Zaterdag 16/10/2021

Een duik in je eigen zee

Verbazingwekkend knap: Andrea Barrett. 'De reis van de Narwhal'

Marnix Verplancke

In de lente van 1845 vertrokken twee schepen, de Erebus en de Terror, uit Engeland. Aan boord waren honderd zorgvuldig uitgekozen officieren, onverschrokken en plichtsbewust, taai maar cultureel hoogstaand. Ze maakten deel uit van een poolexpeditie onder leiding van Sir John Franklin en werden geacht met opgeheven hoofd en gesteven uniform de Britse wetenschap een stap verder te helpen. Aan boord van de schepen was proviand voor drie jaar, een bibliotheek met 1.200 boeken en een draaiorgel dat 50 wijsjes kon spelen. Ze werden voor het laatst gezien in juli van hetzelfde jaar.

Een jaar of tien later stuitte een andere expeditie, belast met het in kaart brengen van de Noord-Canadese eilanden, op een aantal eskimo's die vertelden over zo'n 40 blanken die ze dood aangetroffen hadden op het ijs. Ze toonden zilveren lepels en messen die ze daarvandaan meegenomen hadden. Expeditieleider John Rae herkende meteen het wapenschild van Franklin. Het eerste spoor was gevonden, maar de vreugde werd meteen gedempt door wat de eskimo's nog te vertellen hadden: nogal wat van de lijken hadden een ingeslagen schedel gehad, en er waren resten van gekookte menselijke beenderen gevonden. De Engelse cultuur had het moeten afleggen tegen de menselijke overlevingsdrang.

Nadat Rae opnieuw de beschaafde wereld bereikt had en zijn verhaal in zowat alle kranten verschenen was, achtte men het lot van Franklin en zijn maats een uitgemaakte zaak: ze waren dood. Maar een aantal doordouwers wilde niet van opgeven weten. Wat was er met de 60 andere Engelsen gebeurd, vroegen ze zich af, en er werden meteen plannen voor nieuwe expedities gemaakt.

In haar roman De reis van de Narwhal neemt de Amerikaanse Andrea Barrett de lezer mee op zo'n ontdekkingstocht. Tegen een achtergrond van feiten schildert ze haar verbazingwekkend knap geconstrueerde fictie, met als resultaat een verhaal dat leest alsof het een authentiek ooggetuigenverslag is. Hoofdrolspelers zijn Zecharias Voorhees en Erasmus Wells. Zecharias, 'Zeke' voor de vrienden, is een rijk geboren jongeman die als kind ziekelijk was en ervan droomde poolreiziger te worden. Aangezien vader nog wel een centje te besteden heeft en Zeke zijn enige zoon is, koopt hij een expeditie voor hem. Erasmus is de broer van Zeke's verloofde Lavinia, een botanist en taxidermist wiens leven bezwaard wordt door de dood van zijn geliefde Sarah Louise en de mislukte Antarctica-reis die hij ooit ondernomen heeft. Zeke nodigt hem op zijn expeditie uit.

In de lente van 1855 vertrekt de Narwhal met Zeke en Erasmus uit Philadelphia naar het noorden. Aanvankelijk gaat alles goed, ook al roept het tweetal niet meteen respect op bij de bemanning. Wanneer de zeerotten de tengere Zeke zien, merken ze schamper op: "Hij is nog nooit boven New York geweest, weet niet hoe je een hangmat moet oprollen en trekt twee keer per week een ander hemd aan." De avond nadat Erasmus aan kok Ned uitgelegd heeft wat een botanist zoal doet, bedenkt die: "Niet moeilijk, maar wie had gedacht dat een man zich daar zijn hele leven mee bezig kan houden?"

