Zaterdag 25/09/2021

Een baas voor de Antwerpse musea

Voor het eerst in de geschiedenis is er een coördinator voor de Antwerpse stedelijke musea. Haar naam is Anne de Hingh, ze is 32, archeologe en komt uit Nederland. Ze trad in dienst op 1 maart en moet eind volgende maand een beleidsplan klaar hebben. Op dit moment is ze met een verkenningsronde bezig. 'We moeten het beeld creëren van twaalf musea die als meer dan levensgrote vitrines samen een overzicht geven van wat Antwerpen aan kunst- en andere objecten in bezit heeft.'

Archeologe van opleiding en Nederlandse van nationaliteit. Zijn dat voor- of nadelen? "Ik denk dat beide zaken in mijn voordeel spelen," zegt Anne de Hingh in haar kantoor vlak bij de Antwerpse Grote Markt. "Ik ben trouwens niet alleen archeologe, ik heb ook een opleiding klassieke talen achter de rug. Doordat ik in de Nederlandse archeologie ben terechtgekomen, werd ik via mijn werk toch zijdelings betrokken bij de museumwereld. Later volgde ik, toen ik in Leiden gemeenteraadslid was voor GroenLinks, het stedelijke cultuurbeleid in het algemeen.

"Ik merk nu dat ik de gepaste afstand heb tegenover de museumsector, maar tegelijk ook de juiste interesse. Tijdens mijn verkennende gesprekken met de conservatoren van de Antwerpse musea kan ik het mij veroorloven om een paar domme vragen te stellen en zaken ter discussie te stellen. Als ik regelrecht uit de museumsector kwam, zou er veel meer zijn dat ik als vanzelfsprekend beschouwde.

"Hetzelfde geldt voor mijn nationaliteit. Ik kom uit een andere cultuur, die misschien maar heel subtiel verschilt van de Vlaamse, maar net voldoende zodat ik me dagelijks kan verwonderen over zaken die hier net weer iets anders gaan." Ze laat er meteen op volgen dat Vlamingen integer en directer zijn: "Ja, doorgaans hoor je het andersom. Maar hier zegt iedereen duidelijker waar het om gaat, in Nederland wordt vaker om de zaken heen gedraaid."

Toch is Anne de Hingh altijd al een bevoorrecht getuige geweest: "Mijn moeder is Antwerpse, dus ik kwam hier vroeger al regelmatig. Ik kende de stad redelijk goed, maar dan als bezoeker. Nu woon ik midden in de oude stad, tussen de musea. Het is belangrijk om je huis als referentiepunt te hebben."

De dag van ons gesprek is het heuglijke nieuws bekend geraakt dat Rubenshuis, Museum Mayer van den Bergh en (het voor het publiek nog steeds gesloten) Museum Smidt van Gelder samen als museum erkend zijn. In dat laatste zal op korte termijn 70 miljoen frank geïnvesteerd worden. Op de begane grond komt een cafetaria, op de hoogste verdieping wordt een bibliotheek ingericht, de tuin van de Belle Epoque-woning wordt opnieuw aangelegd, terwijl de entree en het museumparcours door Stéphane Beel worden hertekend. Vermoedelijk zal Museum Smidt van Gelder, dat boogt op een unieke porseleinverzameling, 17de-eeuwse schilderkunst en een prachtig Chinees kabinet, volgend jaar weer opengaan.

Maar er staat nog meer te gebeuren: eind juni wordt de winnaar van de architectuurwedstrijd voor het nieuwe Museum aan de Stroom bekendgemaakt. In dat museum, gewijd aan de geschiedenis van stad en haven, zullen de collecties van het Scheepvaartmuseum, het Vleeshuis en het Volkskundemuseum worden samengebracht. Het Vleeshuis zal zich nadien heroriënteren en specialiseren in de geschiedenis van de stedelijke muziek.

Op het moment dat Anne de Hingh aantreedt is het Antwerpse museumlandschap dus volop in beweging. "Het klimaat is erg goed," zegt ze. "De musea zijn er klaar voor om intensiever te gaan samenwerken. We moeten nu gaan uitmaken wat we gezamenlijk doen en wat de individuele verantwoordelijkheid van elk museum blijft." Voor alle duidelijkheid: De Hingh gaat, samen met haar zeven medewerkers, over vijftien instellingen, waarvan twaalf musea (van het Middelheim over het Prentenkabinet tot het Brouwershuis).

In financieel opzicht zijn de musea door de oprichting van een overkoepelende vzw al zelfstandiger geworden, de hele budgettering is transparanter geworden. Musea beheren, in overleg, hun inkomsten en uitgaven. Anne de Hingh: "Maar ze kunnen nu gaan kijken hoe ze bijvoorbeeld hun inkomsten kunnen verhogen: door meer bezoekers aan te trekken, sponsors te zoeken, aan merchandising te doen...

"De meeste musea weten trouwens heel goed hoe ze de eigen instelling bekend moeten maken, ze hebben hun eigen contacten en kanalen. En dat moet je niet veranderen, dat moet je stimuleren. Daarnaast moet je veel meer gezamenlijk naar buiten treden."

Dat is een van de hiaten in het beleid, aldus De Hingh. Ze legt tijdens ons gesprek dan ook vaak de nadruk op de noodzakelijke samenwerking tussen de musea: "Gezamenlijke promotie, gezamenlijk tentoonstellingsbeleid - zodat niet iedereen in juni tegelijk een expositie plant. Er moet ook overleg zijn over de mogelijke invalshoeken voor een gemeenschappelijk thema. Ook het personeelsbeleid moeten we gezamenlijk bekijken: zo zijn we de rol van de suppoosten opnieuw aan het definiëren."

