Dinsdag 19/01/2021

Een bed van viooltjes

Victoria Griffin over genot en ongenoegen van de minnares

door Ingeborg Landuyt

Victoria Griffin

Bloomsbury, Londen, 320 p., 1.164 frank.

'We hebben maîtresses voor ons plezier, concubines voor huishoudelijk werk en echtgenotes voor ons nageslacht." Dat was het standpunt van Democritus bijna twee millennia geleden. Toen was het nog heel gewoon dat mannen bepaalden in welke rol ze de vrouw het liefst zagen, al ligt de cultus van hoer en engel in de vroege twintigste eeuw ook nog vers in het geheugen. Victoria Griffin doet daar niet aan mee: zij is maîtresse omdat ze daarvoor gekozen heeft. Maar dat het niet altijd meevalt je eigen leven te regisseren, wordt duidelijk aan de hand van vele historische voorbeelden, van Psyche tot Camille Claudel, van Madame de Pompadour tot George Eliot: het genot en de ongenoegens van een minnares.

Toen Griffin op zoek ging naar studies over de rol van de maîtresse in onze samenleving, vond ze niet veel boeiend of herkenbaar materiaal. In Sexual Arrangements, een studie van Janet Reibstein en Martin Richards, wordt het huwelijk gezien als een overeenkomst waarin overspel verraad is en de maîtresse aanzet tot bedrog en smaad. Wendy James en Susan Jane Kedgley verdedigen in hun studie The Mistress een andere stelling: maîtresses en minnaars zijn miskende slachtoffers van de levenslange monogamie die onze samenleving zichzelf oplegt.

Griffin herkent zich echter niet in het clichébeeld van slachtoffer of slechte vrouw. Zij gaat door alle clichés heen op zoek naar het beeld van de maîtresse, zonder daarbij eigenbelang en ambiguïteit uit het oog te verliezen.

In alle definities van minnaressen staat de relatie met een getrouwde man centraal. Maar wat de rol van maîtresse tot meer dan een tijdelijke fase maakt, is een herhaald patroon van affaires, zonder dat ze daarbij de rol van de echtgenote wil overnemen. Op zoek naar een psychologisch profiel van de maîtresse komt Griffin ook bij Jung terecht, die twee vormen van oedipuscomplex onderscheidt. Bij een te grote liefde voor de vader wordt de dochter zo jaloers op de moeder dat haar rol van maîtresse gezien moet worden als een uitgestelde wraak op alle moeders en echtgenotes ter wereld. In het tweede scenario laat haar vader haar koud, en is de rol van haar moeder wel het laatste wat de dochter wil. Haar motto is: alles, als het maar niet zoals mijn moeder is. Een maîtresse van dit type voelt weinig voor huisje-tuintje-keukentje, heeft een grote hang naar vrijheid en wil de liefde van een man zonder aan hem gebonden te zijn.

Waar geen enkele maîtresse echter omheen kan, zijn de sociale druk en algemene afkeur die haar te beurt vallen. Want maîtresses zijn bij niemand geliefd, behalve bij de mannen met wie ze een affaire hebben. En als een maîtresse het een tijdje bij een man wil uitzingen, kan ze haar geheim maar beter delen met een kring van intimi. Waar ze niet te veel telefonisch contact mee heeft, zoals Monica Lewinsky. En ze kan zich maar best wapenen tegen welmenende vrienden die haar eenzaamheid en twijfels over de toewijding van haar geliefde aanpraten. Anders vergaat het je misschien als Psyche in de Romeinse mythen, waarschuwt Griffin. Haar geheime geliefde was niemand minder dan Cupido, tot haar zussen haar twijfels aanpraatten over haar goddelijke minnaar, die haar alleen 's nachts opzocht. Psyche verbrak hun geheim en het was uit met de liefde.

Als Psyche niet de raad van haar zussen, maar de redenering van haar vrijgevochten zuster Héloïse had gevolgd, had ze vaster in haar schoenen gestaan. Want is de liefde van een maîtresse niet intenser en intiemer dan de liefde die voor echtgenotes is weggelegd? Als een man zijn huwelijk en zijn goede naam op het spel zet alleen om bij jou te kunnen zijn, dan moet hij toch echt wel van je houden.

