Donderdag 28/01/2021

Een culturele halfbloedBetty Mellaerts praat met David Linx

Hij is zesendertig nu, maar ik ken David Linx al jaren. Overlopend van energie, overtuigd van de juistheid van zijn muziek en vechtend tegen jazzcritici die hem maniërisme verweten en aanstellerij. Daar was maar één middel voor: doorgaan zoals zijn gevoel het hem ingaf.

Foto's Stephan Vanfleteren

'Klank zit in alles, in een schilderij, een film, een roman. Stilte, een boek waar ik inkruip, en als het uit is kan ik drie liedjes schrijven omdat het me zo geïnspireerd heeft. Woorden hebben voor mij soms meer waarde dan muziek omdat literatuur nog niet zo laag is gevallen als de populaire muziek. Om de drie minuten wordt er in die branche 'genie' geroepen, maar het stelt volstrekt niets voor. Ook de platenverkoop is geen maatstaf meer, zeker niet om je succes naar af te meten. Je kan wereldwijd drieduizend platen verkopen en toch een legende zijn of drie miljoen en twee jaar later volkomen vergeten zijn. Eigenlijk is het mijn droom om schrijver te worden, maar dat zal ik nooit zijn.

"Wat ik zeker weet, is dat ik zal blijven zingen tot ik doodga. Ik heb heel vroeg een eigen klank gevonden. Die is van mij. Misschien is hij minder verkoopbaar dan andere dingen, maar ik ben heel koppig geweest en ik weet dat als je volhoudt, met je talent doorgaat, het ergens toe leidt. Ik heb beslist mijn eigen stroming te zijn, ik zou er nooit een kunnen volgen. Ik heb altijd mijn eigen ding gedaan. Dat leert je heel veel nederigheid, want je moet veel kritiek slikken. Ik heb ook jaren van twijfels gehad: moet ik wel of niet zingen? Ik weet intussen dat ik kan zingen. Het publiek en de critici kunnen ervan houden of niet, dat is iets anders, maar ik kan zingen. En als je in deze tijd van zulke grote muzikale vulgariteit een eigen geluid hebt, kan je door alle tijden en tendensen heen gaan. Dat heb ik door dat vreemde toeval in mijn leven waardoor ik in verschillende culturen ben opgegroeid, werkelijk ingelepeld gekregen.

"Toen ik jonger was, heb ik geëxploreerd hoe hoog en hoe laag ik kon zingen. Dat maakt deel uit van de vorming, net als experimenteren in de muziek. Iedereen probeert te tonen hoe goed hij is: 'Kijk eens wat ik kan' en verwacht dan applaus, maar het moet beperkt blijven tot je jeugd. Toch hebben critici mij dat toen ook weleens kwalijk genomen terwijl een plaat een polaroid is van een bepaald moment in je leven dat je moet vastleggen om weer verder te kunnen. Natuurlijk zou ik platen die ik tien jaar geleden heb gemaakt, nu niet meer maken zoals toen, maar ik weet wel dat ik er telkens ook voor honderd vijftig procent aan begon. Of het de ultieme plaat is, beslis je niet zelf, ook de pers niet, alleen de tijd bepaalt wat overblijft. Ik zou liever wat meer jazz- en popartiesten horen experimenteren. Het zou hun misschien wat meer woordenschat geven zodat ze het niet hun hele carrière met drie woorden moeten doen.

"L'instant d'après is mijn eerste Franse plaat, maar taal is niet van belang. Je kan exact dezelfde gevoelens overbrengen in welke taal ook. Dat universele wou ik weergeven, zodat iemand die in New York naar mijn liedjes luistert erdoor geraakt wordt, ook zonder te begrijpen wat ik zing. Een artiest moet het publiek naar zich toe trekken en niet omgekeerd soms tegen zijn hart in van alles doen om het gunstig te stemmen. Met het oog op het snelle succes dan, want een publiek opbouwen duurt natuurlijk jaren.

"Je moet niet zonodig naar één doel toe werken. Onlangs las ik een zin in een boek dat een vriendin me stuurde en die is fantastisch: the journey is important, not the destination. De manier waarop je ergens aankomt, daar gaat het om, en dat leer ik met de leeftijd aanvaarden.

