Vrijdag 23/10/2020

Eén been, een en al dans

Drie mannen, vijf benen en enkele bezwerende soefizangers zetten met Rayahzone een wervelende dansvoorstelling neer. Een zwierige ode aan het leven, de dood en de rede. En bovenal aan het evenwicht van de eenbenige.

Eén plus één is drie. In het geval van Ali (38) en Hedi (36) Thabet toch. Ze dragen elkaar, evengoed op de scène als in de vragen die ze stellen en de mentale constructies die ze ontvouwen. Met, tegen en voor elkaar. De een maakt de zinnen van de ander af, schaaft diens redenering bij, onderbreekt een al te omfloerste bewoording. "Faut peut-être d'abord dire que... sinon.. Tu vois, mon frère trouve que..." Ze buitelen over elkaar heen, de verklaringen voor het dansproject Rayahzone, de filosofische bespiegelingen over kunst en podium en de flarden van twee ontroerende levensgeschiedenissen.

Ali en Hedi zijn broers, Brusselaars, de enige kinderen van een Tunesische intellectueel en een Belgische werkende moeder. "We hielden geen van beiden van school", zegt Ali met een ondeugend lachje, terwijl hij uit het raam van de Brusselse Bar du Matin staart. Hedi nipt van zijn koffie en knikt. "Acht uren onder de tl-lampen, het voelde als een gevangenis. Ik ben er op mijn zeventiende mee gekapt, nadat ik twee leerjaren drie keer had overgedaan en daarmee in het derde middelbaar was geëindigd. Het was een ware beproeving.

"Gelukkig was er vader, zonder meer een buitenaards wezen dat aan het keurslijf van de Arabische tradities was ontsnapt om aan een Brusselse filmschool te studeren en zich met boeken en vrijheid te omringen. Materiële zekerheid heeft hij ons nooit geboden, de scenario's voor Egyptische en andere films die hij schreef, leverden niet meer dan een aalmoes op. Maar hij heeft ons intellectueel en mentaal gevormd, met zijn oneindige kennis over schilderkunst, muziek en literatuur. Als we nu enigszins gecultiveerd zijn, dan is dat dankzij hem."

"Als kind waren we best wild", valt Hedi in, "in die mate zelfs dat moeder ons 's avonds en tijdens de weekends naar de circusschool 'L'école sans filet' stuurde om onze onstuimigheid te kanaliseren. Tien jaar lang is dat mijn leven geweest. Moeder besefte dat maar al te goed. Toen het etablissement moest verhuizen omdat het huurcontract werd opgezegd, zocht zij zelf een nieuwe locatie. Aldus kwamen we terecht in een oud Elsens weeshuis, met grote slaapzalen die tot trainingsruimtes werden omgetoverd en een circustent op de binnenkoer. Moeder kon er als huisbewaarder aan de slag, dus gingen we er uiteindelijk wonen."

Zeurderige pijn

Ali en Hedi beleven magische jaren in het circus. Ze bedenken eigen nummers, bouwen mee aan voorstellingen en ontmoeten tal van buitenissige individuen, die hen vermaken met onwaarschijnlijke verhalen en onvermoede kunstjes. De broers leren hun grenzen verleggen, die van de durf, de beheersing en het doorzettingsvermogen maar bovenal die van de fantasie.

Dromen, willen en durven wordt kunnen. Voor Hedi vooral. Tegen de tijd dat hij de baard in de keel krijgt, schittert hij als jongleur. In soepele, ritmische bewegingen versmelt de jongen met zijn dansende ballen. Ze zweven, vlinderen en stuiteren in een al even ontroerende als elegante harmonie. Moeiteloos weet Hedi elk publiek te betoveren en zijn Oekraïense meester, Arkadi Poupone, neemt hem steeds vaker mee op buitenlandse tournees. Dit is nog maar het begin, zegt hij, je wordt een ster als geen ander.

