Zondag 31/05/2020

Een eeuwigheid in zand en steen

Wat heeft het Londen van vandaag nog te maken met de stad waar Virginia Woolf woonde, of Shakespeare, of Hendrik VIII of met de stad van dezelfde naam die in 1666 afbrandde of de plaats waar de Romeinen hun tempels bouwden?

Geert Lernout

Peter Ackroyd London. The Biography

Chatto & Windus, Londen, 822 p., £ 25.

Het enige wat een winterse nachtvlucht vanuit Amerika naar Brussel nu en dan draaglijk maakt, is, helemaal op het einde, de plotselinge glimp tussen de wolken van de stad Londen. Een zee van licht, enkel onderbroken door het donkere kronkelende lint van de Theems. Dat beeld van de stad kennen we niet alleen van de titelrol van East Enders, maar is dankzij Disneys Peter Pan deel gaan uitmaken van het collectieve onderbewustzijn, en het is dan ook geen verrassing als het opduikt in Salman Rushdies meest Londense roman, De duivelsverzen. Van op vele kilometers hoogte zie je dat er aan Londen geen einde komt, dat het een echte wereldstad is.

Als zelfs Mortsel al een stad is, mogen we Antwerpen dan een metropool noemen? Wie ooit een echte metropool heeft gezien, weet dat dat niet het geval is. In Europa zijn er maar een paar echte grootsteden en die liggen niet in België. De twee belangrijkste grootsteden in Europa zijn Londen en Parijs en van die twee is alleen de laatste stad dankzij de drukke bezigheden van Baron Haussman echt een metropool. Het rare aan Londen is dat de stad ondanks de nog vrij recente verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog nog veel meer dan Parijs een bonte verzameling voorsteden en dorpen is. Het centrum van de stad is ook opgeschoven: het deel van Londen dat we van de prentkaarten kennen, tussen Trafalgar Square en Buckingham Palace, en tussen de Theems en de British Museum heet eigenlijk Westminster en ligt een flink stuk ten westen van het oude Londen, dat nu nog altijd de city heet. Een van de raadsels van Londen waar Peter Ackroyd het in zijn dikke 'biografie' van de stad voortdurend over heeft, is het feit dat heel wat van de lijnen van die oude stad in de nieuwe stad bewaard zijn gebleven. Dit is verrassend omdat het juist tot het wezen van een stad behoort dat alles altijd verandert. Straten worden opnieuw aangelegd, stadsmuren gesloopt en huizen bouwt men op de ruïnes van oudere huizen. Een stad groeit dus ook echt in de hoogte. Maar of je dus van de biografie van een stad kunt spreken, moet nog maar bewezen worden: in een mensenleven verandert je uiterlijk natuurlijk ook, maar het groeien stopt op een bepaald ogenblik. Wat heeft het Londen van vandaag nog te maken met de stad waar Virginia Woolf woonde, of Shakespeare, of Hendrik VIII of met de stad van dezelfde naam die in 1666 afbrandde of de stad waar de Romeinen hun tempels bouwden? Het antwoord van Ackroyd in zijn biografie van Londen is interessant, maar overtuigt niet. Zijn boek vertelt geen echt chronologisch verhaal. In bijna tachtig hoofdstukjes beschrijft Ackroyd zijn onderwerp thematisch. Hij begint wel bij het begin, de zee die vijftig miljoen jaar geleden het centrale deel van Engeland bedekte. Maar hij opent dit hoofdstuk met een beschrijving van de plint waarop het ruiterstandbeeld van Charles I in Charing Cross staat en het feit dat je in die steen fossielen van zeediertjes kunt aantreffen. Onmiddellijk voegt hij eraan toe dat er vroeger een liedje was dat 'Why Can't We Have the Sea in London?' heette, dat als je van ver naar Londen kijkt de stad lijkt op een zee van daken en dat Orwell de stad beschreef als de bodem van de oceaan.

