Woensdag 24/07/2019

Een brief voor het te laat is!

We schrijven almaar minder. Tussen e-mail, sms en Facebook is zelden plaats voor een echte brief, en zelfs het werkwoord 'schrijven' dreigt geruisloos te verdwijnen. Vier auteurs over de nobele kunst van het corresponderen.

Een bakker bakt, een kok kookt en een schrijver schrijft - zo simpel is dat. In onze verbeelding is de laatste vooral met pen en papier in de weer, desnoods met een schrijfmachine of tekstverwerker. Hij/zij probeert goed lopende zinnen uit, schrapt en herbegint tot alles op zijn plaats staat of valt. Het labeur speelt zich af in een café of op een studeerkamer, tussen lege whiskyflessen.

Je hebt er A Room of One's Own voor nodig - dat wist Virginia Woolf al in 1929. Het cliché wil ook dat de schrijver er een weidse correspondentie op nahoudt. Tonnen brieven schrijft hij aan vakbroeders en geliefden. Op papier natuurlijk.

Vergeet het maar. Vandaag neemt bijna niemand nog de pen ter hand. Ook dichter en columnist Bernard Dewulf doet er niet aan. "Ik kan me niet herinneren wanneer en aan wie ik mijn laatste brief heb geschreven. Ik was er eigenlijk nooit mee bezig. Ik heb de mal van het essay nodig, de koele introspectie van de dagboekaantekening, het onbekende publiek van de krant.

"Ik vertrouw mijn zielenroerselen niet, vooral vind ik ze niet interessant genoeg voor een brief. Af en toe komt er nog eens eentje aan, vaak van iemand die ik niet ken. Meestal bevat die brief een e-mailadres, dat ik dan gebruik om te antwoorden. Moet ik toch nog eens iets schrijven met de hand, dan merk ik dat die intussen moeite met schrijven heeft: stram, verkrampt, verlamd. Alsof ze het verleerd is na al de tikkende jaren. Handschrift is klavierschrift geworden."

Ook voor de Nederlandse romancier Willem van Zadelhoff, die tussen Amsterdam en Antwerpen pendelt, komt het er hoogst zelden van. "Ja, brieven aan instanties schrijf ik nog wel eens, met tegenzin. Tot voor kort correspondeerde ik jarenlang met een vriend in Spanje. Uit respect voor die papieren vriendschap vertikten we het onze e-mailadressen aan elkaar door te geven.

"Het contact verwaterde, en op mijn laatste brief kreeg ik uiteindelijk toch een e-mail als antwoord. Op slinkse wijze was het hem gelukt achter mijn mailadres te komen. Duidelijker kan het niet. Wat rest is een dikke map met onze correspondentie in mijn archief. Wel iets tastbaars dus. In het begin probeerde ik elke e-mail die ik schreef en het antwoord nog af te drukken. Ontwenningsverschijnselen waren dat. Lang heb ik het niet volgehouden."

Het verhaal klinkt Paul Ilegems bekend in de oren. Met zijn boek Gammal portraten, fö? publiceerde de archivaris van de Belgische frietkotcultuur en plezierdichter onlangs een wel heel aparte vorm van schrijverscorrespondentie. Jarenlang wisselden Ilegems en de Nederlandse woordkunstenaar Drs. P honderden ollekebollekes (korte gedichten met een specifiek metrum) uit op ansichtkaarten.

Klassieke brieven heeft Ilegems nooit geschreven. "Wél heel veel met de schrijfmachine, zodat ik van vrijwel alles een doorslagje kon bewaren. Maar die werden stilaan onleesbaar, zodat ik ze op een mooie dag gescand heb en omgezet naar Word. Dat is handig als ik iets wil opzoeken of herlezen.

"Mijn brieven waren vooral gericht aan mijn oudere broer die in het buitenland woonde, en aan Drs. P. Aan vrouwen schreef ik bijna nooit, en als dat toch gebeurde schreven ze niet terug. Geen enkele brief bezit ik van een vrouw, zelfs geen kaartje - no hard feelings. Sinds ik in 1988 mijn eerste ordinateur aanschafte, zijn al mijn brieven digitaal. De eerste jaren tikte ik ze over, want ik bezat geen printer en vond het letterbeeld van de naaldprinters lelijk en te bleek."