De tienerjongen geniet met volle teugen. Van het voetlicht en het applaus, de reizen, de ontmoetingen en het avontuur. Tot het doek abrupt valt en de ballen van zijn dromen als eieren stukvallen op zijn jonge hoofd.

De achttienjarige probeert er aanvankelijk weinig acht op te slaan. Maar de zeurderige pijn die hij elke morgen in zijn knie voelt, laat zich al gauw niet meer uitbannen. Op een ochtend in Kiev kan Hedi het niet meer staan. Luttele dagen later heeft de diagnose in het kille Brusselse ziekenhuis veel weg van een slechte grap. De dokter heeft het over botkanker en over de nood aan een knieprothese van titanium.

Hedi herinnert zich het beeld in de spiegel in die tijd. Een sterk vermagerde, haast schriele gestalte, gebogen schouders, een gelig gezicht en een paar krukken. "Wie was ik? Hadden het applaus en de lachende gezichten überhaupt iets betekend? De jongeman die kon wat geen ander vermocht, gekrompen tot een joch dat zelfs tot gewone dingen niet langer in staat is : lopen zonder hinken, hinken zonder pijn."

Hedi verbijt, hij hoopt op beterschap. Dat Ali ondertussen zijn opleiding fotografie heeft afgemaakt en nu in het Franse Chalon toegelaten is aan een van de beste circusscholen ter wereld, stemt hem gelukkig.

Als hij voldoende is hersteld, besluit Hedi in Tunesië een voorstelling op poten te zetten. Met hem aan de zijlijn, als regisseur. "Wat zal ik zeggen? We hebben het stuk tien keer gespeeld. En toen was het afgelopen. Ik had mezelf als onwaarschijnlijk bazig leren kennen, een kleine chef die ik eigenlijk niet moet."

Medelijden

Het wordt ook weer thuis in Brussel niet beter. Andermaal wacht het ziekenhuis. De ziekte is terug, het leven niet langer zeker. Ali (zucht): "Ach, Hedi was pragmatischer dan mijn ouders en ik. Doe maar weg, dat been, als dat helpt, zei hij. Het doet al zo lang zeer, het voelt al zo lang niet goed." Zijn broer knikt. "Een enkele middag had ik nodig om mij er mee te verzoenen. 'Wat met de meisjes, vroeg ik me af', zegt hij grinnikend."

Ali: "Op de angst die Hedi's ziekte met zich meebracht, reageerde ik hyperactief. Ik moest alles tegelijk doen en zou dan wel zien. Na mijn afstuderen kreeg ik het ene voorstel van choreografen na het andere. Ik maakte ook kennis met Sidi Larbi Cherkaoui en Les Ballets C. de la B. en reisde de wereld af. Gehaast, aan mezelf voorbijlopend. Mijn broer daarentegen, dacht na. Hij las boeken en probeerde een nieuw perspectief te vinden.

"We raakten elkaar gelukkig niet kwijt. Onze levens waren ontzettend verschillend, maar hij kwam altijd met de juiste vragen. Met de kwesties waar het om gaat, die ons nu ook naar dit gezamenlijk project hebben geleid."

Hedi: "Ik worstelde met tal van dingen. Wat beoogt een voorstelling, wie ben ik als ik toon wat anderen niet kunnen? Draag ik dan iets over, beleven we iets samen, laat ik de toeschouwers nadenken? En wat bedoelden ze als ze me op straat 'buitengewoon' noemden, vroeger dan? Was dat wat ik wilde zijn, is dat wat er rest? Uit hun blikken sprak nu een medelijden waar ik niets mee kon."

"Ze noemden je buitengewoon", valt Ali hem in de rede, "en ze hadden gelijk, al wisten ze niet waarover ze het hadden. Je eerste wonder heb je in het ziekenhuis verricht." Hedi kijkt hem aan. "Besluiten om depressie en rothumeur het hoofd te bieden, om opgeruimd de dag tegemoet te treden, dat is onovertroffen. Nooit heeft Hedi meer indruk op me gemaakt dan toen hij erin slaagde om vrolijk in zijn bed te liggen, doodziek maar ons vermakend."

