Zaterdag 07/12/2019

Reportage

Een dag in het spoor van de Afghaanse street artist Omaid Sharifi, de Banksy van Kaboel

Mural van Omaid Sharifi en zijn team van ArtLords in Kaboel. Beeld Yan Boechat

Met gevaar voor eigen leven schildert Omaid Sharifi (33) boodschappen van hoop en verzet op Afghaanse muren. Tegen de taliban, tegen corruptie. Pal voor de ­presidentsverkiezingen volgden we de kunstenaar in het nooit veilige Kaboel. ‘We trekken te veel aandacht. We moeten weg! Nu!’

Donderdagmorgen, twee dagen voor de verkiezingen van 28 september. Het centrum van Kaboel is veranderd in een zwaarbewaakt bolwerk. Overal zie je de groene uniformen van de politie, hun pick-ups staan op elke straathoek, geflankeerd door een massa veiligheidsagenten van privébewakingsfirma’s. Het hele land, en de hoofdstad bij uitstek, is in de ban van de komende stembusgang. De gespannen sfeer neemt met de dag toe. Sinds vandaag zijn de scholen gesloten, tot en met zondag, als voorzorgsmaatregel tegen de bedreigingen van de taliban om de verkiezingen te dwarsbomen met aanslagen.

Nog geen tien minuten geleden stuurde de talibanwoordvoerder een bericht via sociale media waarin het ‘Islamitische Emiraat’, zoals de terreurbeweging zichzelf nu noemt, de bevolking nogmaals oproept om ‘deze valse verkiezingen van de marionettenregering van Amerika’ te boycotten. ‘De moedjahedien van het Islamitische Emiraat zullen met de hulp van Allah en de steun van de natie dit nep-proces verstoren door het veiligheidspersoneel en de stembureaus aan te vallen,’ luidt de boodschap. ‘Om onze landgenoten te beschermen, vooral in de steden, stellen we een ultimatum. Blijf weg van de stembureaus op de verkiezingsdag.’

Omaid Sharifi: ‘In het begin volgden we de stijl van Banksy en hoewel ons werk aan hem doet denken, hebben we onze eigen techniek gevonden.’ Beeld Yan Boechat

In dit nerveuze klimaat rijden we naar het Massoudplein in hartje Kaboel waar we een afspraak hebben met Omaid Sharifi, oprichter van het kunstenaarscollectief ArtLords, een verwijzing met een knipoog naar warlords en druglords, de krijgsheren en drugsbazen die nog altijd een significante rol spelen in het land. Sharifi is in een paar jaar tijd een begrip geworden. De 33-jarige artiest maakt met zijn Banksy-achtige muurschilderingen in hoog tempo furore. Een groot deel van de muurschilderingen draagt een politieke boodschap uit die voornamelijk gaat over vrede en eenheid in het door oorlog verscheurde Afghanistan. Maar er zitten ook niet mis te verstane teksten bij als: ‘Corruptie is niet verborgen voor God en de blik van de mensen’ en ‘Je gaat niet naar de hemel. Je hebt mijn lieve vader vermoord.’

Omdat de werken van Sharifi en zijn collega’s dikwijls kritiek op de taliban bevatten en uit afbeeldingen van gezichten bestaan – volgens de streng islamitische leer van de taliban verboden – krijgt de Banksy van Kaboel heel wat bedreigingen naar zijn hoofd geslingerd.

Beeld Yan Boechat

Om die reden én omdat het Massoudplein volgens hem de gevaarlijkste plek van Afghanistan is op dit moment, drukte Sharifi ons op het hart om op tijd te komen. Zelf kan hij er hooguit 20 minuten blijven omdat iedereen hem kent. Wij als buitenlandse journalisten maken ons beter al na een kwartier uit de voeten, zegt hij. Met de gevaarlijkste plek bedoelt hij de plaats met de grootste kans op aanslagen, en dat is niet overdreven: de rotonde met het monument van talibanbestrijder Sjah Massoud in het midden is al meermaals ­doelwit geweest van bomaanslagen omdat het Navo-hoofdkwartier er gevestigd is, net als het Hooggerechtshof en de Afghaanse in­lichtingen­diensten. Vorige week nog kostte een explosie op het plein het leven aan 22 mensen en vielen er 38 gewonden. De taliban eisten de aanslag op. Dit jaar vielen er in Kaboel alleen al meer dan 220 doden en 1.050 gewonden door aanslagen.