En wat moet het resultaat zijn? "Wij moeten het beeld creëren van twaalf musea die als meer dan levensgrote vitrines samen een overzicht geven van wat Antwerpen aan kunst- en andere objecten in bezit heeft. Elk museum moet een eigen profiel hebben waarmee het zich onderscheidt. Maar het totaalbeeld moet er ook zijn. De stedelijke musea moeten bij iedereen in het geheugen gegrift staan, dat is mijn betrachting."

De Hingh geeft toe dat het Hessenhuis als tentoonstellingsruimte met zijn profiel worstelt. Daarom zou ze het graag uitbouwen tot "etalage van de Antwerpse musea": "Het is een prachtig pand, maar je bent niet de eerste die mij erop wijst dat het een moeilijk bruikbare tentoonstellingsruimte is."

Ook aan de publieksactiviteiten moet worden gesleuteld. Anne de Hingh: "In een aantal musea hebben we al uitstekende voorzieningen voor kinderen. We kunnen wel meer gaan samenwerken met de scholen. Aangezien Antwerpen twaalf stedelijke musea heeft, zou je ervan kunnen uitgaan dat in elk van de studiejaren in de lagere en de middelbare school samen de leerlingen één museum per jaar leren kennen. Je kunt samenwerken en inspelen op de leerstof, bijvoorbeeld.

"Enkele musea staan ook al erg ver met jongeren, maar nu moeten we ons op nieuwe doelgroepen gaan richten: de nieuwe Antwerpenaren, de allochtonen en de ouderen, en onze aandacht verschuiven naar de wat oudere jeugd, tussen 12 en 20 - dat is de moeilijkst bereikbare groep." Welke mogelijkheden bestaan daarvoor? "Als we moeten concurreren om de vrije tijd, denk ik aan andere activiteiten die de musea attractiever kunnen maken. Carl Depauw (conservator van het Rubenshuis, ER) heeft het idee om allerlei dingen in de tuin te gaan doen, in de richting van muziek bijvoorbeeld.

"Alles is daarbij toegelaten, nou ja, ik denk dat het duidelijk is wat niet kan. Maar een muziekoptreden in de tuin van het Rubenshuis, waarom niet? Of die tuin als een plek waar mensen 's middags hun boterhammen komen opeten. Ook het Plantin Museum heeft een prachtige binnenplaats, en ook in het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) kan wat met die patio. Elk museum moet zulke dingen trouwens vanuit zijn eigenheid aanpakken. Het Museum Mayer van den Bergh is een intimistisch museum en kan zichzelf bijvoorbeeld meer als een plek van stilte en bezinning profileren."

Op de bemerking dat een aantal musea schone slaapsters zijn die dringend wakker gekust moeten worden, pareert Anne de Hingh: "In het Plantin Museum loopt op dit moment een aardig initiatief om de suppoosten meer bij het museum te betrekken. Ze krijgen de mogelijkheid om in een vitrine een aantal lievelingsobjecten uit het museum te plaatsen en zo hun eigen verhaal te vertellen."

Moet zo'n museum, dat het verhaal vertelt van een toentertijd revolutionaire techniek als de drukpers, niet het verband leggen met de huidige technologische innovaties als internet? De Hingh: "Wel, men is daar nu aan het werken rond ICT (Informatie- en communicatietechnologie, ER). Er zijn inderdaad parallellen te trekken, ook met de weerstand die internet oproept."

Ook in het vernieuwde Vleeshuis zal volop van de nieuwe technologie gebruik worden gemaakt: met een koptelefoon op zul je daar door een soort klank- en muzieklandschap kunnen wandelen.

"Uiteraard wordt de nieuwe technologie voorts gebruikt voor de digitale archivering van alle kunst- en ander objecten in de musea: daar is iedereen het over eens. Maar men is het er niet over eens of die informatie ook beschikbaar moet worden gesteld op het internet. Daar bestaat in de museumwereld nog weerstand tegen."

Anne de Hingh benadrukt dat de vier opdrachten van een museum even belangrijk zijn: bewaren, restaureren, onderzoek en ontsluiting voor het publiek. "Sommige conservatoren denken wel eens dat - en dat komt natuurlijk door de aandacht die de media eraan schenken - alleen het laatste nog van hen verwacht wordt: de openstelling voor het publiek. Terwijl je dan aan de andere kant de klacht hoort dat musea louter met wetenschappelijk werk bezig zijn. Het een maakt het ander mogelijk: uit wetenschappelijk onderzoek kunnen mooie en interessante tentoonstellingen voortkomen."

En hoe is haar houding tegenover de recente golf van megaprojecten? "Die megatentoonstellingen en de vele toeristen die ze lokken, moeten we gebruiken om ook de aandacht te vestigen op de minder bekende musea. Doordat er nu voor het eerst een hoofdconservator is, kunnen de musea zich er eindelijk eens over beraden of en zo ja hoe ze zullen inspelen op mega-evenementen. Wat moeten de stedelijke musea doen tijdens het modejaar 2001? Er zijn al enkele initiatieven gepland. We kunnen mode en kunst op onze eigen manier invullen. Maar het boeiende is dat er nu over nagedacht, gepraat en overlegd kan worden."

Morgen vindt de Museumdag plaats. In vele musea, waarvan sommige tot 22 uur openblijven, vinden speciale activiteiten plaats. Meer inlichtingen op: www.museumdag.be of tel. 0900/25.25.000.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234