Donderdag 09/12/2021

Een beroemd eenzaamjongetje

Lennons krankzinnige onrustigheid bleef duren tot hij in therapie ging en inzag dat drugs en transcendentale meditatie hem geen stap verder zouden helpen. Na de geboorte van zijn tweede zoon werd hij zelfs een voorbeeldige huisvader, maar de muze kroop waar ze niet gaan kon. Samen met Yoko maakte hij Double Fantasy, een comebackplaat die onrechtstreeks ook zijn dood zou betekenen.

“Mensen praten erover alsof dit het einde van de wereld is”, merkte John Lennon op toen hij in september 1969 beslist had uit The Beatles te stappen, “terwijl het alleen maar een rockgroep is die uit elkaar gaat.” Vier maanden later, ter ere van het begin van Year One for Peace, zoals Yoko en John 1970 noemden, lieten ze zich samen kaal scheren en begonnen ze aan een nieuw leven. John wou kappen met zijn verleden, maar één ding bleef steeds verder malen in zijn hoofd, de ongezonde seksuele verlangens die hij voor zijn moeder had gekoesterd en de spijt die hij bleef voelen dat hij nooit met haar had kunnen vrijen. In maart bracht de postbode een pakketje, een boek zo bleek, The Primal Scream: Primal Therapy, the Cure for Neurosis. De auteur had het naar een schare beroemdheden gestuurd in de hoop er een paar citeerbare opmerkingen aan over te houden en vond in John meteen een geïnteresseerde. “Kijk”, riep hij naar Yoko, “dit gaat over jou”, daarmee verwijzend naar de opmerkelijke zangtechniek van zijn vrouw. Toen hij er echter in begon te lezen merkte hij al gauw dat het meer iets voor hemzelf was.

Schreeuw als therapie

De auteur Arthur Janov beweerde immers dat vrijwel elke vorm van neurotisch gedrag voortkwam uit jeugdtrauma’s. Volwassenen die als kind de basale, schreeuwende behoefte aan liefde, veiligheid en aandacht was ontzegd, hadden de neiging die herinneringen te onderdrukken en dat gemis te compenseren door de geneugten van volwassenheid, beroemdheid, rijkdom of seks. Zolang de oude, onvervulde behoeften werden onderdrukt, bleef hun gedrag onecht en waren ze gevoelig voor allerhande vormen van neurose. Zijn primal scream-therapie voerde de patiënt terug naar zijn jeugd om hem te confronteren met zijn verdriet zodat hij dit los kon laten. Toen John het boek uit had, wou hij bij Janov in therapie. Hij belde de man op in Californië en nodigde hem uit bij hem thuis in Engeland. Na eerst bezwaard te hebben dat hij nog andere patiënten had aan wie hij moest denken, kwam hij uiteindelijk toch af naar Johns landgoed Tittenhurst Park en trof daar een psychisch wrak. “Hij had zoveel verdriet”, vertelde Janov over hem, “dat had ik nog nooit eerder meegemaakt. Hij was bijna nergens meer toe in staat. Hij kon zijn huis niet uit, hij had er zelfs moeite mee zijn kamer te verlaten. Hij had geen verdedigingsmechanisme, hij stortte in, hij was gewoon één grote brok pijn. Dit was iemand die door de hele wereld werd bewonderd, maar dat veranderde dus niets aan de zaak: ondanks al die roem en rijkdom en bewieroking zag je alleen maar een eenzaam jongetje.” Door de therapie, die bestond uit lange gesprekken met Janov, nog veel langere huilbuien en af en toe een oorverdovende schreeuwsessie, ging John inzien dat al zijn geëxperimenteer met drugs en goeroes in feite niet meer was geweest dan een zoektocht naar verlossing uit zijn kinderverdriet. Dit school diep in hemzelf, zo wist hij nadien, en kon dus niet verlicht worden door lsd of het gezwijmel van een Maharishi. De meeste mensen kanaliseren hun verdriet naar god, masturbatie of de droom dat ze het zullen maken, zo besefte hij, terwijl het veel gezonder was om de realiteit onder ogen te zien.Tijdens het afsluitende deel van de therapie wist John zijn ellende om te buigen tot een eruptie van creativiteit, met het album John Lennon/Plastic Ono Band als gevolg, zijn eerste soloproject. Het openingsnummer ging meteen naar de kern van zijn ellende en heette dan ook toepasselijk ‘Mother’. Het was een onbedekte beschuldiging aan het adres van zijn ouders, die hem, zo meende hij, in de steek hadden gelaten. “Mother, you had me, but I never had you”, zong hij bijvoorbeeld, gevolgd door “Father, you left me, but I never left you”. In de song legde hij zijn problematiek bloot, om te eindigen met een bijna eindeloos herhaalde paniekkreet: “Mama, don’t go... Daddy, come home!” Het hele album werd getekend door eenzelfde mengeling van zich ontladende woede en verschrikkelijke kwetsbaarheid.

