Zaterdag 28/01/2023

Een bohémien in BrusselBetty Mellaerts praat met Staf Nimmegeers

Zijn kerk is die van het einde van de wereld. Als een anachronisme staat ze in de Brusselse Nieuwstraat, met de tollenaars voor de deur en de gevallen vrouwen in de zijstraat erlangs. Priester Staf Nimmegeers heeft van deze biechtkerk een bloeiende parochie gemaakt. Over zondaars spreekt hij niet, het is niet dat soort pastoor. Wel over de wanhopige, zoekende, schuldige of angstige mens die bij hem hulp zoekt. Dertig jaar heeft hij geluisterd en raad gegeven, nu wil hij het anders doen. Hij stapt in de politiek. Bij de socialisten, godbetert.

Foto Stephan Vanfleteren

'In mijn jeugd had ik een poppenkast en een cabaretgroep. Ik had publiek nodig, het liefst zoveel mogelijk. Misschien was dat ingegeven door het tekort aan familie, ik ben enig kind. Mijn ouders hadden een winkel in Lokeren. Albert en Julienne, dat zijn daar nog altijd twee begrippen. Mijn moeder was een sterke vrouw, sterker dan mijn vader. Ik voelde me verwant met haar. Zij was een individuele denker, liberaal maar ook sociaal voelend. Mijn vader was commandant bij de vrijwillige brandweer, dat was zijn engagement. Ik had er van een oom of een tante wel eens iets over gehoord, maar tot mijn verdriet heeft mijn moeder me pas in het laatste jaar van haar leven het verhaal van haar en mijn vader in detail verteld. Ze waren een Romeo en Julia-koppel. Mijn moeder kwam uit een rijke, franskiljonse familie, mijn vader uit een arme. Die twee familieblokken stonden tegenover elkaar en toch zijn mijn ouders doorgegaan. Ze waren op elkaar verliefd van toen ze zestien waren en die reusachtige verliefdheid heeft geduurd tot op de laatste dag dat ze samen waren. Ik ben opgevoed in een gezin waar dagelijks geknuffeld werd, mijn ouders liepen elkaar te kussen en te strelen. Er waren ook ruzies natuurlijk, en die waren navenant gepassioneerd, maar er was duidelijk een grote affectieve band.

"Het waren petits bourgeois die naar Brussel naar het theater gingen of op restaurant. Zij gingen veel uit en brachten mij in de wereld. Taboes kenden we niet, mijn ouders waren zeer open. Toen ik er de leeftijd voor had, namen ze me mee naar nachtclubs in Parijs. We kunnen daar nu om lachen, maar vijftig jaar geleden betekende dat nog iets.

"In de familie werd er voor de kerk wel gedoopt en getrouwd en begraven, maar voor de rest was de sfeer erg antiklerikaal. Ik ging bij de broeders naar de lagere school en ieder jaar als ik mijn nieuwjaarsbrief voor mijn doopmeter - van moederskant - moest voorlezen, werd er in de huiskamer bij de zin 'Moge God u zegenen' danig gekucht en gesnoten om die woorden niet te moeten horen. Je begrijpt dat mijn ouders me niet met open armen stonden op te wachten toen ik kwam aankondigen dat ik naar het klooster wilde.

