Donderdag 16/07/2020

Een bad nemen is een filosofisch moment

Filosofen, zo weten we allemaal, zijn oude mannen met een grijze baard die urenlang kunnen dooremmeren over de muziek der sferen en het statuut van het transcendentaal ego. Vergeet het, zegt de Brit Robert Rowland Smith, de filosofie opsluiten in de stoffige leeszaal van een bibliotheek is een misdaad, want die illustere grootheden vroegen zich net zoals iedereen af hoe ze zich dienden te gedragen op een feestje en waarom ze soms zin hadden om eens flink keet te schoppen of er gewoon de brui aan te geven. ‘Plato en Socrates waren echt niet op zoek naar de sleutel van het heelal’, aldus Rowland Smith, ‘maar wel naar de regels van het goede leven.’

Hoe de grote denkers ons alledaagse leven bepalen

‘Van bij de oorsprong ervan had filosofie een praktische bedoeling”, gaat hij verder, “en volgens mij is dat nog steeds zo. In feite hou ik niet van het woord filosofie. Het heeft immers een heel academische en abstracte connotatie. Denken is een beter woord, omdat denken je vrij maakt. Wie niet over het leven nadenkt, slaapwandelt immers hele dagen.”

In Ontbijten met Socrates neemt Smith de lezer mee op een reis door de geschiedenis van de filosofie aan de hand van wat er allemaal kan gebeuren op een doodgewone dag. Na het ontwaken eten we een bagel met Hegel en een omelet met Bacon terwijl we de gifbeker van Socrates wijselijk aan ons voorbij laten gaan. We wapenen ons samen met Lucretius tegen de onvoorspelbaarheid van het bestaan en trekken vrolijk fluitend met Jacques Derrida, of iets minder opgewekt met Karl Marx naar het werk. Winkelen doen we hand in hand met Walter Benjamin en na een ruzie met onze partner gaan we te rade bij Carl Schmitt. Geen ervaring zo alledaags of een klassiek filosoof is er wel mee aan de slag gegaan en wat we er als lezer uit leren, is hoe opmerkelijk zaken die we als gewoon ervaren in werkelijkheid wel zijn.

Neem nu een bad of een douche, om het in ochtendlijke sferen te houden, wat is daar nu filosofisch aan? “Een bad is alvast een moment om te mediteren over het leven, meer dan een douche”, verklaart Smith. “In een bad lig je, terwijl je in een douche rechtstaat, wat niet de ideale positie is om te reflecteren, zeker niet als er constant water op je naakte lichaam neerregent. Een bad is dus van nature meditatief, en wat is meditatie? Je zo bewust mogelijk worden van alles om je heen en naar de kern van het zijn gaan. Het is trouwens opvallend dat iedere cultuur een ochtendritueel heeft. Ons wassen is een zuiveringsact. Psychologisch gezien is dat een goede zaak omdat we ons zo voorbereiden op iets nieuws. Het is een teken van hoop en optimisme. Depressieve mensen wassen zich ’s ochtends bijvoorbeeld niet. Ze zien er het nut niet meer van in. Vandaar ook dat patiënten in het ziekenhuis dagelijks gewassen worden, zelfs degenen die op sterven liggen. Daar gaat hoop van uit: er is nog kans op beterschap.”

Filosofie is toch meer dan zomaar wat denken? Is het geen heel specifieke vorm daarvan?

“Ja, maar een vorm die voor iedereen toegankelijk is. Zelfs mijn dochtertje van drie stelt filosofische vragen. Waarom gaat die vogel in deze boom zitten, en niet in die een beetje verderop, vraagt ze me, en ik denk: goeie vraag, wist ik het maar. Misschien is nieuwsgierigheid een beter woord voor filosofie, omdat nieuwsgierigheid creatiever klinkt. Er is ook een politieke component. Wanneer je niet nadenkt over je leven, loop je veel meer kans om gemanipuleerd te worden door politieke of ideologische krachten. Kranten proberen je een bepaalde richting uit te sturen, links of rechts. Wanneer je niet nadenkt over hetgeen je leest, verlies je dus een deel van je vrijheid.”

Zou u durven te beweren dat mensen de plicht hebben om na te denken?

