Dinsdag 06/12/2022

Een blauwe wimpel voor Marseille

'La nouvelle destination en MéditerRanée'. Dat is het motto waaronder Marseille het nieuwe millennium binnentrekt, het derde al sinds de stad niet minder dan 26 eeuwen geleden door de Grieken gesticht werd. Marseille is niet de grootste, wel de oudste stad van Frankrijk. Lode Delputte ontdekte nogal wat raakpunten met Brussel: kosmopolitisch, etnisch erg veelzijdig, volks en tegelijk luxueus, verre van brandschoon maar een lust voor ontdekkers. Frankrijks best bewaarde geheim?

Steden aan de Middellandse Zee zijn er bij hopen. Wat moet een mens in Marseille als hij een paar uur verder in Barcelona terechtkan? Of Nice, de andere kant op? "Ze kénnen Marseille niet", sneert travel consultant Bernadette Murphy. "Le Panier? Zelfs de Marseillais halen er hun neus voor op, terwijl het juist zo'n prachtbuurt is." Bernadette vindt Marseille fantastisch en verkoopt de stad beter dan wie er geboren en getogen is - ze lijkt wel een buitenlander in Brussel. "Zevenenvijftig kilometer kust en een blauwe wimpel voor schoon water. Wie biedt meer?"

We staan aan de voet van Notre Dame de la Garde, het 154 meter hoge Byzantijnse baken dat al sinds eind vorige eeuw de baai en haven overheerst. "Altijd weer krijg je hier een ander kleurenpalet te zien." Aan de horizon, niet zo ver in zee maar wel aan de overkant van een verraderlijke stroming, ligt de Frioul-archipel, een handvol okerkleurige eilanden waarvan vooral If bekend is - van het Château d'If, het slot waar het verhaal van Alexandre Dumas' roman De graaf van Monte-Cristo zich afspeelt. "Pestlijders werden er veertig dagen lang opgesloten. Het woord quarantaine is hier uitgevonden."

We monsteren het azuurblauwe zeewater. Tussen ons en de overzijde van de baai, waar Cézannes geliefde en tegen de wind beschutte dorp L'Estaque tegen een heuvel aanrust, glijden gracieuze veerboten voorbij. Ferryterranée, Compagnie Tunésienne de Navigation, Corse Maritime... Zonovergoten reuzenletters die vervolgens vager worden, verdwijnen in de richting van Ajaccio, Tunis of Tanger. Landinwaarts ligt de stad, als een theater waarvan de bühne, beneden, de oude haven is. Aan weerszijden van de haveninham prijken oude forten, Saint-Jean en Saint-Nicolas. "De rotsen waarop ze gebouwd zijn hebben ze stuk voor stuk voorbij zien komen", filosofeert Bernadette voor zich uit, "Grieken, Feniciërs, Romeinen en Carthagers, maar net zo goed Marcel Pagnol. Marseille, c'est la doyenne des villes françaises."

Binnen in de Notre Dame slaat de duisternis je om het lijf. Af dus die zonnebril, dit is een andere, een koelere wereld. Kaarsvet- en wierookgeuren zijn doordringend genoeg om strenge kostschooltijden voor de geest te halen, maar er zitten ook leuke kantjes aan: taferelen uit het maritieme leven, zelfgeschilderde zeelandschapjes die als ex-voto's dienst doen, aan het plafond hangende modelbouwvliegtuigjes, blauwwitte wimpels van Olympique Marseille, legerhelmen, medailles, postkaarten met daarop 'Vive la Kabylie!' of spullen die ooit een of ander lid van het Vreemdelingenlegioen hebben toebehoord. En daar staat de Marseillaan dan, onder tonnen mozaïeken en bladgoud, net niet luidop prevelend, door en door Latijns, ongegeneerd katholiek, kruisen slaand en knielend.

Het heeft bijna iets Zuid-Amerikaans, die combinatie van godsdienst en volksheid, van Onze-Lieve-Vrouw en voetbal, van nietsdoen en claxonneren. Bijna de hele twintigste eeuw lang stagneerde Marseille, de onafhankelijkheid van Marokko en Algerije deed ook weinig goed. Tienduizenden pieds-noirs (gewezen kolonialen uit die Noord-Afrikaanse landen) vestigden zich in de stad. Omdat de natuurlijke band met de Maghreb afgesneden was lag de haven er lethargisch bij en scheerde de werkloosheid hoge toppen. Het ooit zo trotse Marseille, dat zijn naam zelfs aan de nationale hymne schonk, belandde in de kelders van het Franse chauvinisme, ver van Parijs, als tweede stad knokkend om niet door Lyon te worden bijgebeend. "Maar dat was vroeger", maakt Bernadette zich sterk. "En vroeger is voorbij."

