Woensdag 20/11/2019

Een excentrieke erfgename

Vijf echtgenoten en een paar andere mannen was de voorlopige titel van haar memoires. De Amerikaanse Peggy Guggenheim (1898-1979) kon inderdaad bogen op de nodige ervaring op dat gebied en beschikte gelukkig over enige zelfspot. Of juister geformuleerd, ze was er zich van bewust dat ze een enigszins karikaturaal leven leidde, zoals blijkt uit de biografie van Mary V. Dearborn.

Mary V. Dearborn

Minnares van het modernisme, het leven van Peggy Guggenheim

Oorspronkelijke titel: Modernism: The Life of Peggy Guggenheim

Vertaald door Anke ten Doeschate & Miebeth van Horn

Sirene/Van Halewyck, Amsterdam/Leuven, 416 p., 21,95 euro.

De verschijning van haar memoires in de vorm van haar autobiografie in 1946 (eerste deel), onder de overigens veel neutralere titel Out of This Century (een knipoog naar de naam van haar galerie Art of This Century), betekende een keerpunt in Peggy Guggenheims carrière. Voor die tijd werd ze gezien als ludieke erfgename van de vermogende Guggenheims met belangstelling voor moderne kunst (of, volgens boze tongen, een niet al te slimme, alcoholistische, in kunstkringen verkerende rijke nymfomane). Na de publicatie was ze een levende legende. De openhartigheid waarmee ze confidenties als haar neiging tot masochisme, haar vele bedpartners en haar minderwaardigheidscomplex uit de doeken deed en zelfs bepaalde geruchten bevestigde, was voor die tijd ongehoord, zeker voor een vrouw.

Nu was Peggy (Marguerite) Guggenheim ook geen gewone vrouw. Om te beginnen was ze steenrijk. Daar kon ze zelf niet zoveel aan doen, het was haar afkomst. Peggy beschouwde de verwanten van haar moeder, Florette Seligman, als "vreemd, zo niet geschift". Net als de familie van haar vader, Benjamin Guggenheim, waren de Seligmans midden negentiende eeuw naar de Verenigde Staten getrokken als marskramers en zouden ze gaandeweg fortuin maken in het bankwezen. De Guggenheims vergaarden hun rijkdom met mijnwerken.

Ondanks alle luxe waarin Peggy en haar zusjes Benita en Hazel opgroeiden, had Peggy geen gelukkige jeugd. Haar geboorteplaats New York was niet groter dan de "joodse microkosmos binnen de oude elite van Manhattan", zoals Mary V. Dearborn in haar uitstekende biografie over Peggy Guggenheim schrijft, en daarbinnen golden strikte regels: er was een sterke familieband, men was sociaal behoudend en overtuigd joods.

Peggy heeft het milieu waarin ze opgroeide altijd als kleinburgerlijk en verstikkend ervaren, ook al namen de patriarchen het niet zo nauw met bepaalde zeden. Het echte trauma uit haar afgeschermde jeugd was echter de dood van haar vader in 1912. Benjamin, voor zaken in Europa, zat aan boord van de Titanic toen het schip ten onder ging. Hij verdronk. Pikant detail: zijn toenmalige minnares, die hem vergezelde, overleefde de ramp.

Hoewel Peggy, net als haar zusjes, na het overlijden van haar vader een aanzienlijk bedrag erfde, bleek de nalatenschap van Benjamin Guggenheim één grote chaos en het vermogen dramatisch minder dan verwacht. Florette en haar dochters moesten hun exquise levensstijl dan ook aanpassen en hoewel nog altijd financieel geprivilegieerd, behoorden zij sindsdien tot de 'arme' tak van de Guggenheims.

Haar adolescentie brengt Peggy zoekend door, naar zingeving en bezigheden. Ze reist naar de andere kant van de Verenigde Staten om haar veel te geprononceerde neus te laten bijwerken, maar de operatie mislukt, als gevolg waarvan haar neus niet alleen groot maar ook altijd gevoelig zal blijven. Ze krijgt een zenuwinzinking en anorexia en hoewel ze van beide herstelt, komt ze haar onzekerheid nooit te boven.

Peggy is amper twintig als ze een baan aanneemt in The Sunwise Tur, een vooruitstrevende en galerie-achtige boekhandel waar ook schilderijen worden tentoongesteld. Daar leert ze niet alleen dat ze het leuk vindt om met mensen samen te werken, maar vooral dat ze zich graag met creatieve en artistieke geesten omringt. Peggy verdiept zich in de avant-garde en maakt kennis met moderne kunst: in de galerie van Alfred Stieglitz blijft ze een schilderij van Georgia O'Keeffe alsmaar omdraaien omdat ze niet wist wat de bovenkant was. Ze leert ook Laurence Vail kennen, een jonge toneelschrijver, dichter en bon vivant die haar eerste echtgenoot zou worden. Op aandrang van haar moeder, die de nieuwe entourage van haar dochter maar niets vindt, reist Peggy eind 1920 naar Europa voor wat een grand tour had moeten worden en uitmondde in een verblijf van nagenoeg 23 jaar.

In Parijs komt ze Laurence Vail opnieuw tegen en hij introduceert haar in zijn bohémienwereld van modeontwerpers, schrijvers, schilders en andere kunstenaars. Via hem ontmoet ze mensen met wie ze haar leven lang bevriend zou blijven, onder meer de onconventionele schrijfster en journaliste Djuna Barnes.

