Zaterdag 11/07/2020

'Een fles drank in de kist steken, mag niet meer'

'Ten paradijze geleiden u de engelen', zingt de pastoor. Gevoel vereist geen geloof: in de kerk van Eeklo krijgt iedereen het koud. Maar voor Hendrik Mussche is de slotzang een teken. Met een eenvoudige handbeweging leidt hij de rouwstoet naar buiten. Zijn vier dragers doen hetzelfde met de kist. Straks is het Allerheiligen, maar voor de uitvaartonderneming is het dat elke dag.

Ze had de remmen dichtgeknepen. Nu staat ze op de tippen. Bijna leunend tegen de etalage leest ze de vier brieven. Van Piet, Omer, Michel en Elvire. "We hebben de meest bekeken etalage van Waarschoot", zegt de vrouw van Hendrik Mussche later.

Dan fietst mevrouw verder. Maar morgen stopt ze opnieuw. Want, zegt uitvaartondernemer Hendrik zelf: "Flexibiliteit in het kwadraat, dát is deze job." Omdat de dood niet te voorspellen valt. Zijn werk daardoor evenmin. En dus de etalage niet.

Het was geen kinderdroom. Welk kind wil er nu begrafenisondernemer worden? Na de humaniora studeerde Hendrik criminologie aan de universiteit van Gent. "Met dat diploma heb ik nooit iets gedaan", zegt hij nu. "Eerst werkte ik twee jaar in een verkoopfunctie, dan een hele tijd bij wat nu Dexia is. Tot 2000 was ik kantoorhouder. Maar ik ben geen verkoper en altijd wisselende commerciële doelen nastreven, maakte me ongelukkig. Dat wilde ik niet tot aan mijn pensioen doen. Ik ben iemand die aan dienstverlening wil doen. Het principe 'Doe uw werk goed, dan komen de mensen vanzelf bij u', daar hou ik van. Maar dat kan alleen als je zelfstandige bent. Waarom dan dit? Ik dacht er al even over na, en toen mijn vader en mijn schoonbroer overleden, wist ik het zeker."

'Begrafenissen en crematies met zorg', lees je ruim op zijn gevel. Het is tien uur - op de klok in de keuken is dat overigens tien over tien ("dat is bewust") -, er wacht een dienst in crematorium Heimolen in Sint-Niklaas. "Een plechtigheid rond de urne", is dat. En Leon waarschuwt: "Er wordt gewerkt op de brug aan de Brico. Daar kan file zijn. Misschien moeten we toch een andere weg nemen." Dat is ervaring en Leon heeft die. Toen hij op zijn 58ste met brugpensioen ging, begon hij als drager bij Hendriks voorganger. "Zo ben ik toch nog een beetje bij de mensen", zegt Leon, nu bijna 80.

Timing is alles. Via een bloemenwinkel in Lovendegem rijden we naar Heimolen. Gisteravond is de kist met het lichaam van de overledene nog naar hier gebracht, deze morgen om acht uur startte de crematie. Na twee uur werd de as in een urne gedaan. Wat rest is zo'n drie tot vier kilo. Na crematie opnieuw bij het geboortegewicht.

Terwijl buiten de aula de familie van de overledene wacht, treffen Leon en Hendrik de laatste schikkingen voor de dienst. Op het grote scherm lezen we dat we afscheid nemen van Michel - "Waar is de foto?", vraagt iemand. Er wordt een vlag van de Vlaamse Actieve Senioren Waarschoot gezet en Hendrik let erop dat ze zo staat dat de letters leesbaar zijn. Op de playlist van de MacBook naast de pupiter van de diaken lees je de nummers die we straks horen: Ann Christy, Johan Verminnen, Marco Borsato en Andrea Bocelli. "Dat hoor ik niet meer", zegt Hendrik na de dienst. Maar de woorden van Michels kleindochter heeft hij wel gehoord: "Opa, elke dag zal ik aan je denken. En elke dag zal ik je vragen om terug te keren."