Dat briefschrijven veel met esthetiek en tastzin te maken heeft, beaamt ook Leen Huet, kunsthistorica en bezorgster van Rubens' correspondentie. "De brief is net als het dagboek een met romantiek en sentiment omgeven genre. Heel af en toe ontvang ik er nog eentje, en dan antwoord ik. Ik hou al zolang als ik me kan herinneren van het mooie briefpapier van Giannini & Figli uit Firenze of van de Belgische firma Pelletier & co, van pennen, postzegels en enveloppen, maar ik gebruik ze minder dan vroeger.

Hiërogliefen

"Ik koester een schriftje met de liefdesbrieven van mijn betovergrootvader. Met de hand geschreven correspondentie probeer ik zo goed mogelijk te bewaren. Zelfs kerstkaarten kan ik moeilijk wegdoen."

Heeft de e-mail een eind gemaakt aan ons papieren bestaan, zoals de beeldcultuur komaf maakte met het medium radio? Huet: "E-mail en zelfs sms kunnen soms de brief vervangen qua intensiteit; dat zijn zeldzame momenten. In mijn mailbox ontvang ik nu geschreven berichten van mijn ouders, terwijl vroeger alles via de telefoon of onder zes ogen verliep."

Gaan schrijvers met hun e-mails om alsof het brieven waren? Volgen zij de codes van het genre? Ja, zo blijkt. Bernard Dewulf stelt vast dat hij zelfs voor een digitale kattenbel teruggrijpt naar de klassieke briefstijl: aanspreking, witregel, tekst, witregel, groet, witregel, naam. "Die structuur zit onuitwisbaar in mij, als een grondvest van beschaving. Ik ben er niet uit: maakt het uit of epistolair talent tikt of schrijft? Misschien verkijk ik me op de traagheid van het briefschrijven. Misschien romantiseer ik het. Een moeilijke mail kan ook uren duren."

Van Zadelhoff kan daar inkomen: "Mails en sms'jes schrijf ik nog steeds zoals ik papieren brieven schreef. Hoofdletters, punten, komma's en noem maar op. Soms ben ik niet tevreden en laat ik zo'n tekst even rusten om er later weer mee verder te gaan. Het blijven voor mij dus wel volwaardige teksten.

"Een snel bericht gaat me niet makkelijk af. Vaak voel ik mij als een dinosaurus wanneer ik een sms ontvang met afkortingen die ik niet kan duiden. Er komt langzaam verandering in, en sinds kort tik ik 't' in plaats van 'het'. Maar iedere keer heb ik toch het gevoel iets onbehoorlijks te doen."

Ook Ilegems zorgt ervoor dat zijn epistels op het scherm lijken op echte exemplaren en geen storende tikfouten bevatten. "Soms print ik de brief op een goede papiersoort en verzend hem in een envelop. Een noodzakelijk procedé als het om mensen gaat die geen pc bezitten, zoals Drs. P. Ja, ik betreur het verdwijnen der gestempelde stukken ten voordele van e-mail. Ik herinner mij de voldoening bij het kleven van mooie zegels en het posten van mijn brief of kaartje, diep in de nacht, in de bus van het hoofdpostkantoor."

Hoe moet het nu verder ? Elektronische correspondentie is moeilijk te bewaren en door te geven. Van Zadelhoff vertrouwt vooralsnog op de ijdelheid van de schrijvers, die er wel voor zorgen dat geen enkel woord verdwijnen zal. "Denk maar aan de moeite die Gerard Reve zich heeft getroost om kopieën te maken van zijn correspondentie."

Leen Huet is tuk op de klassieke brievenromans en droomt van onvermoede vondsten: de verloren briefwisseling tussen Rubens en Velázquez bijvoorbeeld. Maar ook haar eigen romans beschouwt zij als brieven "waaraan lang is gewerkt, die alle voorvallen, gedachten en onderstromen van een bepaalde periode in mijn leven bevatten, en die mogelijkerwijze hun lezers wel zullen vinden."