Fietsen in New York

Aan een eerder huwelijk met de cineast Anthony Cox had Yoko een dochtertje overgehouden, Kyoko. Na de echtscheiding was het meisje toegewezen aan de vader, maar omdat die verwikkeld raakte in allerlei sektes en goeroegemeenschappen, waarbij hij het kind nogal verwaarloosde, diende de moeder klacht in. De rechter herzag daarop de toewijzing, waardoor Yoko haar dochter terugkreeg, met als voorwaarde dat het kind in Amerika zou opgroeien. Een verhuis naar de VS drong zich dan ook op, en aangezien John niet langer in staat leek te leven zonder Yoko, ging hij mee, wat het definitieve afscheid van zijn geboorteland betekende. Yoko nam hem mee naar New York en leerde hem de stad te appreciëren. Ze kochten een fiets en samen verkenden ze de wijken die zij nog kende uit het begin van haar artistieke carrière. John werd er relatief gelukkig, ook al zou zijn subversieve gedrag, dat volgens de Amerikaanse autoriteiten begonnen was met het album Two Virgins, waarop John en Yoko naakt poseerden, ervoor zorgen dat hij niet in aanmerking kwam voor een definitieve verblijfsvergunning. Wat hem heel wat kopzorgen opleverde. Hij wou niet liever dan een green card, waar hij officieel ook recht op had aangezien hij een creatief kunstenaar was die een meerwaarde betekende voor de Amerikaanse maatschappij, zoals het in de voorwaarden stond, maar het Nixonregime zag in hem staatsvijand nummer één, waardoor alle procedures gedwarsboomd werden.

Dronken covers

Toen John en Yoko vier jaar getrouwd waren, werd het de Japanse te machtig. Ze was het beu om door de wereld verrot gescholden te worden omdat zij de oorzaak zou zijn van het einde van The Beatles. Niemand zag haar nog als de kunstenares die ze wou zijn, maar wel als de vrouw van John Lennon, die af en toe wat liefhebberde op artistiek vlak zonder daarbij potten te breken. “Mijn carrière was geruïneerd”, zei ze later, “en mijn waardigheid als persoon was helemaal verdwenen.” Bovendien kreeg ze het steeds moeilijker om aan Johns seksuele honger te voldoen. Soms zei ze nee, andere keren gaf ze schoorvoetend toe, maar veel lol had John er niet aan. “Je lijkt wel zo’n victoriaanse dame”, verweet hij haar dan, “je ligt daar maar en denkt aan Engeland.” Misschien moest hij er maar eens uit, stelde Yoko voor, en ze zou het helemaal niet erg vinden als hij er een paar scharrels langs de zijkant op na hield, maar John was zich van geen kwaad bewust. Uiteindelijk kreeg ze hem zo ver dat hij voor twee weken naar Los Angeles zou gaan, samen met May Pang, de 22-jarige Chinees-Amerikaanse die hun assistente was geweest nog voor ze naar Amerika verhuisden. “Oh nee, niet May!”, speelde John netjes zijn rol, zodat Yoko niet zou vermoeden dat hij al lang een relatie met haar had.

