Maandag 12/04/2021

Een feest voor het oog

Jeugdboekenweek 2006

De feestelijke affiche, ontworpen door Joke van Leeuwen, en de website www.jeugdboekenweek.be liegen er niet om: de Jeugdboekenweek belooft dit jaar een uitbundig, gezellig en vooral mooi evenement te worden. Onder de vlag van 'Mijn familie' gaat het zaterdag in Leuven van start met een groots opgezet boekenfeest voor klein en groot.Kijkwijzer

Vlaanderen heeft een indrukwekkende traditie op het gebied van boekverluchting, dat is bekend. Je kunt in het buitenland geen museum binnenlopen, of ze hangen er te schitteren, de middeleeuwse miniaturen, de vorstelijke wandtapijten en de grote oude en nieuwe schilders. En allemaal hebben ze iets te vertellen. De Vlaamse illustratoren van vandaag zetten die traditie voort. Net als hun illustere voorgangers beperken ze zich niet tot het afleveren van het obligate 'plaatje bij een praatje'. Ze hangen een heel eigen verhaal op in hun tekeningen en schilderijtjes en ze voegen op die manier een andere, rijkere dimensie toe aan de tekst. En dat maakt Vlaamse prentenboeken meer dan bijzonder en tot ver over de grenzen begeerd. Wie het aanbod van vandaag bekijkt, staat verbaasd over de enorme variëteit in stijlen en 'handschriften', over het vaak experimentele karakter daarvan en over de uiterst verzorgde boekarchitectuur. Vlaamse kinderboekenschrijvers mogen dan soms wat stug en stroef uit de woorden komen, de 'verluchters' zijn welsprekender dan ooit.

Dat heeft ook het Vlaams Fonds voor de Letteren begrepen. Goed bevonden illustratoren krijgen dankzij gulle werkbeurzen de tijd om in alle vrijheid hun creativiteit de vrije loop te laten. Meer nog: het Fonds gaf aan het, inmiddels in de Stichting Lezen opgenomen, Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur of Villa Kakelbont de opdracht om een tentoonstelling op te zetten rond het werk van de picturale 'fine fleur', die meteen ook het internationale visitekaartje moet worden van wat hier in huis is. Die tentoonstelling opent haar deuren op 10 maart in de Leuvense Tweebronnen Bibliotheek en maakt in april haar internationale première op de internationale boekenbeurs in Bologna. Zeventien illustratoren werden geselecteerd.

Wat een catalogus bij de geëxposeerde werken moest worden, groeide uit tot een echt boek, over tweeëntwintig 'Uitgelezen Vlaamse illustratoren in de kijker', dat meteen ook in een Engelstalige editie verschijnt. De auteur, Marita Vermeulen, is zowat de 'moeder' van de Vlaamse prentenboekenmakers. Als hoofdredactrice van het tijdschrift De leeswelp en als recensente voor De Standaard der Letteren bouwde ze professionele expertise op en specialiseerde ze zich in het illustratiewerk. Door de vele gesprekken voor haar blad met mensen uit het vak leerde ze die ook goed kennen en hun werk appreciëren. Ze volgde ook avondlessen beeldende kunst om met kennis van zaken te kunnen oordelen over kwaliteit en stijlen. Vermeulen was eerder al curator voor de dubbeltentoonstelling Wie zoet is krijgt lekkers in de Antwerpse stadsbibliotheek en het KMSKA. Daarvoor ging ze enthousiast grasduinen in de uitgebreide boekencollectie van Hendrik van Tichelen, in het begin van de vorige eeuw al druk doende met vormgeving en 'plaatjes' in kinderboeken. Sinds kort is ze uitgever bij De Eenhoorn, een uitgeverij die grafisch en artistiek experiment toejuicht en die, als vruchtbare kweekvijver, jong aanstormend talent alle kansen geeft.

