Woensdag 13/11/2019

Een efficiënt terugkeerbeleid

2010 was het jaar waarin een Franse regeringsleider aankondigde dat hij een bepaalde bevolkingsgroep ging deporteren. Het was het jaar waarin iedereen het erover eens raakte dat de Belgische regering werk moet maken van een efficiënt terugkeerbeleid. En het was het jaar waarin historicus Lieven Saerens ons daar liet naar kijken, aan de hand van de zesde foto van de Belgische Jodendeportatie.

Het beeld zal niet wedijveren met de vleesjurk van Lady Gaga, de aswolk of de vuvuzela. De foto verscheen in Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) en werd door historicus Lieven Saerens ontdekt in een vergeten dossier in de archieven van het auditoraat-generaal. We zien een vrachtwagen met daarin ongeveer 35 mensen en een tiental anderen die er nog bij moeten. Eén man, die met de krant, schijnt aan te geven dat hij eruit wil. Hij lijkt iets te roepen naar de dame die rechts het beeld komt binnen gerend. Misschien is dit het finale afscheid van twee geliefden. We weten het niet, want we weten verschrikkelijk weinig over deze foto.

Aan de overkant van de straat, links achteraan, zien we een man die een document vasthoudt. Achter hem lezen twee mannen mee in wat een namenlijst lijkt te zijn. Dit zijn ze, denkt Lieven Saerens. De Jodenjagers. Ter hoogte van het achterwiel rookt een man zonder hoed een sigaretje. Moet hij mee? Zijn dat daar zijn koffers? Gold tijdens de reis naar de dood een rookverbod? Van de Belgische Jodendeportatie bestonden tot nu toe vijf foto’s. 2010 bracht ons een zesde.

Huis te huur

In het midden van het beeld zuigt een klein meisje op haar duim. Ze zit op de schoot van een dame, haar moeder wellicht. Als je goed kijkt, zie je vooraan het hoofdje van een tweede kind. Al deze mensen lijken te berusten in wat hen is overkomen. Ze hebben hun kostbaarste bezittingen in koffers gepropt en hier zitten ze dan. De jongeman vooraan is blijkbaar als eerste ingestapt. Hij heeft zich meer ruimte toegeëigend dan de anderen.

Lieven Saerens heeft lang met de foto door Antwerpen gedoold, spiedend naar gevels. Begin dit jaar ging zijn hart sneller kloppen. Daar stond het, het huis. De foto, weet hij nu, is genomen vanuit de Plantin en Moretuslei 41. De gevel met het roosvenster en de drie ramen is er nog. Er is nu een designwinkel. De twee andere gevels zijn verdwenen.

De historicus kon nu op de plaats van de fotograaf gaan staan, schaduwen bestuderen en vaststellen dat de foto ’s ochtends is genomen rond een uur of elf. Een botanicus kon vertellen dat die boompjes wellicht peren- of lindenboompjes waren en dat het ontluiken van de knopjes allicht wijst op de maanden maart of april.

Begin 1942 woonden er veel Joden in de Plantin en Moretuslei. Op het nummer 52 - het smallere huis in het midden - woonden Mosché en Rosa Fingherman-Obrijan en hun kinderen Bertha, Salomon en George Léon. Het gezin werd in de zomer van 1942 gedeporteerd tijdens een van de grote razzia’s waarbij de Antwerpse politie zich volgens Saerens onnodig enthousiast van haar taken kweet. Veel Antwerpse Joden verhuisden tegen eind 1942 naar Brussel. De (toen nog) 16 Brusselse burgemeesters beloofden van alles aan de bezetter, maar altijd weer hadden ze een reden - slecht bestuur - waarom ze er maar niet toe kwamen de davidster uit te reiken en de politie in te zetten tegen Joden. De Antwerpse politie schikte zich naar de nieuwe logica die zei dat Joodse afkomst gelijkstond met misdadigheid, dat dit allemaal vuile mensen waren - profitariaat dat moest worden teruggestuurd vanwaar het kwam. Tijdens de razzia van 28 augustus 1942 werden meer dan 1.200 mensen bij nacht uit hun huizen gehaald. Niet door de SS of de Gestapo, maar door Antwerpse agenten die achteraf in hun Gebeurtenisboek dingen schreven als: “Door de moedwilligheid der Joodse inwoners waren wij verplicht de deuren te openen met geweld.”

Na de deportatie van het gezin Fingherman-Obrijan kwam het huis op het nummer 52 leeg te staan. Enkele maanden later werd het te huur gezet. Als je blijft inzoomen op het plakkaat naast de voordeur van nummer 52, worden letters leesbaar: Maison à louer.

De zesde foto dateert van maart of april 1943 en hier hebben we volgens Saerens een mogelijke verklaring voor het feit dat geen van de inzittenden de davidster draagt. “De luttele Joden die in de lente van 1943 nog in de wijk woonden, waren onderduikers, en die droegen natuurlijk geen ster.” De mensen die we hier zien, hebben zich maandenlang verstopt. Mogelijk spookt dezelfde gedachte door al deze hoofden: ‘Wie heeft mij verklikt?’ De vrouw links van de lantaarnpaal, draagt zij trouwens geen pruik?

De zesde foto maakt je boos en verdrietig. Zoom je verder in op de gezichten van de Jodenjagers, dan zie je toewijding. Deze drie mannen lijken te geloven dat wat zij hier doen, bijdraagt tot een betere en nettere wereld. De meeste Joden woonden nog niet zo lang in Antwerpen, velen waren in de jaren twintig en dertig uit Polen en Duitsland gekomen. Wat we hier zien, vanuit het oogpunt van deze drie mannen, is een efficiënt terugkeerbeleid.

