Maandag 23/09/2019

Een dame met een voorliefde voor gif

In feite was Christie beroemder geworden door de toneelstukken en films dan door haar romans. Overigens vond ze dat Hollywood en dan vooral MGM haar boeken verprutste. Maar Amerika bracht heel veel geld op

'Een Engels mysterie', de geautoriseerde biografie van misdaadschrijfster Agatha Christie

Agatha Christie is beschuldigd van antisemitisme, van plagiaat, van leugens, van belastingontduiking. Ze had de reputatie een lastige vrouw te zijn, een moeder die zich niet erg bekommerde om haar kind. Als schrijfster werd ze verguisd om haar kneuterige, onrealistische verhalen. Bovendien werd ze ook verdacht van een smakeloze publiciteitsstunt toen ze elf dagen spoorloos was en men dacht dat ze zelfmoord had gepleegd of vermoord was. Gedroomde stof voor een biograaf. DOor Fred Braeckman

De jongste biografie van de 'lieve oude oma met de roze wangetjes' is van Laura Thompson, die, laat het meteen gezegd, tot de felle verdedigers van Dame Agatha mag worden gerekend. Haar biografie werd geautoriseerd door de nabestaanden van de misdaadschrijfster en ze kreeg van dochter Rosalind inzage in alle mogelijke archiefstukken die op Greenway House, het landgoed in Devon waar Agatha lang woonde, nog te vinden waren. Archief? Ja, als je een ongeordende stapel dozen met papiertjes, niet gedateerde brieven, kattebelletjes tenminste zo mag noemen. Na het overlijden van Rosalind in 2004 kon Thompson ook praten met de enige kleinzoon Mathew Prichard, aan wie oma al vrij vroeg de rechten van De muizenval cadeau had gedaan. Thompson is niet de enige biografe die de medewerking van de familie kreeg. Janet Morgan publiceerde twintig jaar geleden al een biografie. Degelijk vakwerk, maar niet veel meer dan dat. Laura Thompson pakte het anders aan en het resultaat van haar werk zou je meer evocatie dan biografie kunnen noemen. Minder wetenschappelijk misschien, wel meer emotie. Hoewel ze het anderen verwijt, tracht ze zich zonder veel scrupules in de gedachtewereld van Agatha te verplaatsen en schuwt ze geen onmogelijk te beantwoorden vragen. Bijvoorbeeld of A.C. gelukkiger zou zijn geweest mocht ze niet van Archibald Christie, haar eerste man, zijn gescheiden.

