Zaterdag 04/12/2021

22/3

Een broodje en een thee in 'het kalifaat van Europa': Fikry El Azzouzi keert terug naar Molenbeek

null Beeld Stefaan Temmerman
Beeld Stefaan Temmerman

Een dag na de aanslagen in Brussel trok theatermaker en schrijver Fikry El Azzouzi naar Molenbeekse snackbars en theehuizen. Hij noemde de sfeer toen 'bevreemdend en surreëel'. Een jaar later is hij teruggekeerd. "Misschien wordt het tijd om Molenbeek een echte kans te geven."

Je mag zeggen wat je wilt, maar in het wereldberoemde kalifaat van Europa zijn er uitstekende snackbars. Voor weinig geld kun je daar een broodje kopen met vlees, kip, gehakt, merguez of nog allerlei andere vleessoorten. In dat broodje gooien ze er nog sla, rode kool, maïs, tomaat, geraspte wortels, olijven en ui bij. Daarbij een grote portie frieten, wat vette saus, en dit allemaal overgoten met een suikerrijke frisdrank. Geen alcohol in het kalifaat van Europa.

Wachtend op mijn broodje en met een Cola Zero – ik probeer op mijn lijn te letten – staar ik door het raam. Op een zondagnamiddag is het erg druk op de Gentsesteenweg. Chauffeurs die hopeloos op zoek zijn naar een parkeerplaats. Gezinnen met buggy’s die zich een weg zien te banen door alle drukte. Gesluierde vrouwen die op zoek zijn naar de nieuwste abaya’s en de hipste hoofddoeken. Hun echtgenoten die verveeld achter hen aan slenteren – op het vlak van shoppen bestaan er geen cultuurverschillen.

Respect

De zaakvoerder die ik aanspreek met si Mohammed is een vrij lange, magere man met een grijzende snor, een netjes getrimd baardje en een zenuwachtige uitstraling. Hij brengt mijn broodje kip met andalousesaus.

"Bsaha", zegt si Mohammed.

Voor de niet-Arabisch sprekende: "Gezegend."

"Allah htek saha", antwoord ik.

Voor de niet-Arabisch sprekende: "Moge God je zegenen."

Na een paar happen wandelt een ietwat gezette, kalende vader samen met zijn vier kinderen en een luide "Salaam aleikum" de zaak in. De kinderen – drie jongens en een meisje – roepen wild door elkaar: "Salaam, salaam, salaam."

"Ophouden", roept de vader. "Ik wil dat jullie respect tonen. Respect voor de zaakvoerder. Respect voor het eten. Respect voor de klanten. Als jullie geen respect tonen, dan keren we onmiddellijk terug naar huis."

"Aleikum salaam", glimlacht de zaakvoerder. "Het zijn maar kinderen, en vele salaam aleikums zijn altijd beter dan geen salaam aleikums."

"Die kinderen halen het bloed onder mijn nagels vandaan. Wil je voor hen een mitraillette maken? Zij mogen het vlees en de saus kiezen. Maar alleen een mitraillette, dat is gezond. Ze mogen drinken wat ze willen, maar wel één drankje. De imam heeft daarnet gezegd dat ze in de madrassa (Koranschool) flink hun best doen. Zelfs de jongste kent al meer dan tien verzen uit het hoofd."

"Ma sha Allah, ik ben zwaar onder de indruk", antwoordt si Mohammed.

De vader krabt in zijn weinige haren en zegt dat hij snel wat boodschappen gaat doen. Hij geeft een briefje van twintig euro aan zijn oudste zoon Abdelhafid. Hij is nu elf jaar en dat is oud genoeg om wat verantwoordelijkheid te krijgen. Zodra zijn vader de deur achter zich dichtslaat, vraagt Abdelhafid hoeveel zo’n broodje wel kost.

"Drie euro en vijftig cent", antwoordt si Mohammed.

"Te duur!"

"Zo’n broodje is heel goedkoop. Je kunt kiezen uit verschillende vleessoorten. Het is ook met sla, rode kool, maïs, tomaat, geraspte wortels, olijven en ui. Je krijgt ook een portie frieten en jullie mogen zelfs twee of drie verschillende sauzen kiezen."

