Zaterdag 17/08/2019

Een dorp met files

De man, op weg van Parijs naar Papeete, met enkele dagen oponthoud in Hongkong, lijkt ouderwets en oud. Een kalend hoofd, een benepen snorretje, een pak dat naar tabak stinkt. Wat voor werk verricht hij, vraag ik in de veronderstelling dat hij al eeuwen met pensioen is. Hij gebruikt een vakterm die ik niet begrijp voor een hoge functie in de haven van Papeete. Laten we zeggen: havenmeester.

"In principe had ik allang met pensioen kunnen zijn, netjes terug in het moederland, maar er is blijkbaar geen vervanging en dus wil men me zolang mogelijk in dienst houden. In het slechtste geval nog twee jaar want dan ben ik 65."

"Ik haat het." Hij zegt het zo fel dat de hostess van Air New Zealand komt vragen of ze ons nog een sapje kan aanbieden.

Waarom is hij ooit naar Papeete getrokken? "Bof. Ik had een paar boeken over Tahiti gelezen, enkele foto's gezien. Iedereen heeft recht op vijf minuten idiotie. Maar Bougainville en Cook hebben de dingen verkeerd, te rooskleurig, ingeschat, en na die eerste ontdekkingsreizigers is het alleen maar bergaf gegaan. Ik draag al 23 jaar de gevolgen van mijn vijf minuten idiotie."

Wat is er zo erg aan Tahiti? "Waar moet ik beginnen? De lui die er wonen, houden niet van Fransen. Ik kan het hen moeilijk kwalijk nemen. Ik zou ook niet direct bloemetjes gooien naar degenen die me mijn land afnemen. En wat hebben we te zoeken in een plaats waar we worden gehaat? Ik neem trouwens aan dat Frankrijk niet lang meer in dit deel van de wereld zal blijven. Het kost ons handenvol geld, en sinds het beëindigen van de kernproeven halen we er geen voordeel meer uit."

"Dan: ik reken ermee dat het leven dubbel zo duur is als in Frankrijk. Ik verdien weliswaar meer dan een collega in Frankrijk, maar uiteindelijk houd ik minder over."

"Papeete is een dorp met files. Ik weet nog altijd niet hoe het mogelijk is, maar elke dag sta je een uur in de file. Ik ben nu verhuisd naar een appartement op twee minuten wandelen van mijn werk. Dan is dat probleem ten minste al van de baan."

"Weet je waarom ik in Hongkong ben afgestapt? En waarom ik jaarlijks ten minste twee keer naar een grote stad reis? Ik word ziek van het schrale leven in Papeete. Het aantal mensen dat er toe doet is zo klein en wat ze vertellen is zo voorspelbaar dat ik hun argumenten al een kwartier op voorhand voel aankomen. Ik heb echt fysieke behoefte aan anonimiteit, creativiteit, chaos. Een plaats waar de schijn, de goede indruk, minder belangrijk is dan het resultaat. Ik kan uren in de nieuwe luchthaven van Hongkong rondlopen. Die zit zo vernuftig in elkaar. Die voedt mijn geest. In Papeete is er niets wat mijn geest voedt."

Een paar uur later merk ik hoe een ondergeschikte op de eenvoudige luchthaven van Papeete een bloemenkrans om zijn nek hangt, republikeinse zoenen uitwisselt en zijn koffer overneemt. De havenmeester steekt nors een sigaret op en loopt, aan de bloemen frunnikend, zwetend, achter zijn koffer aan, richting een klaarstaande auto.

De volgende ochtend word ik in pension Chez Myrna gewekt door een wegenbulletin. Niks alarmerends naar Europese normen maar toch ergens een 'embouteillage' van 2 kilometer.

De gemeenschappelijke ruimtes van het pension, zowel de keuken als de tv, worden gemonopoliseerd door twee Fransen die al anderhalf jaar in de slaapzaal overnachten. Met een aandrang zoals die alleen in Frans gebied mogelijk is volgen ze alle discussieprogramma's die de lokale zenders aanbieden. De tv-discussies worden in privé voortgezet. De ene is nu ruwweg een apologeet voor Pinochet, de andere blijft onverpoosd tegen.

De ene heeft een tijdje gewerkt als 'veiligheidsagent', wat er in de praktijk op neerkwam dat hij in een supermarkt de tassen in ontvangst nam. De andere zocht ongeschoold werk in de haven "maar ik besefte te laat dat men de voorkeur geeft aan lokale werknemers".

Het komt erop neer dat ze allebei al een jaar of zo van een uitkering leven. Overleven. Ze eten eindeloos het enige voedsel dat hier gesubsidieerd wordt en dus betaalbaar is: wit stokbrood, tegen 47 Zuidzeefranken per stuk (er gaan 119 Zuidzeefranken in een euro, als je het bedrag deelt door drie kom je ongeveer uit op oude Belgische franken, een bruin stokbrood kost het vijfvoudige). Als ze een afgeprijsd stukje kaas vinden eten ze stokbrood met kaas, door te spoelen met supergrote koppen Nescafé, of kraantjeswater. Als er geen kaas is wordt het brood gecombineerd met een blik bonen in tomatensaus, dat ze meticuleus, alsof het een gourmetmaal betrof, opwarmen, wel 15 keer de temperatuur controlerend alvorens ze de bonen serveren.

"Paupers in het paradijs", zegt de potentiële havenarbeider, vermoeid zijn zweet bettend. Wat hadden ze gedacht hier te vinden? "Zon, warmte, vrouwen", zegt de veiligheidsagent, zonder enthousiasme.

Officieel schijnen ze een familie in Frankrijk te hebben die ze, zodra ze de borg voor een appartement kunnen betalen, willen overbrengen. Officieus lijken ze eerder van kamp gewisseld te zijn, en troost, begrip, verkoeling te vinden bij elkaar.

"We hebben ten minste een dak boven ons hoofd." Dat is het beginregeltje dat altijd troost brengt. "Je hebt het misschien al gezien. Wat verderop wonen een stuk of vijf families in tenten. Het leven is onbetaalbaar voor iedereen."

Walter, de mede-eigenaar van Pension Myrna, is in Duitsland geboren. "Ik ben nu in de herfst van mijn leven." Hij is de voorbije 40 jaar niet meer naar Europa teruggekeerd. "Wat zou ik er zoeken? Mijn leven speelt zich hier af." Hij haalt zijn schouders op als ik over levensduurte begin. "Duur? Als je hier lang genoeg leeft, merk je die duurte niet meer. En er staat iets tegenover: we betalen geen inkomensbelasting."

En waarom is het zo duur? "We liggen natuurlijk ver van alle productiecentra. De transportkosten zijn enorm." Maar toch niet groter dan in Rarotonga, waar de winkels hun producten half zo duur verkopen. "Daarnaast heeft Tahiti nooit een afdoende prijzencontrole gehad. Wat aan 100 frank wordt ingekocht, wordt tegen 400 frank verkocht."

"De schijn is hier zo belangrijk. Niemand wil arm lijken en dus betaal je zonder te verpinken. Het leven is een feest en tijdens een feest denk je niet aan de rekeningen... Volgens mij hebben we ook de files aan die schijn te danken. De auto verleent prestige. Mensen die zich dat niet kunnen veroorloven schaffen zich toch een auto aan, het liefst zo onbetaalbaar en zo schitterend mogelijk. In die zin is het een zegening dat mensen in de file staan. Zo hebben ze alle tijd om hun voertuig te tonen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden