Donderdag 20/02/2020

Een eeuw vol waardevolle dingen

design museum gent viert honderdste verjaardag met bijzondere tentoonstelling

Het Design museum Gent vierde afgelopen weekend zijn honderste verjaardag. Om deze heuglijke gebeurtenis in de verf te zetten, vroeg het museum aan honderd mensen om een object uit de omvangrijke collecties en reserves te kiezen. Deze selectie wordt nu in de tentoonstelling 100 jaar, 100 mensen, 100 objecten gepresenteerd.

Gent

Eigen berichtgeving

Nica Broucke

De inkom van het museum aan de Jan Breydelstraat in Gent werd voor de gelegenheid feestelijk aangekleed met oude en recente foto's en affiches. In de nieuwe vleugel verwelkomt een opvallend stuk antiek met hoge symboliek de bezoekers. "Deze auto is net zo oud als het museum zelf", vertelt museumdirecteur Lieven Daenens, die ons een dag voor de opening op de - blijkbaar nog niet helemaal afgewerkte - tentoonstelling rondleidt. De tweecilinder met voorwielaandrijving, die meer weg heeft van een koets dan van een auto, werd in 1903 gebouwd door ingenieur Janssens de Varebeke, een familielid van Geneviève en Magdeleine Janssens de Varebeke. "Zij waren de laatste bewoners van het Hotel de Coninck waar het museum sinds 1922 huist", zegt Daenens. " Het is de enige bruikleen die we tonen, maar deze kans konden we niet laten liggen."

achter de coulissen

De indruk over de onafgewerkte tentoonstelling blijkt niet helemaal correct. "De kisten, stickers en veiligheidslinten maken deel uit van 100 jaar", verduidelijkt Daenens. Hij wijst naar een kist aan de ingang met de volgende 'waarschuwingen': "Een museum is een bedrijf in voortdurende evolutie" en "Eigenlijk is een museum nooit helemaal af". "We wilden de suggestie van een work in progress oproepen en de bezoekers laten meekijken achter de coulissen", aldus Daenens.

Ook het Design museum zelf is nog altijd in progress want enkel fase twee van de beloofde nieuwbouw werd afgerond. "Na de bouw van het achterste gedeelte in 1992 is hoopvol uitgekeken naar de volgende fase van de geplande verbouwingen: nieuwe inkombalie, bibliotheek, extra tentoonstellingsruimte, lift, enzovoort", luidt het gelaten in de persmededeling van 100 jaar. "Met het verstrijken van de jaren is dat hoopvolle er wat uit, maar wie weet?"

bewogen verleden

Op 27 december 1903 richtte een groepje industriëlen en kunstliefhebbers de Union des Arts Industriels et Décoratifs op. Dit embryonale Museum voor Sierkunst bevond zich op de tweede verdieping van de Academie en toonde vooral oude kunst, met de nadruk op objecten uit de zeventiende eeuw. Het kleine museum richtte zich in eerste instantie tot vakmensen die er inspiratie kwamen opdoen voor hun eigen ontwerpen. Pas na de Eerste Wereldoorlog kreeg de eigentijdse toegepaste kunst onder impuls van artiste peintre Fernand Scribe de nodige aandacht.

In 1922 verhuisde het (inmiddels met het legaat Scribe uitgebreide) museum naar zijn huidige locatie in de Jan Breydelstraat. Het prachtige zeventiende-eeuwse 'hotel' van de familie De Coninck, groothandelaars en exporteurs van linnen, was evenwel met zijn kleine salons en open haarden niet helemaal geschikt om een museumcollectie te presenteren. Toch vermeldt de inventaris van 1933 al zo'n 200 tentoongestelde voorwerpen: schilderijen, gravures, tekeningen, vitrineobjecten, textiel en meubels staan door elkaar in een min of meer chronologische volgorde. Werk van de vier tenoren van de art nouveau in België - Henry van de Velde, Paul Hankar, Victor Horta en Gustave Serrurier-Bovy - werd pas vanaf de jaren zestig aangekocht.