‘Afghanistan samen’

Als we uit onze auto stappen op het drukke verkeersplein, zien we Sharifi al staan voor een van de vele opgetrokken betonnen muren die de gebouwen moeten beschermen tegen aanslagen. Hij is bezig met een tekst in te kleuren, hij schildert de karakters van het Dari, een van de twee officiële talen in Afghanistan.

Beeld Yan Boechat

“Hier komt het woord ‘samen’ te staan”, zegt de kunstenaar. “De complete tekst luidt: ‘Eén natie, één identiteit. Afghanistan samen.’ Naast die tekst zijn we bezig aan een kaart van Afghanistan, afgebeeld via vierkantjes waarnaast we elk een gezicht plaatsen. Gezichten van Afghaanse vrouwen en van de verschillende etnieën in dit land. Om de veerkracht van de Afghaanse bevolking te belichten.”

Sharifi duwt de politieagent naast hem een kwast in de handen. Of de man een stukje mee wil schilderen? De agent knikt en gaat meteen aan de slag. Het collectief werkt bewust met voorbijgangers samen. “We willen de bevolking bij ons werk betrekken”, legt Sharifi uit. “Dat doen we al sinds het begin en het blijkt een goede tactiek. De mensen vinden het geweldig als ze mee kunnen schilderen. Je neemt er de angst en het wantrouwen mee weg en het blijkt ook de ideale aanleiding voor een gesprek. Zo heb ik al heel wat interessante conversaties gevoerd, over de aanvallen van de taliban maar ook over de luchtaanvallen van de Amerikanen en Afghaanse veiligheidstroepen. Over de politiek, de oorlog, verloren waarden, godsdienst en vrouwenrechten. Dat is precies de bedoeling van ArtLords: we willen een zaadje planten bij de mensen, een stukje bewustwording creëren zodat ze over de dingen gaan nadenken en kunnen analyseren.”

Omaid Sharifi krijgt bezoek van politieman Assadullah. ‘De politie staat in voor de veiligheid, dus ik ga zeker stemmen.’ Beeld Yan Boechat

Behalve de politieagent krijgt ook de argwanend kijkende vuilnisman in zijn fluo-oranje vest een kwast in de handen. Zijn donkere blik slaat meteen om, hij lacht zijn bruine tanden bloot en begint te schilderen. De agent doet een stap naar achteren, bekijkt zijn werk taxerend en knikt dan goedkeurend. “Hij heeft zijn masters gehaald aan de universiteit hier”, licht Sharifi toe. “De man is assistent-chef van de politie in deze wijk.”

De muurschildering moet rond zes uur vanavond klaar zijn, zegt de kunstenaar. “Drie collega’s werken eraan, dat moet lukken.”

We vragen hem wat hij denkt van de waarschuwing van de taliban deze morgen. “Ik gá stemmen”, zegt hij strijdvaardig. Hij wijst op de assistent-politiechef en zegt: “Zij staan in voor de veiligheid, dus ik ga.”

De politieman, Assadullah heet hij, knikt bevestigend: “Normaal staan er hooguit tien politiemannen op het Massoudplein. Nu zijn het er honderd. En zaterdag zijn we met nog meer.” Hij wijst op de chaotische stroom auto’s. “We houden op dit moment zo’n driehonderd voertuigen per dag aan. We maken de selectie puur door te kijken. Als we vermoeden dat er verdachte personen in een wagen zitten, houden we ze tegen.” Helaas blijkt dat in praktijk minder goed uit te pakken. Een zelfmoordterrorist zal zich meteen opblazen als zijn auto wordt onderzocht. Het Afghaanse veiligheidspersoneel is tenslotte een bewust doelwit van de taliban. “Ik trek het me niet aan”, zegt Assadullah. “Als ik stilsta bij de risico’s die ik en mijn collega’s lopen, dan durf ik de deur niet meer uit. Als mijn tijd komt, het zij zo.”

Beeld Yan Boechat

Het is de vierde keer sinds 2001 dat er vrije verkiezingen in het land plaatsvinden. Van de achttien presidentskandidaten zijn er nog vijftien over; de andere drie hebben zich teruggetrokken. De twee mannen om wie het allemaal draait, zijn huidig president Ashraf Ghani, de voormalig minister van Economische Zaken die lange tijd in de VS woonde waar hij voor de World Bank en de VN werkte, en Abdullah Abdullah, oud-minister van Buitenlandse Zaken en gewezen adviseur van Ahmed Sjah Massoud, de bekende strijder tegen de taliban die in 2001 werd vermoord.

