Zondag 13/06/2021

Een barometer van vijftig jaar Russische geschiedenis

De Britse theatermaker Peter Brook noemt het Maly Theater van Sint-Petersburg het beste ensemble van Europa. Twaalf jaar na de première komt Broeders en zusters, hun visitekaartje, naar deSingel. Een indrukwekkende, meeslepende voorstelling, die in een zes uur durende marathon vijftig jaar Russische geschiedenis omvat. Van het eind van de Tweede Wereldoorlog tot de nadagen van het stalinisme, de periode waarin prozaïst Fjodor Abramov zijn gelijknamige romancyclus situeerde; van het interregnum van Konstantin Tsjernenko via de glasnost en het eind van de Sovjet-Unie onder Michail Gorbatsjov tot het huidige regime van Boris Jeltsin, een tijdsspanne waarin Lev Dodins voorstelling onvermoeibaar op het repertoire van het theater bleef staan.

Peter Anthonissen

Twaalf jaar lang houdt het ensemble dezelfde succesvoorstelling op het repertoire en gaat ermee op tournee. Een scepticus zou het als economische noodzaak kunnen bestempelen, kwestie van het onderste uit de kan te halen nu het voor het theater op financieel drijfzand werken is in Rusland. Dat is echter buiten de theateropvattingen van zijn artistiek leider Lev Dodin gerekend. Dodin, in 1944 in Siberië geboren, koestert zijn voorstellingen als oude wijn. In 1977 al toog hij met studenten naar het noorden van Rusland om er de streek op te zoeken waar Fjodor Abramovs oeuvre mee verbonden is. Nadat hij in 1983 de leiding van het Maly Theater had overgenomen, begonnen de repetities aan Broeders en zusters. Anderhalf jaar later volgde de première: de toenmalige cast draagt, op enkele uitzonderingen na, nog steeds de voorstelling.

Dodin beschouwt zich als een erfgenaam van Konstantin Stanislavski en Vsevolod Meyerhold, in de zin dat het theater voor hem geen deel uitmaakt van het leven, maar het leven zelf is: een houding die in sovjettijden aangewakkerd werd door de idee van kunst als een alternatieve religie, gekant tegen het staatsapparaat. Een belangrijke taak daarin kent Dodin zijn acteurs toe, in zijn ogen medeauteurs van een productie.

Net als bijvoorbeeld Meyerhold is Dodin zowel pedagoog als theatermaker. Sinds 1974 geeft hij les aan de theaterhogeschool van Sint-Petersburg, waar hij in 1967 zelf afstudeerde. Onmiddellijk na zijn aanstelling tot hoofd van het Maly Theater legde hij uitgezwermde ex-studenten onder contract, een manoeuvre dat hem de beschuldiging van nepotisme opleverde, maar dat hij onvermijdelijk achtte als fundament voor een gemeenschappelijke theatertaal. Het Maly Theater heeft inderdaad iets van een grote familie, ook al drukt Dodin zijn acteurs op het hart om veeleer op het toneel open te staan voor elkaar dan daarbuiten. Dat dit de concentratie en de energie ten goede komt, is te zien in Broeders en zusters: bij geen van de bijna veertig acteurs valt ook maar een greintje routine of bedrijfsmoeheid te bespeuren, ook al gaan de meesten al twaalf jaar in een bepaalde rol mee. Het resultaat van collectieve arbeid, waarin de acteurs evenzeer op elkaar zijn aangewezen als de personages die ze vertolken: de inwoners van het dorpje Pekasjino, hoog in het noorden van Rusland.

Pekasjino is de fictieve naam die Fjodor Aleksandrovitsj Abramov (1920-'83) in zijn oeuvre gaf aan zijn geboorteplaats Verkola, een dorpje in het bosrijke gebied rond de havenstad Archangelsk aan de Witte Zee. De oorlog oefende een beslissende invloed uit op zijn latere werk: zijn ervaringen als soldaat, ja zeker, maar meer nog het leed dat hij meemaakte op het thuisfront, toen hij in 1942 zwaargewond in Verkola terugkeerde en er zag hoe de vrouwen en kinderen zich door hun beproeving heen sleepten. De door Stalin gedane beloften werden na de oorlog niet ingelost, wel integendeel. Honderdduizenden Russische burgers en soldaten werden van de Duitse gevangeniskampen rechtstreeks op transport gezet naar de werkkampen, zogenaamd omdat ze tijdens de oorlog de overgave boven de dood verkozen. De gevolgen van de collectivisering van de landbouw lieten zich, meer nog dan voor de oorlog, voelen: vooral in de kolchozen, de collectieve landbouwbedrijven, was de situatie rampzalig. De boeren in een kolchoz dienden zich te houden aan een door de partij opgelegd productieplan. Na de verplichte leveranties aan de staat werden ze in geld of natura uitbetaald: vaak ging het om niets of zeer weinig.

