Donderdag 22/04/2021

Een coup was te hoog gegrepen voor Mister Fix-It

Deze week werd in Zuid-Afrika Mark Thatcher (51) gearresteerd, zoon van de voormalige Britse premier Margaret Thatcher. Hij wordt verdacht van het financieren en logistiek steunen van een - mislukte - poging tot staatsgreep in Equatoriaal Guinea. Politici, wapen- en oliehandelaars en geheimagenten lopen elkaar voor de voeten in deze affaire. Georges Timmerman doet het verhaal van een duistere couppoging die de wrede en corrupte president Nguema Mbasongo uit het olierijke staatje aan de Afrikaanse westkust had moeten verdrijven.

Teodoro Obiang Nguema Mbasogo (62) is het prototype van de Afrikaanse dictator. "Hij kan beslissen wie er vermoord wordt, zonder aan iemand verantwoording af te leggen en zonder naar de hel te gaan, want hij staat permanent in contact met God hemzelf", verklaarde onlangs een van zijn medewerkers in een uitzending van de staatsradio.

Als president van Equatoriaal Guinea, een door malaria geplaagd ministaatje aan de westkust van Afrika en een vroegere kolonie van Spanje, maakt Nguema zich voortdurend zorgen over mogelijke complotten en staatsgrepen. Per slot van rekening is hij zelf via een coup aan de macht gekomen. In 1979 stootte hij zijn oom Maçias Nguema van de troon en liet hem vermoorden door zijn Marokkaanse lijfwachten. Wat er meestal gebeurt met kandidaat-coupplegers in deze uithoek van de wereld staat beschreven in de nieuwsbrief Africa Confidential: "Ze worden opgepakt, geparadeerd voor de staatsmedia en verdwijnen vervolgens voorgoed."

Verhalen over de brutaliteit van de dictator zijn er genoeg. Zijn broer, de baas van de veiligheidsdienst, is volgens rapporten van Amnesty International en het Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken een notoire beul. Zijn helpers gooien emmers urine over hun slachtoffers, snijden hun oren af en wrijven hun lichamen in met olie om bijtende mieren aan te trekken.

Severo Moto, een oppositieleider die in Spanje in ballingschap leeft, beschrijft Nguema als "een demon die systematisch zijn politieke rivalen opeet". Moto vertelde bijvoorbeeld aan de media dat Nguema een politiecommissaris had verslonden. "Ik zeg 'verslonden' omdat deze commissaris werd begraven zonder zijn testikels en hersenen", preciseerde Moto. "We zijn in handen van een kannibaal."

Sinds de ontdekking, halfweg de jaren negentig, van rijke petroleumvelden in Equatoriaal Guinea, zit president Nguema op een goudmijn. Geschat wordt dat het land de op twee na grootste oliereserves van Afrika heeft.

Uit een vorige maand door een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat gepubliceerd rapport blijkt dat de potentaat en zijn familieleden al ten minste 35 miljoen dollar aan olie-inkomsten achterover hebben gedrukt. Een deel van dit fortuin werd witgewassen via de Riggs Bank in Washington. Geen wonder dat allerlei lieden, soms met minder goede bedoelingen, hun oog lieten vallen op deze rijke bodemschatten.

Zelfs Belgische zakenlui als Albert Frère en George Forrest zouden belangstelling hebben getoond. De Amerikaanse lobbyist Herman Cohen, een gewezen onderminister voor Afrikaanse Zaken, pleitte twee jaar geleden nog voor de oprichting van een speciaal fonds voor de exploitatie van petroleumvelden in Afrika, dat gevestigd zou zijn in Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal Guinea.

Het fonds moest worden gespijsd door de Belgolaise. De groep TotalFina-Elf, met Frère als belangrijke aandeelhouder, zou volgens Cohen moeten toetreden tot dit fonds. "Maar er is plaats voor iedereen", vertelde hij aan La Dernière Heure. "De Belgische groep Forrest wil graag haar activiteiten uitbreiden buiten Kongo. Ik heb samen met hen een bezoek gebracht aan Malabo. Er bestaan ginds belangrijke budgetten voor infrastructuurprojecten, die zo noodzakelijk zijn voor de ontsluiting van dit prachtige land. Met haar grote ervaring op het vlak van burgerlijke bouwkunde zou de groep Forrest er wonderen kunnen verrichten."

