Vrijdag 09/12/2022

ReportagePepinster

‘Een beetje regen en ik sla in paniek’: terug naar Pepinster, een jaar na de overstromingen

Een jaar na de ramp ligt Pepinster er nog altijd belabberd bij. Beeld © Eric de Mildt
Een jaar na de ramp ligt Pepinster er nog altijd belabberd bij.Beeld © Eric de Mildt

De overstromingen van vorige zomer richtten in het Waalse Pepinster een ware ravage aan. Komt de spookstad stilaan weer tot leven? Een jaar later laaien de emoties nog altijd hoog op. ‘Zodra het regent, sla ik in paniek.’

Douglas De Coninck

“Facebook stuurde me vanmorgen een herinnering”, zegt Françoise Peters (50) vanachter haar bureeltje in het in januari pas heropende immokantoor in de rue Hubert Halet. “De foto overviel me, en het was iets waarop ik me liever had kunnen voorbereiden.” Ze draait de monitor van haar pc naar ons toe, vergroot de foto.

“Het was 4 juli, ons familiefeest. Het eerste na corona. We staan er allemaal op. Daar, links, zie je Alain. Mijn broer. Hij was net 60 geworden, en pas een jaar samen met Evelyn, die op de foto naast hem staat. Ik kende Evelyn al twintig jaar, wij zijn lang collega’s geweest. (lacht) Er is wat afgeroddeld toen, onder les Pepins. Hier kent iedereen iedereen. Alain was daarvoor twee keer getrouwd geweest, hij had vier kinderen. Een van zijn zonen is anderhalve maand voor deze foto uit het leven gestapt. Op dat feest had ik het gevoel dat hij voor het eerst sinds lang weer kon lachen. Hij zei: ‘Ik ben gelukkig nu.’ Ik heb hem gezegd dat ik van hem hield – iets wat ik anders nooit deed. Achteraf lig je daar wakker van. Waarom zei ik dat?

“Wij vertrokken een paar dagen later op vakantie met de kinderen, naar Spanje, want dat was ook al twee jaar niet meer mogelijk. Vandaag – dank u, Facebook – is het exact een jaar geleden dat ik Alain het laatst zag. En Evelyn.”

Edouard en Martine, allebei 64, zijn wellicht de allerlaatsten die nog een glimp opvingen van de twee geliefden, in een opblaasboot van de Gentse brandweer twintig meter onder hen. De meest iconische beelden van de fatale nacht van woensdag 14 op donderdag 15 juli zijn geschoten vanaf hun terras. Hun woning is gestut op de flank van de Carrière Jaminon, ooit een steengroeve, nu oefenzone voor bergbeklimmers. Daar beneden loopt de N61, in de vallei van de Vesder.

Edouard: “Het had die nacht heel zwaar geregend, zeker. De klimaatverandering is de eerste oorzaak van dit alles, geen discussie daarover. Rond halftwee ben ik naar beneden gegaan, om te zien wat er aan de hand was. Ik stond op straat tot aan mijn enkels in het water. Daarna is het gestopt met regenen. Om halfvijf ’s ochtends ben ik opnieuw gaan kijken. Het water stond nu twee meter hoog. De onderzoekscommissie in het Waals Parlement heeft de verantwoordelijken van het stuwdam in Eupen vrijgepleit, maar wij hebben gezien wat wij hebben gezien. Oké, het water vanuit de bergen komt op een gegeven moment samen en een dichtbevolkt stadje als Pepinster wordt dan opeens een dam, maar zo’n plotse vloedgolf? En wie zat in die commissie? Politici, toch?”

null Beeld

Ergens in de vroege donderdagochtend kwam een bemodderde Eric de Mildt, fotograaf bij deze krant, vanaf de rots door het struikgewas tot in de tuin van Edouard en Martine geschoven – later gevolgd door een RTBF-cameraploeg.

