Zaterdag 21/09/2019

Een duet met te veel valse noten

Voor de Vlaamse musical begonnen de jaren nul met een kater: de flop van The Phantom of the Opera van Music Hall. Geert Allaerts musicalbedrijf wil zijn honger naar een nieuw spektakel veel te snel stillen na het succes van Les misérables. De internationale cast moet in een paar weken Nederlands leren en de meeste acteurs bedienen zich dan ook van een irritant koeterwaals. Het doet de mond-tot-mondreclame geen goed en de verwachte volkstoeloop blijft uit. The Phantom brengt Music Hall op de rand van het faillissement.Vlaanderen als wingewest voor de musical, het is nooit een succesverhaal geweest. Niet alleen is ons land te klein om dure massaproducties te laten renderen, het genre heeft hier nog altijd te kampen met een knoert van een imagoprobleem. Musical: wat zou dat meer zijn dan uit suiker opgetrokken entertainment? Het is een opvatting die bij het grote publiek en in de artistieke en politieke wereld nog welig tiert. De subsidieperikelen die het voorbije musicaldecennium tekenden, zijn er wellicht niet vreemd aan.

Commercieel circuit

In 2003 schaft cultuurminister Paul van Grembergen de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen af. Het wordt een absoluut dieptepunt in de relatie tussen de musicalwereld en het Vlaamse cultuurbeleid. Niet dat het op dat moment een echt dieptepunt lijkt. Linda Lepomme, die de afdeling leidde, zet een nieuwe constructie op poten, Musical Vlaanderen, en kan een subsidieaanvraag indienen om via het Kunstendecreet meerjarige structurele staatssteun te krijgen. Uiteindelijk dienen drie organisaties een aanvraag in, maar Musical Vlaanderen krijgt een njet. Enkel het Musicalhuis van de Stichting voor Hedendaagse Musical (Stihmul) krijgt een positief advies, maar wanneer Bert Anciaux terug aan zet komt als cultuurminister verwijst hij dat naar de vuilnisbak. “Culturele industrieën”, zo heet het nieuwe toverwoord, en daarbij zal de musical ondergebracht worden. Zowel de overheid als de privésector zal de musical ondersteunen via het onafhankelijk investeringsfonds CultuurInvest, via leningen en kapitaalparticipatie. Mooie woorden en - wie weet - ook intenties, maar het resultaat was minder mooi. De facto wordt de musical overgelaten aan het commerciële circuit. Het protest klinkt luid. Op de Antwerpse Cultuurmarkt voeren de Vlaamse musicalacteurs in 2005 actie, Vlaams volksvertegenwoordiger en toenmalig voorzitter van de commissie Cultuur Dany Vandenbossche (sp.a) schrijft het vlammende opiniestuk The phantom of the musical en op de uitreiking van de Vlaamse Musicalprijzen van 2008 wordt geen prijs uitgedeeld in de categorie ‘aanstormend talent’ omdat “door gebrek aan een degelijke structuur voor musical Vlaamse acteurs en actrices de kans niet kregen om zich aan het publiek te tonen”. Het beleid lijkt te vergeten dat musicals in Vlaanderen mijlenver afstaan van de superproducties in het Londense West End. Heel wat Vlaamse musicals zijn klein, intiem, artistiek gedurfd. En net in het domein van de ‘kleine’ musical valt dit decennium vaak goed nieuws te rapen: Portret van een verloren lente (2003), een productie van de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen over de persoonlijke zoektocht van acteur David Verbeeck naar zijn joodse roots; Camille (2005) van Stihmul, over het leven van beeldhouwster Camille Claudel: Assasins, een productie van David Freeman. Stuk voor stuk zijn het kleine pareltjes op de kroon van de Vlaamse musicalwereld. Bovendien bewijzen ze dat met veel bloed, zweet en tranen en weinig geld toch mooie voorstellingen kunnen worden gemaakt.