Hoe dan ook, de scheiding werd een keerpunt in haar leven. Tot dan, in 1926, schreef ze vooral als hobby. Hoewel haar eerste Poirot, The Mysterious Affair at Styles al zes jaar eerder was gepubliceerd en ook het geruchtmakende The Murder of Roger Ackroyd pas was verschenen. Geruchtmakend omdat Christie hierin zondigde tegen een van de ongeschreven toenmalige wetten van het misdaadgenre: de verteller was de dader. Een procedé dat later bijna gemeengoed werd, maar toen door velen als lezersbedrog en unfair werd beschouwd. Voor de rest was het verhaal conventioneel: het speelt op het Engelse platteland, de butler gedraagt zich verdacht, we krijgen twee plattegronden, iemand verspreidt boosaardige geruchten, de personages blijven oppervlakkig om zeker de plot niet in de weg te staan, Poirot stelt op het eerste gezicht absurde vragen die later wel tot een vernuftige oplossing leiden. 1926 noemt Christie in haar postuum gepubliceerde autobiografie een jaar van "ziekte, verdriet, wanhoop. Er is geen enkele reden om er nog meer over te vertellen." Archibald was verliefd op Nancy Neele, de gewezen secretaresse van een zakenpartner en vertelde dat hij wou scheiden. De aantrekkelijke Agatha was met hem getrouwd op kerstavond 1914. Hoewel ze al een paar huwelijksaanzoeken had gekregen en verloofd was, werd ze verliefd op de knappe, romantische Archibald Christie, die er heel vroeg bij was om te leren vliegen en aan het begin van de Eerste Wereldoorlog als piloot van het Royal Flying Corps naar Frankrijk was gestuurd. Agatha had nooit echt school gelopen. Alleen zang kreeg ze van een professionele leerkracht. Het was haar droom operazangeres te worden. Voor de rest kreeg ze les van haar moeder Clara en van gouvernantes, ging naar feestjes van andere kinderen die net als zij opgroeiden in zeer gegoede families die ruime villa's bewoonden met gemanicuurde grasvelden, tennispleinen, fijn verzorgde rozentuinen. Torquay was een aangename kustplaats aan de Engelse Rivièra met een mild klimaat waar palmbomen groeiden. De vader van Agatha, een charmante Amerikaan die met een Engelse was getrouwd, genoot met volle teugen van het familiefortuin. Na zijn dood had zijn vrouw het moeilijk de villa te houden. Dat Archibald toen ze trouwden geen geld had, was voor de romantische Agatha bijkomstig. Ze bleef leven in een wat kinderlijke droomwereld. Een deel van de oorlog werkte ze als vrijwilligster in een apotheek waar ze veel kennis opdeed over gifsoorten. Gif bleef haar fascineren: meer dan tachtig personages in haar werk stierven op een of andere manier aan vergiftiging. Ze schreef zelfs gedichten over de kleurrijke flesjes waarin het bewaard werd. In The Mysterious Affair at Styles velde een dodelijke cocktail van strychnine en potassium het slachtoffer. Laura Thompson, zeer karig met het vermelden van ander werk over Christie, zegt niets over het speurwerk van Margaret Obase, die ontdekte dat Agatha misschien wel veel over gif heeft geleerd via de detectives van de nu compleet vergeten Welshman Frank Howel Evans. Meer dan tien jaar vóór Christie voerde hij in vijf van zijn verhalen een inspecteur Poiret (de 'e' is geen tikfout) op. Een Fransman, geen Belg. Maar wel allebei met pensioen na een buitenlandse politiedienst. Agatha zelf zegt dat ze niet meer weet waar de naam Poirot vandaan komt, wel dat ze geïnspireerd is door Belgische vluchtelingen die tijdens de oorlog naar Devon uitweken.

De lakmoesproef van elk boek over Agatha Christie is natuurlijk de periode van haar verdwijning. Waarom was ze elf dagen spoorloos? Laura Thompson is hier nog nauwelijks biografe als ze het verhaal reconstrueert. Ze tracht in de huid te kruipen van de toen 36-jarige thrillerschrijfster en bekijkt alles vanuit haar standpunt. Ze doet de reconstructie minutieus, aan de hand van krantenverslagen en verhalen die de ronde deden. Christies luxueuze auto werd gevonden aan de rand van een steengroeve. Er volgde een grootscheepse speuractie, de kranten sprongen op de zaak, kosten noch moeite werden gespaard. In het Britse parlement is zelfs de vraag gesteld wie het allemaal moest betalen. Het werd zoals men kon verwachten de belastingbetaler. Archibald was even verdacht van moord. Zijn vrouw werd uiteindelijk gevonden in hotel Swan Hydro (nu The Old Swan) van het Engelse kuuroord Harrogate in Yorkshire. Ze was er ingeschreven als miss Neele, de naam van Archibalds minnares. Agatha had de dag voor ze verdween een brief geschreven naar haar schoonbroer dat ze ging kuren, maar die had de brief verbrand en de politie was even naar het hotel geweest om navraag te doen naar een mevrouw Christie. Aan de naam Neele was geen aandacht besteed. Er zijn over haar verdwijning veel theorieën verkocht. Dat ze Archibald wou opzadelen met schuldgevoelens, dat het een stunt was om meer boeken te verkopen, dat ze gewoon wou bewijzen dat het in het goed georganiseerde Engeland van die jaren best mogelijk was te verdwijnen, dat ze wraak wou nemen op Archie door hem van moord te laten verdenken en zo zijn reputatie te schaden. Agatha zelf zegt in haar autobiografie geen woord over de hele zaak, die officieel werd afgedaan als geheugenverlies. Janet Morgen suggereert een soort zelfhypnose van de schrijfster die gepaard ging met identiteitsverlies. Thompson verwerpt zowat alles en ging zelfs in spoorboekjes de vertrekuren van treinen in 1926 raadplegen. Ze neemt wel voor waar aan dat ze op tijd reden. En komt uiteindelijk tot een nogal voor de hand liggende conclusie, waarin ze rekening houdt met de emotionele toestand van Christie, die kort voor Archie met zijn scheidingsaanvraag kwam, haar zeer geliefde moeder had verloren en duidelijk ook overwerkt was. Allicht vertrok ze vaag met het idee Archie te zoeken of zelfmoord te plegen, maar ze kwam daarop terug. En, zegt Thompson: "Emotioneel in de war ja, geheugenverlies neen." Rosalind maakte het allemaal mee als kind van zeven.

