Donderdag 21/10/2021

Een bommenlegger

Po�zie van Gaston Burssens

Onder het stof van de geschiedenis gaan dichters schuil die een bepalende rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de poëzie tot wat ze nu is. Hun werk sluit soms opvallend dicht bij de hedendaagse poëzie aan. Neem nu de verzen van Gaston Burssens, in een prachtige vuistdikke uitgave uit de doden herrezen.

Gaston Burssens

Alles is mogelijk in een gedicht. Verzamelde verzen 1914-1965

Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 1.120 p., 56 euro.

De kritiek deed haar best om het werk van Gaston Burssens (1896-1965), voor mijn part samen met Paul van Ostaijen en Maurice Gilliams een van de drie belangrijkste Vlaamse dichters uit de eerste helft van vorige eeuw, tijdens zijn leven al onschadelijk te maken. Pas in de jaren vijftig, toen Burssens zijn welgemeend opgestoken middelvinger richting kritiek al een tijd opgeborgen had en gedichten schreef die nog altijd van hoog niveau waren, maar veeleer een belijdeniskarakter hadden dat behoorlijk haaks stond op zijn vroegere werk, kreeg hij tot tweemaal toe de Staatsprijs: in 1953 voor Pegasos van Troja (1952) en zes jaar later voor Adieu (1958). Dat hij pas zo laat de eer kreeg die hij verdiende, had hij voor een stuk zelf gezocht: hij schreef woordspelige poëzie met een duidelijke, subtiel aangebrachte maatschappelijke onderlaag, hij was een non-conformist en een cynicus en hij was de grote pleitbezorger van Paul van Ostaijen in Vlaanderen, in die mate dat het zijn eigen werk in de schaduw gesteld heeft. In 1945 noteerde hij in zijn dagboek: "Iemand heeft ergens geschreven dat de dood van Van Ostaijen de geestelijke dood van Burssens heeft betekend. Tegenover zulke dooddoener voel ik mij geheel ontwapend. Hoe kan ik voor mezelf uitmaken of mijn geest nu dood is of niet? Als ik zeg dat mijn geest helderder is dan ooit dan ben ik misschien als die dronkelap of die gek die beweert dat hij niet dronken of gek is. Ik moet dus aan anderen overlaten dit vonnis al dan niet te bekrachtigen."

Burssens had veel tegen: jarenlang de conservatieve kritiek, die vooral viel voor bedaagde, klassieke verzen van een religieus getinte, romantische strekking. Hoe Van Ostaijen de Vlaamse poëzie een ander elan gegeven had, werd snel even vergeten. Sommige dichters zetten er zich ook tegen af. In 1942 noteert Burssens in zijn dagboek: "André Demedts stuurt mij zijn Vlaamse poëzie van 1918 tot 1941. Wat hij over anderen schrijft gaat mij niet aan, maar uit wat hij over mij leutert moet ik besluiten: zo schrijft men in Vlaanderen de geschiedenis van de Letterkunde. 'Het scheen hem (Burssens, PD) onmogelijk in te zien dat de poëzie niet de vrucht van het gedicht is, maar het gedicht vrucht van een poëtische ontroering moet zijn.' (...) Dat hij het mij dan niet kwalijk neme als ik hem in dit geval, met de woorden zoals alleen de Vlamingen er kunnen samenstellen, een 'kutkammer' noem." Dat was het onbegrip waarmee Burssens als veertiger te maken had. Maar ook toen hij bijna zestig was, werd hij nog altijd ter verantwoording geroepen. Hoezeer de Tijd en mens-dichters Hugo Claus en Marcel Wauters respect toonden voor zijn werk, toch kon de onvermoeibare promotor van de experimentele poëzie Jan Walravens het niet nalaten om de dichter een lastige vraag te stellen over een wel heel ver verleden: "Ik vroeg hem hoe hij thans tegenover het activisme van zijn drieëntwintigste jaar stond. Hij haalde de schouders op. 'Dat is ver weg. Ik heb er niemand kwaad mee gedaan. Dat is het voornaamste.'" Een laconiek antwoord, dat even verderop in de monografie tot een al even laconieke conclusie van Walravens leidt: "Neen, de activistische bedrijvigheid van Gaston Burssens heeft geen invloed uitgeoefend op zijn dichterschap." In zijn voortreffelijke nawoord bij zijn al even voortreffelijk samengestelde leeseditie weerlegt Matthijs de Ridder dit snelle besluit van Walravens terecht. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog breide Burssens in het Mechelse atheneum namelijk nog een schooljaar aan zijn middelbare schooltijd, omdat de universiteiten hun deuren dicht hielden en om te omzeilen dat hij in Duitsland verplicht aan het werk gezet zou worden. De enige leerling van wie hij gezelschap kreeg, was Jan Melis, die op het atheneum in Antwerpen tot de intimi van Paul van Ostaijen behoorde. Burssens koppelde zijn flamingantische ideeën stilaan aan August Vermeylens adagium "Wij willen Vlamingen zijn, om Europeeërs te worden" en aan Van Ostaijens ambitie om Vlaanderen te ontvoogden. Toen schreef Burssens nog behoorlijk behoudsgezinde poëzie, maar dat veranderde snel. In zijn debuutbundel Verzen (1918) kwam het woord Vlaanderen dan ook al niet meer voor. De nationalist was een internationalist geworden, maar het activisme had hem wakker geschud. Naar collaboratie heeft Burssens nooit geneigd. Dat zou wel een schandalige misinterpretatie van zijn fascinatie ten tijde van de Eerste Wereldoorlog voor een Duitse pre-expressionist als Klabund zijn.

