Zondag 29/11/2020

Een bruggenbouwer tussen Afrika en Amerika

Ergens op de affiche van Gent Jazz prijkt de naam van een van de grootste pianisten van de Afro-Amerikaanse cultuur. Dat is deels letterlijk te nemen: de boomlange Randy Weston kan nergens binnen zonder zich te bukken en onder zijn gespreide handen lijkt een Bösendorfer bijna een speelgoedpiano. Maar hij is vooral een onsterfelijk muzikant met een warm en genereus hart voor zwarte muziek, diepgeworteld in de blues en in Afrika. Zo iemand heeft geen nieuwe cd nodig om zijn plaats op de zomerfestivals te verdienen. DOOR DIDIER WIJNANTS

Op Gent Jazz staan zoals gewoonlijk nogal wat grote namen. Het festival pakt in haar promotie vooral uit met sterren zoals Marianne Faithfull, BB King, George Benson, een crowdpleaser zoals Jamie Cullum en een enkele echte jazzlegende zoals McCoy Tyner. Of die grote namen voor de beste concerten gaan zorgen is lang niet zeker. Let in het eerste festivalluik (8 tot 12 juli) vooral op enkele concerten om half negen: de bijzonder subtiele Fred Hersch met zijn trio plus twee blazers, het warme en vaak intrigerende Brad Mehldau Trio en het Randy Weston African Rhythms Trio met Alex Blake (bas) en Neil Clarke (percussie).Weston is met zijn 83 jaar net één jaartje jonger dan BB King, maar hij speelt nog met dezelfde kalme doortastendheid als in de jaren vijftig en zestig, een souplesse en mentale rust die vandaag zeldzaam is geworden. Bovendien heeft hij een heel eigen verhaal in de vingers. Hij is een geboren en getogen inwoner van Brooklyn. Hij verwijst nog altijd naar de woonwijk van zijn jeugd als African Village Bedford-Stuyvesant, omdat de Afro-Amerikaanse cultuur er zo sterk leefde. "Het belangrijkste was de muzikale cultuur die er heerste," vertelde hij enkele jaren geleden in de New Yorkse club Sweet Basil. “Mijn ouders kochten altijd de beste platen. Er waren repetities van big bands om elf uur 's ochtends, orgeltrio's in het café om de hoek. Op straat kon je een jukebox horen met de muziek van Ellington, door het open raam van een restaurant: ‘Take the A Train’. Door de segregatie had de muziek zelfs nog meer betekenis voor ons, want er waren plaatsen waar wij niet eens mochten komen. Dus in onze gemeenschap had je alles: balzalen, nachtclubs, kerken, carnavals. Overal was er muziek.”

Hartslag

Toch is Weston niet in de typische Amerikaanse jazzcultuur blijven hangen. Zijn roeping lag in Afrika. In de jaren zestig was hij zowat de eerste jazzmuzikant die actief op zoek ging naar zijn Afrikaanse roots. Hij ging naar Lagos (Nigeria) en Tanger (Marokko) en ontdekte daar de echte wortels van blues en gospel, ook hoe die muziek de leefgemeenschap vorm gaf. “In Afrika waren de muzikanten dienaren van hun dorpsgemeenschap. Ik heb toen ingezien dat wij in Brooklyn net zo functioneerden. Ellington en Armstrong leefden in de zwarte gemeenschap en beleefden dat muzikaal. De muziek van Ellington danst op onze hartslag. Ze reflecteert de manier waarop wij lopen, praten, hollen, die wonderlijke ritmische kwaliteit van de Afrikaanse mens.”

Anekdotenverzamelaar

Al sinds de jaren zestig pendelt Weston in feite tussen Afrika en Brooklyn. Hij musiceerde met Gnawamuzikanten in Marokko, speelde met Fela Kuti in Nigeria en baatte een eigen muziekclub uit in Tanger. Dat heeft tot wondermooie projecten geleid zoals ‘Uhuru Afrika’ (met dichter Langston Hughes), ‘Highlife’, persoonlijke hommages aan Duke Ellington en Thelonious Monk, of het magistrale ‘The Spirit of our Ancestors’. Hij was al een brugfiguur tussen het Afrikaanse continent en de Amerikaanse jazz nog lang voor er sprake was van wereldmuziek.Toch moet zijn verhaal eigenlijk nog verteld worden. Weston werkt al enkele jaren aan zijn autobiografie. Op zijn website (www.randyweston.info) verzamelt hij momenteel een reeks anekdotes die uiteindelijk in een boek moeten terechtkomen. Hij vertelt er over de begrafenis van Langston Hughes, waar hij op vraag van de overledene optrad. Hij vertelt er over de vernederende zwarte shows waarin hij moest optreden om te kunnen overleven. Over Brooklyn, de omzwervingen met Max Roach, Miles Davis en George Russell. Over het waanzinnige Festac-festival in 1977 in Lagos met Stevie Wonder en Fela Kuti. Over zijn fascinatie voor de Gnawa, de muzikanten die de Sahara doorkruisten om in Marokko een soort Afrikaanse bluescultuur te stichten. Het is nog niet bekend wanneer het boek zal verschijnen, zolang moeten we het met de anekdotes op de website doen. En met de muziek, straks live in Gent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234