Hendrik: "Het is heel belangrijk om afstand te kunnen nemen. Natuurlijk is dat niet evident. Zeker als het om jonge mensen, kinderen of zelfs baby's gaat. Dat is extra zwaar als je zelf kinderen hebt. En aan huis komen bij iemand die met een plots overlijden geconfronteerd is, is ook niet makkelijk. Maar dan is het belangrijk om heel praktisch te zijn en te zeggen: 'Nu gaan we dit doen, nu dat.' Families zien jou als uitvaartondernemer, nooit als een boeman. Je komt helpen op een moment dat ze zelf, overmand door verdriet, geen zicht hebben op wat er moet gebeuren. Voor een dokter die patiënten moet afstaan, is het vaak moeilijker. Ook voor iemand die in een rustoord werkt. Zij hebben een band opgebouwd met mensen. Ik heb meestal geen band met de overledene. Mijn taak is de nabestaanden te helpen. Met respect."

Dat gebeurt ook in deze dienst. De diaken heeft gevraagd het onzevader te bidden. Hendrik en Leon bidden mee. En als de familie afscheid genomen heeft, zet Leon de urne in de auto. Op het scherm in de aula staat al een andere naam.

Weer in Waarschoot zien we Tomas Aerts, tot voor kort grafisch vormgever. Na een opleiding van twee jaar kon hij aan de slag bij Hendrik Mussche. "De grapjes ken ik ondertussen en ik ben ze beu", zegt Tomas. "Een ex-collega zei altijd hetzelfde als ik binnenkwam: 'Oei, het wordt precies koud.' Tja. Aan de manier waarop mensen reageren, zie je hoe ze in het leven staan." Zelf vindt hij de omschakeling minder vreemd: "Als je geboren wordt, ben je maar van één ding zeker: ooit sterf je. (glimlacht) Dus vind ik het bijzonder zinvol te zorgen voor mensen die met een overlijden te maken krijgen. Het is een vorm van dienstbaarheid."

Waardige herinnering

In de zwarte corbillard rijden we naar het Gentse Sint-Lucasziekenhuis. Een patiënte overleed er gisteravond, de familie komt uit Waarschoot, deze morgen heeft Hendrik met hen al een gesprek gehad. Tomas zal het lichaam van de overledene ophalen. "Mijn ideaal is dat mensen na de begrafenis zeggen: 'Het is toch schoon geweest'." Ook voor Tomas zijn kinderen het moeilijkst. "Vorig jaar was er een dienst voor een manneke van zes. Ik ken zijn naam zelfs nog. We droegen dat kistje met twee en bij het altaar zag ik plots zijn fietsje staan: met zijn naam erin gegrift. Dan moet je op de tanden bijten."

Maar bij het mortuarium blijkt dat de dood soms praktisch moet zijn. Tomas schuift de berrie uit de wagen, binnen wordt de overledene er met zorg en met hulp van een verpleegster opgelegd. Even wordt de arm van de overleden mevrouw opgeheven. Hij valt weer neer en dat doet hij letterlijk. Elk leven weg. Dit is de dood. "Maar voor ons zijn dit geen doden", zegt de verpleegster. "Het zijn mensen. En we proberen die zo te verzorgen dat de familie een waardige herinnering kan hebben." Terug in het funerarium wordt de overledene opgebaard. De familie gaf Hendrik al een trui mee. Straks komen ze groeten in een van de drie rouwkamers, die met openschuifbare wanden tot één afscheidsruimte kunnen worden omgebouwd. Achter het gordijn is een gang, daar achter de verzorgingskamer waarin Hendrik en Tomas de overledene aangekleed hebben. Er hangen paternosters. Er is wijwater in een flesje. En achter twee deuren een koelruimte met plaats voor vijf. Vannacht zal mevrouw hier alleen liggen.

