandacht aan Boons geboortestad. Waarom is Aalst zo belangrijk voor hem?

"Aalst is niet alleen onze nationale geschiedenis in een notendop, het houdt ons ook een spiegel voor over de op- en neergang van de industriële wereld. Boon projecteert eigenlijk al zijn ideeën en idealen over die wereld op Aalst, zodat die stad in zijn werk dezelfde plaats inneemt als Berlijn bij Döblin: het is een internationale, universele locatie.

"Boon wilde niet zozeer iets zeggen over het materiële of economische verval van de industriële wereld, maar over het morele verval, over de gevaren van de burgerlijke mentaliteit. Hij wil eigenlijk dat je je van die logica van de teloorgang bewust wordt, en daar gebruikt hij onder andere Aalst voor. De stad is dan ook veel meer dan een historisch decor, ze is een icoon, een katalysator, de drager van Boons boodschap."

Het tweede hoofdstuk bestrijkt de periode tot Boon in mei 1940 krijgsgevangen wordt gemaakt. Waarom is dat zo'n belangrijk moment in zijn leven?

"Er zijn twee momenten in het leven van Boon die hem een echte schok bezorgen. Allereerst wanneer hij bruusk wordt weggerukt uit zijn thuis en in de vakschool wordt gestopt. Vanaf dat moment leeft er bij Boon een onvoorstelbaar krachtige antiburgerlijke rebellie. Een tweede trauma vormen de drie maanden die hij doorbrengt in het concentratiekamp van Fallingbostel, nabij Hannover, waarin hij alles herleeft wat hij heeft meegemaakt tijdens de Grote Oorlog en ook alle vormen van verdrukking die hij heeft ervaren in de vakschool. Dat is een ongelooflijk katalyserend moment. De gevangenen in Fallingbostel werden slecht behandeld en kregen weinig te eten, maar de psychische ommekeer was voor hem belangrijker dan de fysieke ontbering. De Boon die uit het kamp terugkeert, is niet dezelfde als de Boon die er naar binnen ging. Na zijn verblijf in Fallingbostel komt Boon tot het besef dat hij misschien maar beter schrijver kan worden en geen schilder."

Tot slot: waarom is Boon zo belangrijk in uw leven?

"Het eerste boek dat ik van Boon heb gelezen, heeft een diepe indruk op mij nagelaten. En het was niet het meest voor de hand liggende boek, niet De voorstad groeit of De Kapellekensbaan, nee, het waren de Memoires van de Heer Daegeman. Ik was toen vijftien, zestien jaar oud en ik ben bijna alles van Boon beginnen te lezen. En ja, je weet hoe dat gaat, dan ga je aan de universiteit Germaanse studeren en daar maak je een scriptie over Boon.

"Ondertussen was Boon niet de enige schrijver die ik goed vond, ik was ook gefascineerd door Bordewijk en ik had evengoed een biografie over hem kunnen schrijven. Maar het toeval wou dat Paul de Wispelaere me aanbood tijdens mijn burgerdienst op de universiteit aan een project over Boon te werken. Dat project is inmiddels uitgegroeid tot een documentatie- en studiecentrum waar een zevental mensen werkt.

"Op dit moment is het Boon-onderzoek vooral een erg slopende bezigheid. Mijn huidige motto is dan ook een uitspraak van Nietzsche: wat je niet doodt, maakt je sterker."

Als deze biografie af is, zult u wel een erg sterk man zijn.

"Of ik zal dood zijn. Een van de twee."

(Foto Paul Van den Abeele)

'Hij was bang een geïnstitutionaliseerd auteur te worden, een monument met een maatschappelijke boodschap, maar tegelijk hoopte hij dat de Nobelprijs hem van het stigma van schrijvend volksmannetje af zou helpen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234