Archie scheidde van Agatha in 1928. Hij hertrouwde met Nancy Neele, zij later met de archeoloog Max Mallowan, die 14 jaar jonger was. Op het trouwboekje vervalste ze het leeftijdsverschil en reduceerde het tot zes jaar. In die periode verscheen haar eerste roman onder het pseudoniem Mary Westmacott. In totaal zou ze er tussen 1930 en 1963 zes publiceren. Het gaat om bitterzoete liefdesromans die weinig ophef maakten en nu onder de noemer chicklit zouden vallen. Ze worden over het algemeen als semi-autobiografisch beschouwd en Laura Thompson gebruikt ze heel vaak om door de ogen van Christie te kijken. Terwijl ze in de misdaadromans rond Poirot en Miss Marple heel discreet of helemaal niet naar haar eigen leven verwees, zou Agatha hier een open boek worden. Het kan zijn. Thompson verwijst niet naar het detail, maar Christie begon ooit een lezing met te zeggen dat ze haar beste vriendin had meegebracht. Mary Westmacott. Haar pseudoniem was toen al, in 1949, openbaar gemaakt in The Sunday Times. Met Max maakte Agatha heel wat reizen naar het Midden-Oosten, vooral naar Irak, waar haar man opgravingen deed. "Een vrouw kan geen betere man hebben dan een archeoloog, want hoe ouder ze wordt, des te meer belangstelling hij voor haar krijgt", zou ze ooit hebben gezegd. Max werd ervan verdacht een fortuinzoeker te zijn die uit was op het geld van zijn vrouw. Thompson ontkent dat. Ook dat hij een verhouding had met zijn assistente, met wie hij kort na de dood van Agatha in 1976 trouwde.

Vooral Rosalind werd een groot verdediger van haar moeder. Ooit was het anders, want dochter en moeder hadden een bijzonder moeilijke verhouding. Agatha trok zich lang van haar enige kind weinig aan. Ze ging zonder haar op reis, schreef haar zelden, liet haar opvoeden in het buitenland en door gouvernantes. Agatha noemde haar hond Peter haar echte kind. Rosalind klaagde erover dat haar moeder haar weinig schreef. Soms was de correspondentie ronduit verwijtend en werd er ondertekend met 'Onhartelijke groeten'. De jeugd van Agatha en de moeder-dochterverhouding behoren tot de beste gedeelten van Thompsons biografie. "Een weinig moederlijke moeder", zegt Thompson. Haar kleinzoon Mathew werd wel haar oogappel.

