Woensdag 13/11/2019

Interview

Een filosoof en een juriste fileren het euthanasie- en abortusdebat: ‘De deur voor de dood hoeft niet té ver open’

Ignaas Devisch en Evelien Delbeke. ‘De vraag naar euthanasie is soms zeer ambiva­lent’, zegt Delbeke. ‘Laten we voor eenzaamheid niet de dood voorschrijven.’ Beeld Aurélie Geurts

De ethische discussies zijn terug. Open Vld pleit bij monde van ­Gwendolyn Rutten voor ­euthanasie bij ‘voltooid leven’, en in de federale Kamer wil een  meerderheid de ­wettelijke termijn voor abortus ­verlengen van 12 naar 18 weken. Doen? Of opletten? Filosoof ­Ignaas ­Devisch en juriste Evelien ­Delbeke ­vellen een genuanceerd ­oordeel.

“Ik heb niet de indruk dat er veel enthousiasme bestaat voor het idee van Gwendolyn Rutten”, zegt Ignaas Devisch, medisch ethicus aan de UGent. “Als ik de emo­toer opging, zou ik zelfs zeggen dat ik er ook geen goed gevoel bij heb. Laten we het erop houden dat ik mij veel zorgen maak. Ik wil euthanasie blijven koppelen aan de medische context, dat is voor mij essentieel. En het gevoel hebben dat je leven voltooid is, hoort daar niet bij. Het is vaak een cliché, maar hier zou ik het argument gebruiken: als je daarmee begint, zit je snel op een hellend vlak. De deur voor de dood hoeft niet té ver open.”

IGNAAS DEVISCH  • geboren op 15 augustus 1970 in Brugge • hoofddocent medische ethiek en filosofie (UGent) • publiceerde onder meer Rusteloosheid: pleidooi voor een mateloos leven (2016), Het empatisch teveel (2017) en (samen met Jean Paul Van Bendegem) Doordenken over dooddoeners (2019)

EVELIEN DELBEKE • geboren op 10 december 1983 in Edegem • doctor in de rechten • verbonden aan Sanalex, een advocaten­kantoor gespeciali­seerd in gezondheidsrecht • gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen 

“Ik ben voor het recht op zelfbeschikking”, zegt Evelien Delbeke, juriste en gastprofessor medisch recht aan de Universiteit Antwerpen. “Maar ik vraag mij ook af waarom een arts hulp zou moeten bieden als het niet om een medische situatie gaat. Een rechtsstaat moet zijn burgers beschermen, en de eerste vraag moet altijd zijn: is dit écht de wens van die persoon? Of zit hier iets anders achter? Willen die mensen dood? Of zijn ze eenzaam?”

Erg veel beweegt er niet in de Wetstraat, dezer dagen. Maar de ethische thema’s zijn wel helemaal terug van weggeweest. In de Kamer bestaat een meerderheid om de termijn waarbinnen abortus wettelijk mogelijk is, op te trekken van twaalf naar achttien weken. En naar aanleiding van een interview met radio­legende Lutgart Simoens (91), die zich afvraagt waarom ze geen euthanasie kan krijgen als ze het gevoel heeft dat haar leven voltooid is, stelt Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten voor om de wet inderdaad in die richting aan te passen. In een opiniestuk in De Morgen schreef ze dinsdag: “Niet alleen bij ondraaglijk lijden, maar ook als je leven ‘af’ is, moet je er een punt achter kunnen zetten wanneer je er zélf, uitdrukkelijk, vrijwillig, onafhankelijk en duurzaam om vraagt.”

Om hier eens grondig over na te denken, en niet in een dovemansgesprek te vervallen tussen militant vrijzinnig en militant conservatief, brachten we twee specialisten samen die niet gebonden zijn aan debatfiches of lobby, maar die in alle zelfbeschikking en volle onafhankelijkheid kunnen spreken.

Maar voor de goede orde: ik mag u allebei wel in het progressieve kamp situeren?

Ignaas Devisch: “Toch wel, ja. Al zullen sommige standpunten mij in het progressieve kamp wellicht niet in dank worden afgenomen.”

Evelien Delbeke: “Ik zou mijzelf progressief noemen. Maar kritisch progressief. Onder meer in dit debat over euthanasie. Er is in Nederland uitgebreid onderzoek gedaan, door Els van Wijngaarden, over de vraag naar euthanasie bij voltooid leven. En daaruit blijkt dat die vraag zeer ambivalent is. Vandaar mijn voorzichtigheid hier: laten we voor eenzaamheid niet de dood voorschrijven. Misschien moeten we eens heel kritisch kijken naar de manier waarop we met ouderen omgaan. Wie van ons wil naar een rusthuis?”

