Donderdag 24/10/2019

Groeten van de grondstroom

Een dag golfen met ondernemers: "België houdt niet van ons"

Beeld BAS BOGAERTS

Zijn onze ondernemers tevreden met hun leven hier? Of is Vlaanderen te klein voor mensen die groot denken? In een golfclub vroegen we een aantal entrepreneurs om het hart op de tong te leggen. "Natuurlijk kunnen we migranten gebruiken. Maar dan moeten we wel de juíste migranten aantrekken."

Toestemming krijgen om in een ­golfclub met ondernemers te gaan praten: het is qua moeilijkheidsgraad wellicht te vergelijken met ­binnen geraken op een statusmeeting van de Mossad. Vijftien golfclubs belde ik. Bij de twaalf eerste kreeg ik te horen dat hun leden tijdens het putten niet gestoord willen worden door een lid van het journaille. Bij clubs dertien en veertien zeiden ze zoveel als: “Zet uw verzoek even op mail, dan kunnen wij het makkelijker negeren”. Alleen de ­communicatieman van de vijftiende club zei: “Met onze ondernemers babbelen? Geen ­probleem, kom maar af”.

Die laatste club was Golfclub Beveren: een nog relatief jonge vereniging die zich schuilhoudt op een lap poldergrond tussen het Antwerpse ­havengebied en de gemeente Kallo. Zowat 400 van de 800 leden van de club zijn ondernemers. De parkeerplaatsen worden er gesponsord door bedrijven als Bekx Interieur en De Clerck Ramen & Deuren: succesvolle kmo’s die van de Vlaamse industrieparken Bobbejaanlanden van ­bedrijvigheid maken. Het kan haast niet anders: vandaag zal ik de hardwerkende Vlaming in hoogsteigen persoon ontmoeten. 

Op het terras van het clubhuis raak ik aan de praat met Gino, de tweeënvijftigjarige zaakvoerder van een Peugeot-garage in Kieldrecht. Wanneer ik vraag wat hem bezighoudt, windt hij er geen spreekwoordelijke doekjes om: "Ik heb stress, jongen. Peugeot heeft onlangs beslist om één derde van zijn dealernetwerk in België op te doeken. In het Waasland zullen nog maar twee van de acht garages overblijven. Wij behoren tot de overlevers, maar we zullen met evenveel personeel meer moeten presteren. En de werkdruk is nu al zo hoog."

Ook de politiek maakt zijn job er niet makkelijker op, zegt Gino. “Wist je dat vervuilende auto’s in Wallonië minder zwaar belast worden dan in Vlaanderen? Dat is toch een vorm van oneerlijke concurrentie? Eén land, één regel: zo zou het móéten zijn. Maar blijkbaar is dat in België te veel gevraagd. Onze politici dienen veel belangen, maar níét het algemene.”

Ondernemers en politici: ze zien elkaar ­ongeveer even graag als Donald en Melania, zo blijkt. Zowat alle bedrijfsleiders die ik spreek, noemen het ondernemersklimaat in ons land ronduit belabberd. Onder hen ook Bert: prille ­vijftiger, beginnende golfer en oprichter van een bedrijf dat vluchtsimulators ­ontwikkelt. 

“Mocht ik een buitenlandse ondernemer zijn, ik zou mij nooit in België vestigen”, zegt hij. Onze loonkost is te hoog en onze infrastructuur te ouderwets. Ik heb lang gedacht dat Italië op het gebied van infrastructuur het meest achterlijke land van Europa was. Maar ondertussen staan wij hier even ver. De mobiliteitsproblemen op de Antwerpse Ring bestaan al 30 jaar en ze zijn nog altijd niet opgelost. Dat is toch krankzinnig? Wat heb je aan een fantastische haven als je niet op een fatsoenlijke manier goederen uit die haven kan transporteren?