De twee koplopers zijn sinds het begin rivalen. Tijdens de vorige stembusgang in 2014 laaiden de gemoederen hoog op omdat Abdullah Ashraf Ghani ervan beschuldigde gefraudeerd te hebben. Ghani won met 56 procent tegenover Abdullah die 43 procent haalde. Het dispuut werd beslecht door de tussenkomst van John Kerry die regelde dat Abdullah de functie van executive officer kreeg, zoiets als een eerste minister.

Verkiezingen

Intussen is er bitter weinig hoop op verbetering bij de nieuwe verkiezingen. De corruptie tiert nog altijd welig in alle lagen van de Afghaanse maatschappij en dus ook in regeringskringen. Hoewel Ghani in 2014 beloofde werk te maken van de corruptie, is het er niet op verbeterd, daar is iedereen het over eens. De economie in het land is er weliswaar op vooruitgegaan maar de armoede is nog altijd torenhoog, omkooppraktijken zijn dagelijkse kost en de veiligheidssituatie is niet verbeterd. Integendeel, de taliban staan er sterker voor dan ooit, sinds de komst van de Amerikanen in 2001. De terreurbeweging heeft momenteel 50 procent van het land onder controle, al moet er wel bij gezegd worden dat het voornamelijk om rurale gebieden gaat.

Beeld Yan Boechat

Maar nu de verkiezingen voor de deur staan en het de afgelopen weken allemaal draaide om de inmiddels afgeblazen onderhandelingen tussen de VS en de taliban, laten die laatste weer luid en duidelijk van zich horen. Afghanistan gaat gebukt onder een golf van aanslagen. Trump stond op het punt om tot een akkoord te komen met de talibanleiding over de terugtrekking van Amerikaanse militairen in ruil voor de belofte van de taliban dat er geen buitenlandse terroristen meer in Afghanistan werden toegelaten, tot een aanslag in Kaboel plaatsvond waarbij een Amerikaanse soldaat en 13 anderen om het leven kwamen. De Amerikaanse president zette de gesprekken meteen stop.

Voor president Ghani en de Afghaanse regering die buiten de onderhandelingen werden gehouden, zijn de verkiezingen een nieuwe kans om het heft in handen te nemen. En al zal de uitslag straks opnieuw in twijfel worden getrokken omdat er geknoeid wordt met de resultaten en weet niemand hoe groot de opkomst zal zijn zaterdag, toch zijn de verwachtingen hooggespannen en wordt er volop campagne gevoerd.

Sigarettenverkoper

Sharifi wordt zichtbaar nerveus op het Massoudplein. “We trekken te veel aandacht, we moeten vertrekken. Nu.”

De vuilnisman is net klaar met zijn deel van de tekst en kijkt tevreden naar zijn werk. Daarstraks zag hij er nog zo boos uit dat het leek alsof hij onmiddellijk de taliban zou bellen om onze en Sharifi’s aanwezigheid te verraden. Nu grijnst hij van oor tot oor, schudt iedereen de hand en schuifelt terug naar het bruine strookje gras waar hij aan het werk was. “Dat effect heeft het bijna altijd op de mensen”, glimlacht Sharifi. “Voor zover ik weet heeft nog nooit iemand geweigerd om mee te schilderen.”

Sharifi vertrekt tegelijk met ons, stapt haastig in zijn auto. Zijn collega’s zwaaien ons vanaf hun ladder uit. Aan de overkant van het plein zijn de muren van begin tot einde beschilderd met kleurrijke werken van het kunstenaarscollectief. Vlinders, harten, een pantservoertuig met een trompet in plaats van een kanon. Oorlog, proza en politiek samengebracht op grauw beton.

‘Elke Afghaan leeft voortdurend in angst. We zijn eraan gewend, we weten hoe we ermee moeten omgaan, maar diep van binnen gaan we er allemaal aan kapot.’ Beeld Yan Boechat

Vijf jaar geleden besloot Sharifi om samen met een handvol vrienden iets te doen aan de deprimerende betonblokken die overal in het stadsbeeld opdoken. “Ik ben opgegroeid in Kaboel”, vertelt hij als we hem opzoeken in het atelier waar zijn kunstcollectief is gevestigd, een ruime woning in een rustige straat zonder betonblokken. “Ik heb nooit anders dan oorlog gekend. Ik ben geboren in 1986, tijdens de laatste jaren van de strijd tegen de Russen (1979-1989, red). Ondanks de oorlog was Kaboel een mooie stad, met veel groen en omringd door heuvels. Als kind leerde ik de stad ontdekken, net zolang tot ik elke straat kende. Ik kom uit een arm gezin, ging nauwelijks naar school. Op mijn twaalfde verdiende ik de kost als sigarettenverkoper. Ik sliep vaak op straat, had dagen dat er niets te eten was.

