Woensdag 07/12/2022

Een belofte aan de doden

'Ik was een ontworteld Argentijns jongetje, een Amerikaan die met alles in mij Chileen probeerde te worden'

Cees Zoon / foto's Wim ruigrok (de volkskrant) Ariel Dorfman, de stem van de Chileense ballingen

'Zullen we ruilen, Claudio? Ik heb nachtdienst op maandag, maar zondag komt me beter uit.' Aan die twee banale zinnetjes hebben we uiteindelijk Heading South, Looking North te danken. Want Claudio accepteerde het voorstel van zijn vriend en collega Ariel Dorfman, een geste die hij met de dood bekocht. Dorfman ontsprong daardoor de dans en kon vijfentwintig jaar later de verwisseling tot een van de sleutels van zijn autobiografie maken.

Dat ik deze geschiedenis vertel, dat ik haar kan vertellen, komt doordat iemand vele jaren geleden in Santiago de Chile stierf in mijn plaats", luidt de openingszin van het boek. Op dat bewuste moment, op 11 september 1973, zou hij zijn levensverhaal eigenlijk willen beginnen. Het hakte zijn leven in tweeën, gaf hem als het ware een nieuwe start, maar in die extra tijd zouden twee onoplosbare problemen in zijn hoofd blijven rondzoemen: het schuldgevoel van de overlevende en de vraag 'Waarom ben ik ontsnapt? Waarom leef ik nog?'

Ariel Dorfman werkte in het Moneda-paleis in Santiago, als adviseur Culturele en Mediazaken van Fernando Flores, de rechterhand van president Salvador Allende. Een paar maanden eerder had hij de functie aanvaard, op het moment dat de regering al sterk ondermijnd was. 'Een waanzindaad', maar hij voelde zich verplicht. De adviseurs brachten om beurten de nacht door in het paleis om bij alle eventualiteiten direct alarm te kunnen slaan, een teken dat de regering van Allende het ergste vreesde.

Dorfman had in het paleis moeten zijn op de ochtend van de elfde september 1973, toen generaal Pinochet zijn troepen de straat op stuurde, zijn Hawker Hunters bommen liet gooien op het Moneda-paleis en de staatsterreur tot de nieuwe norm in Chili verhief. Maar hij had dus geruild met Claudio Gimeno, en hoorde het nieuws van de staatsgreep thuis.

"Ik had de eerste berichten over troepenbewegingen zelf onder ogen moeten krijgen", schrijft hij. Maar een tweede speling van het lot hield hem daarvan weg. Tientallen collega's die die nacht evenmin in het paleis doorbrachten, waren inderhaast opgetrommeld met de mededeling dat er een noodsituatie was ontstaan, dat de staatsgreep op gang was gekomen. Hun namen stonden op een lijst die Dorfman zelf tijdens zijn nachtdiensten bij de hand had: "Ik had twee nachten eerder mijn eigen naam en telefoonnummer nog op die lijst gelezen, ik hoorde bij degenen die in geval van nood gebeld moesten worden. Maar niemand belde mij."

Later bleek dat minister Flores de naam Dorfman persoonlijk van de lijst had geschrapt. Het waarom daarvan hoorde de schrijver pas toen de ex-minister na jaren gevangenschap in een concentratiekamp in Zuid-Chili door de militairen op een vliegtuig naar het buitenland was gezet. "Sommigen moesten overleven om de geschiedenis te vertellen", zei Flores hem. Dorfman heeft en houdt zijn twijfels over die verklaring, maar hij heeft er voortaan wel naar geleefd: "Als het niet waar is dat dat de reden was dat ik overleefde, heb ik altijd geprobeerd het zo voor te stellen. In elk verhaal dat ik vertel. In de zekerheid dat ik een belofte nakwam die ik, zonder het zelf te weten, aan de doden had gedaan."

Dorfman deed nog één poging om zich bij zijn collega's in het paleis te voegen. Hij liet zich door zijn vrouw naar het centrum van Santiago rijden. Het laatste stuk door de bezette stad moest hij lopen. De overmacht van soldaten in het stadsbeeld deed hem beseffen dat verder gaan zinloos was. Hij draaide zich om, stapte weer in de auto en zocht zijn toevlucht in de ambassade van Argentinië. Jaren worstelde hij met deze 'daad van lafheid', maar nu heeft hij er vrede mee: "Ik vond het leven belangrijker dan de revolutie."

