Maandag 30/01/2023

Een court van stront, een klootzak aan de overkant en Ilse in de tribune: de wondere wereld van Dick Norman

'Ahmedabad, dat was waanzin. Onderweg tussen het hotel en de tennisclub liepen meer dieren vrij langs de weg dan er in de hele Zoo van Antwerpen staan'

'Ze spelen liever niet tegen mij'

In 1995 was hij de sensatie van de eerste week op Wimbledon, om drie jaar later geruisloos uit het tennis te verdwijnen. In 2000 kwam hij terug langs het kleinste achterpoortje. Dick Norman - ongelukkig Big Dick genaamd door Engels-onkundige tennisjournalisten - heeft af en toe de looks van een Griekse god, af en toe het spel van topspelers en is al 34. Maar als het goed verdient en hijin 2005 zijn beste jaar ooit speelt, onder meer dankzij die knappe vriendin aan zijn zijde, waarom dan nog over stoppen praten?

Hans Vandeweghe

Is enige euforie aan jou besteed, nu je je weer eens voor Wimbledon hebt gekwalificeerd?

Dick Norman: "Toch wel, maar niet te uitbundig. We hebben op de trein terug een glaasje champagne gedronken bij mijn eten en nadien zijn we hier nog wat pinten gaan drinken. Ik zat om 1 uur in bed. Na de wedstrijd had ik het wel moeilijk om de spanning uit mijn lichaam te krijgen. Maar ik heb fantastisch gespeeld die laatste wedstrijd. Eigenlijk heb ik Vicente weggeslagen. Met 3-0 dan nog.

"Ik ben heel erg blij, want je kwalificeren voor Wimbledon is niet makkelijk. Het is ook nog maar de tweede keer dat mij dat lukt. De velden liggen slecht, de ballen botsen raar, het weer lijkt vaak nergens naar en iedereen komt daar extra scherp naartoe. Neen, ik keek er niet bepaald naar uit."

Hoewel Wimbledon jou wel hét hoogtepunt opleverde. Is er een interview waarin men het niet heeft over wat je in 1995 is overkomen?

"De laatste tijd niet, maar het was een beetje geminderd."

Wil je het nog eens in twee zinnen uitleggen voor onze beter opgeleide lezeressen, kort van sportmemorie maar altijd geïnteresseerd in een bink als jij?

"Ik stond toen ergens nummer 190 en ik was opgevist als lucky loser nadat er vijf hadden afgezegd voor de hoofdtabel. Dan heb ik een week het tennis van mijn leven gespeeld: ik heb drie Wimbledon-kampioenen op rij geklopt. Eerst Pat Cash, dan Stefan Edberg en ten slotte Todd Woodbridge. Uiteindelijk ben ik gesneuveld tegen Boris Becker."

In Vlaanderen werd je toen Big Dick genoemd. Een beetje dom, want vrij vertaald betekent dat grote lul of iets van die strekking.

"Och ja, het was wat ongelukkig maar ook niet erger dan het is. In Amerika ben je redelijk belachelijk met zo'n bijnaam, dat klopt. Voor de ATP ben ik dan ook Big D. En dat heb ik ook destijds op mijn rackethoes laten naaien."

Je doel is dit jaar hoger uitkomen dan 95, je hoogste klassering ooit. Hoe zit het daarmee?

"Wel, ik denk dat ik daar nu al sta. Het kan ook 94 of 96 zijn. De punten die ik in de kwalificaties heb behaald, tellen pas mee op de maandag na Wimbledon, maar volgens mijn berekeningen zal ik nu al beter staan dan ooit tevoren. Zeker als ik een ronde zou meegaan in Wimbledon (Norman start tegen de Amerikaan Taylor Dent, ook een opslagkanon, HV). Ik ben ook al zeker van de hoofdtabel op de US Open en de Australian Open. Ik heb behalve 60 punten van een challengertoernooi aan het eind van het jaar niets te verdedigen omdat 2004 een slecht jaar was. Dus, wat ik op mijn website beloofde, dat komt er: ik geef een paar gratis vaten bier."

Je klopte eerder dit jaar op gravel Mariano Puerta, finalist op Roland Garros. Ben je nu overtuigd van je potentieel?

