Zaterdag 29/02/2020

Een eenzaam gevecht tegen de terreur van de tijd

Terwijl men in de hedendaags kunst voortdurend op zoek gaat naar allerlei nieuwe trends, is het Stedelijk Museum in Amsterdam een oase van rust geworden. Met een tentoonstelling als Staat van ervaring (handwerk) gaat directeur Rudi Fuchs het eenzame gevecht aan tegen de terreur van de tijd.

Fuchs krijgt vaak het verwijt dat hij een weinig gedurfd programma aanbiedt en tot vervelens toe de kunstenaars van zijn eigen generatie in het zonnetje zet. Daarbij vergeten zijn critici dat hij met 'Bureau Amsterdam' de jonge kunst een belangrijk platform gaf. Onder de energieke leiding van Leontien Coelwij worden in een vrije ruimte experimentele tentoonstellingen, lezingen, workshops en debatten georganiseerd. Ook bij ons moet men maar eens dringend de discussie aangaan over de rol van een museum voor hedendaagse kunst. Niet alleen bevat de naam een contradictio in terminis, bovendien is de jonge kunstenaar niet zelden volledig afhankelijk van de wisselende criteria van een soms wispelturige directeur. Je zou een museum voor hedendaagse kunst bijna een patriarchaal systeem kunnen noemen. Een jonge kunstenaar wordt gauw de hemel in geprezen, maar loopt al even snel grote frustaties op. Laat jonge kunstenaars liever in vrije ruimtes ploeteren en daar zelf hun creatieve en kritische antwoord formuleren op de vragen die hen op het einde van deze eeuw bezig houden. Een kunstenaarssyndicaat als het NICC kan er dan mee voor zorgen dat kunstenaars de machthebbers niet naar de mond hoeven te praten.

De manier waarop Rudi Fuchs naar kunst kan kijken en zijn bevindingen kan poneren, is uitzonderlijk. De titel van de prachtige expositie die momenteel in de zijvleugel van het Stedelijk Museum loopt, Staat van ervaring, is zowat het credo van Rudi Fuchs. Achter de muren van de erg minimaal ogende blokkendoos van vormgever Walter Nikkels schuilt een verhaal over de kunst van deze eeuw. Fuchs brengt topwerken bij elkaar, isoleert ze in kamers en breit er een heel persoonlijk verhaal aan, die je op een andere en intense manier doet kijken naar zogenaamde 'gevestigde' kunst. In plaats van kunst van pakweg dertig jaar geleden meteen door te schuiven naar het depot van een museum voor schone kunsten, laat Fuchs ons herontdekken.

Fuchs zet zich daarmee af tegen de zoektocht naar trends en het 'nieuwe'. Dat heeft niets met conservatisme te maken, hij wil gewoon de bezoeker begeleiden als die oog in oog staat met een kunstwerk, zodat die de confrontatie op een intensere manier kan beleven. Fuchs hangt de theorie aan dat een kunstenaar niet beschikt over fantasie maar dat een kunstwerk wel ontstaat door de ervaring. Door geduldig handwerk krijgt die ervaring zijn neerslag in een werk. "Het kunstwerk groeit al doende, kunstwerken zijn staten van ervaring." Volgens Fuchs groeit de fantasie juist bij de toeschouwer als hij het kunstwerk aanschouwt. Diens verbeelding wordt nog altijd geprikkeld door dat ene eenzame werk, ondanks het overaanbod aan beelden dat ons overrompelt.

Deze 'unieke rol' van de kunst toont Fuchs in de vele kamers die als in één suite de grote bewegingen weergeeft van de kunst uit onze eeuw. In grote lijnen zet Fuchs kunstenaars zoals Kasimir Malevitch, Piet Mondriaan en Donald Judd tegenover Kurt Schwitters, Joseph Beuys en Bruce Nauman. Door de werkelijkheid te willen ordenen, pogen kunstenaars als Mondriaan of Malevitch een antwoord te bieden op de complexe moderniteit. Fuchs haalt het voorbeeld aan van Mondriaans boom of Malevitch' houthakker. Hun abstracte beeldtaal is het resultaat van een intens onderzoek van bestaande figuratieve vormen, tot op een moment dat de abstracte vorm de herkenbare werkelijkheid loslaat en overstijgt. Schwitters en Beuys brachten de kunst dan weer duidelijke schokeffecten toe. Zij schoven in hun kunst de utopie naar voren als een zinnig alternatief - een dosis chaos dient bij hen als bron van energie.

Prachtige werken op de tentoonstelling zijn onder meer van Malevitch, die in de periode van 1915 tot 1918 evolueerde van strak figuratieve naar 'suprematische' kunst. Ook de complexe en tegelijk ironiserend abstracte schilderijen van Schwitters, zoals Om de kern van de zaak (1941) bekoren. Fuchs toont voorts werk van Picasso en een op verbluffende wijze aan Poussin refererend doek van Markus Lüpertz. Daarnaast laat Fuchs de schilderijen van Paul Cézanne een wondermooie dialoog aangaan met het werk van de Ierse dichter Seamus Heaney, of, minder ver terug in de tijd, dat van Jannis Kounellis, Bruce Nauman en Jan Dibbets met dat van Marien Schouten en Georg Herold. Staat van ervaring is een heerlijk tegendraadse tentoonstelling. Ze vertelt het verhaal van de kunst van deze eeuw, maar het is een verhaal met haakjes. Niet de tentoongestelde hoeveelheid is van belang, wel het feit dat de topkunstwerken die worden getoond, in zekere zin kunnen worden bekeken als gestolde processen van planmatige 'handarbeid'. Deze 'precieze' tentoonstelling werkt als tegengif voor exposities die niet meer zijn dan kant-en-klaar beschreven beeldverhalen. Rudi Fuchs: "Tegenover de ideologie van het precieze weten, staat het empirische handwerk van de kunst."

Luk Lambrecht

Staat van ervaring (handwerk): tot 10 januari, van 11 tot 17 uur (maandag gesloten) in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13 in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234