Op het bord in de keuken in Waarschoot schrijft Hendrik een moment bij in de planning: de begrafenis van deze mevrouw, volgende donderdag. Zijn echtgenote stalt wat extra kunstzijden bloemen uit in een opengeklapte kast en voor de etalage. Er staan een paar kisten. Op één een ticketje met 1.350 euro. Er ligt ook een designkist. Een paar plaketjes: 'We vergeten u nooit'. "Het woord 'winkel' gebruik ik niet omdat het te veel op 'iets verkopen' wijst", zegt Hendrik. "Ik noem het liever een ankerpunt, een plaats waar mensen terechtkunnen voor info, een uitvaart te bespreken of een overledene te groeten. Het ankerpunt is maar beperkt open, mensen contacteren ons meestal per telefoon. De clichés van de begrafenisondernemers ken ik: dat ze je overtuigen een dure kist te kopen omdat het 'het laatste is wat je voor de overledene kan doen'. Zever. In de jaren '80 was dat misschien nog zo, maar door de opkomst van de crematies zijn kisten veel minder belangrijk geworden."

Omdat die in de oven gaan, natuurlijk. "Vroeger leefden begrafenisondernemers bijna hoofdzakelijk van de verkoop van kisten. Toen was alles anders. De dragers kregen op het kerkhof vijfhonderd frank (12,50 euro, RVP) van de familie en daarmee was dat opgelost. Nu kan dat niet meer. Elke helper is officieel ingeschreven, voor het volledig afwerken van een uitvaart mag je makkelijk op 22 tot 25 uur werk rekenen. Daarin zitten het eerste gesprek, de papieren voor de gemeente, het regelen van de uitvaart, de overbrenging, de kisting, het drukwerk, noem maar op. Maar het zijn diensten. Je houdt altijd in het achterhoofd dat mensen maar één keer afscheid nemen van hun vader of moeder. Dat moeten ze waardig kunnen doen. En dat is onze taak."

Dan wordt de urne in de nieuwe, goud-beige lijkwagen gezet. Van Amerikaanse makelij is die. "Volvo en Mercedes maken die nu ook, maar die Amerikanen zijn tijdloos. Onze zwarte is negentien jaar, dat ziet niemand. En hij heeft nog altijd maar 89.000 km."

Altijd zwart

De laatste reis is altijd een korte. Zoals nu, twee straten verder, naar het kerkhof van Waarschoot. Wachtend op de familie van Michel, voor wie deze morgen de uitvaartdienst was in Sint-Niklaas. Zo meteen wordt zijn urne bijgezet in een urnenkelder. Hendrik wacht in zwart pak. Altijd zwart. "In de zomer is het te warm en in de winter te koud. Eigenlijk is het aan een kerk of een kerkhof altijd slecht weer." Als de familie er is, rijdt hij zacht voor. Bij de urne een woordje. Zalf op het verdriet. Een gedicht van David Harkins: You can remember me and grieve that I have gone / or you can cherish my memory and let it live on.

De dood is niet welkom. Ze kan na longkanker komen. Of plots. Na de boodschappen in de Delhaize. In de zetel gaan zitten en licht uit. Soms op de weg. Na intensieve zorgen. Of in het rusthuis. Overal. Maar nooit welkom.

Zo was Piet pas 53 toen hij overleed en nu rijdt Hendrik naar een collega-uitvaartondernemer. Het dode lichaam van Piet ligt opgebaard in dat funerarium, de familie neemt daar afscheid. Maar Hendrik zal het kisten en morgen de uitvaart verzorgen in de kerk van Eeklo. "De kisting is vaak moeilijk, omdat het voor de familie het laatste visuele contact is." Tijdens het afscheid wachten we in de garage bij de kist. Daar staat een takel. "Als we alle overledenen zelf moesten tillen, hadden we allemaal een hernia", zegt Hendriks collega. De takel kan 250 kilo tillen, één keer verzorgde Hendrik zelf een uitvaart van iemand die bijna zoveel woog. "Hadden we zes dragers voor nodig." Dan wordt Piet in de kist gelegd. Bij hem een gekleurd hartje. "Het is gebeurd dat we bij iemand een fles sterke drank in de kist moesten leggen. Nu mag dat niet meer. Bij crematies was dat al langer verboden. Hetzelfde met pacemakers. Voor een crematie moeten die eruit. Een beëdigd dokter moet dat vaststellen, zegt de wet, maar de wet zegt niet wie die er moet uithalen. Vaak doe ik dat zelf."