Dat dacht wellicht ook Mark Thatcher te kunnen doen, in zijn rol als steun en toeverlaat van de figuren achter de poging tot staatsgreep. Voor wie de stormachtige carrière van Mark Thatcher een beetje gevolgd heeft, kwam zijn arrestatie niet echt als een verrassing. Zijn hele leven al profileert hij zich als een internationale 'Mister Fix-It', opererend in de duistere en gevaarlijke zone van wapenhandel en inlichtingendiensten.

Kort nadat zijn moeder in 1979 eerste minister werd, vertelde Mark Thatcher aan iedereen die het wou horen "dat hij vijf jaar had om miljonair te worden". De gesjeesde accountant (hij zakte driemaal voor het examen bij de auditfirma Touche Ross) had zich tot dan toe beziggehouden met vage consultancy-opdrachten, tv-reclame en de promotie van whisky en sportkleding. Zijn eerste grote slag sloeg hij in 1981, als adviseur van de Britse bouwfirma Cementation. Met de hulp van moeder Thatcher kreeg Cementation een opdracht voor de bouw van een universiteit in Oman en mocht zoon Thatcher een mooie commissie opstrijken. Er volgden nog andere grote bouwcontracten, onder meer in Brunei, waar Thatcher junior samenwerkte met Mohammed el-Fayed, de eigenaar van het Harrods-warenhuis en die later nog meer bekendheid zou verwerven als de 'schoonvader' van prinses Diana.

Toen hij in 1982 als rallyrijder deelnam aan Paris-Dakar en een tijdje vermist werd in de Sahara, werd zoon Thatcher het mikpunt van spot in de Britse media. Dat incident wordt meestal aangegrepen om te verklaren waarom hij Groot-Brittannië verliet om eerst in Zwitserland en nadien in de Amerikaanse staat Texas te gaan wonen. Een andere versie is dat de zoon van de premier te veel in opspraak was gekomen, nadat niet alleen de Oman-affaire was uitgelekt maar omdat zijn naam ook genoemd werd als tussenpersoon bij een belangrijke levering van Britse wapens aan Peru. De levering van onder andere Exocet-raketten lag gevoelig. De Falkland-oorlog was net achter de rug en omdat Peru tijdens het conflict militair en politiek nauw had samengewerkt met Argentinië, bestond de mogelijkheid dat een deel van het wapentuig in feite bestemd was voor Argentinië.

Officieel werkte Thatcher in Texas in de autohandel en de beveiligingssector, maar achter de schermen bleef hij lobbyist voor de wapenindustrie. Samen met beruchte wapenmakelaars als Adnan Khashoggi en Akhram Ojjeh (twee Arabieren die in de jaren tachtig ook in België gesignaleerd werden, onder meer als klanten van het luxeprostititutienetwerk van madame Tuna in Brussel) werkte Thatcher aan een megacontract met Saoedi-Arabië. Die inspanningen resulteerden in 1985 in het afsluiten van het grootste wapencontract uit de Britse geschiedenis, voor de levering van 48 Tornado-gevechtsvliegtuigen, 60 Hawk-trainingsvliegtuigen, 88 helikopters, mijnenvegers en de bouw van een reeks marine- en luchtmachtbasissen. Volgens nooit bevestigde maar zeer hardnekkige geruchten zou Mark Thatcher in het kader van dit contract een geheime commissie van niet minder dan 15 miljoen euro hebben opgestreken.

Details over zijn rol in deze affaire lekten pas uit in het begin van de jaren negentig. En daar bleef het niet bij. Een oudgediende van de Israëlische geheime dienst, Ari Ben-Menashe, pakte uit met nog meer onthullingen. Hij bracht Thatcher junior in verband met geheime wapenleveringen aan het Irak van Saddam Hoessein, met de Belgisch-Chileense wapenfabrikant Carlos Cardoen en met de (vermoedelijk door de Mossad in Brussel vermoorde) Canadese ontwerper van het superkanon, Gerald Bull. Omdat de grond onder zijn voeten in de VS te heet werd, vertrok Thatcher in 1996 met zijn Texaanse echtgenote Diane Burgdorf en zijn twee kinderen naar het Zuid-Afrikaanse Kaapstad, waar hij in de buitenwijk Constantia in een luxevilla woonde. Simon Mann was zijn buurman.

