Zondag 04/12/2022

Een babbeltje slaan

'Het kan niet anders dan dat het chatten en de andere vormen van communicatie op het net nog verder zullen evolueren'

Bill Gates

op het Internet

Toen de telefoon meer dan een eeuw geleden nieuw was, wisten de mensen niet wat ze ervan moesten denken. Waar was hij eigenlijk goed voor? Voor niet zo gek veel, leek het wel. Western Union merkte op dat de telefoon het bedrijf niet zou helpen om telegrammen nog sneller te versturen, en ging in 1876 niet in op het aanbod om de uitvinding voor 100.000 dollar te kopen. Zelfs de uitvinder van de telefoon, Graham Bell, ging er naar verluidt van uit dat zijn geesteskind in de eerste plaats gebruikt zou worden om informatie te verspreiden, een soort radio avant la lettre dus.

Bells vergissing is begrijpelijk als je bedenkt dat er in die tijd geen auto's waren, en dat de meeste mensen zich doorgaans niet erg ver van hun eigen huis waagden. Leefgemeenschappen waren vooral geografisch bepaald. Om met een vriend te praten, ging je gewoon naast de deur. Wie had kunnen vermoeden dat de telefoon uiteindelijk vooral gebruikt zou worden voor gesprekken van persoon tot persoon?

Misschien is de geschiedenis zich wel aan het herhalen. Hoewel het gebruik van elektronische post een explosieve groei kent, ziet men het Internet doorgaans vooral als een middel om via webpagina's informatie te leveren. Dat is waarschijnlijk een variatie op de vergissing die Bell 120 jaar geleden maakte. Het Internet is een revolutionair publicatiemiddel, maar het netwerk heeft wellicht een nog groter potentieel als middel om mensen met elkaar in contact te brengen.

De afgelopen twee decennia is informatica steeds goedkoper geworden. Daardoor heeft de computer de gebruikers steeds productiever gemaakt en ze betere toegang tot informatie gegeven. Nu ook communicatie steeds goedkoper wordt, maakt de computer het voor de gebruikers ook steeds gemakkelijker om elkaar te bereiken.

Elektronische postvakjes worden overspoeld met berichten. Chatten - elektronisch kletsen - en groepsactiviteiten op het net zitten duidelijk in de lift. Dat chatten is een fascinerend fenomeen. Het gebeurt in denkbeeldige 'kamers' waar mensen met dezelfde interesses elkaar treffen. Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat de deelnemers voortdurend berichten heen en weer sturen, gewoonlijk naar correspondenten die ze nog nooit in levenden lijve ontmoet hebben. Er kunnen zelfs meerdere mensen tegelijk met elkaar communiceren, en er zijn geen extra kosten voor internationale gesprekken zoals die er per telefoon wel zijn.

In vergelijking met telefoongesprekken lijkt de technische kwaliteit van het chatten laag. Toch blijkt het ondanks zijn beperkingen een razend succes, omdat de menselijke drang naar contact met anderen zo groot is. Eigenlijk is het feit dat je je bericht moet intikken - en kunt bewerken wat erin staan voor je het verstuurt - een van de aantrekkelijke punten van chatten. Een versie die gesproken communicatie mogelijk maakte, werd een grote flop. Ik denk dat veel mensen zich toch plots geïntimeerd voelden als ze op een vriendelijke, begrijpelijke manier met anderen moesten praten.

Chat rooms zitten vol mensen die het erg op prijs stellen of zelfs nodig hebben om van thuis uit - eenvoudig, veilig en zonder je te moeten omkleden - met anderen te kunnen kletsen. "Op veel plaatsen is het buurtgevoel verdwenen", hoorde ik onlangs van iemand die een studie maakt over chat rooms. "Daardoor gaan de mensen in cyberspace nieuwe wegen tot zelfexpressie zoeken."

Hoewel ik zelf niet zoveel tijd in chat rooms doorbreng, ken ik een aantal mensen die dat wel doen. Een daarvan is een vriendin die gek is op de Beanie Babies. Kletsen over haar hobby en de spullen zelfs on line aan de man brengen is een ongelooflijk belangrijke tijdsbesteding geworden voor haar.

