Zondag 08/12/2019

Een architect van luchtkastelen

Gus Van Sant keert terug naar zijn 'independent roots'

Gus Van Sant is een architect van luchtkastelen. Bijna letterlijk zelfs, want zijn visuele handelsmerk zijn versnelde beelden van bewegende wolkenformaties die daardoor als grote (wit)grijze gevaartes door het uitspansel bewegen. Maar de Amerikaanse regisseur (° 1952) heeft ook iets met figuurlijke luchtkastelen, want in zijn films duiken vaak dromers op. Dat was al zo in zijn weinig vertoonde, maar uitstekende debuut Mala Noche en tot op zeker hoogte is dat nog altijd zo in zijn jongste prent Elephant, al is de droom daar een nachtmerrie.

Het parcours van Mala Noche naar Elephant is een van de merkwaardigste Amerikaanse regisseurscarrières van de voorbije twintig jaar. Van Sant heeft begin jaren zeventig aan Rhode Island School of Design gestudeerd, waar toen ook enkele latere leden van Talking Heads rondhingen. Het werk van Amerikaanse experimentele regisseurs als Stan Brakhage en Jonas Mekas hebben hem naar de cinema getrokken, maar Van Sant heeft zich nooit beperkt tot één kunst(je). Hij schildert, fotografeert, maakt muziek en heeft ook al een roman uit.

Met die filmcarrière wou het aanvankelijk helemaal niet vlotten. Van Sant belandde als twintiger in Hollywood en vertrok er een paar jaar later, veel illusies armer. Vervolgens heeft hij uit eigen zak Mala Noche betaald, naar verluidt kostte hij amper 25.000 dollar, en de kwaliteiten van die film overtuigden Matt Dillon en Williams S. Burroughs om in zijn volgende Drugstore Cowboy respectievelijk de aanvoerder van een drugsbende en een ex-priester te spelen. Wie toen nog niet overtuigd was van Van Sants talent was dat zeker na My Own Private Idaho, een grappige, ontroerende en ook onthutsende film met de jonge River Phoenix en Keanu Reeves in de hoofdrollen.

Vervolgens kreeg de regisseur toch vaste voet in Hollywood en enkele films later werd Good Will Hunting zelfs overladen met Oscar-nominaties, al werden er maar twee verzilverd. De film, die bij de diehard-fans van de regisseur veel tegenstanders kent wegens te soft en te braaf, betekende voor Van Sant het commerciële hoogtepunt. Na Finding Forrester van drie jaar geleden heeft hij Hollywood voor de tweede maal de rug toegekeerd - opnieuw een pak illusies armer - en heeft hij heel bewust zijn independent roots weer opgezocht. Gerry is zelfs de meest experimentele film die hij ooit gedraaid heeft. Helaas, is het zeker niet zijn beste, maar Van Sant neemt wel opnieuw risico's: die waren uit zijn laatste Hollywood-films verdwenen.

Het meeste kenmerkende van de regisseur is nog zijn onvoorspelbaarheid. Hij maakt soms vreemde keuzes: als hij een roman verfilmt van Tom Robbins, een auteur wiens licht absurdistische werk sméékt om verfilmd te worden, dan kiest hij diens ongeveer zwakste boek, Even Cowgirls Get the Blues, en waarom hij zijn tijd heeft geïnvesteerd in een 'shot-na-shot-remake' van Hitchcocks Psycho is evenmin duidelijk. Het zou ons niet verbazen als hij binnenkort weer met een grote filmstudio scheep gaat, maar voor hetzelfde geld wordt hij nog radicaler dan in zijn jongste films. Maar één ding moet hij beloven: nooit nog een film te maken zonder die versnelde wolkenbeelden, want Van Sants visuele handtekening behoren zowel in Gerry als Elephant tot de mooiste momenten.

(ChrV)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234