Donderdag 01/10/2020

Opinie

Een deel van het culturele old boys network slaat de #MeToo-bal compleet mis

Petra Van BrabandtBeeld rv

Petra Van Brabandt is hoofd onderzoek aan Sint Lucas School of Arts Antwerpen. Ze schrijft deze bijdrage in eigen naam. Robrecht Vanderbeeken is filosoof, auteur en algemeen secretaris cultuur bij ACOD. 

Een deel van het culturele old boys network slaat de #MeToo bal compleet mis. De opinie van Marc Ruyters bijvoorbeeld was een intellectueel dieptepunt. Niet alleen gooit hij de zaken rond Tuymans, De Zegher, Elias, De Pauw en Fabre op een hoopje; hij suggereert ook dat elke vorm van publieke aanklacht nefast is. Daarbij negeert hij dat veel zaken pas strafrechtelijk worden behandeld dankzij de aandacht in de (sociale) media en dat sommige maatschappelijke mistoestanden niet (enkel) strafrechtelijk relevant zijn. 

Maar erger nog, dit zijn geen nieuwe argumenten; Ruyters verzaakt aan de verantwoordelijkheid van de opiniemaker om argumenten uit voorgaande opiniestukken in zijn betoog te integreren. Daarnaast probeert hij aanklachten in diskrediet te brengen door vaag te verwijzen naar de 'anonimiteit' van sommige meldingen. Maar als er nu iets geen mediastrategie is, dan wel anonimiteit - de media schreeuwen om namen. Anonimiteit is een manier om klokkenluiders te beschermen of om het structurele element van misbruik te benadrukken.

Robrecht Vanderbeeken.Beeld rv

Ruyters kadert de zogenaamde fouten van de media als een verwarring tussen feiten en opinie, maar hij wijst niet aan waar dit effectief is gebeurd. Met de brief over Jan Fabre bijvoorbeeld, hebben de initiatiefnemers net niet gekozen voor individuele acties op sociale media of voor samenwerking met een krant. Ze schreven een collectieve brief en publiceerden die in het cultuurblad Rekto:Verso. Een traag medium dus. Dat de traditionele pers hier snel op reageerde, spreekt enkel in hun voordeel; wij verwachten dat de pers relevant maatschappelijk nieuws rapporteert. Het publiek heeft bovendien het recht te weten hoe onze middelen worden ingezet: dat (ex-)werknemers de arbeidsrelaties van een gesubsidieerd kunstenaar in vraag stellen of hem publiekelijk aanklagen voor seksisme en racisme is maatschappelijk relevant.

Ook in de zaak-De Pauw hebben interne procedures en de meer traditionele nieuwsmedia hun werk gedaan - op enkele uitschuivers na. Laat ons wel wezen: de VRT heeft de samenwerking met Bart De Pauw stopgezet door klachten over problematische arbeidsrelaties. Dit was niet het gevolg van een doelloze mobbing op sociale media. Het is Bart De Pauw zelf die een vlogpost heeft ingezet om de publieke opinie op gang te trekken. Het is vervolgens ook belangrijk dat het publieke debat ten gronde wordt gevoerd; hij heeft geen alleenrecht op toegang tot de media. 

Ook Jan Fabre heeft als eerste het media-debat geopend; natuurlijk wist hij wat er op gang was en kwam hij niet uit de lucht vallen. Intern waren er #MeToo-discussies en ook ACOD had hen gecontacteerd. Ook hij wou het debat beheersen of op zijn minst initiëren. Maar wat zowel hij als De Pauw niet inzagen, en waar ook Willem Elias hen in voorafging, is hoe fundamenteel problematisch hun verdediging of ontkenning is; hun werkmethodes en defensieve reacties zijn een deel van het probleem waar #MeToo tegen strijdt.

Zowel de zaak-Fabre als die van Bart De Pauw zijn schoolvoorbeelden van hoe de aanklacht tegen een publiek figuur de aanleiding was voor een diepgaand publiek debat over de grenzen van toxische arbeidsrelaties, en ruimer over de #MeToo-strijd tegen patriarchale machtsverhoudingen. De sociale media werden ingezet als echokamers en discussieruimtes, niet als een recht- of slachtbank. Het is bovendien respectloos ten aanzien van wie effectief strafrechtelijk is veroordeeld en gedetineerd om het lot van gevallen beroemdheden steevast met hun situatie te vergelijken.

Ruyters is over de hele lijn intellectueel ongeloofwaardig; hij spreekt in beledigende termen over de #MeToo-ellende, maar zwijgt over hoe #MeToo net eeuwen van patriarchale privileges en dus ellende voor vrouwen aanklaagt. Hij spreekt over een georkestreerde beweging van aanklachten, maar vergeet de zelforganisatie, emancipatie en activisme van onderuit te waarderen. Hij speelt ook de #MeToo-'ellende' uit tegen de linkse kunstwereld, maar bevraagt zijn rol in diezelfde wereld niet kritisch, noch denkt hij mee in de richting van faire arbeidsrelaties en inclusiviteit. 

Maar wat het meest verontrust, is hoe hij zijn betoog afsluit. Hij verplaatst de slachtofferpositie en onze empathie naar gevallen mannelijke beroemdheden. Een staaltje van himpathy waar sommige mannelijke opiniemakers zich vandaag in bekwamen. Waarom is er niet dezelfde bezorgdheid om en solidariteit met de ontelbare vrouwen die toxische redacties, partijen, departementen en theatergezelschappen ontvluchtten?

Door zijn uitspraken ontkent Ruyters impliciet de (geschiedenis van) structurele patriarchale machtsrelaties en de hardnekkige uitsluiting van vrouwen in machtsposities. Hij thematiseert niet welke zaken structurele ongelijkheid reproduceren, noch staat men stil bij de zinloosheid van rechtspraak in het kader van structurele maatschappelijke veranderingen. Ruyters gebruikt dubbele standaarden en partiële verontwaardiging; maar negeert ondertussen dat integriteit een fundamenteel onderdeel is van professionele en publieke excellentie. Met emotionele chantage stelt hij ons collectief verantwoordelijk voor de publieke terugkeer van de 'gevallen' mannen en stelt zichzelf aan tot ceremoniemeester van deze farce.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234