Devisch: “Ik ken dat onderzoek ook. Het is een thema dat mij ook al lang bezighoudt: hoe omringen wij oudere mensen? Kunnen we dat als samenleving niet beter doen? Wijst de vraag naar euthanasie bij voltooid leven niet op een falen van de zorgstaat? Mijn reflex is toch altijd om de mensen aan de kant van het leven te houden.”

Maar Lutgart Simoens wil naar eigen zeggen het lijden voorkomen. Ze wil niet dat ze in een situatie van ondraaglijk leed terecht­komt. Dat is toch haar goed recht?

Devisch: “Ik snap die overweging wel. Maar waar eindigt dat? Als je echt het lijden wil vermijden, moet je elke geboorte vermijden. Het staat ook helemaal niet vast dat ze in zo’n situatie terecht zal komen. Dat is het verschil met Hugo Claus, die ook euthanasie vroeg omdat hij niet wilde lijden: hij wist wel dat hij dementie had, en dat de aftakeling onvermijdelijk was. Dat is bij mevrouw Simoens niet het geval.”

Is de huidige euthanasiewet een goede wet?

Delbeke: “Ik vind van wel. De wet werkt en geeft sommige mensen ook de kracht om nog te willen verder­leven, omdat ze weten dat ze kunnen kiezen voor de dood. Denk aan Marieke Vervoort, die zelf zei dat die mogelijkheid haar gemoedsrust gaf. Los daarvan weet ik niet of alle artsen de voorwaarden van de wet goed kennen. Sommige artsen weten blijkbaar nog niet dat ze een andere arts moeten raadplegen, bijvoorbeeld. Maar als iets niet verlopen is zoals het moest, dan wordt dat meestal niet publiek gemaakt. Een contrast met Nederland, waar een arts er echt op wordt aangesproken als hij fouten maakt.”

Worden bij ons alle gevallen aangegeven?

Delbeke: “Nee. Vergeet niet dat euthanasie een klein percentage vertegenwoordigt van alle ingrepen die bij het levenseinde worden gesteld. Palliatieve sedatie komt veel vaker voor. En dat moeten artsen niet laten registreren, in tegenstelling tot euthanasie. Terwijl het resultaat hetzelfde is.”

Wat met morfinepompjes die worden aan­gelegd, waarbij de dosis telkens wordt verhoogd?

Delbeke: “Dat mag niet. Morfine is pijnbestrijding. Als die stelselmatig wordt verhoogd zonder pijn­indicatie, kan de patiënt ook sterven, maar dat is een clandestiene vorm van euthanasie.”

Devisch: “Maar ik vrees dat het frequent gebeurt.”

Delbeke: “Die praktijk is schering en inslag. Vaak gebeurt het op vraag van de familie, die het niet meer kan aanzien en de dokter vraagt om iets te doen. En uiteraard meestal met de beste bedoelingen, dat betwijfel ik niet. Maar het is juridisch ongeoorloofd.”

Ignaas Devisch: ‘Hugo Claus wist dat hij dementie had, en dat de aftakeling onvermijdelijk was. Dat is bij Lutgart Simoens niet het geval.’ Beeld Aurélie Geurts

Het is moord.

Delbeke: “Juridisch wel, ja. Strafrechtelijk is levensbeëindiging moord, alleen wordt die kwalificatie dus geneutraliseerd als er voldaan is aan bepaalde voorwaarden: de patiënt is wilsbekwaam, heeft een herhaaldelijk verzoek gedaan, er is sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, er is overleg geweest met het verpleegkundig team – enzovoort. Als een arts één van die voorwaarden schendt, dan heeft hij juridisch gesproken een moord gepleegd.”

Worden artsen soms beschuldigd van moord?

Delbeke: “Absoluut. Ik zie zulke dossiers. Soms heeft de familie klacht ingediend, of de euthanasiecommissie, of komt het openbaar ministerie er zelf op uit. Die vervolging voor moord, ook als er maar één voorwaarde geschonden zou zijn, vind ik een tekortkoming van de wet. Men zou de sancties moeten diversifiëren. Een arts die geen overleg heeft gehad met het verpleegkundig team, maar verder wel aan alle voorwaarden voldoet, is daarom nog geen moordenaar.”