In een wild heen-en-weer tussen heden en verleden, tussen historische feiten en de rijke verbeelding van de inwoners van de stad beschrijft Ackroyd dan alle aspecten van Londen die hem de moeite lijken: de geschiedenis van London Bridge, van de Tower, van bloemenverkoopsters, de grote brand van Londen, het lawaai van de stad, de stank, muziek, toneel, de haven, de pest, handel, geweld, kinderspelen, oorlog. Eerst wordt het onderwerp even geschetst, dan krijgen we een hele reeks citaten en anekdoten. Dr Johnson, wellicht de grootste Londenaar die er ooit geweest is, zei het zo: "A man tired of London, sir, is a man who is tired of life." Het is typisch voor Ackroyd dat hij net dit citaat van Johnson niet geeft: het staat namelijk in elke toeristische gids. Het boek van Ackroyd is daardoor een beetje zoals Londen zelf: dit is een boek dat net als de stad zoveel verschillende dingen bevat dat je erin kunt blijven lezen en dat je het nooit beu wordt.

Toch is het beter deze stadsbiografie slechts in kleinere doses in te nemen. Niet omdat het te veel feiten bevat (je kunt nooit feiten genoeg hebben), wel omdat Ackroyd een veel te duidelijke boodschap over de stad heeft. Natuurlijk is hij een chauvinist, anders begin je niet aan een dergelijk monomaan project. Daardoor vindt hij overal unieke aspecten die niet zo exclusief Londens zijn als hij wel denkt, en die je net zo goed in Gent of in Mortsel kunt aantreffen. Wat met dit boek verkeerd is, heeft alles te maken met het feit dat Ackroyd een romancier is. Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen romanschrijvers, sommige van mijn beste vrienden schrijven wel eens een roman. Maar een biografie is geen roman, zelfs niet als het de biografie van een stad is. In de meeste van Ackroyds Londense romans tref je een merkwaardige en erg Engelse continuïteit aan tussen het verleden en het heden van de stad. Vanaf zijn eerste roman, The Great Fire of London, leest Ackroyd in het heden vooral het verleden. Dat is misschien het duidelijkst in zijn roman Hawksmoor uit 1985: enerzijds is er een hedendaagse detective die een reeks moorden moet oplossen, en anderzijds vinden we Nicholas Dyer, een medewerker van de grote wetenschapper en architect Christopher Wren. De twee figuren, door bijna driehonderd jaar gescheiden, worden allebei geconfronteerd met de spanning tussen een rationele manier om de wereld te bekijken en het 'mysterie' dat nooit met de rede kan worden gevat. In The House of Doctor Dee deed Ackroyd dit dertien jaar later nog eens over. Ook nu krijg je afwisselend een verteller uit het heden en uit het verleden. John Dee was wellicht de belangrijkste magiër uit de zestiende eeuw. De moderne jongeman Matthew Palmer erft een huis waar deze hofastronoom onder Elizabeth I ooit heeft gewoond en vanaf dat ogenblik wordt hij door de geschiedenis van het huis geobsedeerd: hij meent zelfs de stemmen van de dokter en zijn assistent te horen. Omgekeerd begint ook in de zestiende eeuw Dr Dee stilaan zijn moderne tegenhanger gewaar te worden tot uiteindelijk alle personages, samen met Peter Ackroyd zelf, elkaar via London Bridge van aangezicht tot aangezicht kunnen begroeten. Ik behoor tot de generatie Vlamingen die nog met Johan Daisne en Hubert Lampo literatuur hebben leren lezen, dus u hoeft van mij geen aanval op het magisch-realisme te verwachten. Maar als Lampo ons iets heeft geleerd, is het wel dat het magisch-realisme (net als het postmodernisme) heel mooi is in romans maar dat je er vooral niet in moet gaan geloven. Net als bij andere vormen van geloof heeft het niet veel zin om met vertegenwoordigers van de niet-fictionele vorm van het magisch-realisme in discussie te gaan. Maar het blijft toch opvallend dat zowel postmodernisme als magisch-realisme de indruk geeft iets toe te voegen aan de werkelijkheid, terwijl wat ze te bieden hebben juist een heel erg povere versie is van een heel wat rijkere echte realiteit. In het geval van Ackroyds Londen is het cliché van de stad als een levend lichaam best leuk en het speelt een cruciale rol in de laatste hoofdstukken van Lawrence Norfolks onvolprezen roman Lemprière's Dictionary (die overigens in dit boek ontbreekt, samen met het werk van heel wat andere hedendaagse Londense schrijvers). Maar Ackroyd gelooft echt in het cliché en hij dicht deze persoon allerlei kenmerken toe die dan zoveel keren worden herhaald dat het voor de kritische lezer op den duur hoogst onaangenaam wordt. De vele prachtige feiten en feitjes die hij verzamelt en die op zich meer dan interessant genoeg zijn, worden steeds opnieuw gebruikt om nog maar eens te bevestigen dat Londen het magische centrum van de wereld is of dat er een band is tussen het feit dat er op een bepaalde plaats zoveel honderd jaar geleden ook al een kerkhof was. Voor Ackroyd is Londen wat Antwerpen was voor Lampo: er is iets in de stad dat maakt dat deze plaats "not of this world" is, zoals hij zelf zegt. Daarom is het zo dat er in de buurt van de vele overkoepelde rivieren en riviertjes van Londen opvallend meer spoken worden waargenomen dan in de rest van de stad (alleen Britten beschikken over dergelijke statistieken). Of dat er op de plaats waar nu Heathrow is, vroeger een kamp uit de ijzertijd lag. Maar dergelijke verbanden zijn al te gemakkelijk. Neem nu kampen uit de ijzertijd: in combinatie met welke moderne gebouwen is de aanwezigheid van zo'n kamp niet bijzonder interessant?

