Maandag 25/05/2020

Een boodschappenlijstje is nog geen gedicht

Wat zijn de criteria bij het beoordelen van gedichten? Moet het rijmen of juist niet?

Dichter Ramsey Nasr, voorzitter van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

voor amateurpoëzie, legt uit waarom de winnende gedichten werken, en de andere niet.

oekt een jury naar vormvastheid, consistentie, originaliteit? Het kan allemaal. Het probleem is alleen dat voor elk criterium een tegenargument valt te verzinnen. Een klassiek sonnet is weinig origineel - maar probeer er maar eens een te schrijven. En een sonnet waaraan een extra regel is toegevoegd, is dat automatisch een mislukt gedicht? Hier bijten vormvastheid en originaliteit elkaar al. "Poëzie moet niets, begot", zei een Vlaams dichter ooit, en daar sloot deze jury zich bij aan. Een goed gedicht gehoorzaamt aan zijn eigen wetten. Alles kan, mits goed gedaan.

Dat hebben we geweten. Werkelijk álles wat kan worden opgeschreven, werd dit jaar ingediend: geinige observaties, een afgeluisterd gesprek, een teruggekomen herinnering of - ik verzin het niet - een personeelsinstructie. Ik geloof dat we zelfs een paar boodschappenlijstjes hebben mogen beoordelen.

Nu kúnnen zulke zaken goede poëzie opleveren - menig gedicht gedijt erop. Maar een tip voor volgend jaar: er moet ook iets mee gedáán worden. Hier zagen de dichters kennelijk een taak voor de lezer weggelegd. "Kijk maar, er staat niet wat er staat." Jawel hoor.

Readymades blijken slechts bij hoge uitzondering geniaal. Marcel Duchamps urinoir is grote kunst. Maar dit maakt uw badkamer nog niet tot een museum.

Ook jeugdherinneringen deden het goed. Hetgeen ons op een onuitroeibare misvatting over poëzie brengt. Orpheus, de grootste dichter aller tijden, vergaarde veel roem door om te kijken naar zijn geliefde. Behaalde resultaten in het verleden bieden echter geen garantie voor de toekomst.

Jeugdherinneringen, ze woelen de poëet los in ons allen. Bootjes drijven weg met een zucht, een plastic bal ligt op het dak, en o, de verloren tijd die maar niet wordt overbrugd... Er werd wat omgekeken dit jaar. We kregen er nekpijn van. En nee, dat is niet aardig. Maar ik het zou willen uitschreeuwen: een jeugdherinnering is géén gedicht. Als een poëet in verzen de vingers door het gras laat glijden, een jeugdliefde weer giechelend ziet opdoemen, dan is dat leuk - voor die poëet. Want wij hebben allemáál wel eens iemand met zijn blote billen boven het zand zien hangen, kastelen gebouwd met een schepje en naar de ontluikende borsten van ons buurmeisje gekeken. Alleen: de lezer hoeft daar niet bij te zijn.

Zoek de wereld op

De herinnering of observatie, daar begint het pas. Om Joseph Brodsky aan te halen: kunst is er niet om de werkelijkheid weer te geven, maar om haar leven in te blazen.

Kinderogen zijn niet genoeg. Taal hebben we nodig.

'Heeft u eigenlijk wel iets goeds over ons te melden?' Jazeker, veel van de gedichten scheren hoge toppen. De top 100 bevat een prachtige collectie gloednieuwe poëzie, die dan ook terecht in de vandaag verschenen bundel De toverhazelaar schittert.

Maar het valt gewoon op. Zelfs als de dichters diep in hun geheugen graven, blijven ze vaak dicht bij huis. Daarnaast duiken regelmatig familieleden op. Er zijn titels zoals 'Vader', 'Dochter', 'Zoon'... En nogmaals, het zijn ontroerende gedichten - de jury heeft er zelfs enkele genomineerd. Maar de lezer blijft plakken aan een 'ik'.

Des te schaarser waren de gedichten die de wereld opzoeken, die buiten zichzelf, het dorp of de familie breken. Poëzie die dat deed, sprong er voor ons meteen uit.

Ver verwijderd van ons eigen ik zijn we in 'die dienaar', waarin het Afrikaans centraal staat: de taal van de apartheid. Het is een volmaakt evenwichtig gedicht dat de macht, ja, zelfs de schuld van de taal centraal stelt. 'Ek is gesien as die brenger van die kwaad'... 'Die dienaar' is een gedicht om voor te buigen. Het toont de waarde én de minwaarde van de taal.

Daarmee zijn we op een essentieel punt aangekomen: de jury heeft ervoor gekozen gedichten te nomineren die hun eigen weg lijken te hebben gevonden en die niet de stem van de dichter moeten nabootsen. Gedichten die zich veelal niet direct prijsgeven, die iets achterhouden en daarmee uitnodigen tot herlezing, bij uitstek het kenmerk van goede poëzie.

De taal moest centraal staan. Niet de ik die zich herinnert.

Veel van de genomineerden in de top 20 hebben taal, of liever de miscommunicatie daarin, als thema. 'Vooruitgang' bijvoorbeeld, een schitterend gedicht over het afkalvend contact tussen mensen, in een wereld vol communicatiemiddelen. Of 'Bemoeizorg', dat het schrikbeeld schetst van een algehele 'verontpersoonlijking' in een virtueel geworden bureaucratie. Eveneens genomineerd: 'Vogels', een erg mooi gedicht dat via een omweg het onvermogen beschrijft om juist degene die je het naast staat, je geliefde, de waarheid te zeggen.

Ook in 'Chinese vrienden' staat dat onvermogen tot werkelijk contact centraal. Wat snappen wij eigenlijk van de Chinezen? Wat snappen zij van ons? Het is een pijnlijk gedicht, zonder deprimerend te zijn - daarvoor zijn de beelden te raak en te eerlijk. En ten slotte is er dat bizarre gedicht 'Twitter - de echo's van de #eeuwigheid', waarin de taal zo krankzinnig virtuoos op zijn kop wordt gezet, dat ook tekens en afzonderlijke letters betekenis gaan dragen - LOL, RT, IRL - en daarmee onze verwarring enkel verhogen. Het is een gedicht dat blijft intrigeren.

Misverstand

Volgens velen gaat poëzie over het uitdrukken van gevoelens. Ze zien verkleumde types voor zich, die bij kaarslicht met een glas goedkope wijn de verloren liefde zitten te bewenen. Deze dichters schrijven op wat hen beroert, zetten het mooi onder elkaar in korte zinnen, en ergens onderweg wordt dat dan poëzie. De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

Wat een misverstand. Er bestaat een verschil tussen het laten van papieren scheten en een sonnet van Willem Kloos. Wij onthouden wel het devies van de Tachtigers, maar vergaten intussen dat zij voor ons ook de taal uitvonden in hun gedichten. Herman Gorter en al die anderen, ze bleken onontkoombaar omdat zij de taal der predikanten stuksloegen en opnieuw begonnen. Gorter kon pagina op pagina, gedicht na gedicht, wijden aan het neervallen van het licht op zijn schouders, en stuitte daarbij en passant op het onvermogen van de taal.

Maar die taal was alles wat ze hadden.

Poëzie is geen uitlaatklep voor het gevoel. Waar de taal onder spanning wordt gezet en ophoudt de dingen uit te drukken, waar alle herkenbaarheid wordt opgeheven, daar begint de poëzie.

Dit is een verkorte versie van de rede die Ramsey Nasr gisteravond hield bij de prijsuitreiking van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. www.nationalegedichtenwedstrijd.nl

Waar de taal onder spanning staat, begint de poëzie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234