"Het geloof is mij overkomen, psychologisch bekeken misschien zelfs gevoed door de tegenstand van thuis. Vanaf mijn zestiende werkte ik mee aan allerlei radio- en televisieprogramma's en na de humaniora ging ik sociologie en communicatiewetenschappen studeren. Terwijl ik aan mijn verhandeling werkte, kreeg ik de opdracht om voor de televisie een programma te maken over Franciscus van Assisi. Ik bereidde alles goed voor, las veel over hem, was weken weg voor de research ter plaatse en de opnames van het programma. Zijn leven greep me sterk aan en ik vind hem nog altijd een van de grote denkers. Wat hij zegt, is erg puur en hij staat dicht bij het evangelie, wat ook al in zijn tijd kritiek inhield op de kerk. Hij krijgt het gezelschap van Clara, een sterke vrouw, die zegt: 'Heer paus, u mag zeggen wat u wilt, maar mijn geweten gaat voor.' In de veertiende eeuw, il faut le faire! Voor mij stond toen vast dat ik franciscaan zou worden. "Vervuld van Assisi kwam ik per trein aan in Brussel. In de loop van de jaren had ik verschillende vriendinnetjes gehad, maar aan de universiteit had ik een heel serieuze relatie. Op het perron van het Zuidstation stond mijn meisje mij op te wachten met de nodige bloemen en zoenen en met onze respectieve ouders. We zouden gaan eten in de stad, want ik moest vertellen hoe het geweest was. Op weg naar het restaurant nam mijn vriendin me bij de hand en zei: 'Er is iets.' Ik bekende. 'Is er een andere, een Italiaanse?' Ik antwoordde: 'Neen, dat is het niet.' 'Dan zullen we het morgen wel uitpraten', zei ze. Ik heb het etentje uitgezeten, zag haar 's anderendaags alleen en vertelde dat ik naar het klooster ging. Ze kon erin komen. Mijn ouders niet. Mijn vader stuurde mijn vriendin en mij eerst nog op een cruise op de Middellandse Zee. Hij dacht: dat zal hem wel van mening doen veranderen - ik moet er geen tekeningetje bij maken. Maar ik ben bij mijn overtuiging gebleven.

"Iedereen in de familie verstootte mij, ook mijn ouders. Zo open als ze waren, dat was toch een stap te ver. Later is het weer goed gekomen, al blijf je altijd, net als in een touw, voelen waar de knoop heeft gezeten. Mijn vriendin was de enige die me echt heeft begrepen. Zij is altijd achter mij blijven staan en we zijn nog bevriend. Dat is een groot teken van liefde, ik weet het, maar het is dan ook een sterke vrouw. Sterke vrouwen bekoren mij het meest. Met hen kun je praten en zij spreken je al eens tegen."

'Ik wilde een franciscaner broeder worden en midden in de stad met een kleine commune van gelijkgezinde broeders een open huis houden in een arme wijk. In het klooster vond ik drie geestverwanten. Omdat ik door mijn eerdere studie een stuk ouder was, werd ik een beetje de goeroe. Maar de orde was tegen ons idee. De oversten wilden niet dat wij elkaar kozen, ze wilden de kloosterlingen voor de commune zelf aanduiden. Clandestien zijn we er toch mee doorgegaan, als een soort vijfde colonne. We belegden bijeenkomsten in de abdij van Zundert, waar de abt ons gastvrijheid verleende omdat hij vond dat hij ons moest steunen. We verzonnen smoezen om weg te kunnen uit het klooster en om aan geld te geraken voor de verplaatsingen.

"Onze insubordinatie werd bestraft met een grote sanctie. We werden uit elkaar gehaald en moesten onze studies verspreid over Nederland en Vlaanderen voortzetten. Na een tijdje hadden we nog weinig contact met elkaar en het idee van de commune is verwaterd. Tot vandaag spijt het me dat het me niet gelukt is om iets in groep te doen. Ik heb nu een goede equipe van vrouwen en mannen rondom mij, maar een leefgroep in de franciscaanse traditie met wie je je gedachten en alle geld deelt, dat mis ik heel sterk. Het maakt me wel eens triest dat ik hier zit met collega's die heel katholiek zijn en me soms gek vinden omdat ze niet dezelfde bewogenheid hebben die mij drijft.