Buiten de lijntjes gekleurd wil een soort kijkwijzer zijn om kinderen en volwassenen binnen te leiden in de beeldtaal van tweeëntwintig illustratoren. Het boek reikt enthousiast sleutels aan om prenten te leren 'lezen', want, zegt Vermeulen, "heel wat prentenboeken dagen lezers uit om naar binnen te gaan en zich over te leveren aan een soms bevreemdend en confronterend universum". Na een kort historisch overzicht, komen er uitvoerige portretten van de illustratoren en hun werk. Met korte, treffende citaten lichten die telkens zelf hun visie toe. In een eerste reeks werden tien meer toegankelijke kunstenaars ondergebracht, die van de samenstelster 'herkenbaarheid' en 'humor' als 'paswoord' meekregen. Veilige warmte, voorzichtig experiment, ambachtelijk vakmanschap, herkenbaarheid, ingetogen kleurpaletten, afgelijnde emotie, associatieve compilatie... het zijn epitheta die aan Ingrid Godon, Marjolein Pottie, An Candaele, Geert Vervaecke, Guido van Genechten, Anne Westerduin, Lieve Baeten, Annemie Berebrouckx, Johan Devrome en Sebastiaan Van Doninck worden meegegeven. Prent na prent wordt minutieus uitgeplozen, 'gelezen' en doorgelicht. Jammer wel, dat je als lezer soms op je honger blijft wegens geen beschikbare afdruk van de illustratie die aan de orde is. Een boek als dit, een hommage toch aan de kunst van het illustreren en vormgeven, verdiende overigens wel een meer verzorgde en minder rommelige boekarchitectuur en op zijn minst al uitnodigender schutbladen.

In een tweede hoofdstuk met als titel 'Een kwestie van geconcentreerde energie', een citaat van Hugo Claus, voert Marita Vermeulen twaalf figuren op die hun 'geheimen' niet meteen prijsgeven. "Niet alleen verflagen, maar ook verhaallagen worden over elkaar gelegd tot een rijkgeschakeerd beeld ontstaat dat vaak en op veel verschillende niveaus gelezen kan worden." Naast een overzicht van het werk, geeft ze in dit deel per illustrator ook nog een grondige analyse van één bijzondere prent volgens haar heel persoonlijke, en vaak emotioneel gekleurde, beproefde leesstrategie. Dat deze club van twaalf tot haar favorieten behoort, is algauw duidelijk. Terwijl de eerste reeks weleens kritisch onder de loep wordt genomen, vinden deze meer hermetische kunstenaars (Kristien Aertssen, Sabien Clement, Carll Cneut, Erika Cotteleer, Gerda Dendooven, Goele Dewanckel, Pieter Gaudesaboos, Tom Schamp, André Sollie, Isabelle Vandenabeele, Klaas Verplancke, Paul Verrept), vaak terecht overigens, vooral onvoorwaardelijke genade.

Het boek sluit af met een interessante poging om verbanden te leggen tussen Vlaamse illustratoren en gerenommeerde kunstenaars als Ensor, Permeke, Magritte en Breughel. De gelijkenissen zijn inderdaad frappant. Daarmee is de cirkel rond en leidt de aangrijpende Mijnheer Ferdinand van Carll Cneut op de cover moeiteloos naar Gustave van de Woestynes Boer Deeske. Wat ook de bedoeling van het boek was.

De boekenbeesten

Naar aanleiding van de jeugdboekenweek zet boek.be een commercieel masterplan op stapel. Negen boekenverslindende (!) boekenbeesten zullen de boekhandels teisteren en wie ook wat koopt krijgt een gratis Ketnetband cd met - wat onnozel bedacht - boekenbeestenlied. Op de site www.boekenbeesten.be leer je die beesten en hun eigenaardigheden beter kennen en krijg je spelletjes en boekentips op de koop toe.

Elk jaar deelt boek.be ook gul een hele prijzenfauna uit. Een overzicht van de winnende auteurs en illustratoren.

De jury van de Boekenpauw voor de beste illustraties had keuze te over uit een indrukwekkend aanbod. Ze trok duidelijk de 'experimentele' kaart met Isabelle Vandenabeele en haar intrigerende prenten in Mijn schaduw en ik (De Eenhoorn), een mooi verhaal van Pieter van Oudheusden over het schaduwbestaan van een kleine jongen. In zijn verbeelding krijgt die schaduw een eigen nachtelijk leven vol wervelende beweging en verre horizonten. Vandenabeele tekent met haar forse houtsneden geen wollig kinderuniversum: haar fascinerende illustraties vragen alleszins een aandachtige kijker en lezer, die de moeite wil nemen om ze te ontrafelen en te interpreteren. En dan gaat er wel een wonderlijke wereld open. Soepkinders (Querido) van Gerda Dendooven bleef, volgens het juryverslag , lang in de running voor een Pauw, maar moest het stellen met een Boekenpluim of een eervolle vermelding. Jammer, want toch wel heel bijzonder en verfrissend. Een tweede Pluim ging naar Stad (Lannoo) van de eigenzinnige en hoogst originele Pieter Gaudesaboos: een geestig en verrassend vormgegeven sprookje over stadsontwikkeling en architectuur, met copieuze in retrostijl uitgewerkte tekeningetjes. De meesterlijke Dulle griet (De Eenhoorn) van Carll Cneut bleef wat verweesd op de longlist staan. Zonde is dat.

