Donderdag 17/10/2019

Een beurs gevoel

Het zomert te Brussel. Of toch zo goed als. Omdat ik eens ergens op een asbak gelezen heb dat de mens een diersoort is die in de warme maanden tijdelijk zijn nest moet verlaten, besloot ik om nogal onverhoeds samen met enkele dierbaren op een boot te kruipen die ons in nauwelijks één uur tijd van hartje Brussel tot in het betere deel van Vilvoorde zou brengen.

Dat werd een fijne reis. Onderweg hadden we weliswaar geen uitzicht op de Mont Blanc, en ook de Eiffeltoren dook niet echt op in ons blikveld, maar dat werd toch ruimschoots goedgemaakt door een kikkerperspectief richting Thurn & Taxis, door meer dan een glimp van het Atomium en het fijne besef dat onze hoofdstad behalve van alles anders toch ook een beetje een havenstad is.

Op de waterbus naar Vilvoorde bestond het personeel die ochtend uit niets dan aardige mensen en werd op eenvoudig verzoek zelfs een aanvaardbare pot koffie gezet.

Eens op de bestemming aangekomen, bleken de mogelijkheden tot ontspanning schier onuitputtelijk. We konden kiezen tussen wandelen door het groener dan groene domein De Drie Fonteinen, een stuk van een paard opeten bij De Kuiper of een streekbiertje door ons keelgat gieten op het terrasje als dat van Café Luminor aan de Grote Markt. Omdat de dag van ons bezoek zich dicht bij het begin van de maand bevond, kon Bruintje het nog wel trekken en besloten wij dan maar aan alle drie van de uitspattingen deel te nemen.

Als u toevallig over groupie-genen beschikt, hebt u misschien geluk en passeert er langs uw terras op de Markt wel een regelrechte BV. Want door een speling van het lot, en de aanwezigheid van enkele grote mediabedrijven in de buurt, ligt het aantal BV's per vierkante meter in de stad Vilvoorde toch altijd net iets hoger dan in pakweg Zoerle-Parwijs. Ooit ben ik er drie uur blijven zitten in de hoop dat VTM-anker Elke Pattyn zou langslopen, maar uiteindelijk was de beloning voor mijn geduld slechts een korte passage van de weerman genaamd Eddy De Mey!

Nog een bummer: waar die plezierboot in Brussel vertrekt, bij de Citroëngarage aan het Saincteletteplein, is het Kanaal Brussel-Schelde weinig meer dan een open riool. Een plek waar een fauna en flora bestaande uit dode vissen, met smurrie gevulde petflessen en een collectie plastic zakken die het hele Belgische supermarktenlandschap aardig in kaart brengt, niet echt voor het opbeurende zicht zorgt waarmee wij graag een dag beginnen.

Smerige topartikelen

Het enige wat mij in dit leven eigenlijk interesseert, is schoonheid. En die is in de stad waar ik woon natuurlijk ruim voorhanden. Alleen moet je er af en toe wel eens naar zoeken. En dan is het vooral hopen dat u niet al te zeer op het openbare vervoer aangewezen bent en al zeker niet in metrostation Beurs terechtkomt. Dat is in de praktijk een bunker van wel twee voetbalvelden groot waar u, als u geluk hebt en er de nacht tevoren niet te veel gekotst werd, in een welriekende dreef ellende terechtkomt die verdacht veel naar pis en kak ruikt, wat wellicht komt omdat de overwegende geur daar inderdaad afkomstig is van pis. En kak.

Ik zou het liever anders hebben, lezer, en ik zou u graag verblijden met het goede nieuws dat de traditionele media schromelijk overdrijven in hun berichtgeving over de verregaande verloedering van station Beurs, maar ik kom er vrijwel dagelijks en ik kan niet anders dan u melden: het is allemaal waar.

En het is allemaal nog erger dan u denkt. Behalve diverse soorten uitwerpselen, zijn de andere topartikelen die Metro Beurs in de aanbieding heeft ook nog: injectienaalden, gebruikt maandverband, glasscherven en lallende dronkaards die kinderen bang maken en oudere mensen nog banger. Ik krijg er een waarlijk beurs gevoel van telkens ik erdoor loop en als u niet weet wat ik daarmee bedoel, probeer dan eens een verklarend woordenboek.