Dorfman werd de stem van de Chileense emigrantengemeenschap in de wereld. In woord en geschrift trok hij ten strijde tegen de dictatuur van Pinochet, trouw aan die onuitgesproken belofte. Tegelijk bouwde hij een oeuvre op van romans, verhalen en toneelstukken die allemaal thematisch aan de Chileense nachtmerrie zijn gelieerd, maar ver boven de simpele 'strijdcultuur' uitstijgen. Zijn bekendste stuk, Death and the Maiden, werd door Mike Nichols op Broadway op de planken gebracht en later door Roman Polanski verfilmd.

Hij werd, als zoveel andere Chilenen, gedwongen over de wereld te zwerven. Hij woonde een paar jaar in Parijs en belandde vervolgens in Amsterdam, waar hij vier jaar aan de universiteit doceerde. Maar uiteindelijk hervond hij zichzelf in de Verenigde Staten, zijn tweede vaderland. Want, wat weinigen in de jaren zeventig wisten, de linkse Chileen Dorfman die niet ophield de samenzwering van de Amerikaanse regering met de Chileense militairen aan de kaak te stellen, is zelf een halve Noord-Amerikaan, zoals Latijns-Amerikanen de inwoners van de Verenigde Staten nadrukkelijk wensen te noemen.

Ariel Dorfman heeft verscheidene keren in zijn leven voor honderd procent zijn culturele identiteit omgeruild. Hij is geboren, in 1942, in Buenos Aires, woonde van zijn tweede tot zijn twaalfde in New York, waar hij een volledig Amerikaans kind werd met een diepe afkeer van alles wat Latijns-Amerikaans was. Na de verhuizing in 1954 naar Chili hield hij verbeten vast aan zijn Amerikaanse achtergrond, tot hij in de linkse studentenbeweging terechtkwam en het omgekeerde doormaakte: hij weigerde nog Engels te spreken, beschouwde zich als een echte Chileen en beleed een grondige afkeer van de Verenigde Staten. Pas bij zijn terugkeer in het noorden, vele jaren later, wist hij de twee polen, uitgedrukt in twee talen, te verenigen.

"Ik ben een tweetalig, multicultureel mens met twee landen, en daar voel ik me goed bij", zei hij bij de presentatie van zijn autobiografie in Madrid. Dat boek zelf is het bewijs van zijn stelling: hij schreef het in het Engels en vertaalde het vervolgens zelf in het Spaans. De strijd tussen de twee talen in zijn hoofd, die zijn leven evenzeer bepaald heeft als de staatsgreep van Pinochet, is voorbij.

Natuurlijk neemt de staatsgreep een belangrijke plaats in de autobiografie van Dorfman in: de voorgeschiedenis, de chaotische bevlogenheid van de linkse beweging onder Allende, en de onthechting die erop volgt. "De coup heeft mijn leven en dat van mijn land in tweeën gebroken. Die heeft mijn leven opgepakt en in een heel andere richting gelanceerd. Iedereen beleeft dergelijke tragedies op zijn eigen manier. Ik was een ontworteld Argentijns jongetje, een Amerikaan die met alles in mij Chileen probeerde te worden. Dat is natuurlijk heel anders dan wanneer je een Chileense boer bent."

Ballingschap was het resultaat, maar voor ballingschap leek Dorfman voorbestemd te zijn. Die zit als het ware in de genen van zijn familie. Wanneer Dorfman het verhaal van zijn familie en zijn eigen jeugd vertelt, dan steekt één facet voortdurend boven alle andere uit: de familie is er altijd in geslaagd op het verkeerde moment in het verkeerde land te zijn.

Het verhaal van de familie Dorfman is in zekere zin ook het verhaal van de geschiedenis van de twintigste eeuw, doorweven met emigraties, overhaaste vluchten en ballingschappen waartoe de politieke situatie in verschillende uithoeken van de wereld dwong. Ariel Dorfman is de zoon van joden uit Oost-Europa. Zijn moeder werd in 1909 geboren in Chisinau, "een plaats die de willekeurige fluctuaties van de geschiedenis flink te verduren heeft gekregen". Toen zijn moeder geboren werd, behoorde de stad tot het Russische imperium, vanaf 1918 tot Roemenië, vanaf 1940 tot de Sovjet-Unie en sinds het uiteenvallen daarvan is Chisinau de hoofdstad van de republiek Moldavië: "Als mijn moeder daar was blijven wonen, had ze vier keer van nationaliteit kunnen veranderen zonder te verhuizen uit de straat waar ze voor het eerst het daglicht zag."