Kuifje versus Ben

Willen we in Vlaanderen toch de West End naar de kroon steken, dan loopt dat vaak slecht, ja soms melodramatisch af. Even terugspoelen naar 2001. Het belooft een topjaar te worden voor de Vlaamse musical. Op het programma staan zes grote musicals, waaronder twee waarvan erg veel verwacht wordt: Kuifje - De zonnetempel, een coproductie van Tabas&Co en Moulinsart, en Ben van Ronald van Rillaer. Beide zijn even duur als ambitieus en al snel blijkt dat in Vlaanderen geen plaats is voor twee producties van dat kaliber. Kuifje - De zonnetempel komt als winnaar uit de strijd. De recensies zijn lovend en de ticketverkoop met 250.000 verkochte kaartjes meer dan behoorlijk. Het is niet voldoende om de 8,68 miljoen euro productiekosten te recupereren, maar dat hebben de makers ingecalculeerd. Hun blik is gericht op het buitenland en gehoopt wordt dat de verkoop van internationale licenties alles goed zal maken. Via Parijs moet de musical Zwitserland en daarna Canada veroveren. Het loopt anders. Het succesverhaal van Kuifje wordt gekelderd door een frauduleuze Franse producent. De Vlaamse musical en internationalisering: ook dat blijkt al te vaak een duet met valse noten. Maar voor het echte melodrama zorgt Ben. Grensverleggend zou die musical worden. Geëngageerd! Groots! Driewerf helaas. ‘Ongeloofwaardig!’ ‘Megalomaan! ‘En vooral: ‘flop!’ zijn de werkelijke kernwoorden. “Van Rillaer heeft het tegenovergestelde van zijn intenties bereikt en het foutieve vooroordeel dat musical lichtzinnig vertier is enkel maar versterkt. Daar draagt de hele Vlaamse musicalsector nu de gevolgen van”, schrijft musicalrecensent Wilfried Eetezonne in deze krant. De kater is compleet. 2001 moest hét jaar van de Vlaamse musical worden, maar wordt het jaar van de grote ontgoocheling. En het houdt niet op in de jaren die volgen. Bloedbroeders uit 2004, de eerste “volwassen” musical van Studio 100, is artistiek interessant en wordt bekroond tot beste Vlaamse musical van dat jaar, maar eindigt in een financiële ramp en ook Romeo en Julia - van haat tot liefde van Music Hall eindigt in een gelddebacle. Music Hall NV, de productiepoot van de Music Hall Group, gaat zelfs failliet. De jaren nul zijn voor de Vlaamse musical echter meer dan alleen een tranendal. Onze musicalwereld toont zich het hele decennium door bijzonder combattief. The show must go on. En daarom roept musicalkenner Guy Van Vliet in 2004 de Vlaamse Musicalprijzen in het leven. In een periode van kommer en kwel willen zij de musical in rooskleurige spots zetten en focussen op de artistieke kwaliteiten. In één inspanning willen ze ook het clichématige beeld dat in de media over musical wordt opgehangen, doorbreken. Met succes. De prijzen krijgen veel weerklank en al van bij het begin wordt duidelijk dat het de juryleden menens is wat die artistieke kwaliteiten betreft.

Mijlpaal Daens

Hét lichtpunt van het decennium is echter Daens. De Studio 100-musical uit 2008 is op elk vlak een succes. “Een mijlpaal in de Vlaamse musicalgeschiedenis”, zoals de jury van de Musicalprijzen het formuleerde, om prompt acht van haar elf prijzen aan cast en crew te geven. Niet alleen lokt de musical 220.000 toeschouwers naar het voormalige postsorteercentrum in Antwerpen, ook artistiek is Daens een absolute topper. “Sterke acteerprestaties, pure muzieklijnen en een monumentale enscenering”, schrijft Wilfried Eetezonne in een artikel in De Morgen waarvan de kop kan tellen: ‘Musical doet de film vergeten.’ Maar is Daens geen bloem in de woestijn? Een lucky shot? De tekenen zijn er. Musicals als Daens zijn voor Studio 100 geen prioriteit, veeleer uitstapjes - nu ja, zeg maar: uitstappen - en de musical lijkt ook in de rest van het veld in Vlaanderen geen nieuwe dynamiek op gang te hebben gebracht. Bovendien wordt dat veld opnieuw overschaduwd door een subsidierel. Studio 100 en Stihmul dienen in de zomer van 2009 een klacht wegens concurrentievervalsing in bij de Raad van State tegen de subsidiëring door het kabinet Cultuur van Musical van Vlaanderen van Geert Allaert (Music Hall). Toch is er hoop voor de toekomst en die komt uit de hoek van de reguliere theaters en operahuizen. Musical lijkt voor hen niet langer een vies woord, maar een genre waarmee je creatief aan de slag kunt. En dus maakt jeugdtheaterhuis HETPALEIS in 2007 Sunjata, deleeuwenkoning van Mali van en met Dimitri Leue en Pieter Embrechts, bewerken Olympique Dramatique, Het Toneelhuis en LOD vorig jaar Adams appels en waagt nu ook de Vlaamse Opera zich aan een musical met Candide. Betekenen onze gesubsidieerde theaters de redding voor de (voorlopig ongesubsidieerde) musical in Vlaanderen? En geeft dat ook een boost aan het traditionele musicalcircuit? Voorlopig is het afwachten. Intussen kan de Vlaamse musicalsector zich laven aan de woorden van Roxie Hart uit Chicago: “When I can’t find a single star to hang my wish upon, I just move on, I move on.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234