Beeld BAS BOGAERTS

“België houdt niet van ondernemers, denk ik. De dag waarop ik mijn bedrijf oprichtte, wierf ik meteen mijn eerste medewerker aan. Eén dag later kreeg ik al bezoek van de arbeidsinspectie. Ze kwamen even checken of ik mijn werkkracht wel goed behandelde. Dat zegt alles. De Belgische overheid controleert wel de zelfstandigen en de kleine kmo’s, maar laat de grote bedrijven ongemoeid. In Singapore, waar ik dertien jaar gewerkt heb, is het precies omgekeerd: daar laten ze de kleinere spelers met rust en zorgen ze ervoor dat vooral de multinationals hun belastingen betalen. Een stuk efficiënter, als je het mij vraagt.”

Efficiëntie: het woord zal nog een keer of 80 vallen, meestal voorafgegaan door het voorvoegsel in-. “Het Belgische overheidsapparaat is ­hopeloos inefficïent”, zegt Peugeot-man Gino. “Neem nu onze sociale zekerheid: volgens mij moeten we helemaal niet langer werken om die te kunnen blijven betalen. We moeten gewoon heel de sociale zekerheid binnenstebuiten keren en ontdoen van alle vormen van misbruik. Ik ken iemand die 3.000 euro per maand verdient en toch een sociale woning heeft. Dat zou niet mogen.”

Lees verder onder de foto.

Beeld BAS BOGAERTS

Ook op het gebied van migratie – dat andere thema dat spontaan de gesprekken binnensijpelt – regeert de politieke inefficiëntie, vinden de ondernemers van Golfclub Beveren. “We hebben migranten heel hard nodig”, zegt Bert. “Maar we trekken niet de júíste migranten aan. De vraag die we potentiële nieuwkomers moeten stellen is: ‘Op welke manier kunnen jullie ons land beter maken? Wat kunnen jullie dat wij niet kunnen?’ Nu laten we nog te veel mensen toe die enkel komen profiteren van onze uitkeringen. En dat kun je niet eens die mensen zélf verwijten. Het zijn onze politici die misbruik moeten uitsluiten.”

Volgens Peter, oprichter van een internet­bedrijf en eigenaar van een Dave Grohl-sikje, zouden we ons beter focussen op de herkomstlanden van de migranten. “Veel Marokkanen komen naar hier in de hoop dat ze in de landbouw zullen kunnen werken. Maar dat is in onze contreien niet bepaald een florerende sector, hè. Het zou slimmer zijn om ervoor te zorgen dat die Marokkanen in hun eigen land aan de slag ­kunnen in plaats van hen in onze werkloosheidsstatistieken te verwelkomen.”

Bart, veertiger en zaakvoerder van een optiekketen, vraagt me om even te noteren dat hij geen racist is. Vervolgens wil ook hij iets kwijt over de migratieproblematiek. “Er heerst in Vlaanderen een laisser-fairementaliteit ten opzichte van migranten. En dat stoort mij. Ik woon in Sint-Niklaas. Tegen de allochtonen die in hun ­opgefokte auto’s over de weg scheuren en daarbij belachelijk veel decibels produceren, treedt de politie zelden of nooit op. Maar de brave burger die bij wijze van uitzondering een straat ­oversteekt op een plaats waar geen zebrapad is, wordt onmiddellijk beboet. Dat vind ik niet oké.”

Bart komt over als een goede, maar behoorlijk strenge huisvader. “Ik verwacht een minimum aan respect van migranten. Maar blijkbaar is dat een probleem. Ik zie het ook in onze winkels: de dames en heren met de lange gewaden zeggen amper goeiedag als ze binnenwandelen en ­taxeren ons aanbod zonder ons ook maar één keer aan te kijken. Nog afgezien van het feit dat dat redelijk onbeleefd is: hoe kunnen wij die ­mensen dan helpen? Door – zoals Wouter Torfs – allochtone winkelbedienden aan te werven die hen op hun gemak moeten stellen? Dat ga je mij niet zien doen. Ik vind dat migranten zich aan ons moeten aanpassen. Niet omgekeerd.”