"Hoeveel kost zoiets zonder groenten?"

Si Mohammed begint zich te ergeren. Met een dwingende toon zegt hij tegen Abdelhafid dat hij anders gewoon moet wachten op zijn vader. Blijkbaar is hij nog te groen achter zijn oren om een fatsoenlijke bestelling te doen.

"Vier mitraillettes met kip, alles van groenten en met mayonaise, ketchup en andalousesaus", reageert Abdelhafid kordaat.

Wanneer ik afreken, mompelt si Mohammed dat sommigen denken dat het hier ook een crèche is.

"Liever lawaaierige kinderen dan al die miserie van vorig jaar", glimlach ik.

Si Mohammed kijkt me eerst verbaasd aan.

"Je bedoelt de aanslagen. Dat was dikke miserie. Maar onze zaken liepen gesmeerd. Onze klanten bleven hier komen, alsof er niets aan de hand was. Degenen die wegbleven, waren toch niet van plan om hier te winkelen of een broodje te eten. Aanslagen of niet. Af en toe zie ik weleens een groepje met een gids voorbijwandelen. Maar zij doen niet eens de moeite om een flesje water te kopen. Ze steken liever het kanaal over om daar iets te eten. Alsof we hier gif serveren."

Zonnebloempit

Ik slenter door de Gentsesteenweg, met op de achtergrond een Antwerps dialect, af en toe een West-Vlaamse tongval, zelfs Nederlandse klanken komen van heinde en verre om hier te winkelen. Blijkbaar heeft Molenbeek voor sommigen nog steeds een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Bij een viswinkel leunt een oudere man tegen een auto aan. Hij eet zonnebloempitten. Drie jonge, gesluierde vrouwen wandelen voorbij. De oude man spuwt een zonnebloempit weg en vraagt waarom God hen zoveel schoonheid heeft gegeven. Daarna stelt hij voor om samen vis te eten. De jonge vrouwen schieten in de lach en zeggen dat hij aan zijn vrouw moet vragen om vis voor hem te bakken en dat hij daarna met zijn kleinkinderen moet spelen. De oude man haalt zijn schouders op en spuwt nog een zonnebloempit weg.

Al snel vind ik een theehuis waar ik meteen een koffie verkeerd zonder suiker bestel. Ik kijk wat rond en zie dat de meesten wat ongeïnteresseerd op hun smartphone tokkelen. Het merendeel drinkt muntthee of koffie verkeerd uit een glas. Met stip de favoriete dranken in theehuizen. Anderen staren naar een grote flatscreen, waar ze beelden van de bedevaart in Mekka tonen. De pelgrimstocht spreekt tot de verbeelding. Alle symbolen van rijkdom en status zijn daar van geen belang. Pelgrims die allemaal simpele witte gewaden dragen, als teken van gelijkheid en bescheidenheid, lopen zeven keer rond de Kaaba. Het doel is om moslims van overal samen te brengen, hun zonden te vergeven en hen dichter bij God te brengen. De verbondenheid tussen deze plaats en miljoenen pelgrims wereldwijd heeft voor mij iets ontroerends.

null Beeld Stefaan Temmerman
Beeld Stefaan Temmerman

Plots begint er iemand te zappen en na verschillende zenders eindigt hij bij een oude voetbalwedstrijd van Real Madrid. Al lachend roept de barman dat God hem nog zal straffen. Een oude voetbalwedstrijd verkiezen boven het huis van God. Dat is pas haram (onrein). De zapper, die zich onder een dikke sjaal verschuilt, heeft in zijn linkerhand de afstandsbediening, in de rechter zijn smartphone en wisselt onverstoorbaar van kanaal. Hij blijft hangen bij Al Jazeera. Daar tonen ze hoe Syrische straaljagers nog steeds bombarderen. Daarna verschijnen de erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen. Hoe wanhopige gezinnen er het beste van proberen te maken. Maar ook een krijsende jongen met uitgemergeld lichaam en donkere ogen. Een vrouw van middelbare leeftijd die huilt en niet begrijpt waarom niemand naar hen omkijkt.