"Na onze sanctie liet ik me overhalen om theologie te gaan studeren aan de universiteit van Leuven. Ik kwam terecht in het opleidingsklooster van de franciscanen in Vaalbeek, net een burcht, gebouwd in een zeer optimistische bui toen men nog veel roepingen verwachtte. Maar het waren de woelige jaren zestig, de hele maatschappij was in beroering en de katholieke kerk ook. Ik deed aan de universiteit duchtig mee met de rellen, die aanvankelijk voor ons verboden waren maar later zelfs aangemoedigd werden. De wereld ging open, er kwam televisie in huis, seksualiteit werd bespreekbaar en veel broeders zijn toen met hun vriendinnetje vertrokken omdat ze het celibataire kloosterleven niet meer zagen zitten. Op korte tijd werd ons bestand gehalveerd. Een paar verlichte geesten niet te na gesproken wist de franciscaner orde niet in welke richting de gebeurtenissen zouden evolueren. Ik vond het een zeer boeiende tijd en ik herkende mezelf meer en meer in de vernieuwingen van de kerk. De nieuwe catechismus uit Nederland bewaar ik nog altijd als een kostbaar kleinood. Dát was het. Wij verafgoodden Nederland, het katholicisme werd er snel zeer open omdat er eminente theologen zaten die beseften hoe belangrijk die openheid voor de katholieke kerk was. Het heeft niet veel gescheeld of ik was uitgeweken. Helaas heeft de restauratie er later even hard en snel toegeslagen."

'Ik werd priester, maar ontkwam niet aan de legerdienst. Ik werd aalmoezenier en heb vijftien maanden gevaren. Ik, die zo graag praat, heb daar tijdens die lange avonden en nachten op zee leren luisteren. Je maakt zoveel mee: vriendschappen die ontstaan, ruzies door karakters die botsen omdat honderdtwintig mannen die elkaar niet gekozen hebben gedurende weken samenzitten in een besloten ruimte. Het was een wonderbare ervaring die me veel heeft geleerd.

"Toen ik afzwaaide, was het 1972 en had kardinaal Suenens dringend iemand nodig voor zijn programma's bij de radio en de televisie omdat de pastoor die verantwoordelijk was voor het KTRC en KTRO in het huwelijk trad met de presentatrice. Radio en televisie lagen mij, zoals ik nu nog houd van preken, van onderricht geven, van spreken tot de mensen. Als ik mijn teksten van toen herlees, merk ik een vorm van autocensuur, ik herken mezelf er niet in. Dat is geen schande, iedereen evolueert. Maar de programma's waarin ik het voor het zeggen had, waren wel al erg werelds. De onderwerpen waren concreet en sterk sociaal bewogen maar ik benaderde ze vanuit een groot geloof. Met de religieuze talkshow Tussen Staf en mijter haalde ik ineens hoge kijkcijfers. Zo'n groot succes brengt onvermijdelijk jaloezie mee en ook intern vond men dat ik te ver ging. Er kwam een nieuwe baas voor de programma's, die er nu nog is, en tijdens een etentje kregen we zijn maidenspeech te horen. Het zou allemaal anders worden, ik voelde hoe de schroeven werden aangedraaid. Het moest een propagandazender worden voor al wat de kerk aanbelangde. Dat ging in tegen al mijn principes en ik werd er letterlijk ziek van. We zaten in Overijse in een restaurant, ik kreeg een malaise, belde een taxi en ben op eigen kosten naar huis gegaan. 's Anderendaags heb ik beslist om weg te gaan bij het KTRC. Zo is het beestje.

"Sindsdien zeg of schrijf ik niets meer waar ik niet zelf in geloof of achter kan staan en toch heb ik nooit last gehad met mijn oversten. Misschien beschouwen ze me als een verloren geval. Of ze bekijken het opportunistisch: een mooi paradepaardje in onze stal. Ik laat het voor hun rekening. Ik heb in ieder geval kunnen werken zoals ik dat wilde. Ik heb eens indirect aan kardinaal Danneels gevraagd hoe het kwam dat ze me maar lieten doen. Hij antwoordde: 'Jij bent tenminste nog een priester die gelooft.' Dat is waar. En meer nog dan uit geloof heb ik vanuit het evangelie gehandeld. Wat zou Christus zeggen in deze omstandigheden? Dat is mijn referentiepunt. Nu, daarmee zijn alle spanningen niet opgelost. Denk jij dat ik me gelukkig voel als ik op Sicilië zie wat daar allemaal voor religie doorgaat? Of als ik op de radio de stem van sommige pastoors hoor? Dan denk ik: mensen, stop dit, draai muziek of laat het koor doorzingen. Over de praktijken van het oppergezag in Rome heb ik al genoeg uitgeweid in mijn geschriften. Maar ik blijf ervan overtuigd dat de multinational kerk een vuile beek is waar toch nog wat zuiver water door loopt. De dag waarop ik niet meer een sterk kritische maar loyale stem kan laten horen, stap ik eruit.