Denkt daar enigszins anders over: Manu (23), marketingverantwoordelijke in het verhuis­bedrijf van zijn vader. “We moeten migranten ­hélpen. Anders blijven we maar naast elkaar leven. Bij ons werken nogal wat chauffeurs van Iraakse, Iraanse en Poolse afkomst. Wel, ik ben blij dat het ABVV taalcoaches naar ons bedrijf stuurt om die mensen een spoedcursus Nederlands te geven. Niet alleen omdat ze dan beter hun job zullen doen, maar ook omdat het hen zal helpen om te blenden met de rest van Vlaanderen. Want de multiculturele samenleving kan wel degelijk functioneren. Ik heb in Londen gestudeerd, in een school met studenten uit meer dan 60 landen. Ondanks alle verschillen in ­waarden, normen en klederdracht verliep het samenleven daar zonder al te veel problemen.”

Lees verder onder de foto.

Beeld BAS BOGAERTS

Luie millennials

Ik verlaat het clubhuis en ga om onderzoeksjournalistieke redenen wat rondkuieren op het golfterrein. Het parcours bestaat uit negen holes: ideaal voor ondernemers die door hun bedrijf niet ­gedurende achttien holes gemist kunnen worden. Ik probeer gespreksflarden op te vangen die de maatschappelijke ziel van ondernemend Vlaanderen verder ontbloten. Maar al gauw blijkt dat entrepreneurs tijdens het demonstreren van hun flop-, lob- en punchshots niet veel praten. Een golfer is bezig met de bal, niet met de disfunctionele kantjes van onze samenleving. 

Terwijl ik terug naar het clubhuis wandel, moet ik glimlachen om het reclamebord van een optiekketen langs de driving range, het oefenterrein van de club. De juiste boodschap op de juiste plaats verkondigen: het is een kunst als een andere.
Aan de eigenaar van het reclamepaneel – ­opticien en zaakvoerder Bart – vraag ik even later waarover hij met collega-ondernemers zoal praat. “Over de work-life balance”, zegt hij. “Niet zozeer over mijn work-life balance, hoewel die ­ongetwijfeld beter kan, maar over die van mijn medewerkers.”

Bart, een vertegenwoordiger van generatie X, heeft wat moeite met het arbeidsethos van de ­millennials op zijn payroll. “Ze willen allemaal minder werken en meer genieten. En ik, als ­onder­nemer, heb me daaraan aan te passen of ik kan de boeken dichtdoen, zo simpel is het. Een van mijn medewerkers vroeg me onlangs of hij ­tijdelijk vier vijfde mocht werken zodat hij een paar privéprobleempjes kon oplossen. Ik heb dat toegestaan. Maar vind ik het normaal? Eigenlijk niet. Ik had het op mijn 24ste in ieder geval niet aan mijn baas moeten voorstellen. Maar vandaag is dat allemaal een kwestie van vraag en aanbod. Een groot deel van de vacatures in de Vlaamse kmo’s raakt niet ingevuld. Nogal logisch dat jonge mensen erin slagen om flexibele arbeidsvoorwaarden te onderhandelen."

“Wat ik wel jammer vind, is dat mijn werk­nemers mij nooit eens bedanken voor mijn flexibiliteit. Millennials vinden alles vanzelfsprekend. Ze beseffen niet dat als wij, de ondernemers, ermee zouden ophouden, ook hún jobs niet langer zouden bestaan. Dat ontgoochelt mij, het verantwoordelijkheidsgevoel moet van twee kanten komen.”

Manu, de twintiger die in het verhuisbedrijf van zijn vader werkt, is zelf een millennial. Ik vraag of ook zijn arbeidsopvattingen weleens botsen met die van zijn vader. 

Beeld BAS BOGAERTS

“Ik vrees dat mijn vader mij besmet heeft met zijn eigen arbeidsethos”, lacht hij. “Als kind moest ik zelfs tijdens vakantieperiodes om zeven uur opstaan: ik moest helpen, was het niet in het bedrijf, dan wel bij ons thuis. 