Voor de Boekenleeuwjury, die de vijf beste boeken moest vinden, was de klus allicht een stuk moeilijker. Erg spectaculair oogde de longlist alvast niet. Het was dan ook een weinig geïnspireerd Vlaams jeugdboekenjaar, met nauwelijks interessante uitschieters. Er werd opvallend voor verteerbare toegankelijkheid en minder voor literaire hoogstandjes gekozen. Dat was de voorbije jaren wel anders... Ook hier viel Gerda Dendooven met haar Soepkinders helemaal uit de boot. Met de Boekenleeuw voor Jonkvrouw (Facet) van het duo Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs maakte de jury in elk geval een terechte keuze. Margaretha van Male wordt prachtig en overtuigend geportretteerd als een balorig, jongensachtig, knokig, brutaal en eigenzinnig wicht van vlees en bloed, dat zich letterlijk en figuurlijk in geen enkel korset laat dwingen. De historische achtergronden en de hele sfeer van de donkere middeleeuwen met het verstikkende geloof en bijgeloof, de pestilentie, de goorheid, de kleuren en de geuren krijg je onnadrukkelijk, als vanzelf mee.

Lies Baete kreeg een Boekenwelp voor Marja (Davidsfonds/Infodok), alleszins een boeiend en ongewoon tijdsdocument over Vlamingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland werden gestuurd om er aan de kost te komen. Het boek geeft een heel nieuw beeld van Duitsland in oorlog. Stilistisch lijkt het me wel minder overtuigend dan andere gegadigden. Een tweede welp was er voor Do van Ranst en zijn Ravenhaar (Davidsfonds/Infodok). Een erg filmisch boek over een pseudo-volwassen spel met kinderen in de hoofdrollen en over het onwennig aftasten van de nog onbekende grote gevoelens, dat met veel understatement en inleving de aarzelende overgang van kinderjaren naar volwassenheid illustreert. De karakters missen wat 'vlees en bloed'. Nopjes (De Eenhoorn), een prentenboek van Klaas Verplancke was ook goed voor een welp. Een wonderlijk in woord en beeld geconcipieerd repeteerverhaal over 'honderd miljoen duizend stenen' en nog meer dakpannen, die gezelligheid en contact met de omgeving in de weg staan. Afbreken dus maar. Mooi!

Mama, jij bent de liefste (De Eenhoorn) als winnaar van het beste kinderboek in vertaling, is op zijn minst verrassend. Een prachtig en ontroerend Japans prentenboek, dat wel, maar de, overigens welluidend door Petra Moeyersoon vertaalde, woorden zijn op een paar handen te tellen... Penurie dus, ook op het vertalersfront?

Tips voor kids

Ze zijn uiteraard niet te tellen, de verhalen, gedichten of romans die van ver of dichtbij met vaders en moeders, opa's en oma's, broers en zussen, tantes en ooms te maken hebben. Voor jonge kinderen hebben die meestal een grote aaibaarheidsgraad. Maar het kan ook wel een pak grimmiger als het over echtscheiding, ziekte, duistere familiegeheimen, misbruik, dementie of sterven gaat. Heel wat boeken van getalenteerde schrijvers zoals, om er een paar te noemen, Joke van Leeuwen, Guus Kuijer, Bart Moeyaert, Rita Verschuur, Martha Heesen, Ted van Lieshout, Anne Provoost, Kaat Vrancken, Marita De Sterck, Edward van de Vendel... hebben het in alle denkbare toonaarden en registers over familierelaties.

Een kleine selectie, toch maar, van recente en wat oudere boeken, voor alle leeftijden.

Mini wordt wakker van Kitty Crowther (Querido, 3+) is een piepklein boekje met nauwelijks woorden. Herkenbaarheid troef in de manoeuvres die Mini uitvoert om haar uitslapende vader uit bed te krijgen om aan de dag te kunnen beginnen. De minimalistische, kriebelige tekeningen zijn hartveroverend.