Het water zoekt zijn weg over de keien. Zelfs Facebook kan een kanaal zijn om zielenroerselen wereldkundig te maken... en ze te bewaren, als een geheugensteun. Ilegems: "Met briefschrijven heeft het weinig te maken, daarvoor is het te beknopt en onpersoonlijk. De tekstjes die ik post hou ik wel bij in een apart document, want ik ben vergeetachtig en zou best in staat zijn twee keer ongeveer hetzelfde te posten. Dat is ook de reden waarom ik mijn correspondentie bewaar, dagboekaantekeningen maak, reisverslagen schrijf... Als ik dat niet deed, zou ik me van mijn eigen bestaan bitter weinig herinneren."

Hoe dan ook zullen we vooral blijven tikken. Straks verhuist de pen sowieso naar het museum. Dewulf: "Ach, leidt een vulpen tot interessantere teksten dan een toetsenbord? Was de ganzenveer aandachtiger voor het menselijk verkeer? Kerfden de hiërogliefen dieper in onze liefdesgeschiedenis ? Heeft het middel het doel veranderd ? Ik kan dat moeilijk geloven. Geen gigabyte kan op tegen een woord. En als we straks niet eens meer onze vingers gebruiken om te schrijven maar onze meesterwerken inspreken, zal dan het werkwoord 'schrijven' geruisloos verdwijnen?"

Paul Ilegems, Gammal portraten, fö? Verkenningen en rariteiten in de plezierdichterij, Voetnoot, 170 p.

Schrijversbrieven tentoongesteld

Dat de edele praktijk van het briefschrijven naar het archief is verbannen, verbaast niemand. Twee kleine, charmante tentoonstellingen in de literatuurmusea van Antwerpen en Brussel bewijzen dat de fascinatie voor het fenomeen zeker niet afneemt.

In het Brusselse Museum voor Brieven en Manuscripten waait al een zomers briesje. In de voetsporen van Jules Verne doen reisbrieven van kunstenaars in De reis om de wereld in 80 brieven (lll) dromen van verre oorden. Jacques Brel bericht uit de Stille Oceaan, waar hij zeiltochtjes maakt en op de dood wacht. De kwikzilveren schilder Toulouse-Lautrec verveelt zich te pletter in Londen, "waar 's zondags alles gesloten is tot 6 uur 's avonds, de post niet wordt bezorgd en in het hotel nauwelijks maaltijden worden opgediend".

Ook Paul Verlaine verkiest Brussel boven "de eendenpoel die Londen heet"; op de keerzijde kan er zelfs een karikatuur af waarop hij samen met Arthur Rimbaud vlakbij St. Paul's Cathedral zijn schoenen laat poetsen. Van dezelfde Rimbaud wordt een van de laatste geschriften getoond: geen geniaal vers maar een kwitantie voor een wapenlevering - van dichter is hij handelaar geworden.

Met Verre vrienden brengt het Antwerpse Letterenhuis (lll) een verzameling brieven van buitenlandse schrijvers aan hun Belgische collega's, gekozen uit de eigen collectie die geregeld in het tijdschrift Zuurvrij wordt belicht. Futurist Marinetti schrijft aan zijn geestverwant Prosper de Troyer, Anaïs Nin onderhoudt jarenlang een luchtpostcorrespondentie met Hugo Raes. Rond 1900 weeft Pol de Mont zijn Europees netwerk van kunstenaars.

De expo toont niet alleen klassieke schrijversbrieven. Er zijn foto's van Nadar en Ed van der Elsken, ansichtkaartjes en zelfs een gastenboek uit 1883 met krabbels van tal van beroemdheden. Kattenbelletjes met dankwoorden gaan over en weer - een zelfbewust auteur houdt álles bij. Van het manuscript van Upton Sinclairs roman The Jungle (1906) zijn slechts vijf half verkoolde blaadjes overgebleven; omdat hij ze toestuurde aan de Belgische socialistische activist Camille Huysmans, wiens archief in het Letterenhuis belandde, bleven ze bewaard.

Zo voeden al deze ontroerende relicten van papier onze literaire, voyeuristische en/of fetisjistische verbeelding, want in musea is het goed toeven. Benieuwd wat dat wordt wanneer we e-mails gaan tentoonstellen.

(EM)

De reis om de wereld in 80 brieven, tot 31 augustus in het Museum voor Brieven en Manuscripten, Koningsgalerij 1, Brussel. Verre vrienden, tot 28 juni in het Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, Antwerpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden