Zaterdag 28/11/2020

Reizen

Een atypisch reisverhaal: fotografe Carmen De Vos zocht het graf van haar vader in Spanje

Beeld Carmen De Vos

Samen met echtgenoot Alderliefste en dochter Dochter gaat fotografe Carmen De Vos op zoek naar het graf van haar vader die ze nooit gekend heeft. Zal ze het vinden? En zo ja, wat doet dat dan met haar? Vult het een leemte op? Dagboek van een emotionele roadtrip.

Prelude

Ik heb mijn vader nooit gekend. Meer nog, tot voor kort wist ik niet wie mijn vader was. Maar kent u dat gevoel dat het moment nu is? Het momentum, zoals we zeggen. Wel, dit is mijn moment in tijd en ruimte, nu moet het gebeuren; ik ga mijn dode vader in zijn graf bezoeken. Het zal speciaal worden, met corona en al, maar niks absurds is mijn leven vreemd en moeilijk gaat ook. So wish me luck, we zijn ermee weg. De heks moet worden verslagen en de demonen weggejaagd, en mijn kind en mijn liefste gaan me daarbij helpen.

Dag 1: Lochristi - Biarritz

5u20. We vertrekken right on ­schedule. Eens we op het viaduct van Gentbrugge zijn, is de reis ­begonnen. Door de boxen knalt het schitterende ‘Burn the Witch’ van Radiohead. Nadien wordt de bleitlijst van Alderliefste erdoor gejaagd.

18u. Hotel Le Regina Biarritz. We hebben zicht op de Atlantische Oceaan. Dochter kiest de oval office, een kamer met ovalen plafond, wij slapen in de belendende kamer. We pakken uit, nemen foto’s, bestellen in-room dining en vallen tegen elf uur ’s avonds in slaap.

Hotel Le Regina was de tweede thuis van Franse sterren en influencers uit de roaring twenties.Beeld Carmen De Vos

Dag 2: Biarritz

Biarritz ligt in Frans Baskenland aan de Atlantische zee. Vroeger was het een walvisjagersdorp, getuige het wapenschild van de stad. Door de gezonde zeelucht en het milde klimaat werd het tegen de 18de eeuw een hotspot voor bemiddelde, herstellende zieken. Een eeuw later, toen Napoleon Bonaparte er kwam pootjebaden en keizerin Eugénie er haar vakantieoord liet optrekken, werd Biarritz La reine des plages et la plage des rois. Men bouwde er een art-decocasino voor het vertier et voilà, de beau monde wist waarnaartoe. Vandaag is de grootste chic ervanaf en is het een van de populairste surflocaties ter wereld.

Hotel Le Régina werd in 1906 gebouwd op een hoog plateau met uitzicht op de zee, in de schaduw van de vuurtoren van Biarritz. De honderdachtenzestig kamers van het vijfhoekige art-decopaleis komen uit op de galerijen rond de patio.

Surfhotspot Biarritz was ooit grand chic. Napoleon kwam hier pootjebaden, voor de beau monde werd er een art-decocasino gebouwd.Beeld Carmen De Vos

In het zwoele water van het zwembad slaat een lichte golfslag. Ik hou ervan om me erop te gedragen als plankton, drijvend op mijn rug met de beheerste ademhaling van een yogameester. Het kalmeert me, zou mijn gezicht niet verbranden intussen, is er iemand die kijkt, iemand die mijn drijfkracht bewondert? Zien ze dan niet hoe goed ik kan drijven? Ik lig hier zeker al een half uur te drijven als Jezus Christus met mijn armen open en nog geen applaus. Besta ik wel als niemand kijkt?

Ik zwem naar de kant waar Dochter haar voeten zit te bestuderen. Heb je me gezien? Ze heeft het niet gezien en toont ook weinig interesse. Ik moet stil zijn.

Als wie moet ik nu drijven, vraag ik? Als Nelson Mandela, zegt ze. Dat vind ik een goeie. Niet gemakkelijk wel. Ik kruis mijn armen als een dwangbuis over mijn borst, mijn handen tot over mijn rug gespannen en drijf geconcentreerd verder. Het verveelt me wel een beetje nu. Vooral omdat ­niemand kijkt. Nog steeds niet.

Dag 3: Biarritz - León

12u30. En route por León. Dochter gaat loos op een klavecimbelrecital en leert me dat ik geenszins de handdrogers in openbare toiletten nog mag gebruiken.

Ik maak me een beetje zorgen. Nonkel Manolo, de jongste broer van mijn vader, heeft nog niet geantwoord op mijn berichtje of we mekaar zondag in Combarro kunnen treffen. Misschien vindt hij me wel te direct, te opdringerig, maar de kwaliteit van mijn Frans laat weinig ruimte voor nuance.

Beeld Carmen De Vos

Manolo vraagt of ik hem eens kan bellen. Ik denk, de liefde is de grootste reden waarom mensen soms zichzelf vergeten.

