Donderdag 02/02/2023

Een Franke stijl

Pas vandaag wordt Josef Frank gerekend tot de grote Oostenrijkse architecten

'Psychologisch gezond, absoluut logisch en in een hoge mate sensueel', zo omschreef Josef Frank de interieurs die hij ontwierp. De Weense architect verwierf naam in Stockholm, waar de prestigieuze interieurzaak Svenskt Tenn nog steeds zijn stoffen en meubels verkoopt. Franks stijl is een combinatie van Arts&Crafts, Shaker-stijl en Japans exotisme. Zijn oeuvre is een bron van inspiratie voor wie zoekt naar een persoonlijke toets.

Farida O'Seery

Het leven van de Oostenrijkse Josef Frank (1885-1967) is nauw verbonden met de steden Wenen en Stockholm. Hij groeide op en studeerde in Wenen, op dat ogenblik nog steeds de hoofdstad van het Habsburgse Rijk. Terwijl Josef Frank er studeerde, stichtte Josef Hoffman, in België bekend van het in Brussel gebouwde Palais Stoclet, de Wiener Werkstätte, een coöperatie van designers die een heropleving van 'Arts&Crafts' nastreefde in de geest van de Brit William Morris. Het ideaal van de beweging was om in een woning een 'Gesamtkunstwerk' af te leveren, een resultaat waarin verschillende disciplines gecombineerd worden. De Wiener Werkstätte bleef destijds geen dode letter: producten vonden hun weg naar kopers via winkels in Wenen, Zürich en New York. De beweging kreeg ook media-ondersteuning van het Britse blad The Studio, dat voor het eerst gepubliceerd werd in 1893 en verslonden werd in de Weense koffiehuizen van die tijd. Het tijdschrift liet niet alleen interieurs en producten zien, maar wijdde ook artikels aan de theoretische basis waarop de Wiener Werkstätte gestoeld was.

Voor Josef Frank, die in 1910 aan de Technische Hogeschool het diploma van architect behaalde, waren de activiteiten en ideeën van de Wiener Werkstätte een onuitputtelijke bron van inspiratie en een uitdaging. Hij ontwierp er ook zijn eerste stoffenmotieven voor. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog vormde hij samen met twee andere architecten, Strnad en Wlach een coöperatie. Met hen voerde hij heel diverse opdrachten uit: ze bouwden villa's en landhuizen, ontwierpen meubels en waren actief als interieurarchitecten.

Tussen 1915 en 1918 deed Frank zijn dienstplicht als spoorwegingenieur in de Balkan. Kort na Wereldoorlog I werd hij benoemd als professor aan dezelfde 'Kunstgewerbeschule' in Wenen.

Josef Frank leefde een beetje in de schaduw van zijn broer Philipp Frank, die als professor theoretische fysica Albert Einstein opvolgde. Via zijn broer bleef Josef Frank wel altijd in contact met het Weense intellectuele milieu waaruit de moderne filosofie ontstaan is.

In de jaren twintig speelde Josef Frank zijn rol in de moderne beweging. Zijn architectuur had toen veel gemeen met die van Adolf Loos. De essentie van Frank was echter dat hij tegen elke vorm van standaardisering was; de strikt geometrische principes die het Duitse Bauhaus oplegde en volgde, waren helemaal niet aan deze architect besteed. Hij zocht naar een nieuwe vorm van architectuur die gebaseerd was op enkele klassieke idealen en die vooral gekenmerkt werd door een persoonlijk artistiek temperament, verbeelding en niet-conventionele oplossingen. Aan het begin van de 20ste eeuw stond Josef Frank niet negatief ten opzichte van de nieuwe technologieën, maar hij vond ook dat machines niet alles van mensen moesten overnemen. In zijn werk zocht hij steeds naar een hergebruik van elementen uit het verleden. Dat maakt Frank vandaag zo interessant. Niet alleen lijkt zijn werk nu meer dan ooit tijdloos, maar hij is ook een voorbeeld voor wie op zoek is naar een stijl die gegroeid is uit een persoonlijke mengeling van bestaande en nieuwe beelden.

