Dinsdag 31/03/2020

Film

"Een film in een cirkel? Komt dat zien!"

Beeld Jonas Lampens

Eigenzinnigheid lijkt wel het handelsmerk van Gust Van den Berghe. 'Lucifer', zijn jongste - naar het theaterstuk van Joost van den Vondel - presenteert hij zowaar in een cirkelvormig kader.

Zijn eerste film was in zwart-wit en werd vertolkt door acteurs met het syndroom van Down. Zijn tweede film had een extreem lang kader, en baadde van begin tot eind in het blauw. En zijn gloednieuwe derde draaide hij in Mexico met volstrekt onbekende acteurs en amateurs, en filmde hij ook nog eens in een rond kader - u leest het goed, niet het rechthoekige kader dat we sinds het begin van de cinema kennen, maar een cirkelvormig kader.

Kortom: Gust Van den Berghe (29) maakt geen films die u in uw lokale multiplex zult zien, of die posters in bushokjes zullen promoten. Maar soms volstaat het om zeer koppig een zeer eigen weg op te gaan om toch een wereldwijd publiek te vinden. Zijn eerste twee films werden geselecteerd voor Cannes, afgelopen week ging 'Lucifer' in wereldpremière op het prestigieuze filmfestival van Rome. Waarna Van den Berghe in vier dagen tijd nog naar drie andere premières moest doorvliegen: in Spanje, in Mexico en op het Film Fest Gent. Niet slecht voor een regisseur die zogezegd totaal onverkoopbare films maakt.

Tijd voor een portret, en dat beginnen we bij het begin: zijn jeugd. Een prettige jeugd, vertelt Van den Berghe: "Ik behoor inderdaad tot de zeldzame categorie van de gelukkige kunstenaars (lacht). Ik ben opgegroeid in een vrij groot, samengesteld gezin: we waren met zes kinderen. En we zijn ook een artistieke familie: mijn moeder (de jeugdschrijfster Kristien Dieltiens, red.) schrijft en vertelt, en alle kinderen zitten in de kunst. Behalve mijn jongste zus, want die heeft een échte job (lacht). Ze is verpleegster."

Keihard knokken

Dat hij zelf iets in de artistieke sector zou doen, stond in de sterren geschreven. Wel vreemd is hij zich op film richtte. Ten huize Van den Berghe hadden ze namelijk geen tv, en in de bioscoop kwam hij zelden: "Nu is dat iets onvoorstelbaars, dat je geen computer of tv hebt, maar wij hebben dat nooit gemist. Sterker nog: dat we geen tv hadden, was misschien een grote zegen, want de beelden die ik wél zag, waren altijd waardevol. Die kwamen uit prentenboeken, bijvoorbeeld. Als kind was ik niet veel met film bezig. Ik ging zelden naar de bioscoop, en dat is eigenlijk nog altijd zo. Ik ben dus zeker geen filmkenner. Maar ik hou wel van films; dat is iets helemaal anders."

Toch kwam Van den Berghe bij de regieopleiding op het RITS terecht. Vreemd, toch?

"Tja, hoe gaat dat? Net zoals zovelen wist ik op die leeftijd niet goed wat ik zou doen. Ik was vooral geïnteresseerd in muziek en dans. Ik maakte zelf muziek, collectioneerde platen... En ik was dag in, dag uit met dansen bezig. Dat was een echte levensstijl voor mij. Vele vrienden hebben nu een carrière in die branche, bij Anne Teresa De Keersmaeker, Alain Platel... Om mijn kot te betalen, gaf ik dansles."

Dansen doet hij ondertussen niet meer, en zijn filmwerk heeft ook de muziek verdrongen. "Bij mij vloeit dat allemaal in elkaar over, van het ene komt het andere. Wie weet laat ik de film ooit wel los, en ga ik weer iets anders doen."

Maar terug naar het RITS, waar zijn eerste maanden om het zacht uit te drukken geen onverdeeld succes waren. "De lessen gleden van mij af als water van een eend: na een half jaar wou ik er zelfs mee kappen. Maar plotseling begon ik films te zien. Pas op het RITS heb ik film echt ontdekt. En door film heb ik het leven ontdekt. Ik kan nu een zaal binnenwandelen en als herboren weer buitenkomen. De kracht om mensen in zo'n korte tijd te veranderen: alleen film heeft die, veel meer dan pakweg een boek."