Hedi: "Wat ik toen heb geleerd is dat de echte huzarenstukjes onzichtbaar zijn en dat de fundamentele beslissingen, de ware moed, doorgaans niet op applaus worden onthaald." Ali knikt. "Hedi heeft ons allemaal door die donkere dagen heen geholpen. Hij wist onze uitvergrote persoonlijke besognes woordeloos weg te vegen met zijn gigantische doorzettingsvermogen."

Lovende recensies

Tien jaar lang zijn de broers elkaars antoniem: ze verhouden zich als thuis tot elders, als verstild tot wervelend, als de zijlijn tot het centrum. Hedi: "Ach, in die tijd heb ik wel gevoetbald en vrienden ontmoet. Maar mijn plaats op het podium zag ik niet. Tot in 2009. Ik was eenendertig, en werd via de gesprekken met Ali over creatie, podium en interactie toch weer daarheen geleid. En het was Mathurin Bolze die de lont aanstak. We hadden hetzelfde circusparcours.

"Mathurin zei tegen me dat als ik iets echt wilde, ik het gewoon moest doen. Weet je, er zijn mensen met wie niets lukt en anderen met wie alles mogelijk is. Mathurin behoort tot die laatste. En ik wist wat hij bedoelde. In het circus moet je immers altijd een oplossing vinden.On doit se débrouiller. Het is haast een spel.

"Zo zijn we aan Ali begonnen, zo heb ik de ruimte heroverd. Ik draag, jij draagt, we dragen elkaar. Een stoel op drie poten is best stabiel, het hangt er gewoon van af hoe je erop gaat zitten."

De voorstelling wordt ontzettend goed onthaald. Twee mannen, vier krukken en drie benen, goed voor "misschien wel het meest inspirerende half uur dat u dit jaar in het theater zal doorbrengen", dixit de Franse pers. "Ali is grappig en ontroerend en stelt met een onwaarschijnlijke speelsheid alle zekerheden in vraag." Er komen 150 opvoeringen, in tien landen. En Hedi staat er weer. In evenwicht, op één been. "Ik ben geen danser maar iemand die danst. Omdat het goed doet."

Van het een komt het ander, Ali leidt via een ontmoeting met theaterdirecteur Thierry Meyer (Suresnes) in juni 2010 tot Rayahzone, dat in maart 2012 in première gaat en andermaal bejubeld wordt. De voorstelling staat tussen Oost en West, tussen rayah (Arabisch voor omzwerving) en 'zone'. Ze werd bedacht door Ali en Hedi, die ook danser Lionel About uitnodigden en een vijfkoppig Tunesisch soefigezelschap onder muzikale leiding van Sofyann Ben Youssef. "Noem het een omzwerving, een confrontatie tussen de dood, de waanzin en de rede", legt Hedi uit. "Mijn broer", onderbreekt Ali hem, "inspireerde zich op Nietzsches Also sprach Zarathustra, met zijn metamorfoses van de geest, van kameel over leeuw tot kind."

Hedi schudt het hoofd en komt tussenbeide. "Daar hoef je niet over uit te weiden, dat is privé en alleen voor ons belangrijk. Je kunt het beter over de soefigezangen hebben, die ons sinds onze kindertijd hebben gewiegd en die in Tunesië zelf jarenlang waren verboden.

Ali: "De muziek is inderdaad erg fundamenteel, altijd geweest in ons leven. Een plaats van ontsnapping en fantasie. Rayahzone wordt geritmeerd door de gezangen en de percussie, door muziek die tegelijk lokaal, universeel en tijdloos is. En de rest, vind ik, moet je gewoon komen zien." Hedi grinnikt.

De dansvoorstelling Rayahzone van Ali en Hedi Thabet wordt vanavond en morgen opgevoerd in de Hallen van Schaarbeek. Info: halles.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234