Parijs, 16 juni 1942

In de Franse bioscopen was 2010 het jaar van La Rafle van Roselyne Bosch. Een kleine 2,9 miljoen Fransen ging de film bekijken, de dvd was wekenlang de meest verkochte. In het najaar volgde Elle s’appelait Sarah, een tweede film over de gebeurtenissen in de nacht van 16 op 17 juli 1942. Er werden toen 13.152 Joden van hun bed gelicht en samengedreven in de wintervelodroom van Parijs, de Vel’ d’Hiv. Zonder voeding, water of sanitair werden ze dagenlang gevangengehouden. “Door de Duitsers dus”, merkt een personage op in Elle s’appelait Sarah. Antwoord: “Neen, door Franse politiemensen.”

Uitwerpselen stroomden over de wielerbaan naar beneden. De brandende zon op het glazen dak veranderde de Vel’ d’Hiv’ in een oven. Iemand sprong vanaf de hoogste tribune de dood tegemoet. Na enkele dagen verhuisden de Joden naar een kamp, waarna mannen werden gescheiden van vrouwen en even later moeders van hun kinderen. Van de 13.152 mensen in de Vel’ d’Hiv zouden er maar een paar de oorlog overleven. Er bestaat één foto van de razzia, stiekem genomen en wazig. We zien een lange rij busjes in de straat voor de velodroom, en dat is het. De Fransen hebben er lang over gedaan om naar de foto te kijken. Het is niet dat de gebeurtenissen al die jaren volledig werden verdrongen, maar het lag allemaal gevoelig zolang enkele betrokkenen van toen nog leefden.

De Duitsers kregen de sleutels van de Vel’ d’Hiv overhandigd door eigenaar Jacques Goddet. Hij was de legendarische medeorganisator van de Ronde van Frankrijk van 1939 en 1986. In de biografieën van de in 2000 overleden Goddet zul je niets lezen over la rafle, tenzij dat mijnheer Goddet deed om goed te doen en zich hierbuiten altijd had laten kennen als een grote patriot.

Na 68 jaar was er opeens een tomeloze behoefte om het allemaal te weten en te bepreken. Uren televisie werden gevuld met debatten over collectieve en particuliere schuld. “Ik wantrouw al wie niet weent bij het bekijken van mijn film”, zei Roselyne Bosch. Dus, reageerde iemand, als je nu toevallig vindt dat het erover is, of dat je vindt dat je Jean Reno al overtuigender zag acteren, dan ben je een neonazi?

Van geen van de inzittenden op de zesde foto kennen we een naam. Lieven Saerens hoopt dat ooit iemand gezichten kan uitvergroten en die via CSI-software vergelijken met beschikbare foto’s van Auschwitz-doden. Het bord ‘te huur’ doet vermoeden dat deze mensen zijn opgepakt met het oog op het 20ste konvooi op 19 april 1943, het grootste Jodentransport, met aan boord 1.631 mensen. Dit is, heel toevallig, de enige Jodentrein uit de hele oorlog en de hele endlösung die ooit werd overvallen. Drie Brusselse jongens, gekomen per fiets, brachten de trein met een rode lamp tot stilstand in Boortmeerbeek en wrikten de wagondeuren open. 115 mensen ontsnapten. Van zij die aankwamen in Auschwitz, overleefden er 150 de oorlog.

Willy Vandersteen

De Vlaams-nationalistische krant Volk en Staat publiceerde in die tijd tekeningen van cartoonist Kaproen die liet zien hoe een soldaat van de Zwarte Brigade met een zweep kleine heertjes met dikke neuzen en verfrommelde hoedjes de stad uit ranselt. Zo werden Joden uitgebeeld. Het jaar 2010 bracht ons niet alleen de zesde foto, ze bracht ook de ware identiteit van de cartoonist: Willy Vandersteen. Maar op de zesde foto is geen zweep te zien, en ook geen soldaat.

Via de ‘V’ en het cijfer op de flank van de vrachtwagen kon Lieven Saerens het spoor volgen tot bij de Antwerpse steenkolenhandelaar H.D. Het was niet zijn vrije keuze om Joden naar een kazerne in Mechelen te vervoeren. Zijn vrachtwagen was “opgeëist”. Volgens Saerens liep een transporteur echter geen enkel risico als hij een bevel negeerde. In zijn boek De Jodenjagers van de Vlaamse SS (2008) publiceerde Saerens een brief van de zaakvoerder van een ander transportbedrijf aan de Sipo, de dienst die de Jodenjacht organiseerde: “Mijne Heren, Voor het vervoer waarvoor ik gisteren avond werd opgeëist werd spijt het mij U te moeten melden dat men mijn wagen geladen heeft met ongeveer een 90 personen hetgeen natuurlijk een overbelasting was voor mijn wagen hetgeen zelfs grote gevolgen had kunnen hebben voor het eventuele springen van de banden daar mijn wagen slechts een toelating heeft voor 2.500 kg te mogen vervoeren. Het ware dus wenselijk in de toekomst indien er nog zoveel Joden moeten vervoerd worden niet een maar twee wagens te eisen.”

We kunnen iets leren van de zesde foto. Een efficiënt terugkeerbeleid kan slechts lukken als de uitvoerders niet begrijpen wat ze doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234