Een manager die programma's ontwerpt voor on line gesprekken vertelde me dat ze de chat rooms was beginnen bestuderen en er daardoor tot haar eigen verbazing algauw zelf twee of drie uur per dag in doorbracht. "Je ontwikkelt er heel echte relaties met anderen mee", zegt ze.

In de meeste chat rooms wordt anonimiteit toegestaan. In sommige gevallen kun je zelfs bij elk bezoek een nieuwe naam voor jezelf verzinnen. Dat kan op de duur tot onbeschoft en onverantwoordelijk gedrag leiden omdat er toch weinig maatregelen te treffen zijn tegen asociale activiteiten. Als gebruikers consequent dezelfde naam moeten gebruiken, zelfs al is het een denkbeeldige zoals 'Sissy' of 'Metal X', bouwen ze een reputatie op die ze zullen willen beschermen door zich verantwoordelijk te gedragen.

Het kan niet anders dan dat het chatten en de andere vormen van communicatie op het net nog verder zullen evolueren. Mij intrigeren met name de inspanningen om 'virtuele werelden' te creëren, denkbeeldige ruimtes waarin de deelnemers een visueel beeld kiezen dat hen vertegenwoordigt. Die 'avataren', zoals ze genoemd worden, lijken soms op de persoon in kwestie maar vaker helemaal niet. De deelnemers kunnen elkaar benaderen en met elkaar praten, maar ze kunnen zich ook in een hoekje terugtrekken om alleen te zijn of te luistervinken.

In de virtuele kamers bevinden zich ook meubilair en andere voorwerpen. Soms kun je er bijvoorbeeld in een archiefkast informatie opzoeken. De voorwerpen blijven aanwezig. Als je een week later op dezelfde plaats terugkomt, zal die er waarschijnlijk in grote mate uitzien zoals je ze hebt achtergelaten, al zijn er misschien net ook heel wat andere mensen op bezoek.

Omdat de virtuele wereld zelf blijft bestaan, worden de bezoekers aangemoedigd om erin te investeren, er hun sporen na te laten en er samen met anderen aan deel te nemen. Die continuïteit bevordert ook de ontwikkeling van een eigen economie waarin mensen goederen beginnen uit te wisselen en te verhandelen.

Het aftasten van het potentieel van virtuele werelden is nog maar net begonnen. Het experiment dat ik van het meest nabij volg omdat mijn bedrijf erbij betrokken is, vindt plaats aan het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle. 'HutchWorld', een virtuele wereld die nog in aanbouw is maar die niet toegankelijk zal zijn voor het grote publiek, zal een afspiegeling zijn van veel van de voorzieningen en sociale structuren van het echte kankercentrum. Het is volledig ingedeeld zoals het echte complex en is bedoeld om patiënten en hun families, die tijdens de behandeling gewoonlijk voor drie maanden of langer naar Seattle verhuizen, de kans te geven het complex te leren kennen vóór hun eigenlijke verblijf. Het zal ook een uitgebreid opvangcentrum bevatten. En voor de mensen die elkaar in het centrum leren kennen, zal het een een middel zijn om na hun vertrek toch contact te houden. Hutchworld heeft een conciërge die vragen kan beantwoorden, een plek waar je berichten voor andere bezoekers kunt achterlaten en zelfs een plaats waar je virtuele (denkbeeldige) bloemen of chocolaatjes kunt achterlaten (het is het idee dat telt). Uiteindelijk zal Hutchworld wellicht ook plaats kunnen bieden voor opleiding, ontspanning en handel.

Dat is het soort experiment dat nu aan de gang is, maar zelfs zonder het uiteindelijke resultaat te zien, heb ik geen twijfels over waar het Internet nu eigenlijk goed voor is. Het is een sociaal medium, net zoals de telefoon. Nieuwe en rijkere vormen van communicatie - met inbegrip van virtuele werelden - zullen een belangrijk onderdeel zijn van wat het de echte wereld te bieden heeft.

Vertaling: Wim Coessens

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234