Laurence en Peggy trouwen in 1922 maar het huwelijk is stormachtig. Laurence schenkt haar twee kinderen, Sinbad en Pegeen, en een aantal helse jaren. Hij kon buitengewoon charmant zijn maar ook driftig, vooral als hij gedronken had, en dat deed hij dagelijks. Hij kleineerde haar met antisemitische scheldkanonnades, werd gewelddadig en sloeg haar, ook publiekelijk. Mary Dearborn gaat uitvoerig in op deze Parijse periode, die, afgewisseld met verblijven aan de Rivièra en in de Zwitserse Alpen, een aaneenschakeling lijkt van feesten, ruzies, vrijages en drinkgelagen in gezelschap van coryfeeën als Isadora Duncan, Francis Scott Fitzgerald, Louis Aragon, André Breton, Max Ernst, Marcel Duchamp en Samuel Beckett.

Terwijl hun relatie verslechtert en Peggy in 1929 op een scheiding aanstuurt (daarin gesteund door anarchiste en feministe Emma Goldman, met wie zij bevriend was geraakt), krijgt Peggy nog twee andere drama's te verwerken: haar oudste zus Benita sterft in het kraambed en haar jongste zus Hazel heeft in een vlaag van verstandsverbijstering (zeer waarschijnlijk) haar twee kinderen van het balkon geduwd.

Het is fascinerend om te zien hoe de weliswaar vermogende maar dodelijk verlegen, immer onzekere Peggy ("Peggy heeft geen eigen mening, de arme schat, ze weet niet wat ze wil of ze weet niet of datgene wat ze wil het juiste is", zei Djuna Barnes ooit over haar, en zij stond niet alleen in die mening) langzaam maar zeker de kracht vindt om haar eigen koers te varen. Toch duurt het nog tot eind 1937 voor ze echt weet wat ze wil. Ze loopt dan tegen de veertig, woont al jaren in Engeland en heeft, naast de nodige flirts en one-night stands, een vijf jaar durende relatie met de Britse auteur John Holms achter de rug, evenals een relatie met Douglas Garman, eveneens Brits schrijver maar vooral vurig aanhanger van het communisme, hetgeen uiteindelijk tot hun breuk zou leiden. Het overlijden van haar moeder datzelfde jaar geeft haar nieuwe financiële armslag maar ook de emotionele vrijheid om haar plannen te concretiseren: "Peggy wil zich inzetten voor de moderne kunst, een karakteristieke verzameling aanleggen, en onder kunstenaars verkeren", schrijft Dearborn. Al langer wendde Peggy haar ruime financiële middelen aan om anderen te steunen. Zij sponsorde armlastige dichters, kocht werk van hedendaagse kunstenaars en subsidieerde artistieke en/of intellectuele vriendinnen en zelfs haar ex Laurence Vail.

Met Guggenheim Jeune, de Londense kunstgalerie die ze in 1938 opent met een spectaculaire tentoonstelling van Jean Cocteau (die ze had leren kennen via haar latere geliefde Marcel Duchamp), verovert Peggy zich niet alleen onmiddellijk een positie binnen de Engelse kunstwereld maar ook bij het grote publiek. Ook haar tweede grote expositie, gewijd aan de in Engeland nog onbekende Wassily Kandinsky, is een groot succes. Peggy heeft haar roeping gevonden. Ze is vrij en onafhankelijk en in professioneel opzicht eindelijk betekenisvol bezig. Ze reist veel en graag, vooral naar Europa, om de nieuwste ontwikkelingen binnen de (schilder)kunst op de voet te volgen. Ze is dol op zakendoen in de kunstwereld. Privé had ze naar eigen zeggen geen man meer nodig, hetgeen haar niet belette om meerdere relaties tegelijk te hebben (onder meer met Samuel Beckett en Yves Tanguy) om over de vele affaires maar te zwijgen.

Mary Dearborn, die eerder goed onthaalde biografieën schreef over Henry Miller, Norman Mailer en Louise Bryant, heeft zich kunnen uitleven omdat Peggy Guggenheim geen gewone vrouw was en haar leven allesbehalve alledaags. Dearborn raadpleegde talloze bronnen, sprak nabestaanden en (kinderen van) vrienden en kreeg, belangrijkste bron van al, als eerste toegang tot de Guggenheim- archieven. Hoewel dat soms een veelheid van namen en zijlijnen oplevert (gelukkig is er wel een persoonsregister opgenomen) is Minnares van het verleden een welwillende, tamelijk complete en in ieder geval aantrekkelijke biografie geworden.

Het verhaal van Peggy Guggenheim is nog niet afgelopen. In haar privé-leven krijgt ze nog een aantal klappen te verwerken: haar huwelijk met Max Ernst loopt spaak, haar Italiaanse geliefde sterft en haar depressieve dochter Pegeen, van wie zij veel hield maar met wie ze altijd een haat-liefdeverhouding heeft gehad, overlijdt, gestikt in haar eigen braaksel.

Peggy ambieert een museum voor moderne kunst op te zetten. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog worden die plannen op de lange baan geschoven maar met haar in 1942 door architect Friedrich Kiesler ontworpen New Yorkse 'kunstcentrum' Art of This Century gooit ze opnieuw hoge ogen. Toch voelt ze zich in Amerika niet meer thuis. Haar inmiddels aanzienlijke collectie, waaronder veel Jackson Pollocks, zal ze uiteindelijk onderbrengen in een palazzo in Venetië, waar ze in 1949 haar intrek neemt en dat sinds 1951 officieel museum is. Dat zij haar stempel heeft gedrukt op het twintigste-eeuwse culturele klimaat, blijkt uit de vele eerbetuigingen die internationaal befaamde musea haar hebben betoond door haar collectie ten toon te stellen.

Annick Schreuder

Het is fascinerend om te zien hoe de weliswaar vermogende maar dodelijk verlegen, immer onzekere Peggy langzaam maar zeker de kracht vindt om haar eigen koers te varen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234