Ingrid Godon illustreerde in Mijn papa is een reus (Leopold, 3+) een aandoenlijk eenvoudig verhaal van Carl Norac. Een klein jongetje heeft een grenzeloze bewondering voor zijn op alle vlakken gigantische vader: "Als ik hem wil knuffelen moet ik op een ladder klimmen. En als de wolken moe zijn, komen ze uitrusten op de schouders van mijn papa..." De prenten zijn bijzonder mooi en stralen veel knusse warmte uit.

Mama, jij bent de liefste van Komako Sakai (De Eenhoorn, 3+) mag dan wel melig klinken, maar is het niet. Een klein konijn stoort zich behoorlijk aan zijn moeder: die slaapt te lang, kijkt naar domme dingen op de televisie, maakt zich meteen boos, staat uren te kletsen, en vooral: hij mag niet met haar trouwen. Nooit. De verontwaardiging druipt van de prachtig getekende expressieve prenten, waarop meer te lezen valt dan de tekst vertelt.

Over een logeerpartij en het daarbij horende heimwee naar huis gaat Heimween (Davidsfonds/Infodok, 4+) van Dirk Nielandt met illustraties van An Candaele. Het verhaal is wat minnetjes, maar de uitbundige prenten geven de wisselende stemmingen van de kleine draak Rufus overtuigend weer in kleur en vormgeving.

Feodoor heeft zeven zussen (Gottmer, 5+), vertelt met een geestige berijmde tekst van Marjet Huiberts en met al even grappige tekeningen van Sieb Posthuma over kleine Feodoor die geen moment rust krijgt met zeven bedillerige, overbezorgde en lawaaierige zussen. Wat een gedoe! Alleen jarigheid wordt dan voordelig, want "zevendubbel feest".

Wie op zoek is naar een knuffelig mamaverhaaltje, zit bij Soepkinders (Querido, 10+) goed fout. Gerda Dendooven neemt haar lezers mee in een bizar en griezelig sprookje, tragisch en komisch tegelijk, over twee meisjes op zoek naar een warme, verhalenvertellende moeder. Op hun bange queeste dienen heel wat kandidaat-moeders en -vaders zich aan, maar geen van hen blijkt zuivere bedoelingen te hebben. Een fascinerend en eigenzinnig boek, met verrassende illustraties.

Hoe oma plots verdween (Lannoo, 8+) van Pieter Gaudesaboos is een hoogst origineel en vernieuwend vormgegeven kijk- en leesboek waarin je samen met een jonge speurder op zoek moet naar verklaringen. Aan de hand van papiersnippers, collages, foto's en briefjes stel je zelf het verhaal samen over hoe de oma van de kleine detective haar definitieve vertrek zorgvuldig voorbereidt. Een tegelijk grappig en ontroerend boek over afscheid nemen, en hoe daarmee om te gaan. Je raakt er in elk geval niet op uitgekeken.

In Diep in het bos van Nergena van Margriet Heymans (Querido, 10+), een merkwaardig, wat sprookjesachtig boek, distilleer je het verhaal uit de brieven die twee zussen elkaar schrijven. Frieda woont voor een tijd bij haar moeders achternicht in Nergena, een dorp op de buiten. Het is oorlog (ook al wordt dat nooit uitdrukkelijk gezegd), en in de stad Gunderwijd is er geen werk en geen eten. Op het platteland 'van spek en bonen' heeft Frieda het bijzonder naar haar zin. Tot het heimwee naar haar familie tè groot wordt.

Kies mij! (Querido, 10+) van Dirk Weber is een geestig en aangrijpend boek over het weesmeisje Fien dat in een 'kinderasiel' woont en dat al haar hoop en ellende kwijt kan in haar tekeningen. Tot de gekke Wuf opdaagt, die haar een nieuw leven wil geven en haar in een erg ongewone wereld binnenbrengt. De illustraties van Jan Jutte zijn gewoon prachtig.

Een echte familiekroniek is Negen open armen (Querido) (13+) van Benny Lindelauf, over een groot Zuid-Limburgs gezin zonder moeder en met een vader van twaalf stielen en dertien ongelukken. Oma Mei heeft de touwtjes in handen. Haar geheimzinnige dorpsverhalen over vroeger doorkruisen op een indringende manier het leven van alledag. Een schitterend geschreven en warm boek, over een tijd toen de dagen trager waren en familie nog echt 'familie' was.

Annemie Leysen

Vlaamse kinderboekenschrijvers mogen dan soms wat stug en stroef uit de woorden komen, de 'verluchters' zijn welsprekender dan ooit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234