Of huurlingenleider Simon Mann zijn vriend en buurman vlug zal terugzien, is zeer de vraag. Mann zit al een halfjaar vast in de Agolese hoofdstad Harare. De couppoging tegen de president van Equatoriaal Guinea liep immers faliekant af. Het plan voor de staatsgreep was nochtans relatief simpel. Nick Du Toit, een Zuid-Afrikaanse wapenhandelaar-huurling en gewezen kaderlid van de beruchte private military company Executive Outcomes, arriveerde met een voorhoede van vijftien man in Malabo. De ploeg bestond uit acht Zuid-Afrikanen, zes Armeniërs en een Duitser. Zij moesten de verkeerscontroletoren van de luchthaven innemen en een basiskamp inrichten.

Daarna zou de hoofdmacht landen, bestaande uit zeventig huurlingen onder het commando van de Britse Zuid-Afrikaan Simon Mann, een voormalig officier van de Scots Guards, gewezen commandant van de Britse elite-eenheid SAS en mede-oprichter van Executive Outcomes en Sandline International, firma's die in de jaren negentig spectaculaire successen boekten in Angola en Sierra Leone. Zijn Boeing 727-100, met Amerikaans registatienummer en eigendom van de firma Logo Logistics, vertrok uit Zuid-Afrika met 69 zwarte huurlingen aan boord, stuk voor stuk veteranen van de burgeroorlogen in Angola en Mozambique of de strijd tegen het ANC ten tijde van het apartheidsregime, en grotendeels ex-werknemers van het inmiddels ontbonden Executive Outcomes.

Het toestel maakte op 7 maart 2004 om halfacht 's morgens een tussenlanding in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe, om bij te tanken. Daar stond de enkele dagen eerder aangekomen Simon Mann zijn medewerkers op de luchthaven op te wachten, samen met een lading AK-47 kalasjnikovs, mortiergranaten, raketwerpers en 30.000 stuks munitie. Dit wapenarsenaal was voor 190.000 dollar aangekocht bij het overheidsbedrijf Zimbabwe Defence Industries.

"Er was me verteld dat Severo Moto (de eerder genoemde oppositieleider, GT) met een vliegtuig zou landen, dertig minuten na de komst van de hoofdmacht", verklaarde Nick Du Toit achteraf. "Simon Mann zei me dat de Spaanse regering de regering-Moto meteen zou erkennen dat dat het plan de zegen had van sommige hoge Amerikaanse politici."

De regering van Equatoriaal Guinea ging nog een stap verder en beschuldigde Spanje zelfs van directe betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep. Een schip van de Spaanse marine zou op 8 maart voor de kust hebben gelegen. De vijfhonderd mariniers aan boord zouden de hoofdstad Malabo veilig moeten stellen, zodra de huurlingen de president hadden vermoord of gevangengenomen.

Madrid ontkent echter dat een Spaans marineschip zich in die periode voor de kust van Afrika bevond.

Huurlingenleider Simon Mann zit ondertussen al meer dan een half jaar weg te kwijnen in een cel in de zwaarbewaakte Chikurubi-gevangenis in Harare, waar hij naar verluidt de tijd doodt met het lezen van Shakespeare. Op 7 maart werden hij en zijn 69 medewerkers gearresteerd door de politie van Zimbabwe. Een dag later ondergingen de vijftien andere huurlingen hetzelfde lot in Equatoriaal Guinea. Een van hen, de enige Duitser, is inmiddels om het leven gekomen in de gevangenis. Volgens Amnesty International werd hij vermoedelijk doodgemarteld.