16u30. Aankomst in León. Spanje kleurt langzaam oranje, golden hour sets in en werkelijk iedereen op straat draagt mondmaskers. De regels zijn hier heel duidelijk. Behalve als je met mensen uit je bubbel neerzit terwijl je eet of drinkt, nadat de tafel en stoelen voor je neus ontsmet zijn, gaat dat masker niet af. Duidelijk en klaar. Iedereen houdt zich hieraan, ook al is het hier pokkeheet naar Vlaamse normen. Intussen volgen we met een half oog de eindeloze discussies in België omdat onze vrijheden weer worden teruggeschroefd na het stijgen van het aantal besmettingen tot 230 per dag.

León werd door de Romeinen gesticht, toen heette het Leonidas, fantaseer ik.Beeld Carmen De Vos

We slapen in de NH op de Plaza Major en eten op Plaza de Regla in de schaduw van de gotische ­kathedraal. De burrata wordt er geserveerd met de heerlijkste vleestomaten, een weldaad voor elke tomaat-adept. Nu Frankrijk overweegt om de grens met Spanje te sluiten, besluiten we niet langer dan nodig in Spanje te blijven. Mijn hart bloedt voor mijn land, dat niet echt het mijne is, dat bloedt. Ik drink vanaf nu alleen nog Nordés Gin van Galicië.

León werd door de Romeinen gesticht, toen heette het Leonidas, fantaseer ik. Het is een gemeente in de gelijknamige autonome regio en een belangrijke halte voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Ze vieren hier ongelooflijk hard Pasen tijdens de Semana Santa met heel veel ­processies door de binnenstad.

Beeld Carmen De Vos

Dag 4: Op naar Compostella!

Dochter rijdt met The Velvet Underground, de Bananaplaat, door het Galicisch Massief. Het landschap is groen, weelderig en bergachtig. Tussen de velden en akkers staan stenen muurtjes, zoals je die ook in Bretagne, Ierland of Schotland aantreft. Ook de taal verandert, plots lees je overal Galego, een taal die leunt tegen het Portugees.

17u. We maken onze blijde intrede in Hostal dos Reis Católicos via het grote plein van de kathedraal, de Praza do Obradoiro. Wij mogen zomaar door het voetgangersgebied op het grote plein voor het hotel parkeren, onze sleutels worden overgenomen door een valet die hem ergens uit zicht gaat parkeren. Een kleine gêne overvalt ons, de ogen van alle toeristen en pelgrims worden even rollend op ons gericht. We wanen ons edellieden.

Het hostel met de omvang en allures van een paleis beslaat een geheel huizenblok aan de linkerzijde van de kathedraal. Het werd in de 15de eeuw door de katholieke koningen Fernand en Isabella opgericht als religieus statement. Pelgrims die de Camino de Santiago afleggen om de resten van St. Jakobus te eren, kregen daar gedurende drie dagen gratis logies, eten en verzorging.

Het hostel is een parador, een systeem waarbij historische gebouwen zoals kloosters en kastelen opgekocht worden door de Spaanse staat om er zelf hotels in uit te baten. Zo financieren en beschermen ze hun kwetsbaar patrimonium.

De hostel vlak bij de kathedraal van Compostela.Beeld Carmen De Vos

We slapen hier precies in een decor van The Name of the Rose, in een houten hemelbed met baldakijnen in een middeleeuwse kamer met bogen uit zandsteen steunend op een krakende geoliede plankenvloer. Kleine ramen laten weinig licht binnen, wandtapijten dempen ons gegiechel. 500 jaar geschiedenis alstemblieft en daar mogen wij zomaar van genieten.

19u. Ik bel met tio Manolo op het terras van de parador. Op ­kousenvoeten bekent hij dat hij Grisela*, de weduwe van mijn vader en sleutelbewaarder van het kerkhof, ingelicht heeft. Hij wil liever niks stiekem doen. Het is ons worstcasescenario. Nu is de vijand gewaarschuwd, nu verwachten ze ons en met de clan van de Luchadores* lach je niet. 1-0 voor Spanje. We gooien ons op bed en maken een noodplan op. We draaien nog eens alle info die we hebben door Google Street View. Waar kunnen we over de muur van het kerkhof klimmen? Zouden we een auto huren zodat ze onze Belgische nummerplaat niet herkennen? Kunnen we een sleutel op de dienst toerisme bekomen? Op het stadhuis? Kunnen ze ons sowieso wel de toegang ontzeggen? Zou Grisela vanuit haar huis zicht hebben over het kerkhof?

Dochter stelt de regels scherp over mijn gedrag in de auto: ‘Niet te luid. Niet te vele en uw armen bij u houden.’Beeld Carmen De Vos

Ik heb last van krampen door de zenuwen. Ik droom die nacht zo hard dat het bed schommelt als een betonmolen. Ik vecht met mijn Spaanse familie, ik ben niet ­welkom, ongewenst. Alderliefste houdt me vast en troost me. Hijzelf slaapt dan weer slecht uit bezorgdheid dat ik over die kerkhofmuur zal willen klimmen en zo mezelf en mijn kind in gevaar zal brengen. “Iedereen kent daar iedereen en de Guardia Civil is rap gebeld.”