Devisch: “Ik ben het daarmee eens. Vergelijk het met een kleine procedurefout in een strafzaak die voor het overige perfect is verlopen: door die kleine fout hoeft voor mij het hele proces niet te worden overgedaan. Dat is in de euthanasiewet ook een aberratie: alle fouten wegen even zwaar door.”

Er wordt ook al lang nagedacht over een uitbreiding van de wet naar dementie. Veel mensen denken dat ze nu al in hun wils­beschikking kunnen zetten dat ze euthanasie willen als ze dement zijn, maar dat klopt dus niet.

Devisch: “Nee. Veel mensen weten niet dat de wilsbeschikking alleen uitvoerbaar is als je in een onomkeerbare coma ligt. Als je bang bent voor dementie, moet je doen wat Claus gedaan heeft: net iets te vroeg afscheid nemen, als je toch nog helder van geest bent. Anders mag het niet meer. De patiënt moet het verzoek zelf kunnen doen.”

Delbeke: “In Nederland kan het wel, maar daar heeft het al tot pijnlijke gevallen geleid. Daar is een rechtszaak geweest van een arts die euthanasie wilde uitvoeren bij een vrouw die dement was. Omdat zij haar niet wilde verontrusten, besloot ze om het verdovende middel in haar koffie te doen. Daarna wordt de vrouw op bed gelegd, en op het moment dat de arts de barbituraten wil toedienen, komt de vrouw ineens rechtop in bed zitten. De hele familie heeft haar dan in bedwang moeten houden, zodat de arts haar werk kon doen. Zulke verhalen zijn hallucinant, maar wel een realiteit die we mee in het debat moeten nemen. Die arts heeft trouwens een tuchtwaarschuwing gekregen, strafrechtelijk werd ze vrijgesproken.”

Toch is het een wens die veel mensen hebben: als ik dement ben, maak er dan alstublieft een einde aan.

Devisch: “Natuurlijk, en dat begrijp ik. Ik zou dat voor mijzelf ook geen mooie toekomst vinden. Maar de vraag blijft of euthanasie hier hét antwoord is. Of moeten we een beter kader creëren, zodat we beter kunnen anticiperen op dementie, bijvoorbeeld? Ik zit nog met veel vragen. Ik ben nog zoekend in dit debat, en wil er zeker niet meteen nog een nieuwe zweepslag aan toe­voegen.”

Is hulp bij zelfdoding toegelaten?

Delbeke: “Bij euthanasie heeft het vaak de voorkeur dat de arts het dodelijk middel ter beschikking stelt, maar dat de patiënt het zelf inneemt. Dat is hulp bij zelfdoding binnen een wettelijk kader, zeg maar. Het neemt een beetje last van de schouders van de arts.”

Devisch: “Ik vergelijk het met wat de kerkvader Augustinus schreef: dat het kwade in de wereld de vrije keuze was van de mens, en niet de schuld van God, die immers goed is – het verband tussen God en het kwade in de wereld werd als het ware doorgeknipt. Zo is dat ook als de arts het middel aan de patiënt ter beschikking stelt: het verband tussen arts en dodelijke act wordt doorgeknipt. In Angelsaksische landen zonder euthanasiewet wordt dit soort hulp bij zelfdoding als de minst onelegante oplossing beschouwd.”

Er ligt een tekst van onder meer CD&V’ers Servais Verherstraeten en Koen Geens in de Kamer ter bespreking, waarin aanzetten tot suïcide strafbaar zou worden gesteld, maar hulp bij zelfdoding expliciet niet. Volgens de conservatieve jurist Fernand Keuleneer is dat bijzonder onverstandig, omdat het de euthanasie­wet zonder voorwerp zou maken, waardoor alles mogelijk wordt.

Delbeke: “Het hangt er maar van af hoe het geformuleerd zal worden in de uiteindelijke wetteksten. De deur voor hulp bij zelfdoding wagenwijd openzetten zou inderdaad heel dom zijn. Dat aanzetten tot suïcide strafbaar zou worden gesteld, vind ik goed.”

Devisch: “Ik weet niet of CD&V helemaal het noorden kwijt is, maar het is wel bijzonder verwonderlijk dat vanuit die hoek expliciet wordt gezegd dat hulp bij zelfdoding niet strafbaar moet worden gesteld. Zeer opmerkelijk. Normaal gesproken staat die partij altijd op de rem in dat soort ethische dossiers.”