In de aanloop naar de operatie had de Zuid-Afrikaanse inlichtingendienst de telefoon van Mann afgetapt en hem geschaduwd. Ronnie Kasrils, de Zuid-Afrikaanse minister bevoegd voor de geheime diensten, gaf nadien openlijk toe dat zijn mannen de autoriteiten in Zimbabwe hadden getipt over de komst van het huurlingenvliegtuig.

President Ngeuma van Equatoriaal Guinea meent precies te weten wie er achter het staatsgreepplan zat en waarom ze zijn vel wilden. Hij verklaarde dat de coup werd georganiseerd met de hulp van Britse en Zuid-Afrikaanse financiers en oliehandelaars. De bedoeling was om hem met geweld uit te schakelen en een oppositiefiguur in ballingschap zijn plaats te laten innemen. Ngeuma liet zijn Britse advocaten klacht neerleggen bij een Londense rechtbank tegen ElyCalil (een Libanese petroleumhandelaar en multimiljonair die in Londen woont en fortuinen verdiende in Nigeria), Greg Wales (een zakenman die actief is in de mijnbouw in Afrika en optreedt als consultant voor Executive Outcomes), oppositieleider Severo Moto en twee firma's van Simon Mann. Voorts beschuldigde Ngeuma in een interview ook Mark Thatcher en een niet nader genoemde ex-minister van de regering-Thatcher van medeplichtigheid bij de couppoging.

In een schriftelijke verklaring, waarvan uitttreksels werden gepubliceerd door de Britse zondagskrant The Observer, gaf Simon Mann toe dat hij in januari vorig jaar een ontmoeting heeft gehad met Ely Calil in Londen. Na een introductie door Calil volgde een maand later een gesprek met Severo Moto in Madrid. "In dit stadium", zegt Mann in zijn verklaring, "werd me gevraagd of ik kon helpen bij het naar huis begeleiden van Severo Moto, op het moment dat er simultaan een opstand van militairen en burgers zou uitbreken tegen Ngeuma. Ik ging hiermee akkoord, ik wilde de goede zaak steunen. Het is duidelijk, gelet op mijn achtergrond, dat ik me vooral zou bezig houden met de militaire kant en de veiligheidsaspecten."

Volgens de openbare aanklagers op de huurlingenprocessen die momenteel tegelijkertijd in Zimbabwe en Equatoriaal Guinea aan de gang zijn, zou Moto met Mann voor de operatie een prijs afgesproken hebben van 1,8 miljoen dollar, aangevuld met petroleumconcessies.

Dat Ely Calil over puike contacten beschikt in de hoogste regionen van de politieke wereld is een publiek geheim. The Observer meldde onlangs dat Peter Mandelson, de gewezen Britse Labour-minister die binnenkort Europees commissaris voor Handel wordt, voor een prikje mocht wonen in een luxeflat in de Londense wijk Holland Park, een appartement dat hem door Calil ter beschikking werd gesteld. Via Calil lopen ook talrijke draden naar de Britse Conservatieven. Zo was de Libanees financieel adviseur van Lord Jeffrey Archer, een gewezen toppoliticus van de Tory's, en ook schrijver. Daarnaast doet Calil momenteel een beroep op de diensten van Lord Tim Bell, de vroegere spindoctor en pr-adviseur van premier Thatcher.

Na een dag in de cel werd Mark Thatcher eergisteren voorwaardelijk vrijgelaten. Hij is officieel in staat van beschuldiging gesteld van het overtreden van de Foreign Military Assistance Act (die het opereren van huurlingen vanaf Zuid-Afrikaanse bodem wil tegengaan), moet een borgsom van 246.000 euro betalen en mag het grondgebied van Zuid-Afrika niet verlaten.

Zijn bejaarde moeder reageerde laconiek: "We kunnen enkel zeggen dat we allemaal gelijk zijn voor de wet, ongeacht onze achtergrond en origine."

Nadat Mark Thatcher in 1982 als deelnemer aan Parijs-Dakar was zoekgeraakt in de Sahara, en belachelijk gemaakt in de pers, verliet hij Groot-Brittannië. Sindsdien wordt hij in

verband gebracht met allerlei grote wapendeals en andere duistere affaires

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234