Dinsdag 18/02/2020

Een beetje Latem elders

expo

tentoonstelling in gent over vlaamse kunstenaars in wales tijdens wo i

Wie om welke reden ook vlucht naar betere oorden, probeert in die vluchtoorden zo goed en zo kwaad als het gaat zijn leven voort te zetten. Voor kunstenaars betekent zulks ook dat ze proberen door te gaan met hun werk.

Gent / Eigen berichtgeving

Bernard Dewulf

Toen op 4 augustus 1914 de Duitsers België binnenvielen, vluchtten duizenden landgenoten naar Groot-Brittannië. Vanzelfsprekend waren daar ook kunstenaars bij. De meesten van hen streken neer in Londen, enkelen echter vonden onderdak in Wales: George Minne, Valerius de Saedeleer en Gustave van de Woestyne, die intussen geboekstaafd staan als vooraanstaande leden van de zogenoemde eerste Latemse groep. Over leven en werk van deze kunstenaars tijdens hun ballingschap in Wales loopt in het Museum voor Schone Kunsten in Gent de tentoonstelling Kunstenaars in ballingschap.

De drie genoemden waren uiteraard niet de enige kunstenaars die vluchtten voor het oorlogsgeweld, ook Constant Permeke, Edgard Tytgat en een hele reeks anderen hebben de oorlogsjaren in Engeland doorgebracht (zoals onder meer Rik Wouters, Gustave de Smet en Frits van den Berghe zich toen in Nederland ophielden). De tentoonstelling is de vrucht van specifiek onderzoek naar de omstandigheden van die enkele kunstenaars in Wales. Zij schetst eerst summier een beeld van onze en van de Welshe kunst toentertijd en laat vervolgens met talrijke werken en een reeks documenten (tijdschriften, foto's) vooral zien wat onze kunstenaars in Wales hebben gemaakt.

Het waren doorgaans niet echt ellendige tijden voor onze kunstenaars in Wales. Zij werden meestal goed opgevangen en kregen huizen ter beschikking, vooral dankzij de rijke zussen Margaret en Gwendoline Davies. Die vingen de kunstenaars op, steunden ze en probeerden ze te promoten. Zij droegen, bijvoorbeeld, vier jaar lang bijna alle kosten van het kroostrijke gezin Minne, en stelden huizen ter beschikking van Van de Woestyne, de jonge Edgar Gevaert, De Saedeleer en hun families. Zonder die zussen zou het leven van onze ontheemde kunstenaars er beslist anders hebben uitgezien.

Vanzelfsprekend heeft de ontheemding gevolgen voor het werk van een kunstenaar - gevolgen die direct maar ook indirect zichtbaar zijn. De Saedeleer schilderde in het schilderachtige Wales uitsluitend landschappen, opvallend kleiner en anders dan zijn vooroorlogse werk. Hij had een beperkt succes met die werkjes. Gustave van de Woestyne was rustelozer en reisde vaak op en neer tussen Wales en Londen om opdrachten te verkrijgen en contact te zoeken met andere Belgische kunstenaars. Zijn werk in ballingschap is diverser van aard en sluit ook nadrukkelijk aan bij zijn vooroorlogse schilderijen en tekeningen. De Welshe boer die hij portretteert is als type niet te onderscheiden van de Vlaamse boeren die hij eerder had vereeuwigd. Van de Woestyne was ook te zeer een symbolisch-allegorisch kunstenaar om, in artistiek opzicht, erg beïnvloed te raken door de nieuwe omgeving waarin hij terecht was gekomen.

Ook George Minne maakte in Wales niet meteen werk dat zichtbare sporen van zijn nieuwe biotoop droeg. Maar de tekeningen die er tot stand kwamen zijn wel ingegeven door zijn voortdurende bezorgdheid om zijn kinderen - enkele zonen zaten aan het front - en de daaruit voortkomende afgrondelijke angst. Minne maakte een wonderlijke reeks, van meer dan vierhonderd tekeningen van onderling erg uiteenlopende formaten, met als belangrijkste thema moeder en kind. Het zijn zwartwittekeningen met potlood en houtskool op papier en soms op erg grof linnen, die Minnes bekende gevoel voor de sierlijke lijn en het ingehouden pathos laten zien - maar ook de wanhoop, de eenzaamheid, de behoefte aan bestendige omarming.

De reeks, die in het bezit is van het Gentse museum, is in één ruimte samengebracht en maakt mede daardoor indruk. Dit is zonder meer het hoogtepunt van deze tentoonstelling, die voor het overige, als documentaire expositie, best interessant is - voor wie het interesseert uiteraard.

Kunst in ballingschap. Vlaanderen, Wales en de Eerste Wereldoorlog loopt tot 17 maart in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, Gent. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur. Inlichtingen: 09/240.07.50 - expo.msk@gent.be.

'De reeks, die in het bezit is van het Gentse museum, is zonder meer het hoogtepunt van deze tentoonstelling'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234