Vrijdag 18/10/2019

‘Een crisis verkies ik vele malen boven valse rust’

Hoe vind je ware vrijheid? En hoe leer je ernaar te leven, als je ze gevonden hebt? Het zijn centrale vragen in de romans van Oscar van den Boogaard (45). In zijn nieuwe boek Meer dan een minnaar, dat afgelopen week verscheen, ontdekken twee gezinnen in het rijke Sint-Martens-Latem wat het betekent om ongebonden te leven. En om te botsen op hun beperkingen en het lot. ‘Wie zijn vrijheid ten volle omarmt, stevent af op rampen. Maar toch verkies ik zulke mensen boven hen die zich tevreden stellen met de kruimels van het leven.’ Een gesprek met Van den Boogaard en zijn twee Latemse buurmeisjes.door jeroen versteele / Foto Tim Dirven

Hun leven werd een romanDe Latemse buurmeisjes van schrijver Oscar van den Boogaard

int-Martens-Latem, niet ver van de Royal Latem Golf Club. We zitten in de keuken van een villa. Door een grote glazen wand kijken we uit over beboste tuinen, velden en, in de verte, de roze en purperen lichtjes van de Kortrijksesteenweg. Hier wonen Denise (23) en Felicia (22), twee frêle jonge vrouwen, samen met hun vader. “Sinds een jaar zijn ze mijn buurmeisjes”, stelt Oscar van den Boogaard hen voor. “Ze verhuisden uit het centrum van Gent naar Latem nadat hun moeder het gezin verlaten had. We leerden elkaar kennen op een feestje dat hun vader aan zijn zwembad organiseerde. Nu zijn we goeie vrienden. Soms eten we samen of gaan we naar het theater.”Denise: “We hebben de afgelopen dagen de drukproef gelezen van Meer dan een minnaar. Felicia en ik zijn geen echte lezers. Ik ben net afgestudeerd als textielontwerpster, ik ben gepassioneerd door mode.”Felicia: “Ik studeer klinische psychologie. We lezen bijna nooit romans. Maar dit boek heb ik in één ruk uitgelezen.”Denise: “Elke zin was herkenbaar.”Felicia: “Ons gezin is ook gebroken, net als de twee families in het verhaal. Alles wat in het boek gebeurt, het rare gedrag van de moeder, het verdriet van de vader, de twijfels van de kinderen, we hebben alles zelf van dichtbij meegemaakt.”Denise: “Het is allemaal onlangs gebeurd, enkele jaren geleden. We woonden met zijn vieren met de poezen in een huis in hartje Gent. We hebben daar een geweldige, liefdevolle kindertijd gehad. Toen ik net uit de puberteit kwam, leek mijn moeder in een puber te veranderen. Ze verloor zich in escapades, ze verliet het huis zonder te zeggen waarheen en voor hoe lang, we verloren alle controle over haar.”Felicia: “Nu woont ze met haar nieuwe vriend in Californië. In een soort sketchy gokstadje. In elke winkel staan lange rijen speelautomaten. Vorig jaar wilde mama samen met ons en haar nieuwe vriend kerst vieren. Dat was veel te vroeg, we hebben het niet gedaan. We zouden het niet aangekund hebben.”Oscar van den Boogaard: “Het is atypisch dat een moeder haar gezin verlaat. Dat soort vrouwen intrigeren me. In Meer dan een minnaar is Regina ook zo’n vrouw. Ze beslist om haar man te bedriegen met haar buurman, een seksuoloog met vliegangst. Ze gaan samen naar een congres in Londen - met de Herald of Free Enterprise.”Denise: “Ik heb mijn moeder herkend in hoe je Regina beschrijft, Oscar. Hoe ze haar koffers pakt om alleen te vertrekken en dagen later weer thuiskomt met nieuwe kleren.”Van den Boogaard: “Het is alsof je als kind langzaam iemand minder goed leert kennen.”Denise: “Het leek alsof moeder een vreemde werd. Ik heb ooit tegen een vriendin bekend: ‘Ik zou niks voelen als mijn moeder nu zou doodgaan. Voor mij is ze al dood.’ Vreselijke woorden waar ik nu spijt van heb, maar voor mij voelde het toen zo. In niks was ze nog hetzelfde. Van de rijke, welopgevoede dochter uit een familie van industriëlen, een medewerkster van een immobiliënkantoor, een prachtmoeder, veranderde ze in een soort hippie. Ons Gentse huis aan het water is altijd een aangename cocon geweest. Een bubbel waarin we ons volledig thuis voelden. Net zoals hier in Latem.”Felicia: “Tradities zijn voor ons heel belangrijk. Spaghetti eten we op een rood geblokt tafellaken. Op zaterdag eten we sandwiches van Fevery. Liefst heel verse. Die snijden we open, we besmeren ze met boter, snijden ze tot soldaatjes en dopen ze in een zachtgekookt eitje. Op zondag eten we taart van bij Patisserie Bloch - althans, dat deden we. Het is een drama dat die bakker gesloten is.”Denise: “We moesten nooit vroeg naar bed of vooraf eten. We gingen altijd mee op restaurant, en op vakantie in onze villa in Knokke of naar Frankrijk.”Van den Boogaard: “Jullie waren een sprookjesfamilie. Twee mooie, slimme meisjes. Interessante ouders die jullie met een groot gevoel voor poëzie en esthetiek opvoedden. Met carnaval maakte jullie mama dierenpakjes. Ze had alle tijd voor jullie.”Denise: “En we hebben ook een hele leuke vader. Een echte kunstenaar. Ik heb lang kunstonderwijs gevolgd, maar mijn grootste bron van kennis en inspiratie is mijn vader. Nu nog.”Felicia: “We hebben het nog altijd heel leuk met zijn drieën.”Van den Boogaard: “Jullie kleden je zelfs voor elkaar op. Een genot om te zien. Blijven jullie niet gewoon altijd samen, jullie drie en jullie vriendjes?”Felicia: “We hebben er al aan gedacht om samen een groot huis te kopen, ja. Ik kan me niet inbeelden om niet langer samen met Denise te wonen. We delen alles: onze kleren, onze tijd, onze gedachtes.”Van den Boogaard: “Het moet een enorme schok geweest zijn dat jullie moeder die gezinsidylle radicaal afzweerde.”Denise: “Als ik denk aan vroeger, voel ik liefde. Het voelde perfect aan, helemaal niet fake. Het is gewoon een mooie tijd die voorbij is, doordat mama is beginnen te twijfelen. ‘Ik kan jullie moeder niet meer zijn’, heeft ze ooit zelfs gezegd. Zo heftig. Ik keek haar aan: wat zeg jij nu? Nu zou ze zoiets nooit meer zeggen. Ze moet toen echt iets helemaal anders gewild hebben. Iets waarvoor een schokeffect nodig was. Ze heeft zich volledig van ons afgekeerd. Ik ben haar beginnen te haten, tot ik bijna onverschillig werd. Dat was het ergste stadium van onze relatie.”Felicia: “Ondertussen zijn we weer optimistischer over onze band met mama. Daar kiezen we voor. Het moet, om onze relatie te redden. We hebben moeten zeggen: nu is het gedaan met de haat. De omstandigheden waren er ook rijp voor. Ik voel nu ook geen hunkering meer naar die gevoelens van toen. Ik ben blij dat we weer on speaking terms zijn.”Van den Boogaard: “Voor mij als schrijver is zo iemand de ideale vrouw. Ik heb foto’s van haar gezien en vele verhalen gehoord. Ze is rank en beweeglijk als een onderwaterplant. Onvast, onberekenbaar, onrustig. Ze leeft in de grootst mogelijke luxe en voelt dat ze iets mist. Ik herken mijn eigen moeder in die vrouw. Ook zij was in materieel opzicht volledig vrij, en had ook nog eens de rol van zich afgeworpen die ze door haar ouders opgelegd gekregen had. Plots voelde ze de eindeloze mogelijkheden die ze had, en dat gevoel veranderde haar in een puber. Ze ging pas slapen toen ik ’s ochtends naar school vertrok. ‘Als ik daar zin in heb, poets ik toch gewoon mijn tanden met Jack Daniels?’ Net zoals in dat liedje van Ke$ha, ‘Tik Tok’, over een middle class-meisje dat leeft als een heel rijke Pippi Langkous.”Denise: “Dat herken ik helemaal. Als ik na het uitgaan thuiskwam, zat zij nog achter haar computer. Ze verloor zich helemaal in de nieuwste snufjes, ze was altijd snel verslaafd aan nieuwe dingen.”Van den Boogaard: “Boeiend zijn de ogenblikken waarop mensen ontdekken dat ze totaal vrij zijn. Wat doe je daar dan mee? De ervaring van vrijheid houdt een groot risico in. Je kunt doordraaien. In de stad zie je zwervers op straat, arm en vrij van maatschappelijke structuren. Hier in Latem zwemmen mensen in materiële rijkdom, maar ook zij raken soms op drift. Als ik ’s ochtends vroeg een krant ga kopen, zie ik soms tussen twee eeuwenoude eikenbomen een rode Porsche geparkeerd staan met daarin een oudere vrouw met een zonnebril op die aan een sigaret zuigt. Wat is er vannacht gebeurd dat zo iemand zich zo verloren voelt?”Denise: “Soms kijk je hier naar de huizen en vraag je je af wat er zich achter die gesloten deuren afspeelt - die vraag zullen onze buren zich over ons ook wel stellen. Toen we hier pas kwamen wonen, zagen we op straat iemand die in zijn badjas rondwandelde terwijl hij met zijn vinger een honingpot leeg lepelde. Waar zijn we beland, vroegen we ons af. (lacht)”

Felicia: “Twee jaar geleden hadden we dit gesprek nog niet kunnen voeren. Toen we bij de scheidingsbemiddelaar zaten om ons verhaal te doen had ik voortdurend de krop in de keel.”Denise: “Nu kunnen we terugblikken, afstand nemen. We kunnen het verhaal buiten onszelf leggen.”Felicia: “Door de dingen uit te spreken, verwerk je ze. Raar dat mensen dat zo vaak niet willen of kunnen.”Van den Boogaard: “Soms blijven ze liever in hun kuil zitten. Letterlijk zelfs. Onlangs wandelde ik op het strand. Ik zag in de verte een kuil in het zand met daarin een familie. Toen ik dichterbij kwam, zag ik wie er in zat: een hoogbejaard koppel en twee kinderen van rond de vijftig. Dat is voor mij een schrikbeeld. In zo’n familie heeft er nooit een explosie plaatsgevonden. Die mensen stellen zich geen vragen bij de rol die ze spelen in hun gezin. Dat is niet nodig, want alles blijft in het grootste comfort verlopen. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar ik stel me de vraag: zijn zulke mensen wel weerbaar? Met alle respect voor de aangevallen scholieren in Kuregem, maar als ze uit hun middle class-gezinnetje met hun iPod door de volkswijk lopen en ze krijgen plots een mes op de keel, denk ik ook een beetje: welcome to the world. Ik overdrijf misschien, maar ik ben ervan overtuigd dat een crisissituatie je sterker kan maken. Ik verkies een crisis toch vele malen boven valse rust. Een bevriend koppel van me woont in Parijs. Een hele fijne vrouw en een hele fijne man, ze hebben het super samen, alleen: hij is homo. Ze hebben ervoor gekozen om de schijn van hun huwelijk op te houden. Ook al werd zij op een dag zwanger, van een andere man. Ik was er op bezoek toen hij me aan tafel apetrots vertelde dat ze mama en papa zouden worden. ‘Waarom doe je zo alsof er niets aan de hand is, terwijl je vannacht nog in mijn armen hebt geslapen?’ vroeg ik me toen af. Inmiddels is dat kind twaalf en het is niet aan mij om te vertellen dat hij niet haar vader is. “Zulke mensen nemen genoegen met de kruimels van het leven, in plaats van een grote keuze te durven maken en in vrijheid te leven. Meer dan een minnaar gaat over mensen die twijfelen of ze die keuze zouden maken, of niet. Het zijn cruciale beslissingen die je leven bepalen. Felicia: “Wat ik zo leuk vind aan het boek, is dat het eindeloos zou kunnen doorgaan. Generatie na generatie, elk huisje heeft zijn kruisje. De afkomst en de belevenissen van de ouders bepalen wat voor mensen hun kinderen worden, zij beïnvloeden weer hun kinderen, enzovoort. Ik herken het fenomeen dat je in een gezin tot complementariteit gedwongen wordt. Je past je aan je familieleden aan.”Van den Boogaard: “In het boek staat ergens: ‘Wat had die pijn in zijn ballen te betekenen? Hij durfde er niet over na te denken. Was zijn geslacht op zijn ouders aangesloten?’ Dat heb ik als kind zelf meegemaakt. Ik had pijn in mijn ballen, ik dacht dat ze zouden exploderen, ik ging hulp halen bij mijn ouders, maar betrapte hen tijdens een vrijpartij. Het was een periode waarin ze elkaar nochtans meer pijn dan lief deden. Ik kreeg een heftig besef: misschien zijn we zelfs seksueel met onze ouders verbonden. In elk geval heb je last van de geheimen van je ouders. Je erft wat zij hebben meegemaakt. Zelfs als ze erover zwijgen. Als kind vul je die gaten onbewust op, je doet aan compensatie of aan imitatie. Of in mijn geval, aan creatie.”

Van den Boogaard: “Er bestaat geen juiste manier om een beschadigd leven te leiden. Je kunt alleen maar proberen om een leefbare, aangename manier te vinden om dat te doen.”Felicia: “Soms ben ik bang: ‘Shit, misschien maak ik wel hetzelfde mee als mijn moeder.’ In één ding lijk ik erg op haar: we kunnen geen van beiden plannen maken op lange termijn. Als ik aan mijn relatie denk, vraag ik me af wat leuk zou zijn om volgende week te doen. Niet aan waar we over dertig jaar met elkaar zouden staan. Tegelijkertijd voer ik een gevecht in mezelf om in de liefde te blijven geloven, na wat mijn ouders hebben meegemaakt.”Denise: “Mama en papa verklaarden elkaar vroeger altijd nooit te zullen scheiden. Nu kunnen ze niet meer met elkaar praten.”Felicia: “Op vakantie had ik ooit ruzie met mama omdat ze liefde relativeerde en beweerde dat seks daar los van stond. Ik vind het verschrikkelijk om zo te denken. De statistieken bewijzen misschien dat de helft van de koppels scheidt, maar ik wil een stukje van mezelf naïef blijven houden. Ik dwing mezelf te geloven in het idee dat liefde eeuwig zou kunnen zijn. Al is het maar omdat ik het belangrijk vind als kind je leven lang naar dezelfde oma en opa te kunnen gaan.”Van den Boogaard: “Lilly, het meisje in het boek, heeft het gevoel dat ze haar vriendje te vroeg ontmoet. Eerst wil ze nog duizend andere mannen uitproberen.”Denise: “Ik heb dat soms ook met mijn vriend. Hij is 34 en ik vind hem perfect. Mocht ik tien jaar ouder zijn, ik zou zo met hem trouwen. Maar op dit ogenblik ben ik er nog niet klaar voor. Ik heb nog geen zin om iets vast te leggen.”Van den Boogaard: “Ik heb ooit een uitspraak gelezen: ‘Red me God, maar nog niet vandaag.’ Er schuilt iets verleidelijks in de gedachte om nog niet gered te zijn.”Felicia: “Grof eigenlijk om zo te denken.”Denise: “Maar het voelt wel zo. Mijn vriend en ik hebben het plan gemaakt om hem voor tien jaar in te vriezen. (lacht)”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234