Woensdag 20/11/2019

'Een dichter voor België'

Als directeur van Antwerpen Boeken-stad is Michael Vandebril de man achter de stadsdichter. Nu verrast hij met een tweetalige dichtbundel. Karl van den Broeck

Ik heb een conceptbundel gemaakt", zegt Vandebril (°1972) trots. "Uitgangspunt was het vertrek - of was het een zelfgekozen verbanning - van Maurice Maeterlinck uit Gent in 1897. Hij keerde nooit naar Vlaanderen terug. Dat vertrek had iets heel dubbels: enerzijds droeg dat bij tot zijn succes. Hij zou in 1911 (als enige Belg, KvdB) de Nobelprijs voor Literatuur winnen. Anderzijds schuilde de aantrekkingskracht van zijn werk voor het buitenlandse publiek precies in het Vlaamse, het Germaanse aspect van zijn literatuur. Maeterlinck hoort niet tot de Franse literatuur, maar tot de Belgische.

"Dat thema van vertrek of verbanning loopt als een rode draad door deze bundel. Ik voer illustere dichters op als John Keats en Ezra Pound en reis met hen naar Rome en Venetië waar ze hun laatste uren sleten."

De geliefde in de gedichten beschrijft u vaak alsof ze/hij een landschap is waar je, zoals Vasalis schreef, 'doorheen kunt lopen'.

Vandebril: "Een landschap heeft altijd iets organisch, iets lichamelijks. Met een beetje goede wil zou je de emotionele huishouding van een koppel kunnen vergelijken met de verhoudingen die wij hebben met landen en streken.

"Er zit ook veel nostalgie en melancholie in de bundel. Geen mens blijft onberoerd bij het feit dat de wereld verandert. Iedereen maakt de reis die Keats of Maeterlinck maakten.

Uiteraard is er ook een autobiografische laag in de bundel. Die zingt mee in elk gedicht."

Het gevoel van hunkering, van onvolmaaktheid is belangrijk. Typisch fin de siècle.

"Ik zou eerder spreken van fin du monde of nog beter fin d'un monde. Het einde van een wereld. Iedereen voelt dat er iets op til is. Er is haast mystieke hunkering naar eenheid en verbondenheid. Maeterlinck was daar ook van doordrongen.

"We hebben het materialisme gehad. En we willen iets meer, iets dat dieper gaat. Dit is een tijd van grote schokken; structuren falen en klappen in elkaar. De oude vormen voldoen niet meer. Er is een sterk gevoel dat de dingen eerst moeten crashen vooraleer er iets nieuws kan komen. Ik zie dat ook bij veel mensen om me heen. We zitten duidelijk volop in een bewustzijnsverandering. Op het hoogtepunt van de crisis zien we in de verte al een zweem van licht aan het einde van de tunnel."

Naast vertalingen van uw eigen gedichten huurde u ook Franstalige dichters in om een vijftal gedichten te voltooien, vertaald.

"Je kunt het een beetje vergelijken met wat er in de muziek gebeurt. Daar worden ook veel duetten gezongen. Het gaat ook om meer dan een cadavre exquis (surrealistische versvorm waarbij een tweede dichter het gedicht van de eerste voltooit terwijl hij enkel het laatste vers kent, KvdB) omdat ik mijn volledige eerste deel aan hen gaf. Het zijn uiteindelijk 'onze' gedichten. Het Germaanse en het Romaanse smelten hier samen."

Van waar komt die liefde voor het Frans?

"Als kind stuurden mijn ouders me elk jaar met vakantie naar Virton. De confrontatie met een andere taal heeft me sterk beïnvloed. Ik was te jong om het Frans te begrijpen, maar toch voelde ik me er enorm toe aangetrokken.

"Het gevoel me niet volledig te kunnen uitdrukken in een vreemde taal, is sterk verwant met mijn omgang met poëzie. Als dichter probeer ik ook vaak tevergeefs onder woorden te brengen wat me bezighoudt. 'Het onzegbare zeggen', inderdaad.

U noemt uw bundel een conceptbundel. Schuilt er een Pink Floyd in u?

(lacht) "Ik heb deze bundel inderdaad eerst helemaal uitgedacht en pas daarna geschreven. Ik wilde het spannend houden voor mezelf. Het vertrekpunt was het titelgedicht. Daarmee lag het thema vast. De vorm is ook erg strak: 33 gedichten van acht regels. Die staan telkens twee aan twee, maar worden op het einde afgebroken. De gedichten hebben ook geen interpunctie. Dit leidt soms tot verschuivingen van betekenis. Toch lezen de gedichten makkelijk, omdat ik met een zekere spreekstem heb geschreven. Ik heb dan een reeks schrijvers, uit België, Frankrijk en Roemenië, benaderd met de vraag of ze een paar van mijn gedichten wilden vervolledigen.