Edouard: “Toen die nacht de stroom uitviel, werd aan de straatkant aangebeld. Ik dacht: ‘Een mens in nood.’ Ik rende naar beneden. Daar stond niemand. Het was de vuilnisbak die belde. De vuilnisbak zat tegen de deurbel gekneld.”

Martine: “Toen zagen we caravans voorbijkomen. De brug over de Vesder was geblokkeerd door boomstammen en weggespoelde auto’s. Het was een dam geworden, en die caravans konden er niet meer door. Die stroomden nu onder ons, door onze straat.”

Edouard: “Men zegt dat wij geluk hebben gehad, omdat wij zo hoog wonen. Ik weet dat zo niet. Ik vind geluk in dezen een slecht gekozen woord.”

Martine: “Ik zag onze buren aan de overkant van de straat vanaf hun hoogste verdieping zwaaien en om hulp roepen. Wat konden wij doen? Er was al geen netwerk meer. Je kon alleen machteloos toekijken.”

Edouard: “En opeens, ploef: dat hele huis weg. Dat stortte in nog geen twee seconden in. Er ontstond een rookwolk die mij deed denken aan een gevallen zak bloem. Terwijl je ogen zochten naar je overburen, besefte je dat het volgende huis op instorten stond.”

Martine: “En dat gebeurde ook. Wij hebben vanaf ons terras mensen zien sterven, maar er gaat wat tijd overheen voor je dat beseft.”

Edouard: “Wij hadden zelf alleen schade aan onze stenen trap. Er waren een heleboel bakstenen weg. Niks ergs. Dat was zo hersteld. En bakstenen genoeg. Die had je eens het water was weggetrokken maar voor het oprapen.”

Martine: “Ik kan niet meer tegen regen. Een beetje regen, een donderslag, en ik sla in paniek.”

Edouard: “Ik suggereerde een psychiater, maar ze wil daar niet van weten.”

Martine: “Er zijn zoveel mensen in Pepinster die zoveel erger hebben meegemaakt. Het is maar regenfobie.”

Kolenschandaal

De Waalse regering stelde maandag de balans bij. 39 doden, 45.000 beschadigde woningen, 11.000 weggespoelde auto’s, 559 beschadigde bruggen, 2,8 miljard euro aan noodmaatregelen, 7.673 dossiers van mensen zonder brandverzekering waarvan ongeveer de helft nog wordt betwist.

Het blijft een voorlopige balans, zoals alles in Pepinster voorlopig lijkt. Hele rijen huizen zijn gesloopt, andere staan op het punt dat te worden. Op heel veel plekken hangt een bordje van PackPro Immo. Overal in het gemeentelijke centrum overstemmen slijpschijven elkaar of liggen voor de stoep zakken Knauf-gips gestapeld, wachtend op de overbevraagde stukadoors.

Christiane Mathonet-Sluse (70) werd een van de gezichten van de rampzomer. Ze stapte tijdens diens bezoek aan het rampgebied recht op Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) af toen die de journalisten te woord stond, en schold hem de huid vol. “Ik zou het nu opnieuw doen”, zegt ze. “Alleen nog wat luider.”

Christiane Mathonet-Sluse werd een van de gezichten van de waterramp. Ze nam vorig jaar minister-president Elio Di Rupo  zwaar op de korrel, toen die een bezoek bracht aan Pepinster. ‘Vandaag zou ik het opnieuw doen. Alleen nog wat luider.’ Beeld © Eric de Mildt
Christiane Mathonet-Sluse werd een van de gezichten van de waterramp. Ze nam vorig jaar minister-president Elio Di Rupo zwaar op de korrel, toen die een bezoek bracht aan Pepinster. ‘Vandaag zou ik het opnieuw doen. Alleen nog wat luider.’Beeld © Eric de Mildt

De helft van de huisjes langs de kaai is gesloopt, ook dat van Christianes 89-jarige moeder, die die nacht de pols van haar andere dochter niet voldoende wist vast te klemmen en meegesleurd werd in de Vesder.