Burssens werd wel een non-conformist. En hij is dat zijn hele leven gebleven. Al moeten we dat enigszins nuanceren: eerst was hij graanhandelaar en vanaf 1938 tot een vijftal jaren voor zijn dood was Burssens zaakvoerder van een zeepziederij. Het was zijn interpretatie van vrijheid, want hij hoefde niet in een ambtenarenbestaan uit de handen van de overheid te eten. Daarom meende hij zijn voormalige collega-activisten, de schrijvers Marnix Gijsen en Wies Moens en de criticus Urbain Van de Voorde de mantel te kunnen uitvegen: "Drie schouwen van fabrieken roken/ De brave mensen roken mee/ En denken altijd twee is twee/ Al zijn ze met z'n drieën/ De mensen zijn gelukkig zie je..." Burssens schrapte deze regels uit French en andere cancan (1935), samen met de bundels Piano (1924) en 12 nigger-songs (1946) voor mijn part een van de absolute hoogtepunten uit de bewogen poëziegeschiedenis van vorige eeuw. In Piano zien we de hand van een dichter die zich ervan bewust is dat poëzie meer is dan sfeerschepping of een instrument om een verhaal te vertellen. Burssens durft te rekenen op klankkleur en op de autonomie van beelden. Belangrijk is ook het maatschappelijke bewustzijn: Burssens vindt dat de mens weinig geleerd heeft uit de Eerste Wereldoorlog en dat hij zich voornamelijk bezighoudt met futiliteiten. French en andere cancan stuitte pas echt op onbegrip van de critici. Hij maakte het de lezers dan ook niet gemakkelijk. Net zoals in de dans uit de titel, liet hij zijn lezers van het ene been op het andere dansen. De ene pagina bevat statige poëzie, de andere staat vol absurde associaties, op de rand van de kitsch. Een heerlijk speelse bundel, waarin Burssens traditionele vormen als het sonnet, de ballade of het lied laat ontsporen, vol cynisme en voor die tijd gewaagde seksuele connotaties. Zulke poëzie was pas echt een kaakslag voor het burgerfatsoen. Hier liet de non-conformist Burssens zijn ware gezicht zien. De 12 nigger-songs van Vidye Kalombo op sonnetten getrokken door Gaston Burssens, zoals de volledige, vermakelijke titel luidt, is een speelse, maar daarom niet minder felle aanklacht tegen de absurditeit van de oorlog. Burssens neemt hier de gedaante aan van 'bezorger' van het werk van de Afrikaanse dichter Kalombo. Belangrijk detail: Kalombo betekent God. En die blijkt niet bestand tegen "atoomlicht als een binnenwaartse zon". Kalombo sterft op het einde. Hij heeft de bom niet horen aankomen. Burssens was zelf een bommenlegger in de Vlaamse poëzie. De groteske poëzie en het proza van Gust Gils, later van Paul Snoek en vandaag van Jeroen Olyslaegers én de speelse vermenging van stijlregisters bij Peter Holvoet-Hanssen, bewijst dat het terrorisme in de Vlaamse letteren gelukkig niet met de wortel uitgeroeid is. Wie Burssens' poëzie nu ter hand neemt, weet waarom we niet gerust mogen zijn.

Paul Demets

Burssens had veel tegen: jarenlang de conservatieve kritiek, die vooral viel voor bedaagde, klassieke verzen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234