"Iets voor de politie!", zegt de Maatschappij voor Inter-

communaal Vervoer van Brussel. "Iets voor de politiek!", zegt de politie. "Iets voor de mensen!", zegt de politiek. "Ze maken altijd alles vuil!"

Het zal mij duizendmaal Conchita Wurst wezen wie verantwoordelijk is voor deze al jaren aanslepende janboel. Ik alvast niet. Zeker omdat ik bijna dagelijks aan buitenlanders moet uitleggen hoe ze het station in of uit moeten. Hoe ze de bijzonder onhandig verstopte ticketmachines moeten vinden en bedienen. Waarom de roltrappen bijna nooit werken. Waarom er nooit een personeelslid van de MIVB aanwezig is in een van de grootste metrostations van de stad. Waarom je er geen krant kunt kopen. Waarom de toiletten het al jaren niet meer doen. Waarom niemand ook maar één fuck geeft om wat voor soort halfleven zich onder dat intussen wereldvermaarde Beursplein afspeelt. Waarom het niemand wat kan schelen hoe hard dit soort rotplekken het toch al zo erg geblutste imago van deze stad schaden.

"Het komt goed tegen 2019", hoorde ik iemand van het stadsbestuur zeggen.

En ik denk dan: dat zal wel.

Misschien komt er dan zelfs een Starbucks. Ook pis en kak, dus.

Misschien zou een studiereis naar Stockholm of Berlijn ook al wat kunnen helpen qua wat een centraal metrostation in een grootstad zoal kan zijn: een plek waar je zowel bloemen kunt kopen als batterijen voor je gsm, waar je een ouderwetse brief kunt versturen of wat uitleg kunt krijgen over het vervoersnet van die stad, waar je wat kunt zitten rusten op een bank, met iemand kunt afspreken of een papieren krant kunt kiezen. Niets van dat alles in Metro Beurs. Alleen de dood in de pot staat daar dagelijks op het menu.

Mijn raad is: blijf er weg, maar blijf wel naar Brussel komen.

De muze van Leonard Cohen

Het enige wat mij in dit leven eigenlijk interesseert, is schoonheid.

Of schreef ik dat al? Zo ja, dan is dat omdat ik u niet genoeg op het hart kan drukken hoe kunst ons uit het moeras kan trekken waarin wij door middelmatige leiders, door met machetes zwaaiende gekken, door algemene verdommunicatie in terechtgekomen zijn. Schoonheid en liefde: er is niets anders.

Daarom dat ik ook zo ontroerd werd door een berichtje dat eerder deze week een hoekje van deze en andere kranten haalde. Namelijk dat Leonard Cohens muze Marianne Ihlen na 81 jaren in dit leven naar de eeuwige jachtvelden was vertrokken.

Zij was een bijzondere, mooie, intelligente en gevoelige vrouw waar behalve Cohen zelf ook alle andere mannen van mijn leeftijd stante pede verliefd op geworden zijn toen zij zich in 1969 diens tweede lp Songs From a Room aanschaften en die hoes ook maar even omdraaiden. Daar zag je dan een in het wit geklede engel achter een gammel bureautje zitten, met daarop een tikmachine van het soort dat schrijvers in het pre-laptoptijdvak overal met zich meesleepten, de wereld rond, en dat deze keer dus was terechtgekomen op het Griekse eiland Hydra, niet meer dan een stip in de Egeïsche Zee.

Net voor ze stierf, schreef Cohen haar nog een brief: dat hun lichamen oud en moe waren nu, dat ze het toch goed gehad hadden samen, dat hij haar binnenkort zou volgen naar waar ze straks zou vertrekken. En wellicht wilde hij gewoon, zoals 47 jaar geleden, nog altijd gewoon 'so long, Marianne' zeggen en kon hij het nog altijd niet. En omdat hij te zeer een heer is om zichzelf te citeren, doe ik het maar:

'So long, Marianne, it's time that we began/

To laugh and cry and cry/

And laugh about it all again'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234