Donderdag 14/11/2019

Een artistieke dood door de kogel

Frankrijk - Oostenrijk 1-0

Wie op een wereldkampioenschap speelt, heeft rendez-vous met de geschiedenis van het voetbal. Overal ter wereld schatten pers en publiek de prestaties van de vedetten van Japan-Korea 2002 in en vergelijken ze hen met de helden van Italië 1990 of Engeland 1966. De huidige lichting Rode Duivels speelt niet alleen tegen Rusland, zij bokst ook op tegen de schaduw van Jan Ceulemans en Guy Thys. Vandaar dat De Morgen dat roemrijke WK-verleden weer in herinnering brengt. Iedere dag een eigenzinnige focus op de beste spelers, de hardste schoten, de vuilste overtredingen en de bitterste ontgoochelingen. Nieuw licht op voorbije glorie en verval, vijftig dagen lang. Walter Pauli De wonderlijke ballen van Genghini en Eder

Madrid, 28 juni 1982

Verwant aan het afstandsschot: de directe vrije schop. U kent het wel: het spel met het befaamde muurtje. Keepers die zenuwachtig op een neer huppelen, aan de paal staan, turen naar de bal, met die hand in een reusachtige handschoen driftig de mannen in het muurtje dirigeren, afmeten hoe ze hun defensie zo goed mogelijk kunnen opstellen. En tegenover de keeper staat een tweede landmeter, ook turend, ook aan het kijken. Er zijn ook ploegen waar ze eerst gaan discussiëren wie mag trappen. Dat lijkt toch de aanloop naar een domme trap in de muur, of een bal die hoog over gaat. Vrije trappen vereisen concentratie, kracht, een beetje lef en, natuurlijk, een oneindig fijne traptechniek.

Vrije trappen zijn, net zoals penalty's, ogenblikken van algemene spanning, momenten waarbij vaak luide stadions gegarandeerd wat stiller worden, waarin velen zwijgen, op een groep na die traditioneel zal beginnen te fluiten. Vrije trappen hebben op penalty's echter de esthetiek voor, het kunstige, en ook - en vooral - een soort underdoggevoel. Bij een penalty is de man die trapt sowieso bevoordeeld. Wie uit strafschop scoort, heeft over het algemeen gewoon zijn opdracht volbracht, in het best geval 'zijn verantwoordelijkheid genomen'. Er is eigenlijk niets speciaals aan, missen betekent falen, en wordt zwaar aangerekend. Er zijn op deze regel slechts twee uitzonderingen: de beslissende strafschop in een reeks - bijvoorbeeld Leo Van der Elst tegen Spanje op het WK 1992 - of de strafschop als golden goal, zoals Zidane deed in de verlengingen van de halve finale tegen Portugal op het EK 2000. Wie scoort uit rechtstreekse vrijschoppen, is een held. Missen hoeft geen schande te zijn. Bij een bal op de deklat klinkt het al van oohhh, en is alles vergeven. Hoe anders bij wie een strafschop op de deklat kogelt. Die is niet goed bij zijn hoofd, onbezonnen en ook wel onverantwoordelijk. De mannen die vrije schoppen kunnen binnendraaien, het zijn de artiesten van het voetbal, de kunstenaars, dichters op studs - net zoals literaire poëten meer schoonheid puren uit schaarse woorden en zinnen dan uit een heel boek, halen de poëten op het voetbalveld vaak meer esthetiek, meer bravoure ook uit één enkele vrije trap dan een team dat een kwartier de ene aanvalsgolf na de andere op het doel laat gaan. Dribbelaars doen nog een beetje denken aan mannen met een dwangmatige neiging tot masturbatie. De mannen van de vrije trap niet, die hebben ook iets van de kunstzinnige ambachtslieden. Ze schaven aan hun techniek, hun trap, hun opstelling en houding, net tot ze de bal in de hoek kunnen lepelen of jagen waar de doelman niet bij kan. Ook al doet hij nog zo zijn best.

Als er één jaar is waarin het prachtige vrijschoppen regende, dan op het WK 1982. De mooiste van al gebeurde nog tijdens een wedstrijd die niet vaak meer vernoemd wordt. Het was Oostenrijk-Frankrijk, tijdens de wedstrijden om de tweede ronde. Tweede ronde was een niveau dat Oostenrijk in 1978 en 1982 wel aankon. Het was een prima ploeg, met een sierlijke, een beetje Beckenbauer-achtige libero (Bruno Pezzey), een stofzuiger die ook bij Inter Milaan het mooie weer maakte (Herbert Prohaska), een levensgevaarlijke spits die bij Barcelona de ballen tegen de netten kogelde (de befaamde Hans Krankl) en een doelman die ooit faalde bij Anderlecht maar bij Oostenrijk jarenlang de onbetwiste nummer één was (Friedrich Koncilia). Het was een nauwelijks te manoeuvreren geheel, zelfs door het grote Frankrijk-in-wording, de ploeg van Platini, Trésor, Bossis, Giresse - en van Genghini. Genghini was niet de bekendste voetballer, voor dat WK buiten zijn eigen land geen naam van betekenis. Maar dat zou allemaal veranderen na het WK in Spanje, en vooral na die ene minuut - de 39ste - in de wedstrijd tegen Oostenrijk.