"Toen ik tien was, vond ik bij mijn vader in de kast een boekje met een rugprofiel dat me aantrok. Het was van de Amerikaanse schrijver James Baldwin. Hoewel het in het Nederlands was vertaald, heb ik er de helft niet van gesnapt omdat ik er veel te jong voor was, maar ik was gefascineerd. Nu kan ik dat gevoel analyseren als een fascinatie voor de manier waarop hij emoties en rationaliteit mengt. Deze tegenstrijdigheid vind je bij veel grote figuren terug. Caetano Veloso kan een zeer toegankelijk liedje tijdens hetzelfde concert laten volgen door extreme muziek waarop hij een gedicht leest. Ster en antister, commercieel en avant-garde, mannelijke en vrouwelijke elementen. L'étendue des extrêmes is een universele wet. Als je een ballade zingt, moet de energie die erachter zit, even groot zijn als bij een up-temponummer en dàt moet je dan weer met een grote rust kunnen zingen. Die wet vind ik terug in schilderkunst, literatuur, muziek, film, overal. Het gaat om het vinden van de goede kleur, de juiste toon. En met name in de jazz moet je zeker zijn van wat je doet. 'Europese jazzzanger' klinkt op zich al onmogelijk. Dus moet je ervoor zorgen dat de noot die je zingt, juist zit, niet alleen muzikaal maar ook emotioneel.

"Ik las al zijn boeken en had het gevoel dat ik Baldwin al mijn hele leven kende, dat ik met alles wat me bezighield bij hem terechtkon. Ik was het een beetje vergeten, maar na zijn dood eind 1987, ging ik met zijn zussen door zijn correspondentie. We vonden de brieven terug die ik hem als kleine jongen had geschreven. Daarin vroeg ik zijn commentaar op een werkstuk over zwarte moslims dat ik had geschreven toen ik nog op het atheneum van Tervuren zat. Of over mijn twijfels. Er zijn mensen die je nog nooit hebt gezien, maar toch voel je je met hen verwant. Dat gebeurt een paar keer in je leven, maar als kind heb je het gevoel dat er een mirakel gebeurt.

"Toen kwam hij in Amsterdam een lezing geven. Ik speelde daar drums in een jazzclub, ergens tussen mijn vijftiende en achttiende. Die jaren zijn zo vaag voor mij, ik weet alleen nog met zekerheid dat ik een late adolescent was. Ik ging naar de zaal waar hij las. Zoals ik later zou ontdekken, kwam hij nooit op tijd. Ook toen had hij zijn vlucht gemist en hij kwam veel later aan dan verwacht. Dus gingen mensen weg en gaven me hun ticket want de zaal was uitverkocht. Ik zat op de eerste rij met open mond naar hem te luisteren. Er waren zoveel mensen rondom hem, ik kon niet bij hem komen en ik zocht een oplossing om hem te ontmoeten. Ik wist dat hij een persconferentie gaf bij de Bezige Bij. Ik ben er naartoe gehold, kwam er helemaal bezweet aan, viel neer in een fauteuil. 'Who's this kid who is in need of help?' vroeg Baldwin. Zo is het begonnen. Ik ging naar een tweede lezing. Daarna zijn we gaan eten en heb ik meer dan een jaar niets meer van hem gehoord. Ik had een telefoonnummer, belde. Hij zat in Saint-Paul-de-Vence en ik ben vertrokken. Van toen af had ik een kamer bij hem, in Frankrijk of in New York en het leek alsof de geschiedenis vooraf uitgeschreven was. Zo moest het zijn.

"Sommige beslissingen neem je op je vijftiende, maar zou je later nooit meer overdoen omdat ze dan belachelijk zijn. Toch waren ze juist, begrijp je? Op mijn dertigste Baldwin ontmoeten, zou tof geweest zijn, maar had wellicht niet dezelfde impact gehad. Van hem heb ik alles geleerd. Bij hem heb ik Miles Davis ontmoet. Drie dagen vakantie met hem heeft mij veel meer bijgebracht dan drie jaar conservatorium. Sterke vrouwen als de schrijfsters Toni Morrison en Alice Walker waren huisvrienden van hem. Vrouwen hebben in mijn leven vaker de puntjes op de i gezet dan mannen, die woester in het leven stonden, al had en heeft ook mijn vader beide elementen in zich. Woest, maar ook zacht en wijs.