“Niet in de zin dat het bij wet opgelegd zou moeten worden, maar wil je een volwaardig mens zijn, dan ben je het inderdaad wel aan jezelf verplicht. Ik weet dat er veel mensen zijn die zich fantastisch voelen bij de gedachte dat ze niet moeten nadenken en dat alles in hun plaats beslist wordt. Dat is lekker makkelijk, maar ik vind het ook zonde van hun menselijke mogelijkheden. Zo lijken ze zich tot een dierlijk niveau te beperken, of zelfs nog lager, want misschien zijn dieren wel tot meer reflectie in staat dan we gemakkelijkheidshalve aannemen.”

Nogal wat critici zouden opmerken dat de media, en dan vooral de tv, de mens tot een gelukkig maar gedachteloos wezen hebben herleid.

“Daar ben ik het niet mee eens. Tv kijken doe je immers meestal thuis, samen met anderen. Ik vind het een democratisch gegeven. Het licht is aan, je kunt praten terwijl de tv aan staat of zelfs een discussie beginnen over een programmapunt. Het is een medium dat je uitnodigt om mee te doen en mee te denken. In die zin is er niet zoveel verschil met een krant. Je kunt het eens of oneens zijn met wat je ziet of leest. Op zich is er dus niets mis met het medium tv, al denk ik niet dat het nog lang zal meegaan. Het is immers een typisch twintigste-eeuws medium, met een groot niveauverschil tussen maker en kijker. Vandaag, op het internet, is iedereen maker en kijker tegelijkertijd. Ik zie dus helemaal geen probleem in de zogezegd afstompende of verdovende werking van tv. Het probleem ontstaat pas wanneer je leven uit niet meer bestaat dan van ’s ochtends tot ’s avonds naar die tv liggen staren.”

Net zoals iemand die niet anders doet dan boeken lezen, geen volwaardig leven kan leiden?

“Precies, Sartre zei dat je als mens de plicht hebt om kritisch te reflecteren over de wereld, maar na die reflectie diende de actie te komen. Alleen nadenken was niet genoeg voor hem. Hij wou ook politieke actie. Tot op zekere hoogte ben ik het daar mee eens, met dat verschil dat ik ook andere vormen van creativiteit in aanmerking zou laten komen. Kunst creëren is voor mij evenwaardig aan de barricaden beklimmen. Het zijn allebei uitingen van vrijheid. Je moet gewoon iets doen met je leven. Het maakt mij niet uit of je bij de volgende verkiezingen links of rechts stemt, zolang je maar weet waarom je dat doet, en omdat je ouders dat al deden is daarbij niet het goede antwoord. Filosofie geeft dus geen antwoorden, maar ze zorgt ervoor dat je betere vragen stelt. De realiteit bestaat volgens mij niet. Jij hebt jouw idee van de wereld en ik heb daar mijn idee over en waar die twee ideeën elkaar overlappen, ontstaat er een beetje realiteit. Wat wij realiteit noemen, is dus niet meer dan een gedeelde interpretatie van iets wat in se onkenbaar is. Wij maken de realiteit zelf, en we doen dat onophoudelijk, met alles wat we doen of denken. Maar dat maakt ook dat we verantwoordelijk zijn voor die realiteit en dat we dus bepaalde realiteiten wel en andere niet kunnen verkiezen. En het is onze plicht om daar ethisch verantwoorde keuzes te maken, wat natuurlijk niet altijd gebeurt. Neem nu de oorlog tegen de terreur. Bush gaf een speech waarin hij het over die oorlog had en riep die daarmee ook in het leven. Die oorlog is immers geen objectieve realiteit, maar wel een manier om naar de wereld te kijken. Mensen zien inderdaad een oorlog tussen het vrije Westen en de islamitische terroristen, maar die is er niet echt. Het is alleen maar een manier om wat er gebeurt in een bepaald stramien te gieten zodanig dat het inderdaad realiteit wordt.”

U wijst ook op onze dubbelzinnige relatie met ons werk. Enerzijds vinden we het vervelend, maar als we de loterij winnen blijven we toch maar liever aan de slag.