"Toen ik nog bij het KTRC/KTRO werkte, vroeg de toenmalige deken van Brussel, een hele wijze man, mij of ik op zaterdag niet een paar uur biecht zou kunnen horen. In onze opleiding hadden wij over de biecht nooit iets gehoord. Het was het begin van de jaren zeventig, ik dacht: bestaat dat nog? Maar hij zei: probeer het eens. De Finisterrae was de meest franskiljonse en preconciliaire kerk van heel Brussel. Als ik in mijn radiopraatjes een kerk wou bekritiseren, nam ik altijd het fameuze kerkje in de Nieuwstraat als voorbeeld van hoe het niet zou mogen zijn. Net daar kreeg ik een aanstelling. De toenmalige pastoor was een oud Kongo-missionaris en toen ik hier als hulpje aankwam, zei hij: 'Je n'aime ni les flamands, ni les femmes, ni les noirs ou les autres étrangers. Et on ne sonne pas les cloches pour la messe flamande. Point à la ligne.' In de sacristie was een speciaal kastje met afgedragen gewaden voor de Vlaamse pastoors en met Kerstmis mocht het kindje Jezus in de Franse mis komen maar niet in de Vlaamse. Christelijke opvattingen, wat je zegt, maar daar stond ik.

"Met veel energie en geduld - ik ben dus getraind! - ben ik met iets nieuws begonnen. De biechtstoel heb ik omgebouwd tot een spreekkamer, en in de kerk heb ik onder luid protest van de pastoor maar met de steun van de deken alle heiligenbeelden naar buiten laten dragen. Nu is de parochie een succes. De geborgenheid van het anonieme van de grootstad trekt aan. Mensen die in Brussel werken, lopen binnen omdat het gemakkelijker is om hier te komen praten dan bij hun dorpspastoor. Ik moet niet te veel pluimen op mijn hoed steken, maar het is waar dat het succes of de mislukking van een parochie minder te maken heeft met het instituut kerk dan met de pastoor en zijn medewerkers. Ik zeg hen altijd dat ze zichzelf moeten zijn, het kerkelijke jargon moeten verlaten en echt geïnteresseerd moeten zijn in de mensen. Mensen in nood schieten er niets mee op als je zegt dat God van hen houdt. Jij moet van hen houden, niet om ze ertoe over te halen om naar de kerk te komen of hun kinderen naar een katholieke school te sturen, maar onbaatzuchtig, zodat ze voelen dat er nog zoiets bestaat als gratis geïnteresseerd zijn in iemand. Zo laat je voelen dat God van hen houdt.

"Die gehechtheid zorgt er nu voor dat mijn parochianen ertegen zijn dat ik in de politiek ga. Niet zozeer omdat ik naar de SP.A ga, dat is echt alleen maar zo bij oudere mensen die de roden nog als de vijand zien, maar het is vooral omdat ze, in een egoïstische reflex, vinden dat ik hen verlaat."

'Dat ik door mijn politieke keuze mijn neutraliteit heb opgegeven maakt me inderdaad kwetsbaar, daar ben ik het volkomen mee eens. Mijn beste vrienden hebben me met dat argument een hele vakantie lang proberen te overtuigen om het niet te doen. Ik werd haast ziek van de onzekerheid. Dus heb ik een verantwoording voor mezelf opgemaakt. Er is voor mij geen breuk, er loopt een rode draad van wat ik al die jaren heb gedaan naar wat ik verder wil doen. Ik ben in de kerk nu ruim dertig jaar bezig, op die manier heb ik genoeg gedaan. Ik ben tweeënzestig, laat me het etiket dat ik opgeplakt krijg tijdens de laatste periode van mijn actief leven nu maar dragen. Mij is bovendien gezegd dat ik vrijheid van spreken heb en als ik lees dat de voorzitter in een interview zegt: 'Staf moet zichzelf blijven', dan moet hij niet bang zijn, dat zal ik verdorie doen! Tot blijkt dat ik mij vergist heb en dat het toch niet kan in de SP.A. Dat risico loop ik. Maar eerst moet de kiezer nog beslissen.

"Ik heb in mijn leven al dikwijls keuzes gemaakt, en die hebben me nooit één dag berouwd. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik het moest doen, ook nu. Ik moest naar kardinaal Danneels om hem mijn beslissing mee te delen dat ik in de politiek zou stappen. Na het onderhoud met hem, waarin hij zich heel breeddenkend heeft opgesteld, ben ik op een terrasje gaan zitten op de Grote Markt in Mechelen. Ik heb een koffie besteld en voelde me zalig. Ik wist: dit is het, dit moet ik doen. Zo is het altijd gegaan. Dat mijn ouders echt kwaad op mij waren, was natuurlijk moeilijk, maar ik had iets van: en tóch doe ik het. Met een hardheid waarvoor ik me later bij mijn oude en zieke moeder heb verontschuldigd, mijn vader was toen al gestorven. Zij antwoordde: 'Soms moet je het hard spelen in het leven, wij hebben dat ook gedaan.'

"Spijt heb ik nooit gehad, maar ik heb me wel veel vragen gesteld en ik heb donkere dagen beleefd. Ik heb zes jaar in het klooster geleefd. Ik kan je nog middeleeuwse histories vertellen uit mijn noviciaat, het voorbereidingsjaar van mijn priesterschap, in een klooster in Tielt. Ik sliep op een strozak waar ik de vormen van mijn voorganger nog in terugvond, in een cel zonder verwarming en elektriciteit, met een pij aan en daaronder korte shorts en een hemdje. We hadden er twee: een in de was en een aan je lijf. Dan denk je toch: ben ik nu gek geworden? Wat doe ik nu? Je kunt God wel zoeken, maar als je hem in dat verdomde klooster niet vindt, zie je jezelf tussen die vier muren toch maar rondlopen als een gek in een jurk. Maar toen kwam de grotere openheid. Die heeft me combattief gemaakt.

"Als er nu een donkere dag komt, ga ik 's avonds in de kerk zitten met het duister rond mij en het gebonk van de muziek in de bordelen errond. Ik heb dan geen gebedenboek of een rozenhoedje bij, maar er flitsen stukken psalm door mijn hoofd, literair soms meesterlijke stukjes. Die brul ik dan mee of ik ween erbij, en dat zijn zalige momenten waarbij de bassen van de bars ervoor zorgen dat ik niet in valse mystiek verdwijn. Maar af en toe moet je terug naar je grondinspiratie.

"Ik heb hier gruwelijke verhalen moeten aanhoren, zware geheimen. Je kunt geen kwaad bedenken of het bestaat. Dat heeft zeker in het begin zwaar gewogen, maar door de ervaring krijg je een zekere bekwaamheid. Ik voer ook veel gesprekken met vrienden-psychiaters of therapeuten en ieder jaar ga ik een week lang in therapie om mezelf bij te houden. Ik heb meer geleerd van naar de mensen te luisteren dan zij van mij. Ik weet hoe ingewikkeld het leven tegenwoordig is en hoe eenvoudig het kan zijn als je jezelf en de anderen durft te aanvaarden zoals je bent en zoals zij zijn. Wie dat doet, staat naar mijn opvattingen dichter bij God.