"Nu wel ja, ook nadat ik Christophe Rochus heb geklopt, toch een topvijftigspeler. Het is alsof alle puzzelstukjes op hun plaats vallen. De laatste stukjes waren maturiteit, blessurevrij blijven en de algemene conditie onderhouden. Ik train constanter dan vroeger. Toen deed ik alles drie maanden zoals het hoorde, maar kon ik evengoed een maand niksen en de conditie kwijtspelen."

Je bent zelfs twee jaar helemaal weggeweest, tussen 1998 en 2000.

"Toen ben ik gedegouteerd gestopt omdat ik er niet meer in geloofde dat ik tophonderd kon halen. Nadien ben ik in een zwart gat terechtgekomen en vijf maanden heb ik echt niets gedaan. Na een tijdje ben ik weer beginnen reizen, voor de lol, en uiteindelijk ben ik ook les gaan geven. Aan dames die er niets van konden, maar ook aan gastjes die dachten dat ze een ster zouden worden. Of ze slecht waren, deed er niet toe. Als ze maar hun best deden en mijn les niet kwamen verpesten. Onderwijzen is een vreselijk moeilijke job, weet ik nu.

"Na een tijdje begon ik dat leven op het circuit te missen. Het tennisleven is mooi: ik werk meestal buiten en meestal waar de zon schijnt en ik kom op de mooiste plaatsen. Toen ik dat besefte, was ik snel terug. Eerst voorzichtig langs de Futures (het laagste niveau, HV). Ik won er twee en een derde verloor ik omdat ik te lang was blijven drinken. Maar het zat weer goed."

Volgens Norman-kenners heb je die stabiliteit van nu te danken aan je nieuwe vriendin Ilse.

"Dat klopt. We zijn samen sinds de herfstvakantie van vorig jaar. Ze was mee naar de kwalificaties van Wimbledon. Als vrijgezel was ik daar na de laatste wedstrijd nog een discotheek ingedoken om dan twee dagen van de kaart te zijn. Nu dus niet. Ze pusht mij want ze snapt wat ik nodig heb, Twee toernooien op de drie is ze mee. Samen met mijn coach, die ook veel meereist, geeft dat een ander gevoel. Mijn coach gaat naar de wedstrijden kijken en scout terwijl ik mij op het tennis kan concentreren. Bovendien zitten ze dan met twee te supporteren langs de baan. Ik gooi ook niet meer met van alles. Ik hou mij in, want anders krijg ik nog een preek achteraf."

Hoe zien de andere spelers Dick Norman?

"Ik weet dat ze liever niet tegen mij spelen. Zeker niet op gras. In Halle was ik ook al goed op dreef, maar in de tweede ronde heeft Rainer Schüttler aan 75 procent eerste services geserveerd van 200 per uur. En de ballen botsten raar omdat centercourt er gras op beton is."

Op persbabbels kom je over als, niet in volgorde van belangrijkheid: bescheiden, op het timide af, maar welbespraakt en licht prettig gestoord.

"Ik ben wel veranderd sinds 1995. Toen was ik erg onder de indruk. Ik weet nog dat de VRT nog een paar hele lange vragen stelde aan mij en ik telkens antwoordde met 'goed', gevolgd door een doodse stilte van drie seconden, waarna de journalist weer aan een nieuwe lange vraag begon. Het zou mooi zijn om dat nog eens te zien."

Je hebt sedert kort een website. Daaruit blijkt dat je het wel goed kunt uitleggen.

"Ik vind het ook plezant om iets te vertellen over mijn rare leven, waar de meeste mensen zich niets kunnen bij voorstellen. Het mag vreemd lijken dat ik dat allemaal ontdek op 34 jaar, maar ik ben altijd al een laatbloeier geweest. Mijn eerste jaren ben ik nog geopereerd aan het kraakbeen van mijn knieën, waardoor mijn carrière langzaam is op gang gekomen. Nu heb ik daar geen last meer van. Wat Voltaren lost veel op."

Neem je die standaard voor elke wedstrijd, zoals zoveel sporters?

"De laatste twee weken niet, maar straks op Wimbledon wel. Met Voltaren verdwijnen die kleine pijntjes waardoor je weer voluit gaat. Als je een beetje pijn hebt in je schouder, ga je automatisch wat minder hard serveren en voor je het weet, zit je aan 190 per uur terwijl je boven de 200 wilt uitkomen."

Ben jij bekend bij de tennisspelers? Je draait al een

hele tijd mee.