De dood van Stalin in 1953 maakte een aantal dissidente stemmen los. Fjodor Abramov, die ondertussen een diploma literatuurwetenschap aan de Universiteit van Leningrad op zak had, zette de aanval in. In het blad Novi Mir klaagde hij het rooskleurige beeld aan dat de naoorlogse literatuur van het leven op het platteland schetste. In 1963 verscheen zijn essay 'Om de hete brij', waarin hij de malaise in de kolchozen op de korrel nam. Dronkenschap, absenteïsme, luiheid en ongeïnteresseerdheid waren er schering en inslag, zo schreef hij. Tevens trok hij van leer tegen het genadeloze paspoortensysteem, waardoor de plattelandsbevolking aan de kolchoz gebonden was.

Ondertussen had hij een begin gemaakt met zijn tetralogie over het leven in Verkola/Pekasjino, die zowel onder de titel van het eerste deel, Broeders en zusters, als onder de verzamelnaam De Prjaslins bekend staat. Achtereenvolgens verschenen Broeders en zusters (1958), Twee winters en drie zomers (1968), Wegen en kruispunten (1974) en Het huis (1978): een werk van lange adem waarin hij zich stilistisch en inhoudelijk verwant toont aan Lev Tolstoj (1828-1910), in zijn tijd een even groot sympathisant met het boerenleven.

Het vierdelige epos legt de vinger op de wonde van de landbouwpolitiek van het sovjetregime vanaf de naoorlogse periode tot de vroege jaren zeventig. Centraal staat het personage van Michail Prjaslin. Als veertienjarige verliest hij tijdens de oorlog zijn vader en moet hij instaan voor de hele familie: van adolescent werkt hij zich op tot een van de leidinggevende figuren in de kleine boerengemeenschap. Met Broeders en zusters staat Abramov symbool voor het zogenaamde 'dorpsproza', een strekking in de sovjetliteratuur die na Stalins dood tot bloei kwam en tot in de jaren zeventig en tachtig vertegenwoordigers bleef hebben als Vasili Belov, Valentin Raspoetin en Viktor Astafjev.

Lev Dodin heeft er bij het Maly Theater een erezaak van gemaakt om zo veel mogelijk Russisch proza voor het toneel te bewerken. Dat was het geval voor romans van onder anderen Fjodor Dostojevski, Joeri Trifonov en Valentin Raspoetin, maar een speciale band heeft Dodin met Fjodor Abramov, die hij persoonlijk heeft gekend. In 1980 maakte hij furore met zijn theaterversie van Het huis. Het monumentale Broeders en zusters is daardoor beperkt tot de eerste drie delen van Abramovs tetralogie. Samen met Arkady Katzman en Sergej Bechterev (tevens acteur) zorgde Dodin voor een homogene bewerking, die als een trechter eindigt op het morele dilemma van een enkele persoon. Nadat Ivan Loekachin, de voorzitter van de kolchoz, het besluit heeft genomen om, tegen de partijvoorschriften in, aan iedere boer een zak graan uit te reiken, wordt hij gearresteerd. Michail Prjaslin zet een petitie op om Loekachin te steunen. Enkel zijn jongere zuster Liza zet haar naam eronder en tekent zo haar doodvonnis. 'Liever te sterven dan in lafheid verder te leven,' luidt haar testament.

De voorstelling is opgesplitst in twee gelijke delen van elk ongeveer drie uur. Bij aanvang van elke helft zet Dodin het medium film te kijk als het propagandamiddel bij uitstek dat de bevolking een rad voor de ogen draait. De eerste stem die weerklinkt, is die van Stalin, die in een toespraak op 3 juli 1941 zijn 'broeders en zusters' oproept om de nazi-vijand te vernietigen. Hierop volgen beelden van de triomfantelijke intocht van de sovjettroepen in Berlijn. Achter het scherm verschijnen de inwoners van Pekasjino: de vrouwen, de invaliden en de kinderen, angstvallig wachtend op de terugkeer van de mannen uit de oorlog. Groot is hun ontnuchtering wanneer slechts één enkele ziel levend thuiskomt. Aan het begin van het tweede deel kijkt het publiek met de acteurs mee naar De kozakken van Kaboeni, een 'documentaire' film uit de jaren vijftig die de ideale kolchoz portretteert. Ook nu is de realiteit veel bitterder omdat de economische moeilijkheden de solidariteit in het dorp dreigen te ondermijnen.

