Zondag 24/10/2021

'Eén ding is wel zeker: Nihoul was in Bertrix'

Het had alles weg van een wedstrijd kunstschaatsen. Een ruim dozijn gewone burgers verscheen in de getuigenbank om te vertellen wat ze die bewuste dag in augustus 1996 al of niet hadden gezien in Bertrix. En kregen van advocaten uit diverse kampen punten voor hun geloofwaardigheid. De veelbesproken 'Vlaamse familie', die Michel Nihoul betrok bij de ontvoering, kreeg er het minst, maar dat lijkt enkel goed te zijn voor de statistieken. Een aantal andere getuigen kon wel overtuigen en een aantal burgerlijke partijen en het openbaar ministerie doen concluderen: 'Nihoul was op donderdag 8 augustus 1996 samen met Dutroux in Bertrix.' Eerder op de dag was zijn alibi finaal gesneuveld.

Aarlen

Van onze verslaggever

Douglas De Coninck

Dag 29 was de dag van de bizarre allianties. Trok Sabine Dardenne fel van leer tegen Michelle Martin, dan lag dat gisteren anders voor haar advocate Céline Parisse, die meermaals met bloemetjes gooide naar Thierry Bayet, een van de raadslieden van Martin. Samen waren ze het erover eens: al deze getuigen verzinnen maar wat. Luc Savelkoul, de advocaat van de moeder van Eefje, ging lijnrecht in tegen de advocaten van Laetitia Delhez en vergastte de zaal op wat Latijn: "Testis unus, testis nullus. Eén getuige is geen getuige. Ik wil niet de indruk wekken dat ik de verdediging van Nihoul te hulp snel, maar ik wil wel aanstippen dat ik begrijp waarom onderzoeksrechter Langlois geen rekening wenste te houden met bepaalde getuigenissen."

Maar dit is het probleem. De zaak-Dutroux begon met student Bernard Tinant uit Bertrix. Hij is de absolute kroongetuige. Hij memoriseerde de nummerplaat van de witte bestelwagen en zette justitie na de ontvoering van Laetitia (9 augustus 1996) op het spoor van Marc Dutroux. Hij bevestigde dinsdag in de rechtszaal luid en duidelijk dat hij de bestelwagen op donderdag 8 augustus om 12.50 uur zag. Neem er het onderzoeksdossier bij en de conclusie zou moeten zijn dat ook Tinant alles verzon. Volgens Langlois vond de verkenningsrit met de bestelwagen niet op 8 maar op 7 augustus plaats. Weg dus met al die Nihoul-getuigen over 8 augustus. "Er is niet één getuige", merkte Jan Fermon (advocaat Laetitia) op. "Het zijn er een heleboel."

Raymond Jeangout beet de spits af. De bejaarde man sukkelt met zijn gezondheid en moest in 1996 vaak op bezoek bij een arts in Bertrix. "Welke dag het was, weet ik niet meer, maar volgens mij een donderdag. Ik zag de bestelwagen voor de deur van de dokter staan. Ik hinderde de bestuurder, die mijn voorrang wou pakken. Du-troux reed. Naast hem zat, daar ben ik formeel in, Michel Nihoul." Een minpuntje. Jeangout wachtte tot in januari 2003 om zijn verhaal aan justitie te vertellen, kort nadat de raadkamer in Neufchâteau Nihoul buiten vervolging had gesteld. "Ik was destijds bang", legde de man uit. "Mijn vrouw was zwaar ziek. Ik wou geen problemen. Onderzoeksrechter Connerotte kreeg politiebescherming. Ik dacht: ze hebben toch al getuigen genoeg." Daar kwam nummer twee. Kapster Marie-Ange Horman (50) vertelde hoe de witte bestelwagen haar op een weg in de buurt van Bertrix halvelings de doorgang blokkeerde. Aan de achterzijde zag ze een "rare man" met "die rare blik in zijn ogen". Of ze hem kon aanwijzen? "Ja, hij daar: Michel Nihoul. Ik ben absoluut zeker." Horman houdt al van in het begin van het onderzoek vol dat dit op donderdag 8 augustus iets na zessen 's avonds gebeurde.