Christiane Mathonet-Sluse: “De gemeente wil de grond van mijn moeders huis kopen. Ze bieden 10 euro per vierkante meter. Hun logica is dat je op deze grond nooit nog iets kunt bouwen. Ik dénk er niet aan om te verkopen. Men wil van het oude centrum van Pepinster een park maken. Geen huizen meer langs de Vesder. Waarom? Er is in honderd jaar geen overstroming geweest. Men is totaal niet consequent. Het ene huis mag blijven staan, het andere niet, ook al liggen ze even laag of even dicht bij de Vesder.”

Op 14 juli plant het gemeentebestuur een herdenkingsplechtigheid op de kaai. Veel volk wordt er niet verwacht. “Misschien dat ik even ga”, zegt Christiane. “Al is het maar om te horen wat het gemeentebestuur ons nu weer gaat wijsmaken.”

Zoals elke ramp bracht ook deze het allerbeste in de mens naar boven. Hier en daar wappert nog een Vlaams leeuwtje. “Dat gaan wij nooit vergeten”, zegt een man in de rue Hubert Halet. “Vrijwilligers met soep, met kleren, met spullen. Met spades. Ze kwamen van Kortrijk, van Gent, van Antwerpen. Onvermoeibaar doorwerken tot het donker werd. Geen moment stoppen. Altijd met de glimlach. Opeens was België weer één. Er zijn vandaag nog steeds Vlamingen die hier elke zaterdagochtend staan.”

De ramp bracht niet iedereen tot de beste versie van zichzelf. Pepinster wordt sinds 2000 bestuurd door een MR-Ecolo-meerderheid en geleid door burgemeester Philippe Godin. De PS, tot voor de eeuwwisseling jarenlang aan de macht, werd onder de naam Vivre Pepinster aangevoerd door de vroegere schepen Claude Dedye en zijn jonge partner Julie Beckers. Zij werd algemeen gezien als coming lady voor de PS in de regio.

Het gemeentebestuur opende na de overstromingen een geefcentrum in de gemeentelijke sporthal. Bijna simultaan opende Claude Dedye, in het dagelijks leven adjunct-directeur bij de NMBS Holding, een eigen geefcentrum in een ruimte in het station. Je kon dus kiezen: doneren aan de meerderheid of aan de oppositie.

Edouard: “Er was van de eerste dag al spanning. Een vrouwelijke schepen van de MR die haar hele huisraad had zien wegspoelen, was op zoek naar een droogkast. In het station stond een droogkast. Toen bekend raakte dat het voor de schepen was, was het njet: ‘Geen droogkast voor mensen met een betaald politiek mandaat.’ Je zou dan denken: we zijn allemaal getroffen, we moeten hier samen door.”

In januari volgde het steenkoolschandaal. Iemand was een berg steenkool komen afleveren voor het station van Pepinster. Christiane Mathonet-Sluse heeft de berg zien liggen. “Ik dacht: wie verwarmt zich in het jaar 2022 nog op steenkool? Het was een halve ton, da’s een hoop kolen. Die zakken lagen daar opeens. Eén regenbui en de kolen konden mee de afvalcontainer in.”

Een jaar geleden overspoelde de Vesder Pepinster in de provincie Luik. In de dagen, weken en maanden daarop stroomden vrijwilligers toe. 'Ze kwamen van Kortrijk, Gent, Antwerpen. Dat zullen we nooit vergeten', klinkt het hier. Beeld Eric de Mildt
Een jaar geleden overspoelde de Vesder Pepinster in de provincie Luik. In de dagen, weken en maanden daarop stroomden vrijwilligers toe. 'Ze kwamen van Kortrijk, Gent, Antwerpen. Dat zullen we nooit vergeten', klinkt het hier.Beeld Eric de Mildt

Claude Dedye trok de zaak van de zakken naar zich toe. Hij telde over het hele grondgebied van Pepinster exact drie woningen waar nog op steenkool werd gestookt, onder wie de ouders van zijn geliefde, Julie Beckers. Hij verdeelde de 500 kilo naar eigen zeggen netjes over de drie gegadigden, ook al waren zijn schoonouders niet getroffen door de overstromingen. In januari opende burgemeester Godin de gemeenteraadszitting op maandagavond met een striemende aanklacht van “corruptie” tegen het PS-duo.