Beelden die in westerse media zelden verschijnen, maar die ze in Arabische media niet ontwijken. Waar het voor de een nog te ver weg blijft, lijkt het voor de ander akelig dichtbij.

De flatscreen heeft voor even het pleit gewonnen van de smartphones. Ik hoor een zucht, een prevelgebed, iemand die opstaat om een sigaret te gaan roken.

"Bedankt om ons allemaal depressief te maken", zegt de barman. "Zap naar het sportkanaal, vandaag spelen er Engelse ploegen."

Er waait nu een zucht van opluchting door het theehuis. De voetbalwedstrijd lijkt de zinnen te verzetten, de onmacht te bestrijden en alle ellende in de wereld voor even te doen vergeten.

Borstelige snor

De barman vraagt of ik zin heb om te dammen. Hoewel ik liever naar de wedstrijd wil kijken, stem ik toe. We zitten tegenover elkaar. Ik speel met de witte schijven, hij met de zwarte. Ik begin en schuif de eerste schijf naar voren. Ik merk al snel dat ik geen partij voor hem ben. Hoe meer ik verlies, hoe arroganter de barman wordt. Nadat hij me alle hoeken van het dambord heeft laten zien, wil hij opnieuw een wedstrijdje spelen. Ik schud het hoofd en vraag of hij een muntthee wil maken.

De twee ploegen maken er een spektakel van dat op en neer gaat, met allebei initiatief, acties en tal van kansen. Al snel vallen er doelpunten. Ik sta op het puntje van mijn stoel. Het is voorlopig nog een gelijkspel, maar de match blijft naar het einde toe zenuwslopend spannend. Nog even en ik weet naar welke kant het dubbeltje zal rollen. Plots begint er iemand te zappen. Op dat moment heb ik de goorste scheldpartijen in mijn hoofd. Ik hou wijselijk mijn mond.

"Er waren klanten naar die wedstrijd aan het kijken", roept de barman. "Je moet dat eerst vragen aan die mensen."

"Er was niemand aan het kijken. De Marokkaanse competitie begint zo", roept een kortgeschoren, sportieve man die een grijs trainingspak aanheeft.

"Ik was aan het kijken", roep ik plots.

Ik voel hoe alle blikken op mij zijn gericht. "Maar die match is nu al bijna afgelopen", antwoord ik iets bedeesder.

Een man met een borstelige snor staat op, strijkt zijn bruine colbert een beetje glad en vraagt aan mij om hoe laat het avondgebed is. Ik schud het hoofd.

"Om zeven uur", roept de barman.

Franstalige rappers

Iedereen is in de ban van de nieuwe wedstrijd, maar de Marokkaanse competitie heeft mij nooit geboeid. Een zwart-Afrikaanse man wandelt het theehuis in met een zware sportzak over zijn schouders. Hij laat de sportzak op de grond vallen en toont zijn verkoopwaren: zaklampen, cd’s, dvd’s, baardtrimmers en waarschijnlijk nog andere interessante dingen. Ik vraag hoeveel de cd’s kosten. Twee euro per stuk. Drie voor vijf euro. Hij toont me de nieuwste cd’s van bekende Franstalige rappers. Ik vraag of hij geen Engelstalige rap heeft. Hij schudt het hoofd en zegt dat we in Brussel zijn. Engelse rap raakt hij aan de straatstenen niet kwijt. Ik neem een cd van Maître Gims, een van Booba en een van dj Hamida.

Ik reken af en wandel naar de auto. Daar luister ik naar de nieuwste cd van dj Hamida. Nog nooit van gehoord, maar iemand met zo’n artiestennaam moet je een kans geven. Meer dan een jaar geleden werd Salah Abdeslam gearresteerd, was er de invasie van buitenlandse journalisten, met daarna als dieptepunt de verschrikkelijke aanslagen in de luchthaven van Zaventem en in metrostation Maalbeek.

Dat heeft diepe wonden geslagen, en het wantrouwen in onze samenleving is nog nooit zo groot geweest. De inwoners van Molenbeek werden na de aanslagen collectief verantwoordelijk gehouden en dragen daar nog steeds de gevolgen van. Misschien wordt het tijd om Molenbeek een echte kans te geven, want die heeft het nooit gekregen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234