Nummer drie was Françis Arnould (65), de gepensioneerde onderhoudstechnicus in het zwembad van Ber-trix, waar Laetitia werd ontvoerd. Arnould zegt dat hij op donderdag 8 augustus om 12.50 uur tegen Nihoul aanbotste op de trap van het gebouw, dat hij net aan het afsluiten was. "Ik groette die man, hij groette mij. Nadien herkende ik zijn foto in de krant." Ook Arnould stapte vrij snel naar justitie, zij het eerst anoniem ("schrik"). De man is zo zeker van zijn verhaal dat hij het hof ongevraagd begon te vertellen over zijn werkboek: "Het was de enige dag dat ik tot zo laat heb gewerkt. Daardoor weet ik dat het achtste was. Ik heb het boek meegebracht." Voorzitter Stéphane Goux maakte geen aanstalten om het in ontvangst te nemen en de oude man begon zich met een steeds moeilijker te ontcijferen Waals accent te beklagen (zoals wel meer Nihoul-getuigen) over de behandeling die hij van de speurders kreeg: "Ze wilden mij gewoon niet geloven."

Na elk van de getuigen ontspon zich een verhit debat, met advocaten Beauthier en Fermon (Laetitia) versus Frédéric Clément de Cléty en Xavier Attout (Nihoul). De Cléty bleef maar tijdstippen afratelen waarop Belgacom nadien telefoontjes registreerde op de lijn van Nihoul in Brussel op 8 augustus 1996: "Om 14.06 uur belt Nihoul met Dutroux, om 14.29 uur schakelt hij de comfortdienst in. Hoe kan hij dan in Bertrix zijn geweest?" Fermon: "Zijn vriendin Marleen Decokere had toegang tot dat appartement." Er kwam steun van Paul Quirynen (familie Marchal): "Ik weet zeker dat er op mijn kantoor in Antwerpen vandaag de hele dag is getelefoneerd. Toch blijf ik erbij dat ik hier zit. (om zich heen kijkend) Ik heb getuigen." Daar kwam nummer vier: Philippe Saussez, pomphouder in Aarlen. Zeker van de dag was hij niet, 8 dan wel 9 augustus 1996. "Maar de man die toen rond twee uur 's middags kwam tanken en met zijn kredietkaart betaalde, was Michel Nihoul. Ik zag zijn naam op de kaart. Ik bemerkte de naam Nihoul en dacht aan de bekende Brusselse patissier. Ik vroeg: 'Komt u in Aarlen taartjes verkopen?' Hij reageerde niet."

Probleem. Saussez, zeker van zijn stuk, maakte alle afschriften van elektronische transacties uit die periode over aan Neufchâteau, waar men nergens de naam van Nihoul terugvond. "Dat betekent niets", reageerde Fermon. "Uit het dossier maak ik op dat een hele reeks betalingen per kredietkaart niet konden worden geïdentificeerd omdat buitenlandse banken informatie weigerden vrij te geven. Ik lees in het dossier dat Nihoul gebruikmaakte van gestolen Visa-kaarten. Het is Michel Lelièvre die daarover getuigde. Wie iets van bankfraude kent, weet hoe het gaat. Men hermagnetiseert de kaart en zet er zijn eigen naam op." Een ingewikkelde verklaring, die luidkeels werd gecontesteerd door De Cléty, maar als het op punten aankwam, behaalde Saussez er misschien wel het meest van allemaal: helder, rustig, zelfverzekerd.

Nummer vijf was zijn echtgenote, Nadia Dembo Faro: "Ik was erbij toen mijn man dat grapje maakte over die taartjes. Nihoul, die ik hier formeel herken, was er niet mee ingenomen." Ook Dembo Faro bleef meer dan overeind. "Wie wat ervaring heeft in strafzaken, kent technieken om een beeld te vormen van een getuige", zei advocaat-generaal Jean-Baptiste Andries. "Zo'n anekdote als die over de patissier, dat zijn dingen waaraan je een ware gebeurtenis herkend."

Nummer zes was een 54-jarige man uit Bertrix. 8 of 9 augustus? Dat wist hij niet meer: "Ik zag die witte bestelwagen met Dutroux achter het stuur en Nihoul naast hem. En nog een derde man die ik niet goed heb gezien. Dat was aan het eind van de straat, vlak bij het zwembad, tussen zes en vier 's namiddags."

VLAAMSE FAMILIE

De meest omstreden Nihoul-getuigenis komt al sinds jaar en dag uit Veltem-Beisem, van de familie Ophalvens-Van Oost. Zij kregen het zwaar te verduren in de media, maakten gewag van "pesterijen allerhande" en 's ochtends leek het er even op dat moeder Jenny Van Oost voor de eer zou bedanken wegens recente "doodsbedreigingen". Als eerste kwam vader Jean Ophalvens, die bij hof en jury meer bekommernis omtrent zijn bloeddruk oogstte dan een luisterende oor. De man stond te trillen op zijn benen, leek totaal verward en deed zoveel moeite dat juryleden elkaar bezorgd aankeken. Hij vertelde het nog maar eens. Donderdag 8 augustus 1996. Vakantie in Poupehan. De rit naar Ber-trix ("Het was eindelijk eens mooi weer"). Plannen om te gaan zwemmen. Zwembad gesloten tot 15 uur. Onhandig gesticulerend legde Ophalvens uit waar hij en de overige gezinsleden ze zagen: Dutroux, Lelièvre, Martin en Nihoul. "Die stond opeens achter mij, op iets meer dan een meter!" Ja, gaf Ophalvens toe: aanvankelijk hadden ze altijd gedacht dat het 9 augustus was geweest: "Omdat ze bij de rijkswacht van Bouillon slecht noteerden wat we hadden gezegd." Het was iets met "een avondmarkt", maar weinigen in de zaal die nog konden volgen.