Claude Dedye werkte zich verder in nesten met een in Wallonië meteen viraal gegane videoboodschap voor een beschimmelde muur (die niet eens de zijne bleek te zijn) en een bekentenis: “Ik heb inderdaad kolen bezorgd aan mijn naasten en excuseer mij daarvoor, maar het zijn niet alleen de getroffenen van de overstromingen die afzien.” De PS, waar niemand zat te wachten op een nieuw schandaal en al helemaal niet in Pepinster, zette Dedye uit de partij. Hij nam ontslag als gemeenteraadslid en Julie Beckers volgde dat voorbeeld.

Claude Dedye: “Ik ben twee weken lang afgemaakt op sociale media, terwijl ik alleen maar goed wilde doen. Ik heb die kolen eerlijk verdeeld onder die paar mensen die er nog wat mee konden. Het was dorpspolitiek, een oude rekening die moest worden vereffend, en als je midden in zo’n storm zit, voelt dat verstikkend. Je durft niet meer buiten te komen. Van de ene dag op de andere had ik het ook helemaal gehad met de politiek.”

Mijnheer Maritano

Edouard en Martine zijn niet de echte namen van de zestigers met het perfecte zicht op de spookstad. “Ik wil niet nog meer gedoe dan er al is”, zegt hij. “Wij hebben zoveel gezien dat we niet hadden willen zien. De nacht zelf, en vooral de dagen daarna. Mensen die naar hier kwamen, zogezegd om hulp te bieden, maar die we getroffen huizen zagen buitenkomen met fietsen of met radiatoren. Je hoorde ze tot hier roepen: ‘Hé, die radiator wil ik wel.’ Ze hadden hun gereedschap meegebracht.”

Martine: “Mensen stopten met hun auto en vroegen je de weg naar het volgende dorp waar ze wilden gaan plunderen.”

Edouard: “De eerste vier dagen hadden we geen drinkwater. Op het plein was er een groot tappunt waar getroffen bewoners emmers en bidons konden vullen. Er stond daar een man hele bidons te vullen. Achteraan in zijn auto lagen gasflessen die hij her en der uit getroffen huizen had gepikt.

“Op een dag werd ik op straat aangesproken: ‘Heb je het al gehoord? Gratis braadworsten!’ Op het plein stond effectief een worstenkraam met allemaal mensen eromheen. Van al die mensen die daar stonden waren wij tweeën de enige inwoners van Pepinster. Er waren gezinnen uit Afrika – sorry dat ik het zeg – die in Verviers met kinderwagens op de trein waren gestapt omdat ze hadden gehoord over gratis worsten.”

Guy Maritano toont een foto die 'De Morgen'-fotograaf Eric de Mildt een jaar geleden van hem maakte. Hij werkt nog altijd onvermoeibaar voort aan het redden van zijn bibliotheek. 'Je levenswerk keer je de rug niet toe.' Beeld © Eric de Mildt
Guy Maritano toont een foto die 'De Morgen'-fotograaf Eric de Mildt een jaar geleden van hem maakte. Hij werkt nog altijd onvermoeibaar voort aan het redden van zijn bibliotheek. 'Je levenswerk keer je de rug niet toe.'Beeld © Eric de Mildt

Op de keukentafel ligt de brief van het gemeentebestuur. Burgemeester Godin laat weten dat de gemeenteraad op 13 december 2021 heeft beslist dat elk getroffen huishouden kan worden verblijd met een gift van 250 euro, te vermeerderen met 130 euro per persoon ten laste en nog eens 172 euro van het Rode Kruis. Al wat nodig is, is een kopie van de identiteitskaart, een verklaring op eer en een rekeningnummer.