Dienst met urne

Zaterdagochtend, half negen. In het uitvaartcentrum brieft Tomas zijn medewerkers. Om tien uur is er een dienst rond de urne in de kerk van Waarschoot, deze morgen haalde hij al bloemen en zette aan de kerk kegeltjes om parkeerplaats vrij te houden voor de familie. Voor hem ligt het rouwprentje, een zantje is dat hier. Na de dienst zal de as worden uitgestrooid op het kerkhof van Waarschoot. "Dat kan daar, maar het kan ook op zee of onder bepaalde voorwaarden zelfs op privégrond", zegt Hendrik. Een beetje as zit in plastic kokertjes. "Je kunt ook de hele urne meekrijgen. Dat hangt af van wat de familie verlangt."

Bij de dienst in Waarschoot zal Roland drager zijn, een gepensioneerde postbeambte die een annonce zag en begon bij 'mijnheer Hendrik'. "Toen mijn moeder begraven werd, hebben mijn collega's hier de dienst verzorgd. Maar de eerstvolgende begrafenis was ik er opnieuw bij. In de lijkwagen waar mijn moeder een week eerder lag. Het is zo." Nu zal dus enkel de urne gedragen worden en dat gaat vlot in de kerk van Waarschoot. Tomas: "Bij een kist zie je verschillende gebruiken. In West-Vlaanderen rollen ze, in Oost-Vlaanderen dragen we en in Antwerpen gaat de kist op de schouders."

En dan, als de dienst van Tomas is opgestart en nadat Hendrik in het ziekenhuis van Eeklo nog een overledene heeft opgehaald, wordt opnieuw verzameld. Leon, Eric en Patrick zullen Hendrik straks bijstaan in de kerk van Eeklo. "Op begrafenissen zie je mensen schreien om hun moeder van 80, maar ook om hun kind", zegt Patrick, een 55-jarige arbeider bij Arcelor- Mittal. "Waarom ik dit doe? Ik ben altijd heel sociaal bewogen geweest. Ik wil mensen helpen. Ik was bestuurslid van de KWB, was actief bij voetbalclub KFAC Waarschoot en heb twintig jaar Sinterklaas en Zwarte Piet gespeeld. Maar het liefste doe ik dit."

Is de dood anders als je haar elke dag ziet? Verandert deze job je geloof in een leven nadien? Is dood nu nog doder? "Neen", zegt Patrick. "Ik ben altijd gelovig geweest en dat is niet veranderd."

Laatste kruisje

De kist is in de wagen geschoven en gaat er aan de kerk van Eeklo weer uit. Aan de overkant café De Vreese Gods, met Halloween- versiering en affiches voor een optreden van Danny Brendo. Maar binnen in de kerk klinkt Bach. Met subtiele handgebaren leidt Hendrik de ceremonie. Achteraan weten Leon, Eric en Patrick perfect wat hen te doen staat. Mensen de weg wijzen. Kaartjes ontvangen. De bloemen dragen. Dan de offerande. En tenslotte, als de zonen van de overledene de kist weer achteraan hebben gebracht, die kist opnieuw de wagen inzetten. 'Ten paradijze geleiden u de engelen', weergalmt het. Buiten groeten mensen de passerende corbillard, op weg naar het kerkhof, waar de pastoor een laatste gebed zegt en Hendrik de familie nog even toespreekt voor ze de echte teraardebestelling meemaken.

"Vroeger gaf moeder ons een kruisje", zegt Hendrik. "Dat deed ze om ons een goede nachtrust te wensen of als we op reis gingen. Dat kruisje moest ons een behouden thuiskomst bezorgen. Misschien is dat wel een mooi laatste gebaar op de kist. Om Piet rust te wensen, een goede reis en een veilige thuiskomst bij de Heer."

Terug in het uitvaartcentrum wordt deze zaterdagvoormiddag met een traditie afgesloten: een zakje chips, een pint, een cola of een porto. Nog één vraag: heeft Hendrik z'n eigen uitvaart eigenlijk op papier staan? "Helemaal niet", zegt hij, een beetje verbaasd. "Mijn vrouw weet enkel dat ik liefst gecremeerd wil worden. En ik weet dat zij liefst begraven wil worden. Maar verder niks. Zelf zal ik dood zijn. Wat telt is dus dat zij afscheid kan nemen zoals zij dat wil."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234