MADE IN MARSEILLE, zo staat het in gigantische drukletters te lezen. Wie vanuit het centrum zeewaarts rijdt, over de Corniche, zoals de strandboulevard hier heet, kan er niet naast kijken: een megamuurschildering waarop stervoetballer Zinedine Zidane prijkt. De maghrebijn, groot geworden bij Olympique Marseille, heeft het sinds de Wereldbeker van 1998 helemaal gemaakt en is het gezicht van de stad geworden - samen met die andere allochtonen, de jongens van rapgroepen als NTM of Massilia Sound System. "Dat is het nieuwe Marseille", verzekert mijn gids. "Een plek voor jonge mensen waar het heerlijk uit de bol gaan is, maar net zo goed een luxe resort. Als je eens wist welke sterren hier allemaal een jacht voor anker hebben liggen."

Luxe die haar wortels in het volkse vindt, het komt wel vaker voor. Zo is de bouillabaisse van armenkost naar gastronomisch neusje van de zalm geëvolueerd. Met haar miniplooirokje, hoge hakken, zonnebankbruine huid, felle make-up, geperoxydeerde haren en gouden armbanden en oorbellen ziet de gastvrouw van Chez Fonfon (met één ster in de rode Michelin!) in het haventje van Vallon des Auffes, een van de 111 dorpen waaruit Marseille is ontstaan, eruit als een verbeterd viswijf - n'en déplaise - maar de bouillabaisse die ze je voorschotelt heet de beste van de hele stad te zijn. Het is dan ook reserveren geblazen voor wie 's middags bij haar wil dineren. In een mengsel van olijfolie, water, look en kruiden worden stukken vis gekookt (rascasse, grondin, galinette, pageau, baudroie, loup en rouget). Bouillon en vis worden vervolgens apart geserveerd, met hompen brood en een glas Côte de Provence - Château Calissane uit Lançon bijvoorbeeld. Om het helemaal volgens de regels van het spel te doen, moet ruim vooraf wel een pastis of een Ricard gedronken worden. Made in Marseille - ook die.

Doorkruis de stad met de auto en je krijgt een indruk van chaos. HLM's (sociale woningen) staan ongegeneerd naast fraaie negentiende-eeuwse woonblokken, voetgangers rennen voor hun leven als ze de Canebière uitgerekend dáár oversteken waar het allerminst kan, talloze scooters wurmen zich een weg door het verkeer - soms waan je je in Napels of Palermo. De harmonie die de Zwitserse architect Le Corbusier met zijn vlak bij zee gelegen Cité Radieuse voorstond, is elders in de stad ver te zoeken.

"Architecten uit de hele wereld laten zich op de wachtlijst zetten om ooit een keer in de Cité Radieuse te kunnen wonen", weet Bernadette Murphy. "Het is dan ook een fan-tas-tisch bouwsel. Je moet er maar mee voor de dag komen, in 1945." Van de pijlers beneden tot het dakterras helemaal boven, de Cité Radieuse, het enige gebouw van wat een hele stadswijk had moeten worden, ademt modernisme uit. Alle driehonderdvijftig flats zijn over twee verdiepingen verdeeld en het bouwwerk is zo ontworpen dat het helemaal aan de menselijke proporties beantwoordt. Er bevinden zich een school in, een crèche, een winkelgalerij en een gymnasium. Wellness was Le Corbusiers hoofdzorg, zoveel is duidelijk, maar aan de art de vivre van de Marseillanen waren zijn creaties niet aangepast. Ze noemen het cultgebouw overigens la maison du fada, het huis van de zot.

Trendy, Marseille? Als stadsvernieuwing daarvoor de maatstaf is, begint het erop te lijken. In de te klein geworden haven worden oude pakhuizen - Les Arcenaulx, met boekhandel, restaurant en kunstgalerie is een mooi voorbeeld - druk gerestaureerd tot woon-, winkel- en kantoorruimte. Als ook filmregisseurs de stad als decor gaan kiezen, zit het helemaal snor. Dankzij Marius en Jeannette van de in L'Estaque geboren regisseur Robert Guédiguian hebben de Fransen Marseille massaal herontdekt. Taxi van Luc Bresson heeft mischien nog wel méér goed gedaan. In verhouding tot haar inwonertal heeft de metropool ook het hoogste theater-, concert- en filmaanbod van Frankrijk en het nachtleven heet bruisend - wat we makkelijk willen geloven. "Ici, les gens n'en foutent pas une, het zijn luieriken", snoeft een Parijzenaar in mijn hotel. "Marseille haast zich nog steeds niet om zich aan de buitenwereld te tonen", geeft ook Bernadette toe. "Alsof de stad zich hoegenaamd niets gelegen laat liggen aan de slechte reputatie die ze jarenlang gehad heeft. En toch... Ík ben er spoorslags verliefd op geworden."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234