Edouard: “Als wij die brief krijgen, wie dan nog? Ik ben misschien een van de weinigen, maar ik wens niet te profiteren van deze hele ellende. Ik hoor van anderen die nauwelijks schade hadden, dat ze hun dossier dezelfde dag al hebben opgestuurd. Joepie: 552 euro.”

Wat verder in de straat treffen we Guy Maritano (78), boekenverzamelaar. Een klein jaar geleden poseerde hij in Zeno met zijn oude beukenhouten leesstoel met lederen zitting en gekerfde mysterieuze inscripties op de rug, waar hij liefdevol modder van afveegde. Het ding hoorde allang in de container te liggen, dat besefte hij wel, maar daar kon hij zich niet toe brengen: “Ik kon heel goed nadenken in deze stoel. Wat denkt u, zou hij nog in orde te brengen zijn?”

Enkele dagen na de publicatie meldden zich bij De Morgen meerdere restaurateurs van oud meubilair die zich kosteloos over de stoel wilden ontfermen. Wat uiteindelijk ook is gebeurd. “Het resultaat is prachtig”, glundert Guy Maritano nu. “Ik kan niet zeggen hoe dankbaar ik ben, wat voor een mooi gebaar dat was. Die mensen, een koppel uit Antwerpen, mogen de stoel trouwens houden, want zoals die er nu uitziet hoort hij eigenlijk eerder thuis in een museum. Ik heb er nu in elk geval nog geen plaats voor.”

Dat komt zo. Een jaar geleden was de tot het plafond met historische boeken gevulde benedenverdieping van mijnheer Maritano getransformeerd in een niet te overziene schimmelbrij, en vandaag is er eigenlijk zo goed als niks veranderd. Nog elke dag sloft de man dapper heen en weer tussen zijn boeken, die de ware intenties van de Tempeliers onthulden, pauselijke taboes doorgrondden en de apocalyps voorspelden. De apocalyps is gekomen, maar daarmee stopt het voor mijnheer Maritano niet. Hij blijft modder wegschrapen en beschimmelde pagina’s te drogen leggen, elke dag, zeven op zeven. “Ik heb geen eindpunt meer in gedachten”, zegt hij. “Maar je levenswerk de rug toe­keren, dat is ook geen optie.”

Volgens zijn dochter Carine heeft de verzekeringsmaatschappij haar vader onlangs een forfait van een paar honderd euro aangeboden voor zijn boeken. “Hij heeft daar eens om gelachen. Alsof dit om geld gaat.”

Veel mensen komen nooit meer terug en stellen hun huizen te koop voor een prikje. Beeld © Eric de Mildt
Veel mensen komen nooit meer terug en stellen hun huizen te koop voor een prikje.Beeld © Eric de Mildt

Opblaasboot

De rue Halet 7, overkant van de straat. De benedenverdieping is geruïneerd. Als je door het verdwenen raam kijkt, zie je op de keukenvloer een opgedroogd autowiel. De naam van de laatste bewoner prijkt nog op de onderste deurbel. Het rijtjeshuis ligt een meter of 150 verwijderd van de iets hoger gelegen rotonde, waar een ploeg vrijwilligers van de brandweer van Gent-centrum op op donderdag 15 juli rond 13 uur cameraploegen verzoekt om plaats te maken. Er wordt een opblaasboot, een zodiac met opschrift ‘Gent-centrum’, te water gelaten.