Dag 5: Uitstap naar Portonovo

We spreken af met tio Manolo en zijn vrouw aan het strand van Portonovo in Bar El Puento waar ze elke middag hun biertje komen drinken. Tio Manolo komt ons al tegemoet gelopen vanop het ­lommerrijke terras. We drinken de plaatselijke witte wijn van de albariñodruif die hier verbouwd wordt en klinken op ons samenzijn.

Sluimers Dettol mengen zich met de zilte zeelucht. Het is warm, broeierig heet, gelukkig kan dat verdammte masker nu weer af.

Tio Manolo toont waar hij en mijn vader zijn opgegroeid.Beeld Carmen De Vos

Tio Manolo wil ons graag rondleiden in zijn geboortestreek en ons tonen waar mijn vader opgegroeid is. We gaan ook het graf van mijn grootmoeder, die ik nooit gekend heb, bezoeken. Ik trek mijn lange zwarte rouwjurk aan met de evidente dash glamour.

Tot in de 17de eeuw werden de mensen in Spanje begraven in en rond de kerk, midden in de stad of het dorp. Mensen met geld kochten levenslange concessies. Niet alle grafstenen sloten even goed aan, waardoor er in de kerken soms een doordringende stank hing. Vandaar de uitdrukking ‘een rijke stinkerd’. Toen er tegen het einde van de 18de eeuw meer inzicht kwam in het belang van een goede hygiëne ging men de doden in nissen boven de grond bewaren. Zo ook mijn grootouders.

We nemen met een dankbaar en vol hart afscheid van tio Manolo, na een dag vol impressies. Ik weet nu waar mijn grond is, meer nog, ik voel het: hier liggen mijn wortels maar mijn hoofd is elders groot moeten worden.

Het oude centrum van Combarro is als een decor uit de middeleeuwen. Hier zinderen de vervlogen tijden van het Spaanse vissersdorp nog na.Beeld Carmen De Vos

Dag 6: Combarro, het doel van de queeste

Aan het ontbijt steekt Dochter haar voeten omhoog om te tonen dat ze haar ‘inbrekersschoenen’ aangetrokken heeft voor onze raid op het afgesloten kerkhof. Alderliefste kan er niet echt mee lachen. “Awel papaatje, ik heb het gevoel dat er wat spanning op je zit?”

“De poort staat open, de deur staaaaat open, ze staat toch wel niet open zeker.”

Beeld Carmen De Vos

Het gezichtje van Dochter verandert plotsklaps van goed­gezind naar uitzinnig. Ze springt uit de halfgeparkeerde auto om haar voet tussen de poort te zetten, dat iemand nu nog eens probeert ze dicht te doen. Haar spontane, enthousiaste reactie vervult me met liefde, dat kind van ons heeft zo meegeleefd naar dit moment: ik zal daadwerkelijk voor het eerst het graf van mijn vader zien.

Beeld Carmen De Vos

We schieten naar binnen. De graven lijken op de scheve ­huizekens in een root in de Kapellekensbaan van mijn maat Louis Paul Boon. Achter het kerkhof, onder de heuvel, ruist de zee. Het is hier mooi. Daar ligt hij nu, die bloedvader van me, die man die me nooit heeft willen leren ­kennen. Een groot gevoel van spijt overvalt me, hoe jammer dit ­allemaal. Verloren levens, verloren liefdes, verloren kinderen.

Alle stress is weg. Hebben we al die tijd Ocean’s Eleven-gewijs een inval voorbereid, staat de poort toch wel niet gewoon open zeker. Nog goed dat we geen camionette gehuurd hadden met Spaanse ­nummerplaat, ladder en breekijzer opdat de Luchadores bvb geen ‘Prostituta Belgica’ in onze lak zouden krassen met hun verroeste nagels. Niks van dit alles, allemaal niet nodig, we konden zomaar binnenwandelen. Dit vraagt om een aperitief!

Dag 8: Gijón

Suprise van Dochter: we wandelen naar het Monument van de Moeder van de Emigrant. Het beeld van Ramón Muriedas werd er in 1970, nog onder Franco gezet, en is het eerste moderne publieke beeld in Gijón. Ik ben niet voorbereid op wat ik ga zien. Daar staat een ­moeder op een sokkel in de wind, schraal en droef tot op het bot. Ze wuift met een hand haar zonen uit, die vertrekken naar een beter leven. Haar andere arm hangt slap en machteloos naast haar zij. Haar gezicht is getekend en diep zorgelijk. Het is niet moeilijk om daar plots mijn groot­moeder Dolores te zien staan, die mijn vader uitwuift op zoek naar beter.

Op de sokkel springen jongens op en af met hun fiets, wat zouden ze om een huilende moeder malen. Nochtans, voor mijn part mogen ze elke historische machtspotentaat van zijn sokkel sleuren en er een rouwende moeder in de plaats zetten.

Het is niet moeilijk om daar plots mijn grootmoeder te zien staan, die mijn vader uitwuift op zoek naar beter.Beeld Carmen De Vos

* gefingeerde namen, omwille van privacyredenen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234