Een van de regisseurs die hem midscheeps troffen was Pier Paolo Pasolini: "Ik weet niet waarom, maar zijn films grepen meteen naar mijn ziel. Omdat ik zo weinig van film wist, raakte zijn werk me op een niveau dat ik zelf niet goed begreep. Heel schoon was dat."

Als student aan het RITS verfilmde Van den Berghe bijna zonder budget en in zwart-wit 'En waar de sterre bleef stille staan', het kerstverhaal van Felix Timmermans. Zijn acteurs - allemaal met het syndroom van Down - vond hij bij Theater Stap. Het was niet het soort materiaal waarop de programmatoren van de Kinepolissen van deze wereld en zelfs arthousedistributeurs zaten te wachten, besefte Van den Berghe. "Ik dacht dat ik een film gemaakt had waar geen hond in geïnteresseerd was. Mijn plan toen was om later op eigen houtje nog twee of drie films te maken."

Tot zijn 'rare' en 'onverkoopbare' studentenfilm tot ieders verbazing opeens geselecteerd werd voor het festival van Cannes. De film werd er op applaus onthaald. "Opeens werd ik in een bestaan gegooid waar ik niks van kende. Uiteraard voelde ik me gevleid. En de erkenning gaf me kracht. Cannes gaf me het zelfvertrouwen om radicaal te durven zijn, maar ook om te vinden dat ik radicaal mag zijn. Want het is niet vanzelfsprekend om dit soort films gefinancierd en gedistribueerd te krijgen. Het is keihard knokken, altijd opnieuw."

Waanzin

Ook in praktisch opzicht maakt Van den Berghe het zichzelf niet makkelijk. Zijn tweede film, 'Blue Bird', nam hij op in Togo, 'Lucifer' in Mexico. "Het zijn grote avonturen, waarvan je als mens rijker wordt en als producent armer (lacht). En waar je als kunstenaar gelukkiger én triestiger van wordt. De plek waar we 'Lucifer' draaiden, Angahuan in de staat Michoacan, was een dorp waarvan zelfs de Mexicanen in onze ploeg zich niet konden voorstellen dat zoiets nog bestond. De hele regio is modern, maar daar spreken de mensen nog een prekoloniale taal, iedereen loopt er in traditionele kledij rond. Ze weten dat er een buitenwereld is, maar zijn te koppig om eraan mee te doen. Een heel rare situatie, alsof iedereen er een soort permanente carnavalsstoet opvoert."

"Bovendien zit je er qua mentaliteit nog bijna in de middeleeuwen, wat het heel log maakte om er wat dan ook georganiseerd te krijgen. Om het compleet te maken, was het ook nog eens het seizoen van de orkanen, met de hele tijd regen en koude. Ik was een film over een vallende engel aan het maken, en begon me er zelf één te voelen."

"Maar in dat soort waanzin zitten, vind ik goed, want je spreekt een kracht in jezelf aan die je hier nooit zou vinden. Weinig slapen, tegen honderd per uur filmen en het ondertussen permanent koud hebben: ik word daar op een vreemde manier rustig en geconcentreerd van. Ik ben enorm zen in dat soort situaties."

Van den Berghe houdt van uitdagingen, zoveel is duidelijk. Lucifer draaide hij in een rond kader, met een nieuwe techniek die Tondoscope heet. "Ik denk meer als een schilder dan als een filmmaker. Niets is zo interessant als te beginnen met het kader, en daar heel bewust over na te denken. Dit is een film over het paradijs en de duivel, onderwerpen die al zo vaak in beeld gebracht werden. Ik had perfect een film kunnen maken met bestaande beelden van de duivel, maar dat vind ik minder interessant. Dan is de vraag: hoe ga je een nieuw licht werpen op oude onderwerpen?"

Beeld rv

Breed publiek

"Het fantastische aan dat cirkelvormige kader is dat het je verplicht op een andere manier over je beelden na te denken. Ik wou met mijn drie films een andere cameravoering gebruiken: bij 'De sterre' was de cameravoering verticaal, bij 'Blue Bird' horizontaal. Met die cirkel kreeg ik een uitgelezen kans om in de diepte te denken, net zoals ze in de Renaissance van de ene dag op de andere perspectief gingen gebruiken. Ik moest dus mijn mise-en-scène in de diepte plaatsen. Ik gebruikte ook veel ramen en deuren, om die diepte nog te versterken."