De twee filmfragmenten zijn de enige externe hulpmiddelen waarop Dodin een beroep doet. In de rest van de voorstelling gaat hij in de grootste eenvoud te werk. Het toneelbeeld bestaat uit weinig meer dan een uit boomstammen opgetimmerd platform dat in de eerste scène dienstdoet als filmdoek en nadien voortdurend gekanteld en opgetrokken wordt om een muur, een dak, een aanlegsteiger voor te stellen. Het rurale karakter van de wereld die Dodin oproept, spreekt uit de bijna fysiek tastbare aanwezigheid van natuurlijke materialen: hout natuurlijk, maar ook stro en het levensnoodzakelijke brood, dat voor deze arme boeren een enorme symboolwaarde bezit.

Vitaliteit is het sleutelwoord voor de vertolking van de bijna veertig acteurs. Het is wat wennen aan hun enthousiaste, genereuze speelstijl, maar al gauw blijkt net dat hun kracht: een aanstekelijk, bruisend realisme dat het leven van de boeren aanschouwelijk maakt zonder in typetjes te vervallen. Uitschieters citeren is moeilijk: daarvoor is het ensemble, de kinderen incluis, te homogeen, al verdienen Pjotr Semak (Michail), Natalia Fomenko (zijn warmbloedige en tot hevige controverses leidende vriendin Varvara) en Tatjana Chestakova (in het ware leven Lev Dodins echtgenote, in de voorstelling Michails moeder, die het dorp als een volleerd crisismanager door de oorlog heeft geleid) een speciale vermelding.

De voorstelling maakt haar ambities het best waar als ze de anekdote, het 'kleine' realisme overstijgt. Het tweede deel is daardoor minder overtuigend dan het eerste, omdat het morele vraagstuk een aantal discussies met zich meebrengt die te veel toelichting bieden bij de concrete Russische situatie. Meestal echter verstaat Dodin de kunst om moeiteloos de brug te slaan van de kroniek van Pekasjino naar een verhaal rond de bijna mythische tegenstellingen tussen de stad en het platteland, het wedervaren van de vrouwen op het thuis- en de mannen op het oorlogsfront, het individueel en het maatschappelijk belang, de blind opgelegde verordeningen van het centraal gezag en het dagelijkse geploeter, corruptie en integriteit... Ook vormelijk weet Dodin deze spanningen te verbeelden door in een handomdraai over te schakelen van intieme scènes tussen twee, drie personages naar massataferelen die in een musical als Les misérables niet zouden misstaan.

De uitzonderlijk lange speelperiode van Broeders en zusters brengt ondertussen almaar nieuwe betekenissen met zich mee: de voorstelling is als een barometer gaan gelden voor de socio-politieke ontwikkelingen in het nieuwe Rusland. De kritiek die de voorstelling midden jaren tachtig op het systeem formuleerde, werd door sommigen geïnterpreteerd als een voorbode van de glasnost.

In de Franse krant Le Monde wijst Lev Dodin zelf de volgende evolutie aan. Bij de première in 1985 dacht hij de toenmalige Sovjet-Unie te ensceneren, een wereld onder het gezag van een doodzieke Konstantin Tsjernenko, die geen enkel toekomstperspectief bood. In 1988 kreeg het ensemble de toestemming om Broeders en zusters in Parijs te spelen: de culturele dooi onder Michail Gorbatsjov was ingezet, Dodin had het gevoel het recente verleden aan het Franse publiek te presenteren. Sinds een aantal jaren is de stemming opnieuw omgeslagen: de economische realiteit, de toename van de misdaad en de machtsstrijd tussen (ex-)communisten en extreem-rechts doen de regisseur vrezen dat Broeders en zusters anno 1998 over de nabije toekomst gaat. Met een nieuw millennium in aantocht is deze uitzonderlijke voorstelling nog niet aan het eind van haar Latijn.

Het Maly Theater van Sint-Petersburg speelt Broeders en zusters in de Rode Zaal van deSingel, Desguinlei 25, 2018 Antwerpen, tel. 03/248.28.28. De voorstelling bestaat uit twee delen, die elk op zich een volwaardige voorstelling vormen. Deel 1 speelt op donderdag 19 februari om 20 uur, deel 2 op vrijdag 20 februari om 20 uur. Op zaterdag 21 en zondag 22 februari zijn er twee integrale voorstellingen, waarbij de beide delen na elkaar worden gespeeld: deze vangen aan om 15 uur en eindigen omstreeks 22.30 uur, met een eetpauze omstreeks 18 uur. De spreektaal is Russisch, er is boventiteling in het Nederlands en het Frans. Op donderdag 19 februari om 19 uur houdt dramaturg Michail Stronin een inleiding, op vrijdag 20 februari is er na de voorstelling een gesprek met regisseur Lev Dodin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234