Lennon meets McCartney

Los Angeles werd een ramp. Hij kende er niemand, May Pang bleek toch niet zo makkelijk als gedacht en Yoko wou hem niet meer terug. Iedere dag belde hij haar en telkens zei ze hetzelfde: dat hij nog niet klaar was om terug te komen en dat hij nog een beetje diende te veranderen. En dat deed hij, hij zette het op een zuipen dat het geen naam meer had. Op een bepaald moment kreeg hij het idee dat hij een plaat met covers van songs uit zijn beginjaren moest opnemen, wat ook echt gebeurde, alleen was op de opnames zo goed te horen dat hij constant dronken was, dat er nadien niet veel mee aan te vangen viel. Maar het was ook een tijd van nieuwe ontmoetingen en het onderhouden van oude contacten. Zo kwam hij er bijvoorbeeld onverwacht oog in oog te staan met Paul McCartney en zijn vrouw Linda. De twee begroetten elkaar alsof er nog nooit een kwaad woord tussen hen gevallen was en toen John het weekend daarop een strandfeest gaf in zijn huis in Santa Monica nodigde hij het stel uit. Tijdens een jamsessie speelde John gitaar en Paul drums en zongen ze nog een keer samen in een fantastische, bitterzoete harmony. Er waren zo’n vijftig gasten op het feest en zij waren de getuigen van het laatste gezamenlijke optreden van Lennon en McCartney.

Nog één keer op het podium

Een andere grootheid waarmee John in contact kwam in LA was Elton John, dé popsensatie van het moment. Hij was het gezicht van de glamrock, zag er met zijn grote bril en flashy kleren uit als een tweedehandse Liberace, maar wist John te imponeren met zijn virtuoze pianospel en zijn uithoudingsvermogen. Een optreden van hem duurde immers tweeënhalf uur, terwijl The Beatles meestal al na 25 minuten de plaat hadden gepoetst. De twee konden zo goed met elkaar overweg dat Elton John zelfs de back-upvocal zong op ‘Whatever Gets You Thru the Night’. Die song werd op single uitgebracht en Elton kreeg John zo ver dat hij beloofde het nummer live met hem te zullen spelen als het de eerste plaats in de hitlijsten bereikte, wat het tot Johns afschuw ook deed. Het was inmiddels meer dan twee jaar geleden dat hij nog op een podium had gestaan en veel zin om er nog eens op te stappen had hij niet, maar belofte maakt schuld. Op 28 november 1974 speelde Elton John in Madison Square Garden. Toen het concert ongeveer twee derde ver was, riep hij John het podium op en deze speelde drie songs, ‘Whatever Gets You Thru the Night’, ‘Lucy in the Sky with Diamonds en ‘I Saw Her Standing There’, een song die op het allereerste Beatlesalbum stond. Op voorhand was uitgelekt dat John die avond zijn comeback zou maken en van over de hele wereld waren fans speciaal voor die drie nummers overgevlogen naar New York. Ook Yoko was aanwezig op wat het laatste optreden van John Lennon zou worden, ook al wist hij dat niet op voorhand. Nadien spraken ze urenlang met elkaar, wat een eerste stap zou vormen naar de uiteindelijke hereniging een paar maanden later.

Bijgelovige huisman

Op 9 oktober 1975 werd hun zoon Sean geboren, wat in het leven van John en Yoko een hele ommekeer teweegbracht. Voortaan zou hij zich ontpoppen als huisman - “Dat zal in de toekomst normaal zijn”, zei hij, “en ik vind het fijn dat ik ook daarin het voortouw heb genomen” - en zich voor de volle 100 procent inzetten voor de opvoeding van zijn zoon. Hij begon macrobiotisch te koken, zong slaapliedjes voor het uk en zei de muziekwereld en al zijn oude vrienden vaarwel. Samen met Yoko maakte hij de afspraak dat hun artistieke carrière in het verleden lag en dat zij zich voortaan zou bezighouden met het beleggen van hun kapitaal. Yoko kocht kunst, een Egyptische mummie waarvan ze zeker was dat zij die geweest was in een vorig leven, en vooral heel veel kleren, wat Elton John, inmiddels een huisvriend en de peter van Sean, verleidde tot het schrijven van de persiflage “Imagine six apartments/It isn’t hard to do,/One is full of fur coats/The other’s full of shoes.” Leidraad bij al die activiteiten was tarot, astrologie, numerologie en wat er al niet meer bestond aan bijgeloof in die tijd. John en Yoko kwamen de deur niet uit zonder hun royaal betaalde toekomstvoorspeller geraadpleegd te hebben, en ze volgden nauwgezet het parcours dat hij via de numerologie berekend had.Nadat John tijdens een boottochtje in de Bermudadriehoek op het nippertje ontsnapt was aan de dood laaide de artistieke vlam toch weer op. Hij schreef de ene song na de andere en aangevuld met evenveel nummers van Yoko leverde dat Double Fantasy op, een plaat die zijn definitieve comeback leek te zullen inluiden. Voor de fans was Double Fantasy een hebbeding, maar de rest van de wereld keek er toch maar een beetje op neer. Inmiddels was het 1980 geworden. The Sex Pistols, The Stranglers, the Damned, The Vibrators en The Slits maakten het mooie weer en de zoetgevooisde melodietjes van John en Yoko staken daar maar schrilletjes tegen af. In de muziekpers kreeg Double Fantasy enkele meedogenloze recensies. Melody Maker schreef dat het album “stonk naar zelfvoldane steriliteit” en vatte het samen als “een godsgruwelijke geeuw”, maar desondanks haalde het zonder enige moeite nummer één in de hitlijsten, net zoals de single ‘(Just Like) Starting Over’.