Door de radicale vormkeuzes die Van den Berghe maakt, dringt de vraagt zich op of hij zijn films voor zichzelf maakt of toch ook met een publiek in het achterhoofd. "Er worden zo veel films gemaakt die rekening houden met het publiek en die vervolgens keihard floppen en niet om aan te zien zijn. Als ik mijn films maak, probeer ik eerlijk te zijn tegenover mezelf. En als ik eerlijk ben tegenover mezelf, ben ik ook eerlijk tegenover mijn publiek. Ik probeer de ideale toeschouwer voor mijn eigen films te zijn, en ik geloof heilig dat er mensen zijn die ook iets aan mijn films hebben. Ik mik met mijn films altijd internationaal, en dat werkt. In die zin heb ik eigenlijk een heel breed publiek, want op - helaas - Afrika na, zitten mijn films overal. Dat je iets maakt wat universeel gesmaakt wordt, is op zich heel fijn."

"Ik krijg nu de vrijheid om mijn ding te doen, en dus neem ik die ook. Ik heb een productiehuis dat meedenkt over de meer praktische dingen. Maar bon, ik weet ook dat als je een film in een cirkel uitbrengt, je commercieel gezien natuurlijk keihard in je eigen voet schiet."

Terwijl je dat argument misschien ook zou kunnen omdraaien en als verkoopsargument gebruiken: een film in een cirkel is nooit eerder gemaakt, dit is uniek, komt dat zien!

"Wel... Zo heb ik hem uiteindelijk ook verkocht gekregen (lacht)."

In Mexico had Van den Berghe met 'Blue Bird' zowaar een hit. "De film haalde in Mexico meer toeschouwers dan in heel Europa samen, hij speelde er in multiplexen, tussen 'Men in Black III' en 'Despicable Me'. Volle zalen met mensen die popcorn zaten te eten, twee maanden lang, zes vertoningen per dag: zeer bizar, maar fantastisch. Ik werd zelfs herkend op straat - absurd gewoon, maar wel tof. Omdat ik daar zo veel was voor 'Blue Bird', hebben we ook maar besloten onze nieuwe er op te nemen. Maar waar ik vooral blij om was: in die grote zalen zijn de projectie en de klank goed. Mijn films zijn gemaakt om in de zaal te zien, op groot scherm. Ik denk dat er op een laptop niks van de poëzie van mijn films overblijft."

Veteraan

Hoe staat een poëet die bij kleine, intieme films zweert overigens tegenover blockbusters? "Ik hou van blockbusters als ik ze zie. Het ene houdt het andere in stand, maar je kunt en mag de twee niet vergelijken. Ik vind dat een zanger als Christoff een plaats heeft naast Toots Thielemans of Sigiswald Kuijken. Elk hebben ze hun belang in de samenleving. Ik hoef er niet per se van te houden, maar ik kan dat allemaal wel appreciëren."

Met drie films die de wereld rondgingen en geselecteerd werden voor de allergrootste festivals ter wereld, is Van den Berghe ondertussen stilaan een ancien in het vak, ook al is hij amper 29. Hij geeft op Sint-Lukas zelfs les aan aspirant-regisseurs die amper jonger zijn. Een veteraan van 29 zijn, hoe raar is dat?

"Dat was vooral vreemd toen ik vier jaar geleden met lesgeven begon. Ik gaf les in het derde en vierde jaar, aan gasten die even oud waren. Nu geef ik les aan de eerste jaren, en voel ik soms dat ze heel argwanend tegenover mijn films staan. Raar hoor, als mensen niet geloven dat je het meent, dat ze denken dat ik met mijn films een shockeffect zoek. Tja... Da's hun goed recht, natuurlijk, maar ik geloof écht keihard in wat ik doe."

"En dat ik als twintiger al voor een ancien aangezien word? Ik heb een baard, misschien komt het daardoor (lacht). Ik ben eigenlijk blij dat ik een veteraan ben voor de pers, want als er één omschrijving is waar ik van gruwel, is het 'jong, aanstormend talent'. Ik vind het bijna vies als ze zoiets zeggen. Jongeren mogen niet bang zijn om te falen, om te leven, om op hun gezicht te gaan. Net zoals ik met mijn eerste film, die natuurlijk ook zou floppen. Daarom moet je tegen jongeren zeggen: maak hem toch maar, die eerste film."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234