"Mijn vader kwam uit een arbeidersmilieu en is daar als enige van de familie uit opgeklommen. Hij was jazzmuzikant en later producer en productieleider bij de BRT. Hij heeft ons, zijn kinderen, werkelijk overal mee naartoe genomen. Naar alle concerten die hij organiseerde, terwijl we de volgende dag gewoon school hadden. Ik denk dat hij niet wilde dat wij iets misten, dat had hij te veel moeten doen.

"Mijn ouders zijn de eersten om te zeggen dat ze fouten hebben gemaakt, maar daardoor hebben ze wel dingen ondernomen, zijn ze niet stil blijven zitten. Ik ben streng en hard opgevoed, maar ook zonder de gebruikelijke grenzen. Op school zeggen ze je vooraf al: die limiet moet je halen en dus overschrijd je ze niet. Bij ons thuis was de houding: zorg dat je beter bent, niet dan de anderen maar dan jezelf. Probeer het zo goed te doen als je kan. En er gaat niets boven een autodidactische kracht. Die bindt nog altijd veel mensen om mij heen.

"School gaf mij structuur in de chaos van mijn dagelijkse leven. Maar het was dubbelzinnig: ik schopte keet en was tegelijk graag de eerste van de klas. Ik haatte het om de perfecte leerling te zijn, maar ik werkte wel keihard. Dat is zo gebleven. Ik heb een heel tumultueuze jeugd gehad, het was maf bij ons thuis, zowel in goede als in slechte zin. Maar zoals Alice Walker zegt: the secret of joy is resistance. En weerstand heb ik leren opbouwen, ik heb het vruchtbare gezien van een krankzinnige of moeilijke situatie.

"Nu heb ik vier thuishaarden: Brussel, Parijs, Tunis en New York en in mijn muziek zitten al die invloeden. Mijn Afro-Amerikaanse en mijn Europese cultuur, het Vlaamse dat ik terugvind bij Josse De Pauw, Dominique Deruddere of Arno, het Franse van Jacques Dutronc of Françoise Hardy, het Duitse van Hanna Schygulla, met wie ik heb samengewerkt. Blank en zwart, ze zijn allemaal vrienden, we spreken dezelfde gevoelstaal, maar dat is in Vlaanderen nog heel moeilijk te begrijpen. Belgen zijn ontzettend nederig, we moeten elkaar aanmoedigen. Dat geeft energie die je stimuleert om door te gaan, want met alleen maar talent hou je het niet lang vol.

"De visie op kleur is in België iets vreemds, maar dat komt omdat de migratie hier nog jong is. In grote steden als Parijs of Amsterdam staat ze veel verder en daar blijkt dat omgaan met kleurlingen een probleem is dat zichzelf oplost. Door mijn toevallige opvoeding ben ik een culturele halfbloed, I can be black like I can be white. Het boek dat het leven van Baldwin heeft veranderd, is Giovanni's room. Daarin komen uitsluitend blanke personages voor en ik heb mensen ontmoet die het gelezen hadden en niet wisten dat Baldwin zwart was. Dat was voor hem het grootste compliment. Hij wou geen zwarte schrijver zijn, maar een schrijver. Zo is het mijn droom dat men mij een zanger noemt en niet zoekt of ik ergens zwart bloed in de aders heb.

"Het is nog altijd een hardnekkig misverstand dat je om de blues te kunnen zingen, in de goot moet liggen. Wel, ik ken zwarten die in de goot liggen en geen blues kunnen zingen en ik ken blanken die opgegroeid zijn in chique wijken, nooit problemen hebben gehad en fantastische blues zingen. Blues moet je kunnen overbrengen, het gevoel geloofwaardig maken. Toch zal men het lied van een schreeuwende zwarte zangeres in Amerika, nog altijd veel sneller jazz noemen dan dat van een blanke, zoals men ook vindt dat een zwarte het ritme in het bloed heeft. Die uitspraken gaan terug op een schuldgevoel dat nog altijd in de genen zit. Voor mij zijn dat racistische uitspraken, maar als ik dat zeg noemen blanken mij paranoïde. 'David, je overdrijft', zeggen ze dan. Men denkt ook dat iedere zwarte die geld verdient, blank wil worden. In 1988 was Michael Jackson op tournee en vroeg men tijdens een persconferentie aan Quincy Jones of hij het niet pervers vond dat Jackson zoveel geld verdiende. Hij antwoordde: 'Waarom hebben jullie die vraag nooit gesteld aan John Lennon of Elvis Presley?' Hij had gelijk. En verder heeft Jackson een huidziekte die ik ook van mijn vrienden ken en die je niet kan uitlokken met een zalfje.