Josef en Estrid

In Stockholm groeide de bekendheid van Josef Frank samen met die van de interieurzaak Svenskt Tenn, die in 1924 gesticht werd door de charismatische Estrid Ericson. Eigenlijk was zij een tinontwerpster, vandaar de naam 'Tenn'. In de eerste jaren verkocht Estrid vooral tinnen voorwerpen, ontworpen door haar en door een dertigtal andere ontwerpers en vaklui. Toen Frank in 1933 wegens het veranderende maatschappelijke klimaat uit Oostenrijk wegvluchtte, kwam hij in Stockholm terecht, de geboortestad van zijn vrouw Anna, en hij leerde er Estrid Ericson kennen. Een winning team was geboren: Estrid ontpopte zich als een geboren ondernemer en zaakvoerder, Frank als een heel aparte ontwerper met een grote productie.

In een plaatselijke kunstgallerij lanceerden de twee destijds Franks stoffencollectie, die enorm veel bijval genoot. Vooral het kleurenpalet dat Josef Frank hanteerde, gooide hoge ogen. De Europese interieurs waren tot dan toe vrij streng en monotoon, en Franks kleuren hadden veel weg van een explosie. Frank nam verder ook deel aan de wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs en 1939 in New York en San Francisco, waar zijn stijl de term 'Zweeds Modern' introduceerde. Ook in Zweden zorgde hij voor beweging: in Stockholm werd zijn werk, dat tegen die tijd zowel uit stoffen als uit meubels bestond, onder andere tentoongesteld in het Nationale Museum van Stockholm en het Architectuurmuseum. Twintig jaar na zijn dood, in 1998, organiseerde het 'Kulturhuset' in Stockholm nog een tentoonstelling die als titel 'Waarschuwing: goeie smaak tentoongesteld' droeg.

Accidentisme

Een menselijke schaal, witte muren, lijnen die kamers begrenzen en stoelen met een lichte constructie vormden de hoekstenen van al zijn interieurs. Josef Frank putte zijn inspiratie uit de Amerikaanse koloniale interieurs, de Shakers, Brits 18de-eeuws meubilair, klassieke Biedermeier en oosters exotisme. Die bevreemdende mengeling, gecombineerd met een heel eigen gebruik van kleuren in gewaagde samenstellingen, zijn de ingrediënten die Josef Franks interieurs tot op vandaag, of liever, vandaag weer erg intrigerend maken. Ook nu zijn de toonaangevende interieurs immers weer vrij streng van vorm en montoon van kleur en blijkt er bijgevolg een nood te zijn aan een totaal tegengestelde stijl.

Josef Frank liet tweehonderd tekeningen van patronen en tweeduizend ontwerpen van meubels na. Voor een man die twee keer op de vlucht ging - één keer naar Stockholm in 1933 en één keer naar New York tijdens de Tweede Wereldoorlog - is dat een bewonderenswaardige prestatie.

In 1958 schreef Josef Frank een essay over zijn stijl met als titel 'Accidentisme'. Het geheim van zijn stijl zat volgens hem in een afzweren van universele stijlen, standaardisering als gevolg van een ver doorgedreven industriële aanpak en de 20ste-eeuwse architecturele godsdienst die 'functionalisme' heette. In 1965 kreeg Frank de Oostenrijkse Staatsprijs voor Architectuur.

De laatste jaren van zijn leven bracht Josef Frank door in de Provence, samen met een Weense vriendin, de schilderes Trude Waehner. Daar hield hij zich bezig met tuinieren en kunstschilderen. Van dat laatste ontdekte hij, jammer genoeg te laat in zijn leven, dat hij ook daar aanleg voor had. Josef Frank stierf in Stockholm in 1967. Zijn ontwerpen vormen tot op vandaag de ruggengraat van de collectie bij Svenskt Tenn. Pas vandaag ook wordt hij gerekend tot de grote Oostenrijkse architecten, als evenknie van Otto Wagner, Adolf Loos en Josef Hoffman.

Svenskt Tenn, Strandvägen 5, Stockholm, tel. 0046/8/670.16.00

Foto's en illustraties uit Josef Frank, Textile Designs, Kristina Wängberg-Eriksson, 1999, Kristianstads Boktryckeri AB, Kristianstad, ISBN 91-87896-40-0

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234