"Ik weet niet wat mensen zich voorstellen bij het begrip sociale rechtvaardigheid, de meesten hebben het goed. Misschien ben ik een beetje misvormd door mijn beroep, maar ik kan er niet naast kijken dat er in ons land echt arme mensen zijn, ondanks het feit dat we zo hoog op de wereldhitlijst staan. Ik zie ook hoe het aantal doodgewone mensen die psychologisch ziek zijn, toeneemt. Met een slogan zou je kunnen zeggen: deze welvaartsstaat is geen welzijnsstaat. Er is enorm veel angst en een toenemend gevoel van eenzaamheid. Mensen ervaren het leven als zinloos, ook jongeren. Er is argwaan en wantrouwen, in mensen maar ook in de toekomst. Die dreiging in verband met Irak, dat zijn kurkdroge berichten op de radio en in de krant, maar mensen zitten ermee. Wie angstig is, is verlamd en vatbaar voor demagogie en vlugge, goedkope oplossingen. 'Het Vlaams Blok moet maar eens aan de macht komen, meneer, om schoon schip te maken.' Dat hoor ik ook regelmatig.

"Al die ervaringen heb ik in mijn columns en boeken proberen op te schrijven, ik heb het in losse flodders verteld op de radio en de televisie en nu hoop ik er in de politiek een groter en publiek forum voor te vinden. Ik ben geen groot theoreticus, ik wil het houden bij erg concrete punten die ik de mensen wil vertellen in een gewone taal die ze kunnen begrijpen. Dat kan een manier zijn om de antipolitiek tegen te gaan. Meneer Verhofstadt heeft heel breedvoerig gezegd dat het slagen van deze regering zal afhangen van het terugdrijven van het Vlaams Blok. Ik denk dat hij dat maar beter inslikt. Ik hoop dat ik mij vergis, maar als het succes daarvan afhangt, vrees ik het ergste. Ik ontvang nu al dagenlang een indrukwekkende briefwisseling. De scheldbrieven die ik vaak naamloos krijg, zijn helemaal in het Blok-jargon opgesteld: dat ik nu het homohuwelijk ga verdedigen, de euthanasie, abortus. Wie zegt dat? Ik heb me over die materies al eerder in mijn boeken uitgesproken, mijn standpunt is duidelijk. Of ze zeggen dat ik de islam opvrij en 11 september ben vergeten. Natuurlijk ben ik 11 september niet vergeten, maar om daar nu een anti-islamitische hetze rond te creëren? Ze hebben ook mijn geheim privé-telefoonnummer opgespoord, hoe is mij een raadsel, en dan roepen ze: 'We zullen je wel krijgen, rode schoft'. Soms maakt het me wat bang, dan denk ik: moet ik geen bodyguard nemen? Maar aan de andere kant moedigt het me ook aan: ze zien in mij een gevaar.

"Tot ieders verrassing heb ik dit jaar de mis gelezen op de IJzerbedevaart. Ik was er nog nooit geweest, ik was er allergisch voor. Maar ik kreeg carte blanche om te zeggen wat ik wou. Ik heb alle teksten gekregen van de voorgaande jaren, die bulkten van uitspraken die mij tegenstonden. Ik heb een heel andere visie op de christelijke leer gebracht en de mensen waren wild enthousiast. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de IJzerbedevaart dat er een applaus kwam na een preek. Nadien werd ik op de brug, waar al de knoestige typen stonden, wel uitgemaakt voor Rode Staf. Maar ik had binnenpretjes, ik dacht: wacht maar, over een week zul je dat pas echt kunnen zeggen!

"Tegen dat extreem-rechtse wou ik een geloofwaardig, progressief front vinden en ik denk dat gevonden te hebben bij de SP.A. Met de klemtoon op de A. Ik geloof niet in het oude volkshuissocialisme. Dat heeft zijn verdiensten gehad, maar er moet iets nieuws en dynamisch komen dat ook de jonge mensen aanspreekt die zich in de politiek verder niet meer herkennen.

"Een oud-prof in Leuven en mijn mentor aan wie ik raad heb gevraagd, heeft het wat polemisch zo gesteld, nadat hij het programma had gelezen: de SP.A is de meest christelijke partij. De openheid die er is, is precies zoals wij nu het christendom zien. Dat vind ik niet terug bij CD&V. Dat is denk ik de enige democratische partij waar ik nog nooit op gestemd heb. Ik heb er van huis uit een tegenzin voor meegekregen, dat zal wel meespelen, maar als je de huidige clerus in Vlaanderen de vraag zou stellen, denk ik niet dat de partij daar hoge toppen scheert. Het is bij de SP.A dat ik mijn bekommernis voor sociale rechtvaardigheid en het geluk van de mensen terugvind. Dat ik een bedienaar ben van de katholieke eredienst bewijst dat de SP.A openstaat voor mensen van alle filosofische overtuigingen. Vorige week had ik een ontmoeting met een vrouwelijke senator van de SP.A die moslim is. Die kennismaking was buitengewoon en we dachten meteen: zouden wij samen geen campagne kunnen voeren? Een man en een vrouw, een christen en een moslim. Dat zou voor Vlaanderen heel wat kunnen betekenen.