Griffin laat zich niet zo vlug overtuigen door het argument van de pure liefde. De oorsprong van deze romantische visie op minnaressen ligt in het Frankrijk van de twaalfde eeuw, waar verstandshuwelijken werden gesloten uit economische overwegingen. De beste plaats voor een meisje dat geen liefde zonder passie wilde, was het klooster. Daar kwamen toen meer mannen over de vloer dan Jezus alleen. In Venetië en ook in Parijs stonden de novices eerder bekend om hun promiscuïteit dan om hun piëteit. Een van de bekendste novices van haar tijd is Héloïse, de minnares van de filosoof Abélard. Ze ontmoette hem als haar leermeester, hij verleidde haar, ze werd zwanger, Abélard wilde in het geniep trouwen, zij niet. Ze ging nog liever in het klooster om voor eeuwig zijn maîtresse te blijven, dan dat ze met de keizer van de wereld zou trouwen, schreef ze Abélard in een brief.

In zijn Historia beschrijft Abélard dan weer dat hij Héloïse eerst gewoon wou verleiden voor de seks en dat hij pas later verliefd is geworden, maar dat hij zijn carrière niet wou opgeven voor haar. Eigenbelang speelt altijd mee, en ego en libido zijn ook niet weg te denken, zeker niet in de hoofdstukken die Griffin aan politici en koningen wijdt. Bij koningen speelt het argument van het huwelijk uit dynastieke overwegingen mee, maar het kan zeker niet de enige reden voor hun voorliefde voor overspel zijn, besluit Griffin als ze de lange traditie bekijkt van Madame de Pompadour tot Camilla en Charles. Maar het levert wel mooie anekdotes op, zoals die van Cora Pearl, de maîtresse van Jerôme Bonaparte, die hem eerst op een diner vergastte en daarna zichzelf in een zilveren schaal als dessert serveerde, naakt op een bed van Parmaviooltjes.

Er zijn vele redenen om maîtresse te worden, maar weinig goede. Vrouwen die voor mannen met macht vallen in de hoop iets van hun status, geld of talent mee te pikken, zijn gevaarlijk. Niet alleen voor hun omgeving, maar vooral voor zichzelf. Liegen en bedriegen is de tweede natuur van elke maîtresse die haar liefde verborgen moet houden, maar wie zichzelf voorliegt, graaft zijn eigen graf. Dat illustreert het leven van kunstenares Camille Claudel: haar relatie met Rodin was een zachte vernieling van haar talent.

De 19de-eeuwse Britse schrijfster George Eliot lijkt dan weer het voorbeeld van een verstandige maîtresse die alles op een rijtje heeft. Maar haar houding tegenover het huwelijk is op z'n minst ambigu. Ze wil onafhankelijkheid én zekerheid, en haar zelfbeeld schommelt voortdurend tussen twee polen: ik heb geen behoefte aan totale liefde / ik ben die liefde niet waard. Enig sadomasochisme is haar dus niet vreemd, en het lijkt wel, aldus Griffin, of elke maîtresse een voorkeur heeft voor de pijnlijke kanten van het bestaan. Victoria Griffin stelt in The Mistress dus niet alleen het clichébeeld van de maîtresse ter discussie, maar ook de romantische liefde. En dat doet ze aan de hand van vele voorbeelden. Al mag het soms wat minder, want de overvloed aan verhalen en haar eigen bijdrage daaraan, door bijvoorbeeld Zeus met een gsm te bedenken, worden bij momenten van het goede te veel. De kracht van Griffin ligt in het onderzoeken van haar persoonlijke drijfveren in een ruimer kader, zonder zichzelf te ontzien. The Mistress is geen historische studie, geen psychologische analyse, geen persoonlijk getuigenis, maar een combinatie van alle drie. En dat levert een scherpzinnig en lichtvoetig essay op.

Het lijkt wel of elke maîtresse een voorkeur heeft voor de pijnlijke kanten van het bestaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234