"Ik werkte zowel samen met de Waalse dichter Vincent Tholomé als met de Franse dichter Jacques Roubaud. Die maakt deel uit van L'Ouvroir de littérature potentielle (OuLiPo) van Raymond Queneau. Zij leggen zichzelf bepaalde contraintes op; zoals gedichten schrijven zonder een bepaalde klinker te gebruiken. Roubaud is een grote naam, ik was erg blij dat hij wilde meewerken."

Wilde u een politiek statement maken door een tweetalige bundel te schrijven?

"Ik wil helemaal niet provoceren. Deze bundel is niet ontstaan vanuit een behoefte om commentaar te leveren om de communautaire verhoudingen in België. Het is niet denkbeeldig dat er een reactie komt. Ik verberg ook niet dat ik Nederlands- en Franstaligen in België dichter bij elkaar wil brengen. Hoezeer wij het ook willen ontkennen, we zijn twee kanten van dezelfde medaille."

Er galmen de laatste tijd weer veel doodklokken over poëzie. De verkoop is ingestort (zie M 24/1). Bent u ook zo'n doemdenker?

"Integendeel! Er is nog nooit zo veel poëzie geweest als nu. Misschien niet in de vormen die de klassieke dichters verwachten.

"Poëzie is zo basic voor ons allemaal. Ze zal altijd blijven bestaan. Spelen met taal, nieuwe werkelijkheden scheppen met taal, uitdrukking geven aan het onuitspreekbare. Er is geen enkele reden om te vrezen dat de poëzie zal verdwijnen."

Vroeger kregen mensen als Guido Gezelle standbeelden. Dat zie ik nu niet gebeuren.

"En toch heeft bijvoorbeeld zo'n Antwerpse stadsdichter een enorme impact. "

Volgens critici zouden de stadsdichters weinig uitstaans hebben met de échte poëzie.

"Die kritiek gaat dan toch niet op voor de Antwerpse stadsdichter. Dat is in de eerste plaats een literair project. Hij is vrij, hij creëert teksten en wij verspreiden die. That's it. De poëzie krijgt hier een enorm groot podium. Dat heeft met propaganda niets te maken. Er zijn trouwens al stadsgedichten verschenen die op het stadshuis op geknarsetand zijn onthaald.

"Kijk, nu benoemt de stad Bernard Dewulf als stadsdichter. Hij behoorde tot het slag dichters dat die titel vroeger nooit zou hebben aanvaard, precies omdat hij zich niet wil laten gebruiken. Maar nu heeft hij wel toegehapt. Dat is het bewijs dat het hier wel degelijk om de poëzie gaat.

"Het stadsdichterschap is ook een belangrijk maatschappelijk project dat leeft in de hele stad. Dat heeft Peter Holvoet-Hanssen (de vorige Antwerpse stadsdichter, KvdB) duidelijk aangetoond. Eigenlijk zouden we ook een Belgische dichter des vaderlands moeten hebben. Afwisselend een Nederlandstalige en een Franstalige. Hun verzen zouden uiteraard vertaald moeten worden. Het zou zeker bijdragen tot meer begrip aan weerszijden van de taalgrens. Dit soort initiatieven kunnen een zeer grote impact hebben."

Dichters verdienen bijna niets met hun werk.

"Er worden inderdaad dramatisch weinig dichtbundels verkocht. Maar komen mensen nu minder met poëzie in contact dan vroeger? Dat durf ik te betwijfelen. Poëzie is nog nooit zo toegankelijk geweest: in de bibliotheken en via het internet natuurlijk. De kans om iets te ontdekken is gigantisch.

"Je hebt ook een hele generatie dichters die de technieken van bijvoorbeeld rockmuziek gebruikt. Er zijn veel meer dichters die optreden , er zijn er die samenwerken met videokunstenaars. Mijn bundel wordt gratis aangeboden aan de relaties van mijn uitgever. Er is natuurlijk ook een editie voor de winkel, maar door het werk gratis te verspreiden, bereikt het een groter publiek.

"Uitgevers hebben steeds minder tijd om alle auteurs die in hun fonds zitten met goede zorgen te omringen. Schrijvers zijn dus ook op zichzelf aangewezen om de aandacht van de lezer te vinden. Zelfs als er nu tien keer zo veel dichtbundels zouden worden verkocht, dan nog zouden dichters niet van hun pen kunnen leven. Er zijn weliswaar subsidies voor dichters. Daarmee kan het kruim van de Vlaamse dichters maandenlang of zelfs permanent met hun poëzie bezig zijn. Dat is toch ongelofelijk."

"Er is zeker een taak weggelegd voor het Vlaamse Fonds voor de Letteren, Boek.be en het Poëziecentrum, die acties kunnen ontwikkelen om de dichter en de poëzie vooruit te helpen."

Boekvoorstelling 4 februari 2012, om 20u, in De Studio, Maarschalk Gérardstraat 4, Antwerpen. www.destudio.com

Michaël

Vandebril

Het vertrek van Maeterlinck / L'exil de

Maeterlinck, De Bezige Bij, 80 p, 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234