Tussen pakweg 1939 en 1950 was Christie bijzonder productief en schreef ze veel van haar beste werk. Tijdens de heel vruchtbare periodes tot drie boeken per jaar. Uitzonderlijk één. Ze schreef vaak een paar romans extra voor het geval ze ziek zou worden of overlijden. Rond 1950 waren er wereldwijd meer dan vijftig miljoen boeken verkocht en de verkoop nam steeds maar toe. De kwaliteit, zelfs Thompson geeft dat toe, verminderde. In feite was Christie beroemder geworden door haar toneelstukken en de films dan door haar romans. Overigens vond ze dat Hollywood en dan vooral MGM haar boeken verprutste. Maar Amerika bracht heel veel geld op. Dacht men, want er was nogal wat herrie tussen Agatha en de fiscus over de belastingen die moesten worden betaald. Ook over het werk dat ze in Engeland publiceerde. Het werd een strijd die jaren en jaren duurde en die Christie naar eigen zeggen op de rand van het failliet bracht. Meer dan lichtjes overdreven als je weet dat ze op een zeker moment zes eigendommen had die beslist geen sociale woningen konden worden genoemd. De wagens waarmee de familie reed droegen het embleem van Rolls Royce of Bentley. Het luxueuze landgoed Greenway House in Devon, waar ik Rosalind kort ontmoette, had ontelbare kamers, dependances en leek meer op een magisch koninklijk verblijf dan op een bescheiden villa. Er was toen al een regeling met de fiscus gemaakt en Agatha Christie werd 'loonslaaf' in haar eigen bedrijf. Wat melodramatisch meldt Laura Thompson dat ze slechts 106.000 pond naliet. Het is een vriendelijke manier om te zeggen hoe inventief belastingen werden omzeild.

Laura Thompson is een enthousiaste biografe en heeft veel, te veel, sympathie voor haar onderwerp. Dat merk je vooral als ze het heeft over de waarde van Christies werk. Over het algemeen spreekt ze van schitterend, geniaal, perfect. En in elk geval weinig kritisch. Al geeft ze schoorvoetend toe dat Agatha in haar latere boeken hier en daar een kleinerende opmerking over Joden maakt. Ook het mindere werk vindt Thompson prima. En bovenal geeft ze de indruk zich Agatha toe te eigenen. Bijna exclusief door in de biografie nauwelijks werk van anderen te citeren. Zelfs niet thrillerauteur Robert Barnard, die in A Talent to Deceive Christies techniek analyseerde. Agatha zelf kon maar niet begrijpen dat in de jaren zestig haar glansperiode ruim voorbij was. Ze beschouwde zich altijd als een echte schrijfster, wat ze tot op zekere hoogte ook was. Ze kon zich mateloos opwinden over recensenten, die ze 'kwaadaardige, domme lieden' noemde. Je zou misschien voor minder als je leest dat The Sunday Telegraph over een toneelstuk schrijft dat "de echte slachtoffers de toeschouwers zijn". Het lijkt alsof Thompson net als Agatha de pedalen kwijt is als ze Passenger to Frankfurt uit 1970 een goede spionagethriller vindt. Dan weet ze niets af van de boeken van een LeCarré, Len Deighton, Graham Greene, Eric Ambler... Of doet ze, erger nog, gewoon alsof. Intussen was Christie al neergesabeld door Ruth Rendell, Raymond Chandler ("vervalste karakters"), Michael Dibdin ("moordenares van de Britse misdaadroman"), Robert Graves ("schoolmeesterachtig Engels"). Een mildere stem komt van P.D. James, die wel vond dat de plots vaak absurd waren maar begrip had voor de karakters in haar boeken. Eliot, Houellebecq en Chabrol waren ook bewonderaars. Franse intellectuelen hadden altijd al meer lof voor Christie dan Britse.

En allicht niemand zal ontkennen dat Dame Agatha miljoenen lezers een paar uren pure ontspanning kon bezorgen met het oplossen van puzzels waarin je het karakter van de personages zelf mocht invullen.

Laura Thompson

Agatha Christie. Een Engels mysterie

Oorspronkelijke titel: Agatha Christie. An English Mysterie

Vertaald door Anton Feddema

Sijthoff, Amsterdam, 592 p., 22,95 euro.

Agatha kon zich mateloos opwinden over recensenten, die ze 'kwaadaardige, domme lieden' noemde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234