In 1958 sloot het museum voor restauratiewerken. Het ging pas in 1973, 'op dringend bevel' van de Gentse burgemeester, opnieuw open. Toen bleek dat bijna de helft van de objecten in nooit helemaal opgehelderde omstandigheden uit de collecties verdwenen waren. Zo ook de luchter De vier werelddelen (1770) van Jan Frans Allaert die later op een kunstveiling opdook en opnieuw werd aangekocht. In de loop der jaren werd de verzameling uitgebreid met art deco-voorwerpen, objecten van Huib Hoste en Gaston Eysselinckx, de Belgische protagonisten van het modernisme en twee markante ontwerpers van avant-garde meubilair, Pieter De Bruyne en de onlangs overleden Emiel Veranneman. Daenens, die directeur is sinds 1973: "De collectie evolueerde van een regionale oude kunstnijverheidsverzameling tot een internationaal gerichte, hedendaagse designcollectie, waarin technische innovatie en creatieve vernieuwing de boventoon voeren."

Tijdelijke thematische tentoonstellingen werden mogelijk met de bouw van de nieuwe vleugel in 22 mei 1992. Er volgden belangrijke tentoonstellingen: Henry van de Velde (1993), Emiel Veranneman (1994), Parijs-Brussel (1997), La Giostra (2001) en Van bakeliet tot composiet (2002). "In 1943 telde het museum 828 bezoekers, vorig jaar waren dat er 85.000", merkt Daenens trots op.

de keuze van de burgemeester

De eeuweling wordt nu gevierd met een bijzondere hommagetentoonstelling "Gemaakt door mensen die nauw bij het museum betrokken zijn", zegt Daenens. "Dat gaat van de kantoorhouder van de bank waarmee we werken tot buren, leveranciers, ontwerpers, ex-stagiairs, leden van de raad van bestuur, politici, journalisten en natuurlijk ook de burgemeester van Gent."

Deze laatste koos een zilveren dienblad van Hans Hollein, uit de Alessi-reeks Tea and Coffee Piazza. Twee medewerkers van het museum proberen het blinkende blad met de allure van een vliegdekschip onder het glas van een vitrinekast te plaatsen Ook de directeur steekt een handje toe. Maar de keuze van de Frank Beke past niet in de kast.

"Zilver, een prachtig metaal. Koel en warm tegelijk. Blits en edel. Altijd had ik het op zilveren theestellen begrepen. En als het dan nog gesmeed is in zulke fraaie, sobere en toch expressieve vormen en als stel een harmonieus geheel uitmaakt, wordt ik danig enthousiast", schrijft Beke. Het was immers niet voldoende om een object uit te kiezen, de keuze moest tevens beargumenteerd worden "Met een persoonlijke impressie", zegt Daenens. "Om te vermijden dat meerdere mensen met hetzelfde object zouden komen aandraven, werd gevraagd een topvijf te maken. Wie zijn lijstje het eerst binnenbracht, werd eerst bediend. Sommigen twijfelden en kwamen wel drie of vier keer terug om in de collecties en de reserves te snuisteren."

verborgen geschiedenissen

De ontwerpen van architect Henry van de Velde scoorden hoog op de verlanglijstjes. "Het meesterwerk van Van de Velde vind je niet alleen in het grote, maar ook en misschien vooral in zijn kleinere ontwerpen", zegt Danny Deweerdt van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, die een bescheiden zout- en pepervat (ca 1905) koos. Ex-personeelslid Lucienne Vervisch opteerde voor een echte treincoupé (1934-1935). "De coupé doet me denken aan de tijd toen ik de trein richting Brugge moest nemen om naar school te gaan", luidt het. "Het treinstel roept ook herinneringen op aan de tentoonstelling rond Henry van de Velde die ik enkele jaren geleden met veel plezier heb bijgewoond, toen ik nog toezicht hield in het museum." Klara-presentator Herwig Verhovert wordt dan weer helemaal lyrisch bij Van de Veldes Tea Gown, een jurk waarin hij in gedachten mevrouw Van de Velde moegetergd van de trap zag strompelen, "haar volledige garderobe showend, terwijl manlief beneden in de hal toekeek of haar kledij wel paste bij het interieur van de woning. Niet dus, daarom ontwierp hij zelf iets."