"Maar", voegt de schrijver er direct aan toe, "het is onwaarschijnlijk dat zij daar lang genoeg geleefd zou hebben om het allemaal mee te maken. Haar grootvader was vermoord door kozakken tijdens een pogrom in 1903, en haar grootmoeder, die als enige van de familie met een ziek kind achterbleef in de stad, werd later door de nazi's vermoord. De rest van de familie nam de wijk naar Argentinië."

Ariels vader werd in 1907 in Odessa geboren, in wat nu de Oekraïne is, en verhuisde drie jaar later, toen het familiebedrijfje failliet was gegaan, eveneens naar Argentinië. De oude Dorfman emigreerde in feite twee keer naar Argentinië. Met zijn moeder keerde hij terug naar Odessa voor een familiebezoek, maar zij kwamen vast te zitten door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie. Dankzij goede relaties met de sovjetleiders (zijn moeder tolkte onder meer voor Trotski) slaagde het gezin er in 1920 alsnog in de Sovjet-Unie te verlaten.

Vader Dorfman was een econoom die aan de universiteit van Buenos Aires naam maakte met tal van publicaties. Hij was altijd 'vagelijk links' geweest, maar sloot zich in de jaren dertig bij de communistische partij aan. Toen in 1942 hun zoon geboren werd, kreeg hij de naam Vladimiro, naar Lenin. Direct na aankomst in New York veranderde de jongen zijn naam in Edward, en hij wenste nooit meer herinnerd te worden aan zijn officiële naam. Veel later, in Chili, koos hij voor Ariel, naar de titel van een essay door de Uruguayaanse schrijver Rodó.

In 1943 pleegde generaal Ramírez een staatsgreep in Argentinië, met op de achtergrond Juan Perón. Hij vestigde een dictatuur van nazi-vrienden, waartegen Ariels vader in artikelen ten strijde trok. Het kostte hem zijn baan aan de universiteit, en toen er pamfletten opdoken waarin geëist werd dat 'de jodenhond Dorfman' teruggestuurd werd naar Rusland, was het zaak te vertrekken. Ariel vertelt dat hem eenzelfde behandeling ten deel viel toen hij later lezingen gaf in de Verenigde Staten en er demonstranten opdoken met teksten als 'Vladimiro, ga terug naar Rusland'.

Maar ook het verblijf in het noorden bleek van tijdelijke aard. De heksenjacht van senator McCarthy moest uiteindelijk ook de communist Dorfman, die werkte bij de Verenigde Naties, bereiken. Dat draait voor het gezin uit op leven in een soort clandestiniteit, waarin de kleine Ariel op school niet over zijn vader mag praten uit angst dat hij verraden wordt. In 1954 slaagt deze erin een VN-baan in Santiago de Chile te krijgen. Bijna stiekem sluipt het gezin Dorfman de Verenigde Staten uit om wederom ver weg een nieuw leven op te bouwen.

Wat McCarthy met mij gedaan heeft?, vraagt Ariel Dorfman zich in zijn biografie af. "Hij stuurde een Argentijns jongetje dat gek was op Disney terug naar Latijns-Amerika, waar de rotte appelen van Latijns-Amerikaans links hem corrumpeerden en ertoe brachten de eerste anti-imperialistische kritiek te schrijven op het zinnebeeld van het kapitalisme, Donald Duck."

Ariel Dorfman werd begin jaren zeventig een bevlogen deelnemer aan het pacifistisch socialisme dat president Allende in de praktijk probeerde te brengen. Hij schreef als een gek, in het Spaans, alsof hij iets in te halen had. Tegelijk brachten zijn politieke activiteiten hem als adviseur het Moneda-paleis binnen: "Die 1.010 dagen waren de mooiste tijd van mijn leven."