"Omgekeerd zie ik ook geen zwarte families die blanke kinderen adopteren, hoor en als je hen vraagt hoe dat komt, dragen ze ook alleen maar drogredenen aan. Wel, zodra dat kan, zal een blank kind zingen zoals de zwarten.

"Met deze plaat voel ik dat men er stilaan klaar voor is, dat kleur geen rol meer hoeft te spelen. Maar als je je lied zingt zoals jij het wilt, moet je daarvoor een prijs betalen. Dat hebben ook mensen als Josse De Pauw of Jari De Meulemeester van de Ancienne Belgique gedaan. Voor hen is kleur nooit van belang geweest, het ging hen om wat er onder de huid zit. In stilte hebben ze het voortouw genomen, maar hun succes heeft ook lang op zich laten wachten. Van die prijs ben je je niet bewust terwijl je bezig bent, gelukkig maar. Dat zou belachelijk zijn, dan stop je ermee of het wordt een systeem. De spontaneïteit moet blijven en die kan je lang behouden, dat heeft niets met leeftijd te maken en het toffe aan het gevoel van ouder worden is dat je ervaringen opdoet, schijnbaar dingen vergeet, maar plots vallen ze als puzzelstukken in elkaar.

"Mijn vader wilde dat we advocaat of dokter werden, maar zeker geen muzikanten. Hij wist hoe hard die wereld was. Maar hij heeft me wel bijgebracht hoe je in muziek het essentiële moet detecteren. Dat kan bij Paul Simon zijn, bij Miles Davis, Claude François, Stockhausen, Alban Berg, noem maar op.

"Van kind af aan wist ik dat ik zanger wilde worden. Dat plan wou ik beschermen, want de buitenwereld kan veel kapotmaken: 'maar neen, jij gaat niet zingen!' beslissen ze voor jou. Dus heb ik drums en piano leren bespelen en mijn droom om zanger te worden opgeborgen voor later. Die wereld is ook zo hard. Je krijgt complimenten maar ook slechte kritiek, je bent een publieke figuur, je moet altijd sterk staan. Bovendien was ik de zoon van Elias Gistelinck, de man achter Jazz Middelheim. Dit is Vlaanderen, iedereen dacht dat ik als zijn zoon geprivilegieerd was, maar door hem heb ik net helemaal niets kunnen doen."

Ik zeg hem dat ik kan getuigen dat zijn platen om die reden ook niet gedraaid werden op de radio. Hij is er niet in het minst van onder de indruk.

"Ik wist dat ik niet gewoon goed moest zijn, ik moest zeer goed zijn. En als man jazz zingen, brengt een omgekeerd seksisme teweeg. Maar al die tegenstand heeft mijn weerbaarheid zeker vergroot. Door Walker en Baldwin heb ik geleerd dat je moet doorgaan in je overtuiging, ook als anderen vinden van niet. Je moet wel de fundamenten van je intuïtie verstevigen, je verleden verteren, want je blijft natuurlijk kwetsbaar. Je moet ervoor zorgen dat mensen niet meer nemen dan wat jij kan geven.

"Je moet ook fouten durven te maken. Het kot in elkaar kloppen en een cheque schrijven en excuses aanbieden door te zeggen: dit heb ik vanavond moeten doen om duidelijk te zijn. Als ik mijn stem verhef, zeggen veel mensen: je bent kwaad, maar dan antwoord ik: je hebt me nog niet kwaad gezien. Bij Baldwin was het oké om met glazen te smijten om iets duidelijk te maken. Vooral de fouten interesseren mij bij mensen. Zij weerspiegelen wie je op dat moment bent. Ik maak voornamelijk fouten op menselijk gebied. Ik probeer van mijn fouten te leren, maar niet te leven met spijt. Ik wil ze ook niet wegmoffelen want dan sta je er iedere dag in de spiegel naar te kijken en word je op je vijftigste een verschrikkelijk mens.