Hoe staat u tegenover euthanasie bij psychisch lijden?

Devisch: “Dat valt onder de huidige wetgeving. Maar het is goed dat er sinds eind vorig jaar nieuwe zorgvuldigheidsrichtlijnen zijn opgesteld. Men was in een aantal gevallen nogal vlot meegegaan in het verzoek van de patiënt of praatte het zelfs patiënten aan. Het grote verschil met fysiek lijden is dat psychisch lijden in theorie omkeerbaar is. Van een depressie kun je genezen. Daardoor gaat het echt wel om een andere categorie van patiënten. Om in orde te zijn met de wet worden soms fysieke problemen gerapporteerd, terwijl het om psychische problemen ging. Dat is niet goed. We moeten hier heel zorgvuldig blijven.”

Delbeke: “De wet laat het toe, maar het is moeilijker te beoordelen. Al wordt in de rechts­leer gezegd dat een aandoening niet ‘absoluut ongeneeslijk’ hoeft te zijn, maar dat een ‘redelijk be­han­delingsperspectief’ moet ontbreken. Zorgvuldigheid is altijd nodig. Maar er zijn patiënten die al zoveel behandelingen hebben gekregen die niet werken, dat ze de ene na de andere suïcidepoging ondernemen. Dit probleem wordt stiefmoederlijk behandeld. Bij een kankerpatiënt vinden we euthanasie begrijpelijk, bij psychiatrische patiënten vinden we dat de dokters moeten blijven proberen. Maar soms is het op.”

Devisch: “Dat psychisch lijden, dat in de wet is opgenomen, toch nog altijd moeilijk ligt, wijst erop dat het debat over euthanasie nooit echt is afgerond. Dat merk je ook aan de weerstand tegen euthanasie bij dementie.”

Maar waarom zou de wetgever mij het recht op euthanasie bij dementie ontzeggen? Het had al in de wet kunnen zitten, mocht men die wilsbeschikking niet hebben beperkt tot mensen in een onomkeerbare coma.

Devisch: “Ik begrijp uw vraag volkomen. Maar ik ben een beetje bang dat er plotseling heel veel mogelijk wordt, als we dit toelaten. Het gaat over een behoorlijk grote groep mensen, en ik vraag mij af welk lot hen dan beschoren zal zijn.”

U bedoelt: dan kunnen kinderen of artsen beslissen dat het genoeg geweest is, omdat ze het niet meer kunnen aanzien, of omdat het te veel begint te kosten.

Devisch: “Ik ben heel gevoelig voor dat argument. Onderschat niet hoeveel druk er nu al op oudere mensen ligt. Velen hebben dat gevoel al, dat ze overbodig zijn, of te veel geld kosten. Dat is het gevaar van dit soort debatten. Eerst wordt een recht veralgemeend, en dan slaat het debat ineens om, en moeten mensen die géén gebruik maken van het recht, zich ineens verantwoorden. Denk aan de NIPT-test, die de foetus screent op genetische aandoeningen, waaronder het syndroom van Down.

“We moeten ervoor opletten dat mensen die een kind met het syndroom van Down nog wél laten geboren worden, niet geconfronteerd worden met het kostenargument.”

Bestaat dat gevaar? Opnieuw naar Fernand Keuleneer. Hij schilderde op Twitter een doem­scenario: wie een kind met beperkingen krijgt, en dat vóór de geboorte wist, moet misschien ooit zelf voor de kosten opdraaien.

Devisch: “Ik denk niet dat het snel zo’n vaart zal lopen. Een groter gevaar is dat mensen de neiging hebben om zich te conformeren aan sociale normen. En dat men bepaalde beslissingen gaat nemen uit angst om later aangesproken te worden. In dat geval bepaalt een groep zogenaamde weldenkenden op den duur wat iedereen moet doen.”

Evelien Delbeke: ‘Abortus is niet niks. Je kunt je afvragen of een verlenging van de termijn het juiste antwoord is voor sociaal zwakkere vrouwen.’ Beeld Aurélie Geurts

Dat was een discussiepunt tussen u en wijlen Etienne Vermeersch.

Devisch: “Inderdaad. Ik maakte mij zorgen over de logica die hij gebruikte in verband met abortus bij baby’s met een afwijking. Als je die logica doortrekt, dan kun je als ouder op den duur niet meer zelf de verantwoordelijkheid nemen. Terwijl het mogelijk is om in alle rationaliteit te kiezen om die baby met het syndroom van Down wél te aanvaarden.”