Alles was perfect. De afstand - ongeveer 35 meter. De opstelling van de Oostenrijkse muur - kon niet beter. De opstelling en de veerkracht van Friedrich Koncilia - onmogelijk te verbeteren. En dan de trap van Genghini zelf - perfecter dan perfect.

Het is nog altijd een raadsel waarom die dag Platini, Giresse noch Tigana de bal voor zichzelf opeisten: zij waren immers de vedetten, wie kon beter dan een Platini de bal over een muur jagen? Maar ze lieten de eer aan de relatief onbekende Genghini. De afstand tot het doel was ver, dus de muur stond ver van het doel, en de bal van Genghini was er ook naar. Het was geen gekrulde bal, maar een strakke schuiver. Over de muur, lijnrecht op de winkelhaak af, en precies daar kwam hij terecht, in de kruising van de rechterbovenhoek (voor Koncilia: de linkerhoek). Preciezer dan precies, juister dan juist. En hard.

Ook de sprong van Koncilia was zoals hij moest zijn. Tot in de winkelhaak, met risico voor eigen lijf. Letterlijk. Een ondeelbare fractie van een seconde nadat de bal van Genghini daar hoog in het dak van het doel de doellijn overschreed, vloog Koncilia tegen de doelpaal aan. Zijn lichaam draaide er zich in volle snelheid rond, als een sportauto die zich rond een telefoonpaal plooit. Een wreed accident dus, ook op het voetbalveld. Koncilia had pijn, in het lijf maar ook in het hoofd. Nooit was hij geklopt door een perfectere bal dan de vrije schop van Genghini.

Niet alleen de Fransen, ook de Brazilianen hadden in 1982 de vrije schop tot een hogere kunst verheven. Bij Brazilië waren Zico en Eder de prijsschutters van dienst. De naam van Zico leeft nog door, op die van Eder is spinrag gekomen. Jammer. Eder was een van de weinige spelers met een dubbele techniek: heel subtiel, maar ook loei (maar dan lóéi)-hard. Zico zorgt voor een pareltje van een vrijschop tegen Schotland - klassieke schoonheid, om het muurtje in de verre hoek. Eder was de Dikke Bertha van het Braziliaanse team, een Kanon van Navarone, import uit Zuid-Amerika. Zijn kunnen demonstreerde Eder ten volle in de tweede ronde, in het zeer geladen duel tussen Argentinië (met de beruchte rode kaart voor Maradona) en Brazilië. Na minder dan een kwartier krijgt Brazilië een vrije trap, van uiterst ver. Te ver voor een gewone stilist als Zico. Niet voor Eder. De Braziliaanse specialist neemt een aanloop zoals alleen verspringers dat doen. In het Argentijnse doel staat de wereldberoemde doelman Fillol, en die huppelt op en neer van pure zenuwachtigheid. Ook hij kent Eders reputatie, zijn kunnen, zijn kracht vooral. De afstand lijkt belachelijk ver, maar Eder kan dan ook afschuwelijk hard trappen.

En hoe haalt Eder uit. Een raket. Meer, een scud. Rechttoe rechtaan, inslaand projectiel - zij het op de lat. De deklat trilt en schudt alsof ze gaat breken, de bal caprioleert omhoog, en de goedgevolgde Zico legt hem erin. Maar iedereen wijst die goal eigenlijk aan Eder toe.

Het was een waardig vervolg aan deze Braziliaanse specialiteit, waarbij de beroemdste variant acht jaar voordien werd gescoord, in 1974, in de wedstrijd in de tweede ronde tussen Brazilië en de DDR. Brazilië kon de Oost-Duitsers niet ontwrichten, tot die vrijschop er kwam. We gaan het verhaal niet vertellen, de beelden zijn voldoende bekend. Spits Jairzinho slaagt erin zich in de DDR-muur te wringen, specialist Roberto Rivelino loopt aan, net voor hij trapt laat Jairzinho zich vallen, en door dat kleine gaatje kogelt Rivelino de bal: millimeterwerk, maar dan met de kracht en de power van een volwassen knal op doel. 'Het eerste gat in de Berlijnse muur', jubelt de chauvinistische West-Duitse pers.

De essentie bij de ballen van Rivelino en Genghini is dezelfde. Zonder de vrijtrap, geen doelpunt. Het is een sublieme techniek om onwrichtbare verdedigingen te doen plooien, om oninneembare burchten met één aanval te ontmantelen. Het is een facet van het spel dat het hele voetbal in één seconde samenperst: techniek, kracht, doelpunt. Nog terwijl het halve stadion rechtveert, is bij de tegenpartij de veer gebroken. Dood door de kogel, zij het op artistieke wijze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234