“Kaboel werd een deel van mijn identiteit en ik vond het vreselijk om later te moeten toekijken hoe de universiteit, de scholen, de kantoren en de huizen stuk voor stuk verdwenen achter een betonnen muur. Mijn vrienden en ik waren het beu, we wilden niet langer wachten tot de overheid er iets aan zou doen. Het enige dat we zelf konden ondernemen, was een verfkwast pakken en de grijze massa een kleur geven. En wat bleek? Door de schilderingen zag je de muur niet meer staan. Op de een of andere manier vormden ze ook een brug tussen de mensen die achter de muren woonden en alleen buitenkwamen in hun gepantserde wagens – drugsbazen, ministers, ambassadeurs – en de 95 procent van de inwoners die geen muur voor hun huis hadden staan.”

Zo kwam Sharifi in de wereld terecht van graffiti en straatkunst. Hij merkte al gauw dat er veel interesse was voor zijn muurschilderingen. Niemand had zich met kunst beziggehouden tijdens de veertig jaar oorlog in het land – tijdens het talibanregime (1994-2001) was elke kunstvorm trouwens verboden – en nu bleek dat de behoefte aan creatieve expressie er wel degelijk was. Niet alleen onder de elite zoals vroeger, maar ook onder de mensen op straat. “Het was de beste beslissing ooit: de bevolking uitnodigen om mee te werken”, zegt Sharifi. “In het begin volgden we de stijl van Banksy en hoewel ons werk aan hem doet denken, hebben we onze eigen techniek gevonden. Met techniek bedoel ik de manier waarop we muurschilderingen gebruiken om sociale problemen aan te kaarten en de bevolking erbij te betrekken. We zouden Banksy overigens graag uitnodigen in Kaboel maar we begrijpen dat dit niet zo makkelijk gaat. Nu proberen we of we een werk van hem kunnen uitvoeren, met onze eigen mensen. Maar het is nog niet concreet.”

1.700 werken

Inmiddels is ArtLords uitgegroeid tot een collectief van 53 kunstenaars. Mannen, vrouwen, jongeren uit alle windstreken van het land. De muurschilderingen zijn in twintig provincies te vinden, in totaal gaat het om meer dan 1.700 werken. Het collectief gaat verder dan alleen muurschilderingen en graffiti, het organiseert ook straattheater en houdt zich bezig met muziek en video-animaties. Allemaal in het kader van sociale verandering. De fondsen komen van de verkoop van kunstwerken, onder andere aan ambassades en bedrijven, van de opbrengst van het Artcafé en van samenwerking met ngo’s.

“Het gaat dus goed maar we krijgen ook tegenwerking”, zegt Sharifi. “Niet iedereen is het eens met wat we doen, we leven tenslotte in Afghanistan. De taliban vinden het maar niks, en mensen die hen steunen ook niet. Ik krijg doodsbedreigingen en als we in de provincies aan het werk zijn, horen we kritiek dat we tegen de sharia ingaan. Wat doe je eraan? Niets.”

Hij schudt zijn hoofd. “Elke Afghaan leeft voortdurend in angst. We zijn eraan gewend, we weten hoe we ermee moeten omgaan maar diep van binnen gaan we er allemaal aan kapot. Elke dag kan onze laatste zijn. Er kan altijd een explosie plaatsvinden. Het zijn zware omstandigheden waarin ons team moet werken, altijd opnieuw. Vooral de laatste maand zijn de mensen heel bang geworden. Ik voel me verantwoordelijk, alleen daarom al wil ik niet opgeven. Want de generaties voor ons, de moedjahedien en de taliban, bestaan uit moordenaars en criminelen. Ze zijn dit land veel verschuldigd. Nu het aan mijn generatie is, zie ik leeftijdsgenoten dezelfde fouten maken. Ze zijn even corrupt als hun voorgangers. Maar ik zie ook verandering. Van mensen die het anders willen, die net als ik straks aan hun kinderen willen kunnen zeggen dat ze iets positiefs hebben bijgedragen aan dit land. De verkiezingen zullen doorgaan, en ik heb er vertrouwen in dat we niet in een nieuwe oorlog verzeild zullen raken. En wij zijn er. Ook dat is een teken dat dit land een positieve ontwikkeling doormaakt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234