Delbeke: “Ik ben ook niet bang dat de ziekteverzekering niet meer zal willen betalen voor kinderen met een beperking. Dat zou trouwens pure discriminatie zijn, het zou nooit worden aanvaard door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Een veel groter gevaar is inderdaad die sociale druk. Dat mensen uit angst voor stigmatisering niet meer durven te kiezen voor een baby met het syndroom van Down, bijvoorbeeld.”

De abortusdiscussie is ook opnieuw los­gebarsten. Er is een politieke meerderheid om de wettelijke termijn op te trekken van twaalf naar achttien weken.

Devisch: “Ook dat is een zeer complexe zaak. Het klinkt logisch, maar ik zou ook daar niet lichtzinnig overheen gaan. Zo is het voor een arts veel gecompliceerder: tot twaalf weken kan een curettage volstaan, daarna is het een zwaardere ingreep. Ik heb nog geen doorslaggevend argument gehoord waarom die termijn per se verlengd moet worden.”

Ongeveer 500 Belgische vrouwen trekken elk jaar naar Nederland omdat het daar tot 22 weken kan. Zoals Belgische vrouwen tot 1990, toen bij ons de wet werd gestemd, altijd naar Nederland moesten voor een abortus.

Devisch: “Akkoord. Maar dan kun je de vraag stellen of de omkadering hier niet beter kan. Is een verlenging van de termijn de beste optie? Ik zie dat nog niet helder. Ik kan begrijpen dat sommige mensen heel laat pas ontdekken dat ze zwanger zijn, en daarom pas laat hun beslissing nemen, maar toch ben ik ook hier graag voorzichtig. Ook in dit debat laat het gewicht van het leven zich goed voelen.”

Delbeke: “Ik heb hier ook al mijn hoofd over gebroken. Het belangrijkste argument voor de verlenging van de termijn is het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Daar ben ik uiteraard een groot voorstander van. Dat er nu 500 Belgische vrouwen per jaar naar Nederland gaan, is op zich geen voldoende reden, want dan zou je al je wetten moeten aanpassen aan het meest liberale land in Europa. Wél een goed argument kan zijn dat het zonder wetgeving in slechte omstandigheden gebeurt. Al dreigt er ook een gevaar van inconsistentie in de wet.”

Hoezo?

Delbeke: “De selectie van het geslacht door middel van prenatale testen is verboden in ons land. Maar als je de termijn voor abortus verhoogt, dan bestaat het theoretische risico dat abortus een manier wordt om het geslacht wél te selecteren.”

Dat zou toch niemand doen?

Delbeke: “Misschien niet, maar het zou een inconsistentie zijn in de wet. Ik stel mij ook andere vragen. Ik hoor dat sommige vrouwen met een migratieachtergrond abortus gebruiken als anticonceptiemiddel. Dat vind ik verontrustend. Ik veroordeel niemand, maar als je om religieuze redenen geen voorbehoedsmiddelen mag gebruiken, kan een abortus een uitweg zijn. Vandaar mijn vraag: wie is de doelgroep van een uitbreiding van de termijn? Hoe kunnen we die bereiken? Moeten we niet nog meer inzetten op preventie?”

Uit cijfers blijkt dat vrouwen die voor een late abortus kiezen, vaak lager opgeleid zijn en tot sociaal zwakkere groepen behoren. Soms gaat het om vrouwen die tijdens hun zwangerschap plots alleen komen te staan en de zorg voor een extra kind niet aankunnen. Zo’n keuze wordt wellicht nooit lichtzinnig gemaakt.

Devisch: “Het vermoeden van lichtzinnigheid is inderdaad onterecht. Er is altijd wel een overweging die zwaar doorweegt. En zelfbeschikking is belangrijk. Mijn vraag is hier wat zelfbeschikking betekent. Voor mij betekent het ook: in de mogelijkheid verkeren om op een geïnformeerde manier met je eigen leven om te gaan. En dan moeten we uitermate voorzichtig zijn met sociaal zwakkere groepen.”

Nu wijst u op het verschil tussen negatieve en positieve vrijheid. Bij negatieve vrijheid mag niemand je iets in de weg leggen. Bij positieve vrijheid gaat het om het vermogen om een eigen keuze te maken.