"Onder de nieuwe Belgen geniet ik wel respect. De top van het ATP-circuit kent mij wel, maar ik heb heel zelden contact met die spelers omdat ik grotendeels challengertoernooien heb gespeeld. Maar ik heb al getraind met Nadal bijvoorbeeld. Dan weet je meteen wat die kan. Ik herinner mij een bal op mijn kader die buiten het veld vloog. Nadal daar achteraan, hup, komt die bal bij mij. Ik weer op het kader, nu aan de andere kant helemaal buiten het veld. Nadal daar weer achteraan. Een bal drie meter te diep, die jongen liep vijf meter naar achteren en sloeg perfect terug. Voor Nadal tellen de lijnen niet. Die loopt achter alles en slaat alles terug.

"Het verschil tussen de goede en de minder goede spelers is het aantal opties dat ze hebben bij elke slag. Roger Federer speelde tegen mij op training vier keer na elkaar een slicebackhand terug. Vier keer was dat een andere bal. De ene keer hard, de andere keer kort achter het net, dan een dropbal en daarna weer een bal die diep tegen de achterlijn zweeft. Federer zien trainen is om kippenvel van te krijgen."

Bij het overlopen van je toernooien viel mij een passage langs Ahmedabad in Indië op.

"Ahmedabad, dat was waanzin. Onderweg tussen het hotel en de tennisclub liepen meer dieren vrij langs de weg dan er in de hele Zoo van Antwerpen staan. Op een dag botste mijn riksja tegen een heilige koe aan die net besloot te gaan stappen toen wij passeerden. Mijn riksja-man werd vervolgens door omstanders met stokken geslagen. Ik ben rustig blijven zitten, tot ze ook op dat karretje begonnen te slaan.

"Het speeloppervlak heet hardcourt, maar eigenlijk is dat vloeibare koeienstront die ze 's avonds op het veld uitgieten en laag na laag laten drogen. Daar schilderen ze dan lijnen op. Bij elk veld zit een dokter. Als je valt en je bloedt, loopt die dokter het veld op en stopt een tetanusspuit in je achterste. Echt waar. Zelf gezien, bij een andere speler, en daarna moest ik. Vooral niet vallen, dacht ik.

"Naast mijn veld stond een boom en de takken van die boom hingen bijna over de servicelijn. Telkens als ik moest serveren, keek ik recht die boom in en daar liep de hele tijd een aap heen en weer. Ahmedabad is wel een topper in de reeks vreemde ervaringen. Oezbekistan scoort ook hoog. Daar heb ik een Nederlander ziek zien worden exact een half uur na het eten van kip en rijst. Ik heb daar de hele week brood en rijst zonder saus gegeten."

Op je website stond wel een leuk stukje over Koellerer. De grootste klootzak van het circuit, vinden de spelers.

"Echt waar, vorige week kreeg ik hem in de eerste ronde tegenover mij. Er kwamen wel vijftien scheidsrechters kijken en veel andere spelers en speelsters. Puur om hem uit te dagen, zodat hij uit zijn dak zou gaan. Echt een fenomeen die gast, wat die allemaal uitvreet tegenover de scheidsrechters en de tegenstander. Mij heeft hij met rust gelaten, maar je merkt dat niemand van hem moet hebben, Hij heeft al twee keer slaag gekregen van een tegenstander. Bij de simpelste forehandmisser zaten ze allemaal te juichen voor mij. Zijn landgenoten kwamen mij feliciteren met mijn winst. Vreemd is dat."

Is tennis nu leefbaar voor jou?

"Nu wel. Als je top-200 staat, draai je break-even, top-150 maak je een beetje winst. Als tophonderd verdien je goed, terwijl je onkosten dezelfde zijn. Business zit er nog niet in. Ik blijf economy vliegen, maar ik krijg wel de zitjes met de meeste beenruimte (Norman is 2m04, HV)."

Zou je nog eens willen meemaken wat je in 1995 overkwam?

"Heel graag zelfs. Ik zou er nu meer van genieten. Misschien dat mensen dan ook mijn gezicht zullen herkennen. Ik ben nu vooral bekend vanwege mijn naam. Ik maak mij geen zorgen en ik voel ook geen druk. Eén keer stunten dit jaar en het is perfect. Ik weet dat ik het meeste kans maak op gras, maar ik weet ook dat het mooiste nog moet komen. Ik ben wel 34, maar voorlopig denk ik echt niet aan stoppen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234