Verraden idealen

Tijdens een bezoek aan Japan een paar jaar eerder was het Yoko opgevallen hoezeer de levensloop van John op die van haar overgrootvader Zenjiro leek, in zijn tijd de bankier van de keizer. Ook hij had een maatschappelijke status bereikt die te vergelijken was met die van een popster eind jaren zeventig. Wat Yoko echter niet wist, was dat de gelijkenissen nog veel verder gingen. Beiden kwamen uit het noorden van het land, waren muzikant en dichter, verdienden ongelooflijk veel geld, werden door massa’s mensen bewonderd en eisten dat hun kleine maar dynamische vrouw hun volwaardige partner was. Ze waren zelfs op dezelfde dag jarig. “Dat ben ik in een vorig leven”, merkte John lachend op, waarna Yoko hem ernstig vermaande en zei: “Dat mag je niet zeggen, hij is vermoord.” Maar ook dat zou uiteindelijk een gelijkenis blijken.John en Yoko waren eraan gewend geraakt dat er voor hun appartement in The Dakota, aan West 72nd Street naast het koperen wachthuisje, altijd wel een paar fans stonden. Meestal waren die met een handtekening of een foto tevreden, maar op 8 december 1980 kregen ze met een lastiger klant te maken. Mark David Chapman was een mollige man van 25. Hij was een typische nerd, op school vaak gepest maar niet bijzonder. Hij keek enorm op naar John, experimenteerde met lsd en trouwde zelfs met een oudere Japans-Amerikaanse vrouw, net als zijn idool. De comeback van John had de liefde van Mark Chapman echter doen omslaan in een rabiate haat. Doordat hij grote huizen en dure luxeartikelen kocht, had hij volgens Chapman de idealen van The Beatles verraden. Naast John had Chapman nog een andere obsessie, Holden Caulfield, de held uit Salingers The Catcher in the Rye. Hij geloofde dat wanneer hij John zou vermoorden, hij opnieuw Holden zou worden en in het boek zou kunnen stappen. Wat al die numerologen en toekomstvoorspellers niet gezien hadden, was dat Chapman al vanaf 6 december rond de ingang van The Dakota hing. Hij had een exemplaar bij van Double Fantasy en van de Playboy waarin een lang interview met John stond. Toen John op 8 december in zijn auto stapte, duwde Chapman hem de plaat onder de neus, waarop het idool er zijn handtekening op zette. Hij reed naar de studio waar hij een hele dag werkte aan ‘Yoko’s Walking on Thin Ice’, een song die oorspronkelijk voor Double Fantasy was bedoeld maar die op de opvolger Milk and Honey zou komen. Rond halfelf stopte hij met werken en stelde Yoko voor dat ze iets zouden gaan eten. John wou echter eerst thuis langs om Sean een nachtzoen te geven. Van zo gauw zijn limousine voor The Dakota stopte en hij uitstapte, zette Chapman een stap naar voor en riep zachtjes: “Mr. Lennon”, waarna hij een 38 kaliberpistool tevoorschijn haalde, het met beide handen vastnam, een geknielde gevechtshouding aannam zoals dat in politiefilms te zien is en vijf keer vuurde. John wankelde de trap op naar het portiershuisje en zeeg toen neer. Mark Chapman ging rustig tegen de muur geleund The Catcher in the Rye lezen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234