Devisch: “Precies. Ik heb het in dat verband altijd over vrijheid en autonomie. Negatieve vrijheid is een enge invulling van autonomie: niemand mag zich met je leven bemoeien, alles is zelfbeschikking. Ik heb steeds meer de neiging om te zeggen dat we mensen vooral meer autonomie moeten geven. Je kunt maar vrij zijn in relatie tot anderen. Dat verschil tussen vrijheid en autonomie speelt heel erg in de abortusdiscussie. Als sociaal zwakkere vrouwen later in hun zwangerschap voor abortus kunnen kiezen, verhoog je dan hun autonomie? Of moet je inderdaad vooral meer aan preventie doen?”

Delbeke: “Akkoord. Abortus is niet niks. Je kunt je afvragen of een verlenging van de termijn het juiste antwoord is voor sociaal zwakkere vrouwen, of dat voor hen echt wel de ultieme zelfbeschikking moet zijn. Als je niet de juiste kennis of middelen hebt om je leven goed te leiden, is er geen sprake van zelfbeschikking.”

Conservatieve stemmen suggereren graag adoptie als alternatief.

Delbeke: “Dat vind ik absoluut geen alternatief. Dan moet je de baby ter wereld brengen en leven met het idee dat er een kind van je rondloopt op deze wereld.”

Devisch: “Mij klinkt dat ook iets te 19de-eeuws: de staat die zich wel zal ontfermen over de sociaal zwakkere kindjes door hen naar een beter milieu te sturen. Nee, dat mag je ouders niet aandoen.”

Delbeke: “Het mag een optie zijn, maar dan is het aan de ouders om daarover te beslissen. Ik heb een hekel aan paternalisme.”

Filosofe Francesca Minerva heeft een controversieel stuk gepubliceerd over ‘post-natale abortus’, waarin ze betoogde dat alle argumenten voor abortus tijdens de zwanger­schap filosofisch gesproken ook gelden vlak na de geboorte. Omdat de morele status van de baby niet verschilt van de morele status van de foetus. Ze pleitte niet voor kindermoord, maar stelde het filosofische debat op scherp.

Delbeke: “Dan gaat het over levensbeëindiging zonder verzoek bij pasgeboren baby’s. Ik heb dat voor mijn doctoraal proefschrift onderzocht. In België is het wettelijk niet geregeld. In Nederland wel: het is strafbaar, maar er is een richtlijn die bepaalt wanneer er een beroep kan worden gedaan op de noodtoestand. Als kinderen sowieso geen kans hebben om te overleven, bijvoorbeeld. Of als ze behoren tot de categorie waarbij de levenskwaliteit zo gruwelijk laag ligt dat het als zinloos wordt beschouwd om ze in leven te houden.”

Wat doet men dan in België?

Delbeke: “Beademing stopzetten, geen voeding en vocht meer toedienen. Dat gebeurt, daar moeten we niet onnozel over doen. Waarbij ik mij afvraag: wat is het verschil met actieve levens­beëindiging? Ethisch is er misschien een verschil, maar juridisch niet. Wie de machines stopzet, beëindigt het leven. Er bestaat geen wettelijk kader in België, maar het gebeurt. Eén verschil met actieve levensbeëindiging is het risico op misbruik: dat is kleiner bij het stopzetten van beademing, bijvoorbeeld.”

Devisch: “Ik ga akkoord. Stopzetten van beademing leidt tot hetzelfde gevolg als een middel toedienen om het leven te beëindigen. De facto is er geen verschil.”

Zal dit debat ooit verdwijnen? Is het niet logisch dat we hierover van mening zullen blijven verschillen, aangezien het gaat over leven en dood?

Delbeke: “Zeker. Het is nu eenmaal een kwestie van waarden, en niet iedereen heeft hetzelfde waardenkader. Zelfs als u denkt dat een bepaalde persoon geen waardevol of zinvol leven meer heeft, kan dat voor die persoon nog wel het geval zijn. Dat is altijd een zeer persoonlijk oordeel.”

Devisch: “Dat is waar ik altijd op hamer bij de eerstejaarsstudenten geneeskunde: wees ervan bewust dat jouw waardenkader niet dat van de samenleving hoeft te zijn, laat staan dat van de patiënt. En wantrouw mensen die zeggen dat een bepaalde beslissing een kwestie is van gezond verstand. Daarop mogen we daar bij zulke beslissingen, en in dit soort debatten, zeker niet te snel terugvallen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234