Maandag 24/01/2022

Een engeltje steekt zijn tong uit

Als Francis Poulenc kerkmuziek componeerde, dacht hij aan voetballende monniken, en sloop er vanzelf iets vrolijks in het 'Gloria'. De bon-vivant onder de Franse componisten werd honderd jaar geleden geboren. Een stortvloed van heruitgaven brengt zijn 'oppervlakkige' muziek opnieuw onder de aandacht.

Januari is een betekenisvolle maand geweest voor Francis Poulenc. Op de zevende dag van de eerste maand van het jaar 1899 hoorde het zondagskind onder de Franse componisten voor het eerst de geluiden uit zijn omgeving: een streng katholiek middenstandsmilieu (vader Poulenc zat in de farmaceutische industrie). Op 30 januari 1963 maakte een hartstilstand een einde aan het leven van 'Poupoule', de geboren en getogen Parijzenaar, die woonde in een appartement in de rue Médicis.

Ook nu, 36 jaar na zijn overlijden, was januari de maand waarop alles zich rond Poulenc concentreerde. Met het oog op de herdenking van zijn honderdste geboortedag brachten EMI, Decca, Philips en Globe eind vorig jaar al verschillende nieuwe of opnieuw gegroepeerde cd's op de markt. Waarvan vooral de Edition du centenaire 1899-1963 van EMI (twintig cd's verdeeld over vier albums; het complete oeuvre) een aanwinst van betekenis is.

Op de valreep heeft zich daar ook de Franse tak van RCA/BMG bijgevoegd. Op twee cd's is de complete kamermuziek bij elkaar gezet, in uitvoeringen met prominente musici van de jongste generatie, onder wie fluitist Emmanuel Pahud, klarinettist Paul Meyer en pianist Eric Le Sage. Daarnaast heeft Le Sage ook alle solopianomuziek van Poulenc vastgelegd voor RCA. In combinatie met het melodrama L'Histoire de Babar, le petit éléphant, in de oorspronkelijke versie voor 'recitant' en pianist.

Le Sage moet niet alleen concurreren met zijn landgenoot Pascal Rogé, die alles de afgelopen jaren op niveau voor Decca heeft vastgelegd, maar ook met Jacques Février en Gabriel Tacchino (EMI), de Franse pianist die al jong in contact kwam met Poulenc en studeerde bij diens jeugdvriend Février. Février bracht vele stukken van Poulenc in première en legde tweemaal het Concert voor twee piano's vast (in 1957 en 1962), beide keren met Poulenc aan de andere vleugel. De lijn Poulenc-Février-Tacchino is alleen al om die reden de meest geautoriseerde die maar denkbaar is. Doordat van het destijds befaamde duo Pierre Bernac (bariton) en Poulenc (zijn vaste 'begeleider') enkele heruitgaven uit 1946 en 1948 zijn opgenomen, krijgen deze ook los verkrijgbare albums in het EMI-project een meerwaarde die de andere edities ontberen.

Van de bijna tweehonderd liederen die Poulenc naliet, componeerde hij er enige tientallen speciaal voor zijn partner Bernac. Daardoor dringt zich een vergelijking op met het Engelse duo (in leven en werk) van de tenor Peter Pears en de componist en pianist Benjamin Britten. In beide gevallen heeft dit tot een creatieve samenwerking geleid die sindsdien in Frankrijk noch in Engeland is overtroffen.

Met dit verschil dat Pears ook betrokken was bij het ontstaan van een aantal opera's, waarin hij vaak ook de titelrol vertolkte. Bernac vertoonde zich zelden op het operatoneel, want daar leende zijn tot het uiterste gecultiveerde stem zich niet voor. Hij was, net als zijn bekendste leerling Gérard Souzay (met Elly Ameling ook present bij EMI), vooral een liedzanger par excellence.

In tegenstelling tot Britten ging de bon-vivant Poulenc makkelijk en los om met zijn homoseksualiteit - voorzover dat mogelijk was in het katholieke Frankrijk van tussen beide wereldoorlogen. Het vrijere artistieke klimaat en het uitgaansleven van Parijs drukten een stempel op het oeuvre van de componist die zichzelf graag als 'nonconformist' en als 'man zonder principes' afschilderde.

Poulenc, een gezellig causeur en grappenmaker, genoot van het leven zoals het op hem afkwam. Dat hem dat, ook als componist, soms het verwijt van oppervlakkigheid opleverde, kon hem niets schelen. Integendeel: hij dreef er graag de spot mee. Zo gaf hij het al snel wereldberoemde, voor zijn neefjes en nichtjes geschreven sprookje De geschiedenis van het olifantje Babar als ondertitel mee: Dix-huit coups d'oeil sur la queue d'un jeune éléphant. Een onschuldige ondertitel, op het eerste gezicht. Poulencs vrienden lachten zich echter rot. Want 'queue' kan zowel met 'staart' als met 'lul' worden vertaald. En dan dringt zich bij de achttien 'blikken' op dat onschuldige olifantje natuurlijk meteen een vergelijking op met Messiaens Vingt regards sur l'enfant Jésus - een omvangrijke pianocyclus van zeer ernstige, religieuze snit.

Poulenc provoceerde graag, zonder dat dit in extreme vorm in zijn muziek terechtkwam. "Een belangrijk punt: ik ben geen kubist, nog minder een futuristische componist en uiteraard ook geen impressionist," liet hij als twintigjarige aan een uitgever weten. "Ik ben een componist zonder etiket... De Rapsodie nègre is geen exotisch of schilderachtig werk, het is gewoon een compositie vol vrije melodiek."