Nadat Zeke zijn koppigheid getoond heeft en op een overwintering in het pakijs heeft aangestuurd, vergaat de bemanning het schamperen al snel. De eerste slachtoffers vallen, er dreigt scheurbuik en zoveel mannen op elkaar gepakt, dat moet wrijvingen geven. "Zodra er ziektes ter sprake kwamen, werden de mannen nerveus. Dat werden ze ook van de duisternis en het dagelijks wegschrapen op kooien en luiken van het ijs dat zich door hun adem had gevormd terwijl ze sliepen. Het was ook verontrustend, dacht Erasmus, om te zien hoe de lucht die in hun longen had gezeten in emmers vol smerig ijs veranderd was. Wanneer hij het ijs overboord gooide, kreeg hij het gevoel dat hij delen van zichzelf weggooide", om het met een tekenend citaat te zeggen. Barrett blijkt vooral voor de immense schoonheid van het poollandschap te vallen, een schoonheid waar de bemanning van de Narwhal nooit deel aan zal kunnen hebben. Naarmate de reis vordert, ontpopt Zeke zich steeds meer als een despoot. Terwijl iedereen uitkijkt naar de dooi en ervan droomt zo vlug mogelijk weer thuis te zijn, wil hij eerst nog een vier weken lange trip naar het noorden maken. Daar is immers nog nooit iemand geweest. Daar kan hij voor zichzelf een plaatsje in de geschiedenisboeken veroveren. Wanneer iedereen weigert hem te vergezellen, geeft hij de leiding van de Narwhal over aan Erasmus en vertrekt alleen. Zeven weken later is hij nog niet terug. Het is midden augustus en de bemanning wil niet langer wachten. De kans op een tweede gedwongen overwintering wordt met de dag groter, weten zij, en die zouden ze wellicht niet overleven. Erasmus wordt voor een moeilijke keuze gesteld: laat hij zijn toekomstige zwager in de steek en geeft hij het bevel te vertrekken, of wacht hij op Zeke?

Barretts op het eerste gezicht over het barre Noorden handelende roman blijkt veel meer diepgang te hebben dan het eerste het beste reisverslag. Het boek gaat niet alleen over vriendschap tussen mannen en hoe lang die op de proef gesteld kan worden. In de discussies aan boord tussen Erasmus en de Deense dokter Boerhaave komen ook de in die tijd hete hangijzers van de wetenschap aan bod. In plaats van de traditionele tegenstelling tussen de progressieve darwinist en de conservatieve christen nog maar eens uit te melken, gooit Barrett het over een veel originelere boeg. Zij schetst een andere tegenstelling. Enerzijds waren er behoudsgezinde wetenschappers zoals Louis Agassiz, die beweerde dat het oude scheppingsverhaal flauwekul was omdat er in totaal acht verschillende mensenrassen waren en de mens dus niet van één Adam en Eva afkomstig kon zijn. Wat hij eigenlijk wilde verdedigen was de slavernij. Anderzijds waren er progressieve gelovigen, die vanuit de éne schepping de verdediging van weggelopen zuidelijke slaven op zich namen.

Ook wat het thema van de expeditie betreft legt Barrett een originele kijk aan de dag. De heroïek is bij haar ondergeschikt aan de psychische gevolgen van zo'n poolreis. Eenmaal terug van de pool, blijkt de resterende bemanning van de Narwhal een beetje dood te zijn. Hun geest is gekraakt. Erasmus is alle levensvreugde kwijt. Hij is tot niet veel meer in staat dan rusten en tobben. Zijn hele leven, zo denkt hij, is een opeenvolging van mislukkingen. De uiterlijke reis mag dan al fantastisch geweest zijn, die naar het innerlijk, die er onvermijdelijk mee samenhangt, brengt onvermoede trekken van het ik naar boven. Zoals Barrett dokter Boerhaave niet lang voor hij zal verongelukken in zijn dagboek laat schrijven: "Wat was de betekenis van die Wetenschappelijke Expeditie naar de Zuidzee, met al haar vertoon en onkosten, anders dan een indirecte erkenning van het feit, dat er continenten en zeeën in de morele wereld zijn waarin ieder mens een istmus of een inham is die door hem nog niet is verkend, maar dat het gemakkelijker is om vele duizenden mijlen door kou en storm en kannibalen te varen, in een schip van de regering, met vijfhonderd mannen en jongens om je bij te staan, dan om de eigen zee te verkennen, de Atlantische en de Stille Oceaan van je alleen-zijn."

Andrea Barrett (uit het Engels vertaald door May van Sligter), De reis van de Narwhal, Anthos, Amsterdam, 445 p., 990 frank.

(Foto Fotostock)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234