Nummer acht was zoon Dimitri Ophalvens (22). Beheerst, helder, kort van stof. "Ja, we hebben die mannen daar gezien. Ook Michel Nihoul, inderdaad. Hoe die gekleed was? Ik was zestien jaar toen, ik weet dat niet meer." Commentaar van procureur Bourlet: "Zoals ik al eerder zei, deze familie vormt geen eenheid. De zoon is heel anders dan de vader."

De Vlaamse familie werd tijdens die bewuste vakantie vergezeld door het Brusselse koppel Jean Van Malder en Josiane Forment. Zij trokken die dag mee naar het zwembad, pikten een lifter op en houden vol dat ze "toch bijna de hele tijd" samen waren met de Vlaamse familie. "Ze hebben ons hier nooit wat verteld", aldus Van Malder. "Ook niet in de jaren daarna, toen we opnieuw met hen op die camping in Poupehan verbleven. Dat zij die 'Vlaamse familie' waren, hebben wij pas vele jaren later vernomen via de pers." Maar er lijkt een haar in de boter te zitten tussen de families, die twaalf jaar na elkaar de vakanties met elkaar doorbrachten. "Ik ga mijn gedacht niet zeggen over die moeder, mijnheer de voorzitter, tenzij u mij daartoe dwingt", zei Josiane Forment.

Jenny Van Oost kwam als nummer zeven. Ze mocht sneller vertrekken dan ze zelf had verhoopt. Ze probeerde uit te leggen dat "Josiane" er helemaal niet bij was, toen aan dat zwembad. "Ik stond daar met Dimi- tri en mijn schoonmoeder toen die mannen naar ons keken: Dutroux en Nihoul. Ze bleven ons maar bekijken. We waren daar duidelijk te veel. Het was heel erg beangstigend." Van Oost werden geen vragen gesteld.

De Cléty maakte integendeel handig gebruik van zijn recht om als laatste tussen te komen. Hij las voor uit een verklaring van de Leuvense procureur Ivo Carmen (die zelf een tijdlang onder vuur lag tijdens het onderzoek rond Julie en Mélissa). "Ik zeg niet dat al deze mensen liegen", aldus De Cléty. "Ik zeg dat zij zich vergissen en neem hen dat niet kwalijk. De Vlaamse familie vind ik niet sympathiek. Volgens de brief van de procureur hebben zij in 1992 ook al eens getuigd, in het kader van de verdwijning van Nathalie Geijsbregts. Justitie beoordeelde hun getuigenis als waardeloos. Mevrouw Van Oost beweerde in haar verklaringen dat ze ook Jean-Marc Houdmont en Monique Cherton (verdachten in het onderzoek naar de verdwijning van Elizabeth Brichet, ddc) aan dat zwembad opmerkten. Deze mensen lijken wel erg vaak getuige te zijn van kinderontvoeringen, vindt u niet?"

Zaak gesloten? Niet echt. Er was nog een nummer acht geweest. Maria Klels is overleden, maar Goux las haar verklaring voor. Klels is de buurvrouw van het zwembad in Bertrix. Zij zag de witte bestelwagen 's ochtends vrij vroeg en herkende twee mannen: "Marc Dutroux en Michel Nihoul."

Anders dan bij vorige gelegenheden viel van de gezichten van de juryleden niets af te lezen. "Voor ons staat het vast: Michel Nihoul was op 8 augustus 1996 in Bertrix", vulden Fermon, Beathier en Quirynen elkaar aan. "Hij heeft geen alibi voor die dag. En het is niet omdat sommige getuigenissen twijfelachtig lijken dat je de andere zomaar kunt negeren." Vandaag wordt speurder Raymond Drisket in de getuigenbank verwacht. Hij is een van de zeldzame dissidenten binnen de cel-Neufchâteau die vaak tegen de thesen van onderzoeksrechter Langlois inging. Hij leidde al die jaren het onderzoek naar de betrokkenheid van Nihoul. Het was gisteren niet D-Day voor de Brusselse oplichter. Dat wordt het allicht vandaag pas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234