Vrijdag 15/01/2021

Een buitengewone stripheldin

Het Parijs van 1912 wordt geterroriseerd door een voorhistorische pterodactylus. En er loopt ook een rist mummies rond. Gelukkig is daar de onverschrokken schrijfster-avonturierster Adèle Blanc-Sec om orde op zaken te stellen. De aventures extraordinaires van deze bijna mythische stripheldin van Jacques Tardi zijn inmiddels al het onderwerp van negen albums. De Franse regisseur Luc Besson heeft er nu ook een filmheldin van gemaakt.

Interview met regisseur Luc Besson over ‘Les aventures extraordinaires d’Adèle Blanc-Sec’

Vrijdagavond kwam scenarist-regisseur-producent Luc Besson (°1959) zijn nieuwe film Les aventures extraordinaires d’Adèle Blanc-Sec in avant-première presenteren op het Festival van de Fantastische Film in Brussel. Hij deed dat samen met hoofdvertolkster Louise Bourgoin.

Door de jaren heen is Besson dit festival, waar hij in 1983 ook al zijn debuutfilm Le dernier combat kwam presenteren, trouw gebleven. En vice versa. Loyauteit blijkt belangrijk voor hem en dus was het belangrijk voor hem dat stripmonument Tardi tevreden zou zijn over deze filmadaptatie. Toch moest Besson zo’n tien jaar wachten voor hij met de avonturen van Adèle Blanc-Sec aan de slag mocht.

Wat trok u zo aan in het personage van Adèle Blanc-Sec?

Luc Besson: “Het is een mengeling van heel veel dingen. Wat mij vooral interesseert bij het zogenaamd zwakke geslacht, is hun kracht en hun moed. Adèle is als de secondewijzer van een uurwerk: tiktak, tiktak, altijd in beweging. Ze weet van geen ophouden. Ze is wild en onstuimig, heeft ook een slecht karakter en is absoluut niet politiek correct. Ze stuurt zowel haar concierge, de president van de Republiek als de mummie van Ramses II wandelen. Tout le monde y passe. Maar als je de schaal breekt, blijkt zich binnenin ‘une petite boule de tendresse’ te bevinden, dat gemakkelijk een traantje laat. Dat beviel mij vooral bij haar: die tederheid, gewikkeld in een harnas van gehard staal. Voor een regisseur is het altijd erg opwindend om met dergelijke personages te werken, want bij een sterk personage zijn natuurlijk zijn of haar zwakheden vooral interessant.”

Het heeft lang geduurd vooraleer Tardi de filmrechten heeft afgestaan.

“Ik heb mijn tijd genomen. Ik heb ook geprobeerd te begrijpen wat hem zo ontgoocheld heeft bij eerdere plannen om zijn strips te verfilmen. De Amerikanen waren geïnteresseerd en ook de Japanners, maar ik denk dat ze hem zijn werk wilden afnemen en dat beviel hem duidelijk niet. We hebben veel gepraat en ik heb mijn best gedaan om hem te overtuigen van mijn eerlijkheid. Tardi beseft natuurlijk ook dat het om een andere expressievorm gaat: een album lees je op 15 minuten en een film duurt 1,5 uur. Maar daar had hij geen problemen mee. Hij wou alleen zeker zijn dat het DNA van zijn personage bewaard zou blijven. En dat was ook mijn bedoeling. Ik ben sowieso een heel grote stripfan, dus het kost mij geen enkele moeite om eerlijk en respectvol te blijven. Anderzijds heb ik deze film niet voor een handvol Tardifanatici gemaakt, maar wel voor het breedst mogelijke publiek, waarvan de overgrote meerderheid nog nooit een album van Tardi gelezen heeft.”

Heeft Tardi de film intussen al gezien?

“Ja, een paar weken geleden. Na de vertoning heeft hij gezegd: ‘Il faut que je vous embrasse’. Maar natuurlijk heeft hij dat eerst bij Louise gedaan (lacht). Hij was dolgelukkig. Het mooiste compliment vond ik dat Tardi toegaf dat hij in eerste instantie niet overtuigd was van onze keuze voor Louise Bourgoin, want hij kende haar niet. Maar naarmate de film zich afspeelde, was hij helemaal bijgedraaid. En op het einde zei hij: ‘C’est vraiment Adèle!’. Met andere woorden: Louise was erin geslaagd om zich de identiteit van Adèle helemaal toe te eigenen, zelfs in het hoofd van Tardi.”

Het voordeel van dat lange wachten was misschien dat het door de evolutie van de CGI (computereffecten, JT) nu eenvoudiger is om een pterodactylus door Parijs te laten vliegen en allerlei mummies tot leven te brengen?

“Ach, weet je: een eeuw geleden slaagde George Méliès er al in ons mee te nemen naar de maan. Er zijn dus altijd al speciale effecten geweest. Maar ik geef toe: een pterodactylus in karton en aan draden, dat zou toch iets minder overtuigend geweest zijn. En de toeschouwer is zeer veeleisend geworden. Toon hem een film met CGI-effecten van vier jaar geleden en hij valt in slaap.”

Is die snelle evolutie nog wel bij te houden voor een regisseur?

“Als je aan een Formule 1-racer vraagt of de snelheid voldoende is voor hem, dan wel of het nog iets meer mag zijn, dan denk ik dat het antwoord altijd zal zijn dat het wat hem betreft nog iets sneller mag. Hetzelfde geldt voor filmmakers. Een pterodactylus door een appartement laten vliegen is gekkenwerk, maar we hebben ons rot geamuseerd. De kernvraag is volgens mij wat je met die speciale effecten wilt aanvangen en hoe je die met de realiteit vermengt. We hebben bijvoorbeeld echt op de Place de la Concorde gedraaid, met echte koetsen, echte paarden en echte figuranten in echte kostuums. Alsof we teruggekeerd waren in de tijd, naar het begin van de 20ste eeuw. Met CGI hebben we dan de bushokjes, de verkeerslichten en de parkeermeters verwijderd, en het asfalt opnieuw in kasseien veranderd. Het werd dus een mengeling van echt en vals, maar de kijker kan onmogelijk het verschil zien. Voor CGI geldt hetzelfde als voor 3D: als een film slecht is, zal hij door zo’n brilletje niet beter worden.”

Wat u in ieder geval met Tardi deelt, is een grote liefde voor Parijs

“Parijs is inderdaad een extreem fotogenieke stad. Het is echt een plezier om Parijs te kunnen filmen. En een locatie zoals de Place de la Concorde is op honderd jaar nauwelijks veranderd, alleen de accessoires, zoals de verkeerslichten.”

Klopt het verhaal dat een voornaam het enige was wat Tardi u vroeg te veranderen in het scenario?

“Ja, ik wou het personage van de professor Philomène noemen. Dat vond hij geen goed idee, want volgens hem is dat een naam voor een vrouw.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234