Ook Huib Hoste, Pieter De Bruyne en Gaston Eysselinck behoren tot de favorieten. Designer Maarten Van Severen selecteerde een kast van Hoste uit 1927. "Het ontwerp is sterk verankerd in de traditie van eenvoudige, goedkoop vervaardigde kasten. Dat was typisch voor die tijd, maar de kast kreeg op een heel eigenzinnige manier vorm door middel van kleur en volume. Ze doet me ook denken aan de kast met gekleurde deuren die ik enkele jaren gelegen ontworpen heb (en die momenteel aan de balie van het museum staat, NB)."

Paul Huys, ere-adviseur cultuur van de provincie Oost-Vlaanderen, brengt met een fragment van een balkonafsluiting (1899, Paul Hankar) hulde aan het gesloopte Brusselse Volkshuis van Horta. "Met de selectie van dit fortuinlijk geredde balkonfragment wil ik dan ook voor herhaling van dit cultuurvandalisme waarschuwen", meldt hij.

De betreurde Emiel Veranneman koos een eigen ontwerp. "Een van de mooiste uit mijn oeuvre. Het reflecteert de evolutie van mijn werk, vanaf mijn eerste meubels uit de jaren veertig tot aan dit hoogtepunt uit 1990. De schoonheid van de vormgeving staat in contrast met het luxueus uitziende oppervlak. Van al mijn bronzen kasten is dit de beste", luidt zijn persoonlijk oordeel over Bronzen kast. Raymond Jacquemyns, die de grafische vormgeving van het museum verzorgt, selecteerde Verannemans prachtige Ei-zetel (1958) die de confrontatie met de beroemde La chaise van Charles & Ray Eames (uit 1948 en gekozen door designer Bart Baccarne omwille van zijn "bovennatuurlijke schoonheid"), de Vlinderzetel (uit 1938 en de keuze van journaliste Chris Meplon) en de ook al populaire Tripp Trapp-meegroeistoel (1972) moeiteloos doorstaat.

Dany Vandenbossche liet zijn oog vallen op een gigantische veranda in glas en lood. Hij herinnert zich hoe hij in 1995 als toenmalige schepen van Cultuur de taak had om prins Laurent op de kunst- en antiekbeurs rond te leiden. "Met de conservators had ik afgesproken dat ze op de museumverdieping aanwezig zouden zijn om de prins uitleg te verschaffen", legt hij uit. "De security hield de conservators echter tegen. Ik loodste Laurent dan maar zo snel mogelijk naar deze art nouveau-veranda waar ik gelukkig iets over kon vertellen", schrijft Vandenbossche. De huidige schepen van Cultuur, Sas van Rouveroij, verlangt al vanaf het ogenblik dat hij de film Easy Rider zag naar een motor. De Moto 6,5 van Philippe Starck is dan ook zijn uitverkoren object. "Route 66 here I come", droomt hij.

Piet Convents, medewerker op het ministerie van Onderwijs koos een reusachtige Playmobil-pop. Hoewel deze pop zich als dusdanig niet in de verzameling bevindt, fungeert ze (in miniversie) als leidraad voor het educatieve museumspel. "Ik weet zeker dat kinderen, mede via deze figuurtjes, graag vertoeven in dit huis vol waardevolle dingen", aldus Convents. VRT-journaliste Eliane Van Den Ende ten slotte, viel voor een zilveren condoomhoudertje (ontwerp van Nedda El-Asmar uit 1992), want "noblesse zit 'm in discretie. Luxe in puurheid! Voorzichtig met 't opvrij(v)en."

100 jaar - 100 mensen -100 objecten loopt tot 29 februari in het Design museum Gent, Jan Breydelstraat 5. Open van dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. Toegang: 2,5 euro (gratis voor wie jonger is dan twaalf). Info: 09/267.99.99.

'In 1943 waren er 828 bezoekers, vorig jaar 85.000', merkt museumdirecteur Daenens trots op

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234