In 1971 publiceerde hij, samen met de Belgische socioloog Armando Mattelart, het boek dat hem wereldberoemd maakte: Para leer al Pato Donald (Hoe lees ik Donald Duck). Een analyse van 'honderden Disney-strips vanuit derdewereldperspectief'. Het boek werd een bestseller, over de hele wereld werden miljoenen exemplaren verkocht. Het werd een soort bijbel van links, waarin de schrijvers de term 'cultureel imperialisme' ten doop houden en dat door John Berger wordt bestempeld tot een 'handboek voor dekolonisatie'.

In perspectief vindt Dorfman dat hij te ver was doorgeslagen, dat hij een zwartwitbeeld schilderde. "Maar ik was niet bezig een dialoog met de Verenigde Staten te beginnen", zegt hij nu. "Ik was op zoek naar een echtscheiding. Ik wilde voorgoed mijn relatie met een ex-geliefde verhelderen."

Dorfman heeft niet alleen kritiek op zijn eigen werk uit die jaren, maar ziet ook de onvolkomenheden en fouten van het Allende-tijdperk. Die zijn in kringen van de Chileense ballingen lang terzijde geschoven, omdat zij de strijd tegen de dictatuur voor de voeten zouden lopen. "In mijn boek wijd ik een heel hoofdstuk aan de vergissingen van Allende en van ons allemaal. Ik dacht dat de staat alle problemen van Chili zou gaan oplossen. Maar ik stond er niet bij stil dat de maatschappij pluralistisch moet zijn. Wij begrepen niet dat een revolutie als die van Allende onmogelijk is als je niet 80 procent achter je hebt, dat 51 procent niet voldoende is. Ik denk dat we intolerant waren tegenover degenen die niet meededen. Maar we waren intolerante democraten, niemand is in die tijd vervolgd of gemarteld."

Onze ontmoeting in Madrid vond plaats een paar dagen voor de arrestatie van generaal Pinochet in Londen. Dorfman kwam net terug van een bezoek aan Santiago, en hij was de discussies voor die een paar dagen later in alle hevigheid losbarstten over het broze evenwicht in de Chileense maatschappij. "Chili is een heel verdeeld land", zei hij. "Uit angst en uit vermoeidheid kijkt het niet naar het verleden. Maar alleen een grondig zelfonderzoek biedt een opening. De politici hebben de neiging de problemen te verhullen. Zij zeggen dat het land teleurgesteld is, maar daar zijn zij zelf verantwoordelijk voor. Er heerst een houding van 'iedereen gaat naar huis en laat de politici de zaken regelen, en de markt'. Zo maak je een volk apathisch. Die zwijgpacten komen degenen die regeren goed uit, maar ze drukken heel veel mensen in de kantlijn."

Dorfman zou Pinochet graag voor de Spaanse rechter zien staan, want dan zou niet alleen de Chileense ex-dictator ter verantwoording worden geroepen, maar het zou ook een signaal zijn aan alle dictators ter wereld. Maar Dorfman zou ook bereid zijn de generaal die zo'n diep stempel op zijn leven heeft gedrukt, een andere kans te geven. In een open brief aan Pinochet schreef hij een paar weken geleden: "U die in God gelooft, generaal, overweeg de zegening die uw wijze, mededogende en strenge Heer u heeft gezonden aan het eind van uw dagen: de mogelijkheid berouw te tonen. Dat u doordringt in de verschrikkelijke cirkel van uw misdaden en vergiffenis vraagt en ons vertelt waar onze doden zijn. Weet u wat, don Augusto? Voor mij persoonlijk zou dat voldoende zijn. Het zou een afdoende straf zijn, en bedenk wat een grote bijdrage aan dat land dat u zo liefhebt: het zou kunnen helpen dat ons gezamenlijke vaderland een stap verder zet bij de harde taak van verzoening, die alleen mogelijk is als de verschrikkelijke waarheid over wat ons is overkomen geaccepteerd wordt, als u meedoet aan de pijnlijke zoektocht naar die waarheid zonder uzelf of ons voor te liegen."

Ariel Dorfman, Heading South, Looking North, Farrar, Straus and Giroux. ISBN 037416862 8.

Ariel Dorfman, Rumbo al Sur, deseando el Norte, Ed. Planeta. ISBN 84 08 02808 1.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234