"Soms doe je iemand pijn en dat vind ik verschrikkelijk. Toch doe je het, soms zelfs bewust. Daarom zijn vrienden voor mij zo belangrijk. Ook zij zijn een weerspiegeling van wie je bent. Als je jong bent heb je dat niet zo nodig, maar nu wel. Zanger zijn is toch een beroep waarin je veel alleen bent. Je wordt geacht een ster te spelen, maar gewoon jezelf zijn is genoeg. Niemand is gelukkig met de wereld zoals hij nu gaat, ook ik niet, maar ik kan alleen maar goed doen wat ik het beste kan. Ik wil gewoon maar zingen en dat is geen valse bescheidenheid.

"Als ik met onopgeloste problemen zit, kan ik sociaal gezien blokkeren. Ik ben koppig en dan heb ik de neiging om me terug te trekken in mezelf en me schuldig te voelen. Dat is belachelijk, maar ik weet dat veel mensen zo zijn. Veel stilte kan me helpen om er weer uit te komen. Echte vriendschap staat stilte toe. Je hoeft niks uit te leggen, ze weten het wel. Vrienden mogen me zeggen: daar heb je verkeerd gehandeld en ze hebben genoeg weerstand om mijn woestheid op te vangen. Vrienden geven je toestemming. Die vraag ik niet, daar ben ik veel te koppig voor, maar ik krijg ze wel. Sommigen zeggen dat ongeduld mijn grootste fout is. Misschien wel, maar met de jaren ben ik geduldig geworden in mijn ongeduld. Hoe nerveus ik ook ben, ik vind alle rust als ik moet zingen.

"Vroeger durfde ik het niet te zeggen, maar zingen is gewoon mijn leven. Het is waar ik mij het meest volmaakt in voel. Ik heb altijd gezien dat ik mensen raakte met mijn stem. Ik kon ze in de hemel brengen of enerveren, maar liet zelden iemand koud. Ik wist dat ik met mijn stem iets anders kon dan met mijn drumstel. Ik kon het hart van de mensen bereiken en daar begint het. Dat kan je niet zomaar doen, daar moet je voorzichtig mee omspringen. Je kan mensen manipuleren maar zij kunnen dat ook met jou. Als ze op een feest aan een chirurg of een postbode vragen: 'Wat doe je voor de kost?' stelt niemand zich daar verder nog vragen bij. Als je antwoordt: 'Ik ben een zanger', dan zeggen ze, 'ja, maar wat doe je voor je job?' Of als ze aannemen dat je zingt omdat je intussen bekend geworden bent, vragen ze: 'Waarom zing je zo en niet anders?' Een zanger moet zich altijd vragen stellen. Ik begrijp dat wel, want wat we doen is dromen verkopen. Daar moet je je goed van bewust zijn.

"Als ik zing ben ik in een tussenwereld, een verlengde van mezelf, waar mensen die er intens naar luisteren ook inkomen. Als je dat voelt, is er magie. Dat wordt een medicijn waar sterallures van komen, waarvoor je zo voorzichtig moet zijn. Mijn vrienden, mijn vader, mijn moeder, het aantal jaren in het vak, er is veel wat me met de voeten op de grond houdt. Ik heb er zoveel zien komen en gaan.

"Er is tegenwoordig ook paniek als je meer met de inhoud van de dingen dan met de vorm bezig bent. In Franse talkshows hoor je de grootste onzin omdat niemand nog de tijd krijgt om iets in een context te plaatsen. Inhoud is te fijn geworden om nog op de televisie te verkondigen, daar is geen tijd voor. Het is dikwijls demagogie, terwijl cultuur een weerspiegeling is van wat er in een beschaving gebeurt. Niet de politici hebben de Romeinse geschiedenis overgeleverd, maar de schrijvers. Zonder hen hadden we niets geweten. Maar vandaag zijn politici de grote janklaassens van deze wereld en de politiek is een op hol geslagen laboratorium waarbij je niet meer weet wie de leerling en wie de professor is. We doen wat groen bij blauw en we zien wel wat eruit komt. Ik kan daar niet meer in geloven. Daarom moet je de deuren open laten voor andere dingen, anders word je bitter en bitterheid maakt alles dood.