In dezelfde brief sprak hij ongegeneerd zijn voor- en afkeuren uit. "Mijn lievelingscomponisten zijn Bach, Mozart, Satie en Stravinsky. Van Beethoven moet ik níets hebben... Ik haat Wagner... Ook Franck moet ik niet, omdat dat geen Latijnse kunst is... Over het algemeen ben ik nogal eclectisch, ik geef toe dat je invloeden ondergaat, maar ik haat kunstenaars die zich in het kielzog van de meesters ophouden; daarom hou ik wel van Debussy en Ravel, hoewel ik een voorkeur heb voor Roussel, maar kom ik om van verveling als ik composities moet aanhoren van de heren Schmitt, Grovlez, Caplet, Huré, Aubert et cetera."

Boven dat rijtje heeft Poulenc, een melodicus als geen ander, zich moeiteloos weten te verheffen. De componist liet zich daarbij inspireren door schilders, gebruikte teksten van bevriende dichters als Paul Eluard en Max Jacob, en was weg van chansonnières als Yvonne Printemps en Edith Piaf.

Nadat een goede vriend van hem was omgekomen bij een auto-ongeval, bekeerde hij zich tot het katholicisme. Na 1935 kwam een stroom religieus geïnspireerde werken op gang. Hoewel Poulenc ook daarin zijn eigen, ongecompliceerde gang ging. Hij noemde zijn glansrijke Gloria zelf een 'koorsymfonie', maar al vrij snel na de eerste uitvoeringen in 1961 kwam er commentaar op de 'onkerkse' uitbundigheid van dit werk.

Later zou de componist zich in alle ernst afvragen waarom het tweede deel, het Laudamus te, toch tot een schandaal kon leiden: "Ik heb tijdens het componeren gewoon gedacht aan de fresco's van Gozzoli, waarop je kunt zien hoe die engeltjes hun tong uitsteken, en ook aan die serieuze benedictijner monniken, die ik eens een partijtje voetbal heb zien spelen."

Een overweldigende hoeveelheid Poulenc-cd's is de afgelopen maanden verschenen. Waar te beginnen, hoe te kiezen. Op de halverwege 1998 verschenen cd met de ingetogener koorwerken van Poulenc door het Nederlands Kamerkoor onder Eric Ericson valt niets aan te merken. De vier albums met elk vijf cd's van EMI, gebundeld onder de noemers Oeuvres lyriques (alle opera's), Concertos, Musique symphonique & religieuse, Mélodies et chansons en Piano & musique de chambre, biedt nagenoeg alles wat Poulenc heeft geschreven.

Daarbij zitten veel historische opnamen, waaronder de prachtige cyclus Tel jour telle nuit met Bernac en Poulenc en het door Yvonne Printemps eveneens onnavolgbaar gezongen Les chemins de l'amour, plus de 1957-versie (de beste) van het Concert voor twee piano's. Vergeleken met Printemps kan de kille en onbuigzame sopraan Mady Mesplé in de pianoversie van Les chemins wel inpakken. Ook de jonge Jessye Norman en met name Gérard Souzay en Elly Ameling leveren overtuigender werk af dan Mesplé. Om Denise Duval, voor wie Poulenc onder andere het monodrama La voix humaine schreef, kan natuurlijk niemand heen.

Voor de echte Poulencliefhebber is het EMI-pakket, alleen al door de informatieve, zorgvuldige teksten, onontbeerlijk. Maar er zijn goede alternatieven. De Deccareeks (tien cd's) met dirigent Charles Dutoit, pianist Pascal Rogé en vocalisten als Felicity Lott, François Leroux en Gilles Cachemaille biedt recentere en daardoor net iets beter klinkende opnamen. Decca verdeelt een en ander in de categorieën The complete orchestral music and concertos, Music for solo piano en Mélodies.

RCA biedt een voortreffelijke integrale opname van de kamermuziek op twee cd's met de eerder genoemde jonge musici, onder wie de Nederlandse hoornist Ab Koster (nog tot eind maart in aanbieding). Pianist Eric Le Sage speelt het complete pianowerk op drie midprice-cd's (aangevuld met Babar; EMI biedt de orkestversie met Peter Ustinov als verteller). Bij RCA is ook net een cd uit met een aantal liederen door de Franse alt Nathalie Stutzmann.

Op Philips verscheen een verrassende opname uit Japan met de komische eenakter Les mamelles de Tirésias (aangevuld met het hilarische Le bal masqué) onder leiding van Seiji Ozawa en met de sopraan Barbara Bonney als de grote ster in Les mamelles. Bij EMI is die rol weggelegd voor de legendarische Denise Duval.

Tot slot nog een interessante propositie van het Nederlandse muziekjournaal Entr'acte. Dat biedt voor zo'n 775 frank een dubbelalbum van EMI uit 1990 aan, met de Oeuvres orchestrales. In een analyse van dit bijzondere werk (vol elementen die de componist oppikte van een gamelanensemble, dat in 1931 op de Parijse Exposition Coloniale speelde) komt het blad tot de terechte conclusie: "De mooiste gamelanmuziek die ooit door een westerse componist is geschreven."

Het integrale oeuvre van Francis Poulenc verscheen onder de titel Edition du centenaire 1899-1963 op EMI; vier sets van vijf cd's; circa 2.100 frank per set.

Dit stuk verscheen eerder in de Volkskrant.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234