Drie van de vier bewoners van het ondergelopen huis zoeken al uren met handgebaren contact met de mensen aan de rotonde. Het zijn Alain Peters, Evelyn De Geest en de huurder van de eerste verdieping. Er is discussie onder de brandweerlui: zal de zodiac tegen de stroom in terug naar de rotonde kunnen varen? Is het niet verstandiger om wat te wachten, nu het waterpeil begint te zakken?

Françoise Peters: “De huurder van het tweede zag het bootje komen en heeft feestelijk bedankt. Alain, Evelyn en die ene huurder zijn wel ingestapt. Er zijn toen foto’s verschenen waarin je hen zag zitten. Het leek een succes­moment. De brandweerlui kregen hun bootje niet gedraaid. De stroming was te sterk.”

Edouard en Martine zagen de opblaasboot vanaf hun terras vaart maken, in de foute richting. Ze hoorden het gegil.

Edouard: “De vrouw had een jas over haar hoofd getrokken. Een van de brandweerlui hield haar vast. Tot de boot helemaal op drift was geslagen, konden de brandweerlui niks anders doen dan een vast punt zoeken. Ze hadden van die inox kabels bij zich waarmee ze zich ergens aan probeerden vast te klinken. De vrouw in het bootje is dan door iets geraakt, haar halve hoofd was weg. En toen was er dat grote stuk plastic, van een of andere bouwwerf. Het raakte verstrikt in de motor van de boot en die is omgeslagen.”

De brandweerlui dragen zwemvesten, de drie anderen niet. “Ofwel riskeerden ze hun eigen leven in een poging om dat van de burger te redden, ofwel lieten ze los”, reageert de Gentse brandweercommandant Chris De Pauw tegenover Het Laatste Nieuws als in september 2021 bekend raakt dat het parket in Luik een onderzoek heeft geopend naar onvrijwillige doodslag. “Ze kozen, geheel volgens de procedure, voor het tweede.”

Françoise: “Er zijn dan nog twee dagen lang opsporingsfoto’s van Alain en Evelyn verspreid. Je doet dat een beetje tegen beter weten in. Het is het enige wat je kunt doen. Hun lichamen zijn een kleine drie kilometer buiten Pepinster teruggevonden. We hebben er aan een paaltje wat bloemen neergelegd. Familieleden van Evelyn hebben zich nu burgerlijke partij gesteld tegen de Gentse brandweermannen. Ik heb het daar lastig mee. Die mensen zijn vrijwillig naar hier gekomen om ons te helpen, ze hebben net zo goed hun eigen levens in gevaar gebracht.”

null Beeld © Eric de Mildt
Beeld © Eric de Mildt

In het kantoortje van PackPro Immo rinkelt een telefoon. Er is een bod uitgebracht (en meteen aanvaard) op een erg getroffen woning in de rue Hodister, met de Vesder in de achtertuin. Françoise heeft de nieuwe kopers verteld dat de woning “op te frissen” is, en toont foto’s van beschimmelde muren, een scheef hangende garagepoort en een geruïneerd terras.

Françoise: “Het is de woning van een koppel dat maar twee jaar in Pepinster heeft gewoond en nooit meer terug wil. Momenteel verkoop ik eigenlijk alleen getroffen huizen. De zaken lopen vrij aardig. Mensen die nooit meer in Pepinster willen zijn, verkopen aan mensen die denken dat we nog niet klaar zijn met covid en op zoek zijn naar ruimte, naar buitenlucht.

“Er zijn mensen die zeggen dat het een generatie gaat duren voor Pepinster dit te boven komt. Ik ben niet zo pessimistisch. De enige beenhouwer die we hadden heropent niet, jammer, maar de winkel is opgekocht door een jonge vrouw die er een schoonheidssalon gaat beginnen. Wat verder in de straat opende deze week een hippe broodjesbar en aan de overkant gaat het café eindelijk weer open. Ik zie elke dag meer notariële akten passeren, en bij elke akte denk ik: weer een stapje richting het nieuwe Pepinster.”

Edouard en Martine zijn schuilnamen. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234