"Heb je De god van kleine dingen gelezen, van Arundhati Roy? Tussen de jaren 1980 en 1990 is de bevolking verdubbeld. Je hebt geen wereldsterren meer als Malcolm X of Michael Jackson. Er zijn nog sterren, maar het zijn geen boegbeelden meer. Ik heb de indruk dat het derde millennium er een zal zijn van de kleine dingen, waarin het westen teniet kan gaan. Het is altijd een continent geweest dat aan de anderen heeft gezegd wat ze moesten doen, maar nooit naar zichzelf heeft gekeken. In het westen voelen de mensen zich verloren, het is een tijdbom. Europa wil men alleen maar economisch laten bestaan, maar een cultuur die decennialang haar folklore genegeerd heeft, kan het niet aan om in de ogen te kijken van iemand die er nog een heeft. Daarom gaat iedere westerling naar het Verre Oosten of naar India, maar dat moet je pas doen als je er klaar voor bent, anders kom je met een depressie terug omdat het ginder zo fantastisch is en hier zo verschrikkelijk. Hier kan het ook fantastisch zijn, met minder glamour misschien, maar je vindt het wel. Eerst moet je in jezelf op zoek, daar de vrede vinden en pas dan kan je het bij de anderen zien.

"De eindigheid van de dingen houdt me voortdurend bezig. Als je aan iets begint, weet je al dat het voorbij is. Dat is ook de betekenis van L'instant d'après, de titel van mijn nieuwe plaat. Ik heb in korte tijd nog al wat mensen rondom mij zien verdwijnen door ziekte of door ongevallen en hoe je ook rouwt, het blijft erg moeilijk om afscheid te nemen. Je onderbewustzijn werkt voortdurend aan een herziening van je nostalgie. Dat is gevaarlijk. Het is niet dat je niet verdrietig mag zijn, maar het mag je leven niet kelderen.

"Ik heb rondom mij veel kinderen, van vrienden en in de families die ik overal heb. Ik ben een oom voor hen. Dat geeft je een verantwoordelijkheid. Die kinderen zien groot worden, is een genot. Dat vind ik fantastische vergankelijkheid. Ik heb een petekindje bij Plan International en onlangs vertelde ik erover bij mijn familie thuis. Mijn vader en mijn broer bleken er elk ook eentje te hebben, wat ik niet wist. Ik geef ook iedere dag, als ik het heb, een bepaald bedrag aan bedelaars, want in Parijs kan ik daar evengoed morgen staan. Het is westers cynisme om te zeggen dat je dat doet om je goed te voelen, maar een oosterse wijsheid leert: je koopt je weg naar het paradijs. Je moet anderen helpen. Medicijnen laten mensen ouder worden dan vroeger. Ze krijgen dan allerlei ziekten, maar dat is normaal als je zo tegen het einde van het leven vecht. Als dan een vrouwtje van negentig overlijdt, zegt men: ze is aan longkanker gestorven. Neen, natuurlijk niet, ze is van ouderdom gestorven. Dat is toch een absurde redenering, maar het fascineert me wel dat je schijnbaar niet meer oud mag worden en men op het krankzinnige af, eeuwig wil zijn. Ik kan me mijn eigen dood goed voorstellen en als ze er is, zal ik weg zijn. Dat deprimeert me niet, want ik heb zoveel meegemaakt. Ik ben het leven heel dankbaar, ik heb veel voordelen gehad. Ik leef met mijn muziek, ik heb de grote liefde gekend en op iedere leeftijd, of het nu twintig, dertig, veertig is moet je de balans van je leven durven opmaken. Overigens, als je het niet zelf doet, dringt zij zich zelf wel op, zodat je verplicht wordt de punten op de i te zetten. Pas dan installeert er zich een vrede.

"Ik denk ook dat iedereen in zijn leven één mens heeft aan wie hij zegt: als jij doodgaat, hoeft het voor mij niet meer, dan laat ik me ook gaan. Dat is een heel mooie gedachte en die iemand heb ik."

'Drie dagen vakantie met James Baldwin hebben mij veel meer bijgebracht dan drie jaar conservatorium''Vooral de fouten interesseren mij bij mensen. Zij weerspiegelen wie je op dat moment bent''Vroeger durfde ik het niet te zeggen, maar zingen is gewoon mijn leven. Het is waar ik mij het meest volmaakt in voel'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234