"Ik weet het wel, men heeft me ervoor gewaarschuwd dat ik last zal krijgen met mensen die in de partij de klok willen terugdraaien. Er zijn de schandalen en de historische vergissingen van de SP, maar ik ben goed geschoold. Ik zit al jaren in een instituut, de roomse kerk, waar dat ook allemaal is gebeurd. En ze moeten niet denken dat ik als een oud, beduimeld papaatje op het einde van zijn carrière even langskom in de politiek. Ik heb het al eerder gezegd: ik zal veel lawaai maken en als dat niet meer kan, zeg ik: salut, politiek. Ik blijf ook maar één legislatuur. Daarna is het farewell to the arms en vertrek ik, als mijn gezondheid het toelaat, hoogstwaarschijnlijk naar Aqaba in Jordanië, naar een kleine vredige parochie waar christenen helemaal geen pretentie moeten hebben, want ze vormen er een heel klein groepje. Daar zal ik me nog wat dienstbaar proberen te maken en ik zou er willen schrijven, onder andere aan wat we vandaag een beetje begonnen zijn: een autobiografie."

'Uit mijn curriculum blijkt dat ik in mijn leven mijn eigen weg ben gegaan, wat niet altijd zo comfortabel was. Ik schijn nogal een einzelgänger te zijn, wat een zekere eenzaamheid met zich brengt. Ik ben een bohémien. Ik wou wel in een gemeenschap leven, dat was al een zekere tegemoetkoming, maar me inzetten met een groep leken heb ik nooit overwogen. Dan zou ik nog veeleer voor een huwelijk en een gezin hebben gekozen. Dat ik dat uiteindelijk niet heb gedaan, komt omdat ik mijn vrijheid wou hebben. Vrijheid in de katholieke kerk, zul je zeggen? Wel, ik heb er soms voor moeten boksen, maar ik heb ze altijd gekregen.

"Natuurlijk mis je eerst de vrouw in je leven en dan de kinderen en nu de kleinkinderen. Ik heb intussen geleerd die gevoelens te sublimeren. Als ik na een week vakantie in mijn parochie terugkom, zeggen al die affectief hulpbehoevende mensen: je was er niet, weet je dan niet dat je mijn enige vriend bent? Of meer: mijn vader. Dat is pijnlijk voor hen en soms maakt het me wrevelig, maar het doet mij ook deugd. Ik houd van veel mensen, er wordt van mij gehouden. In dit huis wonen af en toe tijdelijk jongens, meestal met problemen, en dan betrap ik me erop dat ik vaderlijke gevoelens voor ze heb. Dan bekommer ik me te veel om hen, trek me aan wat ze doen, ben blij als ze bellen dat ze later naar huis komen. Maar ik kan ze toch niet bij het handje houden?

"Ik heb na al die jaren mijn eigen levensstijl. Ik hou van de mooie dingen des levens, ik ga graag naar een mooie film of een spektakel en ik dans heel graag. Ik ben niet ongevoelig voor erotiek en seks, ik heb dat niet in mij kapotgemaakt. Op vakantie begin ik al eens met een vrouw te praten en dan voel ik dat ik eigenlijk wel iets mis. Tot ze me vraagt wat ik in het leven doe en ik antwoord: curé catholique. Aan haar reactie zie ik dan hoe ze beseft dat er tussen ons misschien wel een affectieve band kan ontstaan, maar dat het er een is zonder verlengstuk en zonder toekomst. Kiezen is ook altijd neen zeggen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234