“Ook vandaag kan ik nog altijd niet tot 9 uur in bed blijven liggen zonder het gevoel te hebben dat de helft van de dag al voorbij is. Mijn leeftijdgenoten zijn daarin nonchalanter. En daar erger ik me weleens aan. Als je in het leven alle kansen krijgt – en dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor veel van mijn collega-millennials – dan moet je daar iets tegenover stellen, vind ik.”

Gebrek aan engagement

“Drinken we er nog eentje of niet? Allez kom, nog ne laatste. Het moet hier maar niet zo plezant zijn.” In het clubhuis druppelen steeds meer golfers ­binnen, de sfeer wordt met de minuut uitgelatener. Te midden van de joligheid maak ik kennis met Pim, de bedaarde eigenaar van een expertise­kantoor. Hij is net 60 geworden, maar dat is de laatste van zijn zorgen. “Negen jaar geleden is een van mijn vier kinderen in een verkeersongeval om het leven gekomen. Dan ben je niet met je leeftijd bezig.”

Ook aan zijn nakende pensioen denkt Pim niet, “al kraakt en piept het soms”. Maar over het ­huidige pensioendebat heeft hij wél een mening. “Ik vind het compleet geschift dat de jongeren moeten opdraaien voor mijn pensioen. In Nederland moet je vanaf een bepaald inkomens­niveau een beroep doen op een privéverzekeraar. Daar zorg je – tenzij je echt te weinig verdient – zélf voor je pensioen. Dat systeem zal ook wel zijn nadelen hebben, maar op zijn minst doet het de jongere generatie niet betalen voor de oudere.”

Pim is de goedmoedigheid zelf en beschikt over een glimlach die in staat moet worden geacht om zelfs Theresa May te doen ontdooien. Maar hij maakt zich zorgen. “Ik zie overal een groot gebrek aan engagement. In 1978 weigerde Johan Cruijff naar het WK voetbal in Argentinië te gaan omdat de militaire junta de mensenrechten aan haar laars lapte. Vorige maand zaten de tribunes in Rusland vol met politici die het blijkbaar geen probleem vinden dat de Russen voortdurend holebi’s discrimineren en straffeloos de MH17 uit de lucht hebben geknald. Dat is zorgwekkend.

“De wereld wordt me wat te opportunistisch. Veel mensen zeggen A, maar doen B. Ze uiten op sociale media hun verontwaardiging over een doodgeschoten leeuwin, maar gooien tien minuten later wél ongegeneerd hun rommel op straat. Of ze zamelen centen in voor Ouders van Verongelukte Kinderen, maar drinken wel doodleuk een paar pinten voor ze met hun auto naar huis rijden. Dan ben je niet écht geëngageerd.”

Een felle windstoot blaast een van de parasols op het terras van het clubhuis omver. Wanneer niemand aanstalten maakt om het ding weer rechtop te zetten, zegt Pim al lachend: “Kijk, dát bedoel ik, dus. Zelfs in de golfclubs is er een gebrek aan engagement.” Hij staat op en helpt de parasol dan maar zélf weer in zijn voetstuk.

Beeld BAS BOGAERTS

Politics matter

Waar de grondstroom van de Vlaamse ondernemers ons naartoe voert, vraagt u? Moeilijk te ­zeggen. Sommigen willen Vlaanderen Vlaamser zien worden, anderen vinden het belachelijk om je in een geglobaliseerde wereld op jezelf terug te plooien. Sommigen klagen over maatschappelijke betutteling, anderen betreuren dat we nergens nog voor lijken stil te staan.
Wat in ieder geval wél duidelijk is geworden, is dat ondernemers tot de politiek meest betrokken burgers van het land behoren. Al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. “Het beleid van onze politici – of het gebrek eraan – heeft een grote impact op wat wij doen”, zegt bedrijfsleider Bert. “Als ondernemer relativeer je het politieke immobilisme van vandaag toch net iets minder dan als gewone burger.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234