“Of toch 66 procent van ons, zoals blijkt uit cijfers van de Britse National Lottery. Ik ken een multimiljonair die in Monaco woont en zich steendood verveelt omdat hij niets te doen heeft. Werk geeft ons een doel in het leven, en dat mist hij. Toegegeven, niet iedere job geeft je een doel, maar heel veel jobs doen dat wel, zelfs als ze inhouden dat je de vloer moet dweilen. Zolang je er maar genoeg voor betaalt krijgt, zul je dat ook graag doen. Ik was net Hannah Arendt aan het lezen, en volgens haar is werk hetgeen wat ons onderscheidt van dieren. Terwijl dieren niet veel meer verrichten dan nodig om te overleven, is een mens immers in staat zaken te doen met een hoger doel in gedachten. Wij doen meer dan voedsel verzamelen. Wij verrichten arbeid die een meerwaarde oplevert. De man die uit de gracht drinkt en ’s nachts op een bank in het park slaapt, is in die zin niet echt menselijk bezig. Hoe belangrijk werk sociaal gezien is, bleek bijvoorbeeld uit de film The Full Monty, over een stelletje mannen uit Sheffield die tijdens de recessie van de jaren 1970 hun werk verliezen en daar ieder op hun manier mee in het reine moeten zien te komen. En dat is niet makkelijk. Een van hen probeert zelfs zelfmoord te plegen. Persoonlijk ben ik als de dood voor het idee dat ik ooit op pensioen zal moeten.”

Biedt de economische crisis geen nieuwe kansen aan de filosofie? Het oude verhaal over de oneindige groei heeft toch een deuk gekregen?

“Tot voor kort geloofde iedereen inderdaad dat zijn huis om de paar jaar in waarde zou blijven verdubbelen en dat we allemaal slapend rijk aan het worden waren. Misschien rijd ik vandaag nog niet in een Porsche, maar over vijf jaar zal dat wel zo zijn, dacht men toen. Dat is vandaag inderdaad voorbij. Het doembeeld dat je alles moet verkopen en ergens op het platteland in een hol moet gaan wonen, is nooit veraf. In feite is dit echter nog steeds hetzelfde verhaal, alleen het tegenovergestelde ervan. De basisvoorwaarden van het leven, namelijk ons kapitalistische bestel, worden niet ter discussie gesteld en iedereen wil zo gauw mogelijk terug naar voorheen. Liever geld uitgeven in 2005 dan filosoferen in 2010. Het probleem is dat we geen idee hebben hoe een postkapitalistische wereld er zou kunnen uitzien. Is het zoiets als China, een mengeling van communisme en kapitalisme? En willen we dat wel? Een nieuw sociaal systeem bedenk je niet zomaar een twee drie. Mensen zullen dus niet uit eigen beweging over hun leven nadenken, maar wel uit noodzaak. En toch merk ik dat er iets beweegt. Men begint bijvoorbeeld anders over werk te denken, niet langer louter als een manier om veel geld te verdienen. Tegelijk kunnen we er niet omheen dat er rijkdom gecreëerd dient te worden. En zo komen we weer bij ons startgegeven uit: door te denken creëren we vrijheid, vrijheid die ons creatief maakt en die creativiteit schept rijkdom. Het leven gaat dus niet om de keuze tussen spenderen en niet denken of denken en niet spenderen. Denken kan tot vrijheid en rijkdom leiden. Het is er geen alternatief voor.”

Robert Rowland Smith (Londen, 1965)

> Na zijn studies ging hij aan de slag als docent aan het All Souls College, Oxford en aan de London School of Economics. Daarnaast werkte hij als publicist en radio- en tv-maker, vooral over filosofie, literatuur en psychoanalyse.

> Is medestichter van het academische tijdschrift Angelaki, gewijd aan filosofie en literatuurwetenschap.

> Gaf nadien les in Noorwegen, Frankrijk en Californië.

> Werkt mee aan de Londense School of Life, waar hij een collega is van Alain de Botton. Hij doceert er over liefde en gezin en leidt de Breakfast Club, waarbij deelnemers om de twee weken tussen half acht en half negen ’s ochtends getrakteerd worden op een lekker ontbijt en een flinke portie filosofische gedachten.

> Werkt ook als management consulent voor onder meer het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, English Heritage, Pearson en Barclays Bank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234