Steeds maar op hetzelfde spijkertje slaan is ook niet bevorderlijk voor je literaire stijl. Ackroyd is er zo van overtuigd dat de werkelijkheid maar een mager beestje is, dat de "psychogeograaf" (zoals hij zichzelf noemt) de prachtigste feiten en feitjes gelukkig wel vertelt, maar dan steevast zijn alinea of hoofdstuk afsluit met een verwijzing naar het Eeuwige Londen. Verder maakt hij natuurlijk ook gebruik van het arsenaal van verhullende uitdrukkingen waar dit soort proza op drijft: "misschien is het niet toevallig dat..." Een kwartidee is al snel "curiously suggestive" en het einde van een van zijn hoofdstukken is helaas typisch voor de ogenschijnlijke diepe manier waarop Ackroyd begint te schrijven als hij de werkelijkheid van de stad te veel uit het oog verliest: de stenen van de stad dragen hun eigen lotsbestemming. "Dit is niet de eeuwigheid die gegund wordt aan de mysticus die uit het lichaam omhoog klimt om een glimp op te vangen van de ziel van de dingen, maar een eeuwigheid die ingemetseld is in zand en steen zodat het echte proces van het leven een soort van gratie krijgt. De continuïteit van Londen is de continuïteit van het leven zelf." Dat klinkt goed en poëtisch, op de tv of in het café, maar het betekent helaas niet zo gek veel.

Wat Ackroyd niet wil inzien, ondanks de honderden aanwijzingen die je in zijn boek vindt, is dat steden plaatsen zijn waar heel veel dingen gebeuren, gewoon omdat er al een hele tijd heel veel mensen dicht bij elkaar zitten. Ondanks al het gebabbel over continuïteit en vreemde verbanden is er, zelfs in Mortsel, nog altijd veel meer stad dan zelfs een schrijver als Ackroyd in één boek kan vatten. Gelukkig maar.

Het boek van Ackroyd is een beetje zoals Londen zelf: het bevat zoveel verschillende dingen dat je erin kunt blijven lezen en het nooit beu wordt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234